Europa. Laat Polen en Hongarije met rust


De zoveelste crisis in de EU zal de meeste burgers, en lezers, vermoedelijk geen lor kunnen schelen. Iedereen die het ‘grote Europese vredesproject’ enigszins volgt weet dat het in de EU permanent bonje is. Over geld, macht en soms ook over principes. Het is nooit anders geweest. Toen het nog het ‘Europa van de zes’ was en nu het ‘Europa van de 27’. En het zal waarschijnlijk nooit veranderen.

Voor deze jammerlijke toestand kun je twee hoofdoorzaken aanwijzen. Er zijn ongetwijfeld andere factoren die meespelen, maar dit zijn, zo u wil, de boosdoeners. De eerste en verreweg belangrijkste is de natiestaat. De andere is de spanning tussen belangen- en waardengemeenschap.

De natiestaat is de enige politieke grootheid van omvang die voor de burgers telt. Daar maken ze deel van uit, voelen ze zich mee verbonden en juichen ze voor. Bij songfestivals duimen ze voor de douze points en in voetbalstadions (als ze er weer in mogen) zetten ze een klomp of een kaas op hun kop. Het is de voornaamste bron van hun identiteit. Dat vinden de weldenkenden onder ons niet altijd even leuk. Bijproducten als nationalisme, chauvinisme en populisme zijn in die kringen vaak terecht een gruwel.

Peter van Nuijsenburg, Europese regering, Natiestaat
Wie kent meer dan twee leden van de ‘Europese regering’?

Toch, naar die natiestaat gaat in de EU de loyaliteit van de meeste burgers uit. De EU leeft niet. Dat komt mede doordat het een van bovenaf opgelegd project is waar de meeste mensen niet warm voor lopen. ‘Brussel’ staat voor bureaucraten, baantjesjagers en malle regels. Het Europese Parlement is een verzameling naamlozen die als ze echt iets voorstelden hun kunsten wel in het eigen, nationale parlement zouden vertonen. De euro, het vlaggenschip, maakt bij zwaar economisch weer gauw water en kan alleen met verwoed lozen drijvend worden gehouden. Je zou kunnen zeggen de EU bestaat omdat het bestaat. Veel positiever valt er voor de meeste burgers niet van te maken.

Er is in de afgelopen decennia veel geld en enige denkkracht geïnvesteerd in een beter imago. Dat is een hardnekkige illusie in de politiek. Een product waar niemand zin in heeft, breng je ondanks de meest uitgekiende marketingtrucs niet aan de man. Als het werkt, werkt het alleen in de nationale politiek. Daar kunnen de reclamejongens op zijn best van een matig leider soms een iets minder matige leider maken. Voor de EU is het nog nooit gelukt.

Europa moet Unie niet oppoetsen

Soms proberen mensen die beter zouden moeten weten de EU op te poetsen tot een toekomstige ‘wereldspeler’. In dat verhaal is de EU een ‘economische reus’ die nu eindelijk eens een ‘politieke reus’ moet worden. De wereld bestaat uit twee rivaliserende machtsblokken, China en de VS. Om niet door deze olifanten vertrapt te worden, moet Europa ook een olifant worden. Met een eigen defensie-  en buitenlands beleid zodat het op dat wereldtoneel mee kan stampen. Dat kan alleen als EU haar nationale krachten bundelt en een federale staat wordt. Hun argumenten hebben de charme van de logica maar in een samenwerkingsverband waar de natiestaat met haar eigen vitale belangen de belangrijkste kracht is en blijft, geven ze niet de doorslag. Europa blijft een olifantje met groeistoornissen.

Peter van Nuijsenburg, Europa, Nooitmeeroorlog
Afbeelding op Saintegidio.com

Dan komen we bij de tweede belastende factor. De EU afficheert zich graag als een ‘waardengemeenschap’, met de rechtsstaat als bindend beginsel. Daar valt heel veel voor te zeggen. De EU is ruim 70 jaar geleden opgericht nadat twee wereldoorlogen het continent verwoest hadden. ‘Nooit meer oorlog’ is een prachtig leitmotiv. Maar na 75 jaar zonder oorlog (afgezien van de Balkanoorlogen van 30 jaar geleden die trouwens het gelijk van de EU-stichters onderstreepten), is dat motief aan slijtage onderhevig. Geen oorlog is het Europese normaal geworden. En daarmee voor de meeste burgers vanzelfsprekend.

De ‘founding fathers’ van de EU waren niet naïef. Ze begrepen dat een ideaal, hoe verheven ook, als fundament niet sterk genoeg is. Economische groei, brood op de plank, welvaart in de vorm van de verzorgingsstaat waren minstens zo belangrijk. Als de EU daar niet wezenlijk aan kon bijdragen, zou het nooit meer worden dan een ideëel waterhoofd met een amechtig lijf. Dat gedrocht kun je in leven houden maar echt levensvatbaar is het niet.

Voor sommige lidstaten, het VK en in zekere zin ook Nederland, was die economische component de belangrijkste. Met de gemeenschappelijke markt, het vrije verkeer van mensen, diensten en goederen, was voor hen het doel bereikt. Meer hoefde niet. Ze waren niet van plan meer soevereiniteit in te leveren, ook omdat het aan de eigen burger onverkoopbaar zou zijn. Met meer EU liep je bovendien het risico dat ze de speelbal zou worden van demagogen en populisten die maar ‘Brussel’ hoefden te roepen om de eigen regering de stuipen op het lijf te jagen.

