Mixed dubbel 16. Las Vegas

Irene speelt piano en zingt liedjes van Marco Borsato en Frans Bauer om Juliette te troosten.

Femmy Feijten, Mixed Dubbel, Feuilleton, Cover

Eindelijk was het zover. Ondertussen was Juliette al bijna een kwartaal bij ons. Gelukkig gingen we er een poosje tussenuit.
Mark en ik vertrokken naar Las Vegas. Ik had nog nooit gevlogen, dus alleen de vlucht al was spannend. Juliette lieten we achter. Ze zou voor Madonna en de planten zorgen. Met pijn in het hart liet ik mijn kleine lieveling achter. Juliette zei dat alles goed zou komen. Ze zwaaide ons uit toen we de straat uitreden. Voor Mark was een tripje zoals dit niks bijzonders.
Hotel San Remo, waar Mark en ik logeerden, lag tegenover MGM vlakbij de Strip. De lounge stond propvol bellende, rinkelende, geldspuwende en lichtgevende monsters. Ik had het gevoel dat ik in een Walt Disney film terecht was gekomen.
Voor Las Vegas begrippen was dit hotel klein. Het had enkele honderden kamers.
Ik pakte de spullen uit, Mark stapte onder de douche. Om snel van de jetlag af te zijn, gingen we zo laat mogelijk naar bed. Tegen negen uur ’s avonds vielen we om van de slaap.
De volgende morgen ging Mark aan het werk. In mijn eentje liep ik naar de Strip.
De hele wereld trok aan mij voorbij. Eerst liep ik langs New York, New York, later langs Parijs en Venetië. Vond ik het wansmakelijk of prachtig gemaakt? Waar was ik? Buiten of binnen? In sommige overdekte winkelcentra zag ik blauwe wolkenluchten in plaats van plafonds. Het was binnen koel en buiten heet. Verbleef ik in een stad of in een pretpark? Wat het ook was, ik amuseerde mij.
Buiten was het meer dan 40 graden Celsius. Gecombineerd met een zeer lage luchtvochtigheid en een brandende zon had zo’n temperatuur een verschroeiend effect op de huid. Soms had ik het gevoel levend te verbranden, dan vluchtte ik een casino in. De airco daar maakte het aangenaam koel. Het gebel en gerinkel maakte mij tureluurs. Lang bleef ik er niet hangen. Ik hopte van casino naar casino. Ik zou er niet over piekeren om muntjes in die automaten te gooien. Anderen wel. De spelers waren oud, jong, man, vrouw. Geen peil op te trekken. Het boeide mij om ze bezig te zien. Wat zou daarvan de kick zijn? Ooit had ik gelezen dat af en toe belonen prikkelender is dan altijd. Mijn tennisvriendinnen zouden zeggen. ‘We willen het niet wéééten.’ Ik glimlachte om de gedachte.
Om weer eens af te koelen liep ik Caesars Palace in. Ook hier glimmende luxe met herrie. Tussen het volk zag ik ineens drie mannen in een zwart kostuum naast elkaar lopen. Tot mijn verbazing was een van de drie mijn oude vriend Jim Swartbol. Hoe was het mogelijk? Zou de Haagse maffia de banden met de vrienden in de hotspot van de VS aan het aanhalen zijn? Zouden ze een samenwerkingsverband hebben?
Ik hapte naar adem en mijn knieën knikten. Bijna maakte ik een beweging om hem te groeten. Hij zag mij en schudde onzichtbaar zijn hoofd. Daardoor hield ik mij op tijd in. Verbijsterd volgde ik de mannen met mijn blik. Doordat ze er zo strak uitzagen, zou het meer opgevallen zijn als ik dat niet had gedaan.
Jim Swartbol. Het was een paar maanden terug dat ik hem voor het laatst had gezien. Het bleek een ongelukkige moment. Het was op zijn trouwdag.
Op een keer toen ik mijn post sorteerde, viel een crèmekleurige envelop tussen de stapel uit. Mij afvragend wat er in zou zitten, raapte ik hem op en haalde de kaart eruit. Jim Swartbol en Romana Rancovic vertelden mij via de kaart alles over hun voorgenomen huwelijk.
Een romantisch bruidspaar prijkte op de voorkant van de kaart. Ongetwijfeld had hij de tekening zelf gemaakt, ik herkende zijn stijl. Ik legde hem in eerste instantie opzij en was niet van plan naar het Kurhaus in Scheveningen te gaan. Mijn oog viel echter nog eens op de afbeelding. Wat mij trof, was de tekening van de bruid. Zou die Romana Rancovic net zo’n krullenbol hebben als ik, net zo’n oogopslag, zulke bolle wangen en volle lippen? Deze vraag prikkelde mijn nieuwsgierigheid. Misschien kon ik aan wippen om een blik op de bruid te werpen? Dat deed ik. Om de hoek van de zaal keek ik naar haar. In roomwitte jurk, een slanke, mooie vrouw. Een moment keek zij mij recht in de ogen. Ze was een Slavisch type met hoge jukbeenderen, donkere ogen en glanzend zwart haar, slank en stoer, pezig, geen popperig, mollig type, zoals ik. Zij leek duidelijk minder op de tekening van hun trouwkaart dan ik. Waardoor wist ik niet, maar Jim had mij in de gaten gekregen. Ineens werd ik aan mijn arm getrokken, de gang in.
‘Je bent te laat, ik ben al getrouwd,’ fluisterde hij, terwijl hij tamelijk stevig mijn bovenarm vasthield. ‘Ga. Mijn aanbod is onveranderd, maar op mijn trouwdag had je weg moeten blijven.’
Zo’n reactie had ik niet verwacht. Ik wist niet wat ik moest zeggen. Hij liet me los en liep met grote passen de zaal in, terug naar zijn bruid. Ik kon mij wel voor mijn kop slaan. Wat deed ik hier? Ik maakte mij uit de voeten.

