Eerste schooldag

Eerste schooldag

Dit jaar is de angst groter dan anders. De gebeurtenissen van afgelopen jaar maken me moedeloos en verdrietig. Samantha, zoals ze de eerste keer mijn lokaal binnenstapte, met haar lange, blonde vloeibare haren en fijne engelengezichtje, komt mij voor de geest en daarna het verbeten gezicht van Edward, haar vader. Al dagen zweet ik overmatig. De geur van angst voor het nieuwe schooljaar is niet weg te wassen.

Dit keer gebruik ik een dag om te acclimatiseren, een moment voor mijzelf op de school die nog verlaten is, maar waar ik alvast kan wennen aan de geuren en kleuren van het gebouw. Ooit ontving ik complimenten van de rector. Ik kan het, dacht ik toen. Om de moed erin te houden klamp ik mij vast aan dat gevoel. Maar dan denk ik aan morgen, de eerste dag van het nieuwe schooljaar.

Er is niemand hier. Vermoeid sta ik van de bureaustoel op. Het gaat mij niet lukken. Zuchtend recht ik mijn rug en pak mijn sigaretten uit mijn handtas. Ik loop de trap af en door de fietsenkelder naar buiten om er een op te steken.  Het moment dat ik weer was begonnen met roken, beleefde ik steeds opnieuw. Toen in dat plantsoen. Brakker dan na tien nachten doorhalen. Ik trilde en er liep bloed langs mijn kin. Met mijn mouw veegde ik mijn gezicht af. Zachte, weke plekken als een overrijpe appel.

Hij had mij een sigaret aangeboden die ik met bevende vingers aannam. Ik stak het ding tussen mijn beurse lippen. Zelf rookte Edward voortdurend en zo bezien was het een wonder dat ik er, ondanks alles wat we samen tot dat moment hadden meegemaakt, van afgebleven was. Meteen inhaleerde ik diep en de nicotine schoot door mijn hersenen. Duizelig werd ik en misselijk. Voorzichtig was ik met mijn tong langs mijn tanden gegaan. Een wonder dat ze er allemaal nog zaten.

De speurtocht naar zijn dochter hadden we nauwelijks overleefd. Die vreemde achterbuurt waar we haar hadden aangetroffen.

Na die eerste peuk zouden er meer volgen. Al die moeite van het stoppen was voor niets geweest. Ik had mijn collega serieus moeten nemen. “Duik er niet te diep in, had ze mij gewaarschuwd, op het moment dat er nog geen drugs in het spel waren. Het is een van je leerlingen had ze gezegd. Je bent geen psychiater, je bent de lerares Nederlands van het kind.” Maar ja, dan was er Edward en het beroep dat hij op mij deed, toen hij er alleen voor kwam te staan. Edward, goede Edward. Ik zie hem voor mij, wijdbeens zittend op een stoel in de docentenkamer. Zijn linkerhand wanhopig door zijn haar strijkend. Sigaret in de rechter. Welke vader zou echter niet half gek van angst zijn en overal hulp zoeken?

Terwijl ik de school uitloop, steek ik er een aan en neem een trekje. Langzaam voel ik de spanning van mijn schouders glijden. De zon koestert mijn gezicht. Het kan een mooie nazomer worden. Leunend tegen de muur sluit ik mijn ogen en voel ik mij een moment gelukkig. Daardoor is het nog wonderlijker dat ik mijn ogen voel prikken en ineens wanhopig snik, alsof ik de ramp aan voel komen. Door mijn tranen zie ik een schim bewegen. Een schaduw vliegt langs mij. Een harde slag. Daarna voel ik een explosie in mijn lichaam.

