Erfgoed in Thailand: Teakhout in Noord Thailand


In de huidige tijd wordt Thailand gezien als een toeristische plek, waar ook rijst wordt verbouwd en auto’s  geassembleerd. Weinigen weten dat slechts 100 jaar geleden dit beeld heel anders was. Siam stond gelijk aan teak houtexport. De bomen kap wordt nu gezien als rampzalig voor het milieu, maar indertijd leverde de teakbouw veel geld op. Het ondersteunde de ontwikkeling van het huidige Thaise politieke en regeringssysteem en heeft een groot aantal prachtige gebouwen achtergelaten. 

Het Khum Wichairacha house in Phrae.

De Britten

In de 19e eeuw was teak een belangrijk handelsproduct. Het werd niet alleen gebruikt voor meubels en gebouwen, maar ook voor de scheepvaart. De Britten hadden teak bouw en -handel ontwikkeld in Birma en India en waren op zoek naar nieuwe bronnen, en keken naar Siam als een volgende locatie. In Siam was de teak handel in die tijd, het midden van de 19e eeuw, in handen van Chinese of Birmese ondernemers die afspraken/concessies hadden met lokale heersers. 

Teakhout bij de Rachadapisek brug in Lampang.

In 1870 opende de Borneo Company Ltd in Bangkok een houtzagerij en benoemde enkele jaren later Louis Leonowens tot algemeen directeur in SiamLeonowens was de zoon van Anna Leonowens, de engelse lerares die prins Chulalongkorn en zijn broers Engels had geleerd.

Portret van Anna Leonowens geschilderd door Robert Harris in 1905.

De Deense East Asiatic Company, die ook een kantoor had geopend, verzond in 1882, als eerste bedrijf een partij Siamees teak naar Europa. De Europese klanten raakten door deze eerste partij overtuigd van de goede kwaliteit van het hout. Meer en meer bedrijven, waaronder het Britse  The Bombay Burmah Trading Company (BBTC) openden de deuren in Siam. Deze Europese bedrijven waren goed georganiseerd, met voldoende geld en politieke steun vanuit Europa en drukten ze de Chinese en Birmese handelaren met gemak uit de markt. 

Het kantoor van de The Bombay Burmah Trading Company in Phrae, het gebouw werd vorig jaar per ongeluk afgebroken.

Siamese politiek

Koning Chulalongkorn (Rama V) probeerde in deze periode een gecentraliseerde overheidsstructuur in Europese stijl op te zetten voor heel Siam. De Europese teak handel en het vernieuwen van de overheidsstructuur raakten nauw met elkaar verweven. De managers van de teak bedrijven brachten Europese werkwijzes mee en beinvloeden de regering. Rama V wilde daarnaast ook heel Siam gaan regeren. Noord Siam was weliswaar schatplichtig aan Bangkok, maar werd geregeerd door lokale heersers. Met het toenemen van het aantal Britten in Noord Siam voor de teakhandel werd het aantal geschillen met lokale heersers die de bossen als hun eigendom beschouwden groter. 

Dit leverde wrijving op tussen de Britse en de Siamese regeringen. Een tweetal verdragen, in 1874 en in 1883, beide genoemd naar de stad Chiang Mai, moesten uitkomst brengen. De verdragen gaven Siam meer macht en controle in Noord-Siam en de Britse bedrijven voelden zich veiliger met deze juridische kaders, en breiden snel uit naar het noorden. Britse en Bangkok belangen lagen vaak op één lijn wat betreft het beheersen van Noord-Siam.  

Koning Chulalongkorn

Maar tegelijkertijd hadden koning Chulalongkorn en zijn regering angst dat de Britten hem op eenzelfde manier zouden behandelen als koning Thibaw Min van Boven-Birma. Deze had zijn landgenoten opgeroepen Neder-Birma van de Britten te bevrijden en een boete opgelegd aan een Britse bedrijf voor overkap van hun concessies. De Britten gebruikte al hun politieke connecties en oefenden druk uit op de koning. Toen dat niet het gewenste effect had werd hij middels een militaire interventie in 1885 afgezet (de derde Anglo-Birmese oorlog). 