En nu zag ik hem in Las Vegas, wat een toeval. Gingen de zaken zo goed dat hij op de toplocatie van de maffia terecht is gekomen? Carrière gemaakt? Een hand op mijn arm. Ik schrok. Een stevige knaap in donker kostuum pakte mij vast. Hij duwde mij de deur uit en zette me tegen een zuil van het gebouw aan, uit het zicht.
‘Hier wachten,’ zei hij.
Ik keek op mijn horloge. Ik wiebelde van de ene op de andere voet. Pislink. Na een minuut of tien kwam Jim.
‘Wat doe jij hier?’ zei hij.
Ik heb vakantie. Mark is aan het werk in Las Vegas en ik ben de Strip aan het verkennen. Wat jij hier uitspookt, hoef ik natuurlijk niet te vragen.’ Jim trok zijn wenkbrauwen op.
‘Ik wil alleen mijn excuus aanbieden. Het is niet netjes dat ik je geen gedag zei. Dat de mensen hier van je afweten, heb ik liever niet. Het zou je onnodig in gevaar brengen. Snap je?’
‘Excuses aanvaard, kan ik nu gaan?’
‘Niet zonder kus, dat hoort nu eenmaal bij ons.’ Zijn lippen brandden op de mijne. Hij brak de kus af, zoals altijd. Daarna maakte hij een armgebaar waarmee hij mij in vrijheid stelde en liep weg. Met mijn vingers raakte ik mijn lippen aan. De touch van een kunstenaar, niet van een maffiabaas.
In gedachten wandelde ik terug naar het San Remo hotel. Zwemmen. Gewoon zwemmen, punt. In mijn kamer kleedde ik om en trok een bikini aan.
Toen ik bij het zwembad lag, gingen, ondanks de warmte buiten, aan het begin van de pauze de deuren van de vergaderruimtes die grenzen aan het zwembad open. De deelnemers aan de vergadering kwamen naar buiten en namen zuchtend van verlangen naar een koele duik de omgeving goed in zich op.

De dagen gingen relaxed voorbij in Las Vegas. Overdag de Strip, het zwembad, boeken lezen.
’s Avonds gingen we uit eten. De wiskundigen waar Mark mee werkten kwamen uit allerlei landen. VS, Japan, Europa, Australië. Eén avond aten we gemeenschappelijk. Wiskundigen zijn net mensen, er zaten aardige en minder aardige tussen, vlotte en stijve lui. Ondanks dat ze zich niet onderscheiden van de niet-wiskundigen voelde ik mij niet op mijn gemak in het gezelschap. Tussen vreemden floreerde ik sowieso niet, bovendien sprak ik matig Engels. Ik blunderde mij door de avond heen. Hoewel mijn Engels naarmate ik meer dronk, steeds vloeiender werd, nam het aantal woorden dat daadwerkelijk bij die taal paste af.
Een andere collega met voorouders in Nederland, was van plan Nederlands te leren.
‘Why bother to speak Dutch, there are just little people speaking Dutch,’ zei ik.
Mark zuchtte opgelucht toen we het etentje doorstaan hadden.

