Erfgoed in Thailand: Baan Hollanda in Ayutthaya

Baan Hollanda is een informatiecentrum in Ayutthaya dat inzicht geeft in de (handels)relatie tussen Thailand en Nederland. Het informatiecentrum staat op dezelfde locatie als een 17e eeuwse VOC handelspost. De VOC stond aan de basis van de handelsrelatie. 

Gezicht op Ayutthaya, door Johannes Vinckboons. Nu te zien in het Rijksmuseum.

De VOC (Verenigde Oost-Indische Compagnie), in 1602 in Holland opgericht met het doel handel te drijven in De Oost (dit betrof het gebied van hedendaags Irak tot Japan), kreeg van de Staten Generaal der Nederlanden het alleenrecht op handel en scheepvaart naar Azië. Behalve handel had de VOC ook het recht om fortificaties te bouwen, een leger te hebben en oorlog te voeren, gouverneurs te benoemen en verdragen af te sluiten met lokale heersers. 

Koning Ekathotsarot

De eerste VOC-handelaren arriveerden in Ayutthaya in 1604, nadat ze in 1601 in Patani en Songkhla in Zuid-Thailand voor het eerst aan land waren gegaan. In 1608 mochten ze van koning Ekathotsarot in Ayutthaya een handelspost vestigen. Net buiten de stadsmuren van Ayutthaya, waar ook de Britten en Portugezen een handelspost hadden.

Postzegels uitgegeven in 2011 om 500 jaar Portugees-Thaise betrekkingen te vieren.

De handel met Siam bestond uit bijvoorbeeld textiel van de oostkust van India of zilver voor het slaan van munten. En, om de goede banden te bevestigen met Siam, geschenken als Europees textiel, geweren, specerijen en hengsten uit Perzië. Vanuit Siam werd dan weer rijst naar Batavia, roggen- en hertenvellen naar Japan (gebruikt als bekleding van schilden), tin naar India, lood naar Taiwan en, het als geschenk van de koning ontvangen, sappanhout naar Nederland geëxporteerd.

De Nederlanders in Siam hielden zich niet alleen bezig met handel. Ze namen deel aan de samenleving, deelden kennis en kunde en probeerden invloed te krijgen aan het hof van de koning met als doel er commercieel beter van te worden. Zo stonden de Hollanders de koning bij met militaire hulp bij een opstand in Zuid-Thailand en als dank kregen ze meer land geschonken aan de Chao Praya rivier. 

17-eeuwse kaart van Ayutthaya, in het oranje vlakje lag de VOC-factorij.

De Factorij 

Met de uitbreiding van het terrein kwam er ruimte voor nieuwbouw; De Logie of het Rode Gebouw. In 1634 bouwde Joost Schouten, het toenmalige Opperhoofd van de Factorij, een bakstenen gebouw met 2 verdiepingen. Het diende als woonverblijf voor het hoofd van de handelspost en als kantoor. Er waren ook opslagruimten en verblijfsruimten voor bezoekers. In andere gebouwen op het terrein waren er werkplaatsen, verblijven voor manschappen en scheepslieden, en er waren woonruimtes voor gezinnen. In 1732 woonden er volgens de VOC verslagen 240 gezinnen, in totaal 1443 mannen, vrouwen en kinderen. 

Verslagen en andere stukken uit het VOC-archief zijn te vinden in het Nationaal Archief.

De VOC maakte van al hun activiteiten een nauwkeurig verslag, en deze stukken werden (later) zowel in het Engels als het Thai vertaald. Ze zijn voor Thailand een belangrijke bron van informatie op zowel diplomatiek, sociaal en historisch gebied over deze periode. Zo schreef de Hollandse arts Gijsbert Heecq (of Heeck), die in Ayutthaya gestationeerd was, een uitgebreid en gedetailleerd verslag over de Factorij in 1655. Het ‘dorp’ bestond toen uit verschillende gebouwen, opslagruimten, een tuin en een begraafplaats, aldus Heecq.

De handelspost bleef actief tot 1765, toen besloot de VOC zich uit Ayutthaya terug te trekken. De handel was in de loop van de 18e eeuw afgenomen en de politieke relaties waren nogal wisselend. Toen in 1767 de Birmezen Ayutthaya onder de voet liepen werden de gebouwen met de grond gelijk gemaakt. Daarna werd het stil rondom de nederzetting.

Opgravingen

Het terrein van de Hollandse nederzetting in Ayutthaya werd in 1938 geregistreerd als een historisch belangrijke locatie door de Afdeling Schone Kunsten van het Ministerie van Cultuur in Thailand. In 1952 werden eerste onderzoeken gedaan op het terrein en waarbij de bakstenen funderingen van de gebouwen werd gelokaliseerd. De toenmalige Nederlandse gemeenschap in Thailand plaatste in 1956 een herdenkingsteken bij deze funderingen. Er is sprake van een eerste opgraving in deze periode, maar er zijn geen gegevens van bewaard.

Voorwerpen die werden gevonden bij de opgravingen.

In 2003 werden grootschalige opgravingen gestart in het kader van de viering van de 400-jarige handelsrelatie tussen Thailand en Nederland in 2004. De funderingen van 3 gebouwen werden blootgelegd. Vanaf 2008 werd er verder onderzoek gedaan, met financiële hulp van de Nederlandse overheid. Een vierde bakstenen gebouw en meer onderdelen van de andere drie gebouwen, waaronder afvoersystemen, werden blootgelegd. Ook werden gebruiksvoorwerpen, zoals Chinees porselein, Delfts Blauw aardewerk, glas, aardewerken pijpen, munten, enz. gevonden. 

Het huidige terrein van Baan Hollanda heeft een afmeting van 2000 vierkante meter. Dit is slechts 10% van de oorspronkelijke nederzetting. Een groot deel is niet uitgegraven en of dat ooit zal gebeuren is de vraag. Het terrein is opgesplitst en verkocht. Aangrenzende terreinen worden – in ieder geval 4 jaar geleden – commercieel gebruikt.

De bouw van het huidige informatiecentrum, dat is geïnspireerd op de beschrijving van de eerder genoemde Gijsbert Heecq, werd afgerond in 2011 en officieel opengesteld in 2013. 

In het informatiecentrum is een permanente tentoonstelling te zien over het begin van de Thais-Nederlandse handelsrelatie, met de VOC als een belangrijk onderdeel. Maar natuurlijk ook inzicht in Ayutthaya en Siam in de 17e en 18e eeuw.  

Over Redactie 798 Artikelen
De auteursnaam van de redactie van Trefpunt Azië. Wij publiceren onder deze naam berichten van de redactie en bijdragen die niet onder naam van de bron kunnen worden geplaatst.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*