Mixed Dubbel 30. Moordwijf

Het leven van Irene staat totaal op z’n kop. Vandaar die hoofdpijn? De huisarts kan geen oorzaak vinden. Irene besluit tot sportieve afleiding in het zwembad,

Femmy Feijten, Mixed Dubbel, Feuilleton, Cover

Om de badhokjes te bereiken moest ik om het zwembad lopen. De tegels rond het bad waren nat, dus ik paste op dat ik niet uitgleed.
Ik voelde een duw, ik raakte uit balans, ik probeerde zwaaiend overeind te blijven, maar ik viel met een plons in het water. Mijn jas zoog zich vol met water en met molenwiekende armen probeerde ik boven water te komen. Ik hapte naar lucht. Godver… godver…
Aan de kant zag ik Juliette staan. Was ze er echt, of hing daar een nachtmerrie boven het water. Ze grijnsde, ik zag dat ze mij uitlachte. Rotwijf. Ploeterend zwom ik naar de kant. Met mijn handen pakte ik de rand van het zwembad. Ineens voelde ik een stekende pijn midden op mijn handrug en liet los. Ze trapte op mijn handen, ze trapte erop! Ik probeerde lucht te krijgen. Ze ging op haar knieën bij de rand zitten. Ik voelde haar handen op mijn hoofd. Ze duwde mij kopje onder.
Mijn jas zoog zich vol met water, werd zwaarder en leek mij naar beneden te trekken. Ze liet mij los en ik probeerde adem te halen. Ze schaterde. Ik krabbelde naar de kant. Opnieuw drukte ze mij onder water.
Het was van levensbelang geen water in de longen te krijgen. Dat dacht ik. De cellen in het longweefsel mochten zich niet vol met water zuigen, dan knapten ze. Ik wilde niet dood, niet door gebrek aan zuurstof, niet door kapotte cellen en kapotte longen. Dat dacht ik onder water en hield mijn mond stijf dicht. Zou ze mij echt laten verdrinken of was het een sadistisch spelletje?
Ineens verdween de druk en ik met alle kracht die ik in mijn benen heb watertrappelde ik mijn hoofd boven water. Mijn longen gierden fluitend vol met lucht. ‘Hieieieieie…’
‘Wat ben je aan het doen?’ hoorde ik iemand vragen.
‘Ze is in het water gevallen, ik probeer haar eruit te trekken,’ zei Juliette.
Martijn trok mij met enige moeite het zwembad uit.
‘Ze wou mij verzuipen.’ Ik hijgde druipend op de kant.
‘Doe niet zo raar, natuurlijk niet. Door die zware jas werd je naar beneden getrokken. Ik kreeg je er haast niet uit.’
‘Wat een geluk dat je terug bent gekomen, Martijn… anders had ik het niet gered.’
‘Het zou wat zijn verdrinken in een zwembad. En dat voor zo’n goede zwemmer. Gaat het weer een beetje?’ vroeg hij.
Al voelde ik mij niet goed, ik knikte. Bijna was ik dood, realiseerde ik mij plotseling. Ze wilde mij vermoorden. Martijn moest dat begrijpen. Hij stond naar mij toe gebogen, met zo’n begrijpende blik.
‘Gekleed zwemmen kon ik al toen ik zes was. Ik zou nooit verdrinken.’ Ik was nog steeds buiten adem. ‘Ga jij maar naar huis, Juliette, ik droog hier eerst op.’ Ik moest er niet aan denken in haar buurt te zijn. Misschien zou ze mij op de terugweg onder een passerende auto duwen.
Ze pakte haar spullen en vertrok. Ik zag haar gaan, met de borst vooruit, driftig trippelend, als een beledigd hennetje.
‘Ik zal je nog eens helpen,’ mopperde ze. Zij was toch degene, die mij naar een andere wereld probeerde te helpen? Gingen droom en werkelijkheid door elkaar spelen? Was ik toch malende?
Uitgeput steunde ik op Martijn, zijn arm voelde vertrouwenwekkend. Samen liepen we langs de rand van het bad, naar de wellnessruimte van het hotel. Hij zette mij neer op een bank in de relaxruimte. Daar trok ik mijn natte kleren uit. Bij de sauna haalde Martijn wat handdoeken en een badjas op. Met een handdoek wreef ik mij droog. Een vage misselijkheid doemde op. Weer iets toegevoegd aan het vat onoplosbare problemen.
‘Gaat het?’ vroeg hij een paar keer bescheiden om de hoek van de deur. ‘Ik heb je fietssleuteltje gevonden.’
Ondertussen stond ik ondanks de warme badjas, te bibberen. Klappertandend ging ik op de bank liggen. Martijn wreef mijn armen en benen warm. Wat een fris en vriendelijk gezicht had hij. Als ik niet zo beroerd was geweest, had ik hem over zijn wang gestreken.
‘Ze wilde mij verdrinken. Ze duwde mijn hoofd onder water. Zag je dat dan niet?’ vroeg ik hem.
Mensen zien niet wat er in werkelijkheid gebeurt, maar wat ze denken dat logisch is. Het was natuurlijk onvoorstelbaar voor de badmeester dat van de vier vriendinnen die hier af en toe kwamen zwemmen er één bij zou zijn die een ander zou willen verzuipen. Daarvoor hadden de vrouwen te veel plezier.
‘Het leek zo, maar dat komt doordat zo’n jas zich langzaam vol water zuigt, dan lijkt het of iemand je naar beneden trekt.’
‘Zag je haar hand niet op mijn hoofd?’
‘Waarschijnlijk trok ze aan je haar, ook niet zo lekker, maar als je nergens anders bij kan komen is dat niet zo onlogisch.’
‘Ze stond op mijn handen, kijk.’ Mijn handen zijn blauw. Martijn pakt een hand:
‘Je zult je gestoten hebben.’
Hij wreef er zachtjes over. Zijn gezicht ernstig, lange bruine wimpers knipperden. Hij legde mijn hand terug en zei:
‘Er moeten ergens trainingsspullen liggen. Die kun je dan zo aandoen. Je moet een keer naar huis. Zal ik je man bellen om je te halen?’
‘Hij is op dit moment in het buitenland, dus ik zal moeten fietsen.’
‘Nee, dan breng ik je.’
Hij zette mijn fiets in de achterbak van de Peugeot Partner en ik werd in een rood trainingspak met een stel natte kleren in een vuilniszak thuis afgezet.
Waarschijnlijk geloofde niemand mij, maar ik was niet meer van plan met Juliette om te gaan. Dat nam ik mij heilig voor. Niets wilde ik meer met haar te maken hebben. Dat was de heilige belofte aan mijzelf. Ik zou mijzelf bevrijden.
Direct liep ik door naar mijn kantoor. Madonna snelde op haar korte pootjes achter mij aan. Met haar warme lijfje op mijn schoot schreef ik de volgende e-mail.