Mijn buik brandt, mijn lichaam lijkt in meerdere delen gespleten te zijn. Met uiterste inspanning ga ik rechtop zitten. Een vreemde weeë geur prikkelt mijn slijmvliezen. Puffend las ik een korte adempauze in. Op elke uitademing schuif ik centimeter voor centimeter naar de muur naast de achterdeur van de school en ga daar rechtop tegenaan zitten. Met verbijstering kijk ik naar de rode vloeistof die er op de tegels ligt. Kan ik het stoppen? Terwijl de zweetdruppels over mijn voorhoofd lopen trek ik met moeite mijn bloes uit, frommel die tot een prop en druk die tegen mijn buik. Als ik even mijn ogen sluit, voel ik mij wegzakken. “Nee, dichtdrukken en wakker blijven,” zeg ik hardop. “ Ontspan jezelf. Probeer de pijn onder controle te krijgen. Rustig, rustig… Concentreer je.”

Poesjkin ..... 48 uur lijden tot de dood na verloren pistoolduel....

Poesjkin ….. 48 uur lijden na  pistoolduel….

Een schot in de buik: pijnlijk en dodelijk. Had mijn favoriete schrijver Poesjkin niet 48 uur geleden voor hij na een buikschot overleed? En die undercoverman in Tarantino’s Reservoir dogs. Die bleef nog een etmaal in leven? De kracht vloeit weg, gelijk met het bloed dat uit mijn aderen stroomt. Iemand moet me hier ophalen.

“Zoef,” ineens het zoemende geluid van rubber over stoeptegels. Bekend geluid en ik sper mijn ogen open. In een flits is de fiets voorbij. Op net tien meter afstand. Had ik hem niet eerder gehoord door mijn woelige gedachten of maken de banden te weinig geluid? Was het een leerling, dan had hij misschien hier bij deze ingang moeten zijn, want hier is de fietsenstalling. Maar leerlingen hebben hier vandaag niets te zoeken. Morgen komen ze pas boeken en roosters halen. Waarom is deze poort zo keurig ingebed tussen twee plantsoenen? Zo kan niemand mij zien. “Hé,” roep ik vertwijfeld, maar dan is de fietser al te ver weg. Bovendien kan ik niet hard genoeg schreeuwen. Nog eens probeer ik geluid te maken. Het is niet meer dan een zucht in de wind. Eén keer zal iemand hier naar binnen gaan vandaag. Dat gebeurt, echt, dat gebeurt. Tot die tijd moet ik het volhouden.

Die jongen uit Reservoir Dogs met dat buikschot, ik weet niet meer of het mister Blue, Yellow of welke andere kleur ook was, kreeg uiteindelijk toch het genadeschot. Nee, geen genadeschot… ik vergis mij. Geweldige film, kan hem iedereen aanraden. Die jongen had daar lang gelegen met dat buikschot van hem. Ik probeer het mij te herinneren.

Nu voel ik mij moe, doodmoe, totaal uitgeput. Uitgeputter dan na een dag met zeven lessen en een vergadering. Opeens schiet het mij te binnen, Mr. Orange, de undercover in Reservoir Dogs van Tarantino. Op het laatst lag hij in een grote plas bloed. Mijn ogen openslaand neem ik mijn bloed waar. Zoveel als van Mr. Orange is het niet. Het bloed klotste als hij bewoog, om misselijk van te worden, dat geluid. Toen ik de film bekeek vond ik het luguber. Half bewusteloos lag hij er bij, steeds uit de dood ontsnappend. Als Mr. Orange buiten bewustzijn was, kreunde hij nog.

Langzaam gaat mijn blik over het plein. Door de twee grote, ommuurde plantsoenen aan mijn linker- en rechterkant zie ik maar een klein stuk van het plein, de singel verderop en de straat achter het water. Door alle planten en struiken lig ik hier bijna onzichtbaar voor passanten. Ik zie niemand langslopen, het is zo stil in de buurt als in een museum op een zomerse maandagmiddag.

Had ik maar biologie gestudeerd, of medicijnen dan had ik mijn kansen beter in kunnen schatten. Nederlands wat wil je nou met Nederlands, iedereen leest en spreekt het al en voor literatuur zijn ze op de middelbare school nog veel te jong. Ik had beter een echt vak kunnen kiezen.