Britse troepen na de inname van de Birmese stad Minhla tijdens de derde Anglo-Birmese oorlog.

Koning Chulalongkorn en zijn ministers zagen deze gebeurtenissen met lede ogen aan. De grote hoeveelheid Britse medewerkers in het Noord-Siam konden makkelijk veranderen in Britse soldaten. De teak industrie groeide desondanks gestaag. De Britse bedrijven hadden aan het begin van de twintigste eeuw controle over 40% van de commerciële teakbomen in Noord-Siam. Ze werden waarschijnlijk bevoordeeld omdat ze met regelmaat advies gaven aan de Siamese regering. 

Teak handelaren voor de Gymkhana golfclub in Chiang Mai.

Het werk

De teak industrie is zeer arbeidsintensief en er werden vooral Birmese arbeiders aangetrokken om het werk uit te voeren. De teakboom heeft gelige schors, grote lichtgroene bladeren en witte trossen bloemen. Het duurt 80 tot 100 jaar om te groeien, en de kap vindt meestal plaats bij een omtrek van ongeveer 2 meter en bij een hoogte van 60 tot 80 meter. In het voorjaar (de hete droge tijd in Thailand) werden bomen geselecteerd voor de kap en ter voorbereiding ‘omgord’, dit will zeggen dat de buitenste laag van de boom wordt ingekeept waardoor de boom uitdroog en afsterft. Twee jaar later, in de periode van maart tot juni, werden de dode bomen dan gekapt en vervolgens door olifanten naar de dichtstbijzijnde rivier gesleept. 

Olifanten slepen de boomstammen naar de rivier voor verder vervoer over water.

Olifanten vormden een essentieel onderdeel van de industrie. Er worden aantallen van 2500 olifanten genoemd werkzaam in de teakindustrie omstreeks de eeuwwisseling. Het artikel: Of Teak and Elephants: a Teak-Wallah Reminisces, van Dick Wood in Journal of the Siam Society geeft een mooie indruk van het leven van de werkers, olifanten en de opzichters, meestal Britten in die tijd. Zodra de regens startten, omstreeks september, begonnen de boomstammen via de rivieren aan hun lange reis stroomafwaarts.

In eerste instantie als losse stammen in de bovenloop van de rivieren, maar zodra de rivieren zich verbreden ter hoogte van bijvoorbeeld Tak, Sukhothai of Uttaradit, werden ze tot vlotten samengebonden. Aangekomen in Bangkok werden de stammen verzaagd en verwerkt. Jaarlijks arriveerden zo’n 100.000 stammen in Bangkok, maar de reis van de individuele stammen kon tussen de vijf en acht jaar duren. Dit was geen industrie waar men snel rijk van werd.  

Na de eerste wereldoorlog raakte de teakindustrie in verval, de vraag naar hout voor boten nam af, en in de jaren na de 2e wereldoorlog werd de industrie in Thailand genationaliseerd. Nu is het een vergeten industrie, maar in veel provinciesteden in het noorden zijn nog mooie gebouwen als cultureel erfgoed terug te vinden. Hierover een volgende keer meer.   


Beste lezer

Trefpunt Azië is een reclamevrije site geheel gemaakt door vrijwilligers. Al onze berichten zijn voor iedereen te lezen. Maar het in stand houden van een website als Trefpunt Azië kost geld; er zijn kosten voor software om de site te maken en de huur van serverruimte zodat hij te zien is. Die kosten worden gedragen door leden van de redactie en die kunnen daarbij wel wat hulp gebruiken. Als u wilt helpen met een (kleine) bijdrage klik dan op de rode knop rechtsonderdaan op de pagina en doneer, dat kan al vanaf 3 euro. Wilt u op een andere manier helpen? Mail dan even met de redactie: post@trefpuntazie.com

Dankzij uw bijdrage kan Trefpunt Azië elke dag nieuws en achtergronden uit uw favoriete werelddeel blijven brengen.

 

Redactie
Over Redactie 767 Artikelen
De auteursnaam van de redactie van Trefpunt Azië. Wij publiceren onder deze naam berichten van de redactie en bijdragen die niet onder naam van de bron kunnen worden geplaatst.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*