De laatste dag. Vroeg in de morgen waren er geen andere mensen in het zwembad, daardoor kon ik een ligstoel uitkiezen in de schaduw. Daar legde ik mijn spullen neer, trok mijn kimono uit en dook vervolgens in het water. Het water was heerlijk ontspannend en gleed verkoelend langs mijn huid. Toen ik bovenkwam en inademde, keek ik recht in het gezicht van Jim. Mijn hart bonkte in mijn keel. Ik zonk bijna naar de bodem. Jim. Ik twijfelde, weg hier of zou ik mijn armen om hem heen slaan. Ik koos een tussenweg. Ik lachte hem toe en zei: ‘Jim.’ Bij het uitspreken van zijn naam smolt elke weerstand weg.
‘Ik kom afscheid nemen op je laatste dag in Vegas,’ zei hij.
‘Wat leuk. Hoe weet je dat het mijn laatste dag is?’
‘Dat heb je mij zelf verteld.’
Daarvan wist ik zeker dat het niet waar was, maar Jim had manieren om ergens achter te komen.
Bijna terloops gingen zijn handen langs mijn tepels. De elektriciteit vloog over mijn huid, het bloed stroomde van mijn hals naar mijn wangen. Een dwingender gevoel balde zich samen in mijn buik, zo hevig dat ik zonder dat ik er iets aan kan doen zachtjes kreunde.
‘Jij wilt mij, waarom ben je dan niet bij míj?’ Hij drukte me tegen zich aan. Zijn erectie duwde tegen mijn buik. Vluchtig kuste hij me, alsof niemand het mocht zien. ‘Oh, Irene…’
Daarna zwom hij weg, sprong uit het zwembad. Bij de uitgang zag ik de mij bekende lijfwacht en hij gaf Jim een badjas aan.
Nasidderend probeerde ik mijn verstand de controle op mijn lichaam over te laten nemen van mijn hormonen. Dat viel niet mee, want ik zou er alles voor doen om nogmaals door hem gestreeld te worden. Ik staarde hongerig naar de uitgang, maar hij bleef weg.
Het was goed getimed, want de deuren van de vergaderzalen gingen open en alle belangrijke wiskundigen van de wereld nuttigden hun kopje koffie in de tuin bij het zwembad. Mark zwaaide naar mij. Ik stak mijn hand op en groette terug.

 

 

Femmy Fijten
Over Femmy Fijten 122 Artikelen
Femmy (Lagerwaard) Fijten (Schiedam 1953, †Arnhem 20-07-2017, groeide op in Den Haag en studeerde biologie in Leiden. In 2010 heeft ze van het levensverhaal van haar oom een roman gemaakt. Dat is Terug naar Bandung geworden. Ze heeft daarvoor een reis naar Indonesië gemaakt en heeft zich verdiept in de geschiedenis. De Arnhemse uitgeverij Nieuwe Druk heeft het boek in 2013 gepubliceerd. Haar tweede roman is een logisch vervolg op haar eerste: Vaarwel Soerabaja is uitgekomen in oktober 2015. Het verhaal speelt zich weer in Nederlands-Indië af. Femmy voltooide haar derde en laatste roman, In het spoor van Birma, kort voor haar overlijden. Dit zeer persoonlijke boek verscheen september 2017 eveneens bij Nieuwe Druk. Daarnaast schreef Fijten korte verhalen. In maart 2013 is de Verhalenbundel Niets is wat het lijkt uitgekomen bij Fenisko, waarvoor een van haar korte verhalen is geselecteerd, nl Maxima cum laude. In december 2013 is de verhalenbundel Lezen en laven uitgekomen, een selectie van Ton van Eck en Femmy Fijten, weer bij Nieuwe Druk met daarin haar verhaal Ocean Spirit. Bij dezelfde uitgeverij eveneens door Van Eck en Fijten geselecteerd, de verhalenbundel 'Arnhem met een scheve blik', met twee verhalen van Femmy. Wrange vruchten I en II.