Femmmy Fijten, Eerste schooldag

Mr. Orange …. hartstikke dood….

Arme Poesjkin hartstikke doodgeschoten, Mr. Orange ook.

Ze overleefden zo’n schot niet. Niemand. Hoewel die Tony Soprano….de maffiabaas uit de tv-serie. Hij was in ook zijn buik geschoten. Wat was er precies gebeurd? Hij kwam in coma, of lieten ze hem in coma, dat doen ze tegenwoordig. Zwaargewonden genezen dan beter. Tenminste dat geloof ik, maar wat weet ik ervan? Laatst nog een boek gelezen van iemand die vertelde dat je in coma nog van alles kan horen. Een vrouw die plotseling uit haar toestand ontwaakte, meende de discussie van artsen over haar levensbeëindiging gehoord te hebben. Met angst om het hart hoopte ze dat ze haar slangetjes zouden laten zitten. Tony Soprano heb ik afleveringen lang zien dromen, weken achter elkaar. Dat verzinnen ze niet, overleven kan. Zo bezien hoef ik mij nog niet bezorgd te maken. Hij is op een bepaald moment bijgekomen en was weer de oude. Dus kunnen ze mensen genezen na zo’n buikschot.

Als ze mij op tijd vinden…. dan trouw ik met Edward. In het wit. Ik moet grinniken en denken aan die andere keer dat ik bijna mijn jawoord heb gegeven. De jurk die daar dreigend aan het knaapje aan de zijkant van de kast hing. Hij paste er niet in. Glimmend door de plastic beschermhoes. De feesten waren al bijna in volle gang. Een doodskleed, zo bekeek ik de japon. Vooral mijn moeder had mijn aanstaande een goede partij gevonden, ze mocht hem houden. En toen was ik hem gesmeerd. Vertrokken met mijn spaargeld.

Edward had gelijk gehad. De dreiging zou blijven bestaan. Meermaals had hij mij gevraagd met hem mee te gaan en samen te gaan wonen. Waarom wilde ik dat niet. Was ik niet gelukkig met hem? Had ik het gevaar van in Den Haag blijven niet gezien? Oef… even probeer ik te bewegen. Dat moet ik niet doen, want dan begint het bloeden weer. De pijn… ik sterf erdoor. Vroeger, toen men nog niet verdoofd werd, stierven patiënten onder de handen van de chirurgijn van de pijn.

Nog zie ik ze daar staan, net naast het plantsoen, met hun rug naar mij toe, de drie meisjes met hun naveltruitjes en hun heuprokjes, waar volwassen mannen, o zo graag hun handen onder hadden gestoken. Nieuwe vriendinnen had ze gevonden, Samantha. Die twee had ik niet Femmy Fijten, Eerste schooldagin de klas, maar ik kende ze wel. Meestal is dat een slecht teken. Als ik langsliep, dan keek Samantha weg van mij. Alsof ze zo haar nieuwe vriendschap kon verdedigen tegen mijn invloed. Beide meisjes hadden een arrogante oogopslag waar minachting voor alle volwassenen uit bleek en ze rookten met nuffige, zelfverzekerde gebaartjes. Bijna dagelijks moesten ze nablijven voor te laat komen, brutaal gedrag. Tot ze voor straf een aantal dagen werden geschorst. Dan kon je ze aantreffen op het strand. In gezelschap van mannen die te oud voor hen waren, en die met hen flirtten. Door die aandacht voelden de kinderen zich gevleid. Samantha zeker, ja zij helemaal. Zo was het begonnen.

Hoor! Feestelijk stemmengegons
En vrolijke Bacchische wijsjes
Lang leven sierlijke meisjes
En tedere vrouwen zij houden van ons!

