De erfenis van Charles van der Molen (4)

Femmy Fijten, De erfenis van Charles van der Molen

Ketenen

De volgende dag belde ze aan bij nummer 17 op de Veritasweg. Een eenvoudige woning van voor de oorlog. Het smalle straatje stond vol geparkeerd met auto’s. Met de opmars van dit vervoermiddel werd in die tijd bij de ontwikkeling van wijken geen rekening gehouden.

De deur ging open. Een vrouw glimlachte naar haar.
“Wat komt u doen?” vroeg ze.

Mira stond sprakeloos, haar mond was drooggeslagen. De vrouw moest ouder dan tachtig zijn, maar ze stond fier rechtop, met gave tanden, ogen helderblauw in friswit, roomkleurig haar elegant opgestoken. Enkele losse plukjes vielen vrolijk rond haar gezicht. Met haar crème deux pièce en beige pumps zag ze er uit of ze op het punt stond om uit te gaan. Deze vrouw was haar moeder.

Florine leek enigszins verward toen Mira geen antwoord gaf. Ze moest ongetwijfeld herkenbare trekken zien in Mira, want het kwartje viel.

“Mira?”

Een traan gleed over een wang. Ze vielen elkaar huilend in de armen.

“Je vader was ziekelijk jaloers, en dat andere.” Mira dacht dat ‘het andere’, het overspel was, waardoor Charles niet haar echte vader bleek te zijn. Samen zaten ze aan de houten eettafel. De ruimte was verrassend modern ingericht. In het voorste deel van de kamer stond een flinke loungebank en hing er een reusachtige tv aan de muur. Grote bossen bloemen completeerden de vrolijke uitstraling. Hier werd niemand gemist, dacht Mira.

Florine had er een fotoboek bij gepakt, het lag opengeslagen op tafel, een paar foto’s van een lachend bruidspaar waren zichtbaar.

“Waarom heb je mij in de steek gelaten,” had Mira gevraagd, en toen begon Florine over de jaloezie.

“In eerste instantie waren we gelukkig. Hij was zo’n knappe man. En rijk… Hij kon alle vrouwen krijgen. Erfgenaam van het Van der Molen imperium. Wie zou hem niet willen?”
“Je voelde je uitverkoren.”

“Zeker. Het eerste jaar flankeerde ik hem op al zijn zakenreizen. Maar ja, ik was net twintig, ik verveelde mij dood. Dus ik pakte een studie op en ging niet meer mee op zijn trips. Toen begon hij te mopperen. Hij wilde precies weten waar ik was… niet per dag, maar per uur. Op een bepaald moment kreeg ik een lijfwacht.”

“Om je in de gaten te houden?” Florine knikte.
“Het werd van kwaad tot erger. Als ik een glaasje was gaan drinken met studiegenoten, kregen we ruzie. Wie waren dat, en als er een jongen bij was… tja.. uiteindelijk moest ik stoppen met studeren van hem. Het was alleen maar om met jongens te sjansen, zei hij, schandalig. En dat voor een getrouwde vrouw.”

“Je werd een gevangene.”
“Inderdaad, zo was het.”

“En dat andere? Kreeg je een verhouding met iemand?”
“Ik? Welnee. Dat was Charles kinderwens. Ik werd niet zwanger. Hij dacht dat ik er iets tegen deed, dat ik er geen wilde. Met een kind kon ik niet flirten, riep hij met luide stem. Maar ten eerste flirtte ik niet en ten tweede leek een baby mij best leuk. Dus ik wilde wel. De dokter heeft ons onderzocht. Hij heeft tegen míj gezegd dat Charles lui zaad had. Hij durfde het Charles niet te vertellen. Zogenaamd voor nader onderzoek heeft hij het zaad verzameld en het stiekem bij mij ingespoten. Hij zei dat ik het beter voor mij kon houden. Mijn man was een opvliegend type indertijd.”

“En na die kunstmatige bevruchting werd je zwanger? Dus Charles is wel mijn echte vader.” Mira wist niet of ze blij of teleurgesteld moest zijn.

“Tja…blijkbaar was één zaadcelletje niet te lui om de eicel te bevruchten. En met wat een resultaat!” Florine glimlachte een aaide haar dochter over haar arm, “Wat ben je een mooie vrouw geworden, Mira. Je moet mij alles vertellen over je leven. Heb je kinderen?”

“Maar waarom heb je mij bij hem achtergelaten?” vroeg Mira. Ze schudde haar moeders hand van haar arm. Florine legde hem schuldbewust met gebogen hoofd in haar schoot.

“Ik kon het leven met hem echt niet volhouden. Het werd van kwaad tot erger. Je moet je voorstellen dat ik op een bepaald moment met ketenen aan mijn enkels in huis schuifelde tot je vader thuiskwam. Dat er dubbele sloten op de deuren zaten. En … dat hij gewelddadig werd. Als ik vroeg om wat verlichting, kreeg ik een pak slaag. Ik kon het niet meer aan.”

Het werd stil. Beide vrouwen zaten in gedachten verzonken.

“Mmmmm…..toen moet hij gedacht hebben dat ik zijn kind was,” merkte Mira op.

Ondertussen was het laat geworden. Florine schonk voor beiden een whisky in. Hij smaakte goed dit keer.
“Je kunt hier blijven slapen.”

En dat deed Mira.

Femmy Fijten
Over Femmy Fijten 122 Artikelen
Femmy (Lagerwaard) Fijten (Schiedam 1953, †Arnhem 20-07-2017, groeide op in Den Haag en studeerde biologie in Leiden. In 2010 heeft ze van het levensverhaal van haar oom een roman gemaakt. Dat is Terug naar Bandung geworden. Ze heeft daarvoor een reis naar Indonesië gemaakt en heeft zich verdiept in de geschiedenis. De Arnhemse uitgeverij Nieuwe Druk heeft het boek in 2013 gepubliceerd. Haar tweede roman is een logisch vervolg op haar eerste: Vaarwel Soerabaja is uitgekomen in oktober 2015. Het verhaal speelt zich weer in Nederlands-Indië af. Femmy voltooide haar derde en laatste roman, In het spoor van Birma, kort voor haar overlijden. Dit zeer persoonlijke boek verscheen september 2017 eveneens bij Nieuwe Druk. Daarnaast schreef Fijten korte verhalen. In maart 2013 is de Verhalenbundel Niets is wat het lijkt uitgekomen bij Fenisko, waarvoor een van haar korte verhalen is geselecteerd, nl Maxima cum laude. In december 2013 is de verhalenbundel Lezen en laven uitgekomen, een selectie van Ton van Eck en Femmy Fijten, weer bij Nieuwe Druk met daarin haar verhaal Ocean Spirit. Bij dezelfde uitgeverij eveneens door Van Eck en Fijten geselecteerd, de verhalenbundel 'Arnhem met een scheve blik', met twee verhalen van Femmy. Wrange vruchten I en II.