Juliette,

Je begrijpt dat je na het gebeuren van vandaag niet meer welkom bent in mijn huis. Ik kan het risico niet nemen.
Al lijkt het onvoorstelbaar voor anderen dat je mij wilde verdrinken, voor mij is het dat niet.
Voorlopig blijf ik liever uit je buurt en uit je leven.
Irene

Ik drukte Madonna tegen mij aan, ‘Steun en toeverlaat, hè, lieverdje. Als ik jou niet had.’
Mijn knuffel knorde gemoedelijk. Ik sloot mijn ogen. De rust daalde neer. De opluchting die ik had gevoeld toen ik haar het huis uit had gemieterd vloeide van hoofd, naar schouders, langs mijn rug, mijn billen tot mijn enkels aan toe. ‘Mmm…’ Mijn gezicht ontspande zich en ik voelde mij een moment gelukkig.

 

Femmy Fijten
Over Femmy Fijten 122 Artikelen
Femmy (Lagerwaard) Fijten (Schiedam 1953, †Arnhem 20-07-2017, groeide op in Den Haag en studeerde biologie in Leiden. In 2010 heeft ze van het levensverhaal van haar oom een roman gemaakt. Dat is Terug naar Bandung geworden. Ze heeft daarvoor een reis naar Indonesië gemaakt en heeft zich verdiept in de geschiedenis. De Arnhemse uitgeverij Nieuwe Druk heeft het boek in 2013 gepubliceerd. Haar tweede roman is een logisch vervolg op haar eerste: Vaarwel Soerabaja is uitgekomen in oktober 2015. Het verhaal speelt zich weer in Nederlands-Indië af. Femmy voltooide haar derde en laatste roman, In het spoor van Birma, kort voor haar overlijden. Dit zeer persoonlijke boek verscheen september 2017 eveneens bij Nieuwe Druk. Daarnaast schreef Fijten korte verhalen. In maart 2013 is de Verhalenbundel Niets is wat het lijkt uitgekomen bij Fenisko, waarvoor een van haar korte verhalen is geselecteerd, nl Maxima cum laude. In december 2013 is de verhalenbundel Lezen en laven uitgekomen, een selectie van Ton van Eck en Femmy Fijten, weer bij Nieuwe Druk met daarin haar verhaal Ocean Spirit. Bij dezelfde uitgeverij eveneens door Van Eck en Fijten geselecteerd, de verhalenbundel 'Arnhem met een scheve blik', met twee verhalen van Femmy. Wrange vruchten I en II.