Warmte op mijn gezicht. Het wolkje is weg. Zo fris als de lucht eruit kan zien in Nederland. Een vreemd idee dat ik er straks misschien niet meer ben. Hoe donker is dat? Dat het dan zo zwart is, dat je niets meer kan zien, dat lijkt mij doodeng. Een enkele keer ben ik in een peilloze duisternis terechtgekomen en heb ik in paniek naar licht gezocht. Op een camping in de bergen in Zwitserland was dat. Ik kan mij mijn hartkloppingen herinneren.  Zal ik in een diep gapend gat vallen? Is er licht aan het eind van de tunnel.Wat zullen ze zeggen, de mensen die mij kennen? Wat hoop ik dat ze het jammer vinden. Niet per se iedereen, maar de meesten. Heb ik dat verdiend?

De telefoon bereiken is uitgesloten, die ligt naast mijn handtas op mijn werkplek op de administratie, één onneembare etage hoger. Met mijn hand ga ik over mijn buik, die kleeft van het bloed. Mijn brandende sigaret ligt schuin voor mij. Verdomme, nou lig ik hier te huilen. Kan ik niet iets aangenaams bedenken tijdens mijn sterven? Er moet toch afleiding te vinden zijn, positieve dingen. Nog drie sigaretten in mijn pakje. Rustig neem ik er één. Met mijn plakkerige hand duw ik hem tussen mijn lippen en neem een trekje. Zou dit dan echt mijn laatste worden? “Zo is ze toch nog gestopt met roken,” hoor ik ze zeggen. Even glimlach ik. Een gevoel van warmte stroomt door mijn buik als de pijn een tel wegzakt.

Allan Carr had mij uiteindelijk ervan af geholpen. Rustig inhaleer ik. Iedere roker moet het boek van Carr lezen ‘Stoppen met roken’…dat helpt echt. Als ik rook, voelt het beter aan. Nog twee sigaretten. Wat maakt het uit. Sam is er niet, Edward niet. Niemand roept “Je zou moeten stoppen.” De waarschuwing op de verpakking kan ik met moeite lezen: ROKEN IS DODELIJK. Leven is dodelijk. Stoppen met ademen is dodelijk. Je voor een truck gooien is dodelijk. Toch zie je dat soort waarschuwingen nooit op rijbewijzen of geboortekaartjes. Was ik altijd goed in, bewijzen die nergens op slaan. Dat duidt op een alfa-opleiding, zeiden mijn wiskundecollega’s. Hoewel het lastig was er een speld tussen te krijgen.

’t Is tijd, mijn lieve, tijd… mijn hart verlangt naar rust.

Poesjkin blijft door mijn hoofd gonzen. Beter dan Mr. Orange of welke meneer van een andere kleur, liever de poëzie dan het geweld. Vrede daar streef ik naar. Mijn hele leven al. Hoe komt het dat ik altijd in een warzone terechtkom. Samantha o, o, o. Niet aan denken. Alleen prettige gedachten… Het lijkt erop dat ik ze niet kan dwingen. Een traan loopt over mijn wang, maar ik durf hem niet weg te vegen.

Als ik probeer wat rechter op te gaan zitten, vliegt er een pijnscheut naar mijn hersenen. De prop onder mijn hand voel ik natter worden. Met een zucht sluit ik mijn ogen. Laat ik me op de mooie momenten in mijn leven concentreren. De momenten waarop de geur van liefde door mijn neusvleugels stroomde, de spieren ontspanden en mijn frons en rimpels verdwenen. De momenten waarop ik kon lachen. Samen met Edward beleefde ik enkele gouden momenten. In de tijd dat ze bij mij haar huiswerk maakte. Om vijf uur kwam hij uit zijn werk. Ik keek uit naar het moment dat hij Sam kwam halen.