De EU is een belangen-  en waardengemeenschap. In het beste geval is het beide. Maar voor sommige nieuwe Oost-Europese lidstaten, met name het huidige Hongarije van Viktor Orban en het Polen van de PiS-mannen, draait het vooral om de poet. De onuitputtelijke subsidiepotten van de EU, dat is de natte droom van elke regeringsleider met grote aspiraties. De waarden willen ze eventueel op de koop toe nemen. Dat wil zeggen, alleen en zolang ze er geen last van hebben.

Wat kan je als Europa doen met lidstaten die wel de poen opstrijken maar de waarden aan de laars lappen? Die met EU-subsidie zichzelf en hun trawanten verrijken. De rechtsstaat ontmantelen. De pers breidelen. Kortom, met de kernwaarden van de democratie het autocratische achterwerk afvegen. Ook nog met steun van de meerderheid van de bevolking.

Peter van Nuijsenburg, Europa, Viktor Orban
Dwarsfluiter Viktor Orban

Het antwoord is: weinig tot niks. In theorie kan een lidstaat geschorst worden maar dat is alleen theorie. Dat besluit moet met unanimiteit genomen worden. In het concrete geval van Polen en Hongarije betekent dit dat ze elkaar tegen uitsluiting kunnen en zullen beschermen. Afgelopen zomer is er tijdens de discussies over het corona-steunpakket een koppeling aangebracht tussen subsidies en de integriteit van de rechtsstaat. Wie de rechtsstaat ondermijnt, verspeelt zijn recht op geld. Dat besluit kan via een gekwalificeerde meerderheid genomen worden. In theorie kan Hongarije en Polen dan hun deel van de corona-poet door de neus geboord worden.

Inderdaad, wat u zegt, in theorie. De Hongaren en Polen waren er niet van onder de indruk. Als Brussel hen daarmee in het gareel wilde schoppen, hadden zij bij wijze van represaille een veel machtiger wapen. Ze konden het steunpakket en de Europese begroting vetoën. Aldus geschiedde.

Als je geen machtsmiddelen hebt, moet je een conflict, hoe principieel ook, niet op de spits drijven. Brussel moet hopen dat de Polen en Hongaren inbinden omdat ze zichzelf in de vingers zouden snijden. De Polen krijgen 130 miljard en de Hongaren 40 miljard uit het coronafonds. De oplossing zou nu gaan om het vinden van een voor alle partijen het gezichtsverlies beperkende formule. Ze moeten ieder voor zich de fictie kunnen verkopen dat zij aan het langste eind hebben getrokken. Zoiets zal er aan het eind van het liedje wel uitkomen.

Weg met het vetorecht, verenigd Europa

De enige, structurele oplossing is de afschaffing van het vetorecht. Dat was ooit een mechanisme om de belangen van kleinere staten te beschermen. Met 27 leden is het een rem op verdere integratie en werkt het chantage in de hand. Het alternatief is de invoering over de hele linie van het systeem van gekwalificeerde meerderheden. Daarbij zou een voorstel de stemmen moeten krijgen van nu minstens 15 lidstaten (55 procent van de lidstaten en 65 procent van de totale bevolking). Voor de EU zou dat een revolutie zijn en dus kunnen we het voorlopig vergeten.

Zolang de natiestaat met vetorecht de EU blijft overheersen, en er is op afzienbare termijn geen uitzicht op verandering, blijft het voortmodderen. Landen als Hongarije en Polen kunnen blijven blokkeren, saboteren en vetoën. Tot de bevolking daar de buik vol heeft van de corruptie, de verloedering van de politiek en de ondermijning van de rechtsstaat en de regerende kliek wegstemt, blijft dit zo.

Tot die democratische gisting op gang komt, is het waarschijnlijk het beste de Hongaren en Polen met rust te laten. Te veel Brusselse druk zou averechts kunnen uitpakken en steun voor Orban en co kunnen mobiliseren. Daarmee zou de EU zichzelf weer eens geen dienst bewijzen.

Eerder op Trefpunt: Nauwere banden EU en Asean

Peter van Nuijsenburg
Over Peter van Nuijsenburg 233 Artikelen
Journalist en publicist Peter van Nuijsenburg (1951) werkte in het verleden bij De Telegraaf, Elsevier en persbureau GPD, het Financieele Dagblad en diverse omroepen. Hij was correspondent in Johannesburg, Berlijn, Tokio en Rome. Peter was voorheen ook parlementair en economisch redacteur. Hij is liefhebber en kenner van kunst en cultuur. Bij dagblad Trouw publiceerde hij boekbesprekingen. Beroepsmatig en (meer recentelijk) als toerist was hij in Thailand en andere Asean–landen.

1 Comment

  1. Prima verhaal, verenigd Europa blijft een illusie zolang het wordt gerund door zelfbenoemde en dus ondemocratische maar vooral bureaucratische zakkenvullers, zoals onze vrolijke Timmerfrans op de foto, en niet wordt gedragen door de Europeanen. Zolang ze de stopcontacten en de rijbewijzen, laat staan de wegenbelastingen binnen Europa nog niet op een lijn kunnen brengen. Zolang we het binnen de Benelux nog niet eens kunnen worden over coronamaatregelen…
    Des te vreemder is de conclusie van het verhaal. Dan word ik, niet eens Fries, toch opeens even die nuchtere Wopke Hoekstra en roep ik dat ook voor Polen, Hongarije en nu ook Slovenie geldt: There is no such thing as a free lunch!

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*