“Goed gegaan?” was zijn eerste vraag, terwijl hij zijn jas aan de kapstok hing alsof hij thuis was. Prima was mijn standaardantwoord. Daarna liep hij handenwrijvend door naar de kamer en kuste zijn dochter op haar kruin. Vaak bleef ze gebogen over haar werk zitten.Femmy Fijten, Eerste schooldag
En dan dronken Edward en ik een glas wijn. Geurende, rode, stroperige vloeistof. Vrede op aarde, een heerlijk moment. Toen leek ze nog te redden. Ze stonden in schril contrast met de rampzalige en zwarte die tussendoor passeerden. Er was geen houden aan met Sam, we raakten haar letterlijk kwijt.

Tegen haar schouder geleund,
viel hij zomaar in slaap.
Dadelijk stokte haar stem:
zij streelde hem in zijn sluimer.

Misschien zijn dit mijn laatste minuten en dan verdoe ik die met somberheid. Lig ik hier dood te bloeden door mijn 131ste liefde, zoals die rare Poesjkin sneuvelt? Was het Edward?

Doodmoe van mijn woelig leven… denk ik weer.. wacht ik af onaangedaan.

Dat laatste is niet waar.. er zit een gat in mijn buik. Net als bij mijn Russische vriend. Hoeveel kan een mens lijden voor hij eraan sterft? Er moet iemand langskomen. Het liefst mijn collega Daniël, die zou meteen adequate maatregelen nemen. 112 bellen, “Een ambulance is nodig en onmiddellijk.” “Wat… ik bedoel NU!”

Daniël, ach, zo gelukkig getrouwd tegenwoordig met kindjes. Wat een wild leven hebben we gehad. Mijn andere minnaars zouden waarschijnlijk niet zo alert reageren. Ronald, bijna mijn bruidegom zou er waarschijnlijk een gaatje bijprikken. Edward zou volstrekt in paniek raken. Martin, ach, wellicht dat hij wat zou doen, maar misschien zou hij rondkijken of hij hier was gesignaleerd en zo niet spoorslags vertrekken. Als beroemdheid kon hij niet bij een halve dooie aangetroffen worden. Meteen als ik dat denk, weet ik dat ik hem tekort doe. Je kunt iemand niet kwalijk nemen dat hij niet van je houdt. Ik troost mij met de gedachten dat ik veel van hem heb geleerd, Poesjkin, de grote Russen, ja, daar studeer je dan Nederlands voor.

De tijd verstreek, geen leven, leed en liefde meer.

Femmy Fijten, Eerste schooldag

Poesjkin zwaargewond na duel met rivaal d’Anthes

Ondanks de pijn voel ik mij langzaam wegzakken, en probeer ik Poesjkin correct in gedachten voor te dragen. De concentratie laat het afweten… Waar godheid en bezieling zwegen….liever even rust. Zal ik dit overleven? Vast en zeker komt er iemand.

Eva, zou je me missen? Als ik hier de pijp ‘uitblaasde’, zoals jij zou zeggen? Ze had nooit veel op met uitdrukkingen in het Nederlands. Ik ben je enige zus, zusje. Zouden je kinderen het jammer vinden? Misschien dat mijn tante en mijn oom zouden treuren. Ja, die zouden zeker een rondje om de kist maken. Eva zou het regelen. Ik kan haar voor mij zien, enigszins vermoeid, vriendelijk. Zeker, een goed mens. Niet kapot te krijgen, zelfs niet door moeder. Eva…mijn zus, haar hulp was tijdens mijn studie onmisbaar. Dat moet ik haar eens met zoveel woorden zeggen.

De prop tegen mijn buik is niet veel roder geworden, nu ja rood, bruinig is beter gezegd. Zou het bloeden gestopt zijn. Ben ik leeg? Valt het mee?

Voor jou en mij begint het leven pas, toch is de dood nabij.

Er komen meer wolken aan de lucht. Hoe luidde het weerbericht vanmorgen? Zou het gaan regenen? Meestal kijk ik voor ik van huis ga, op weathernews voor de voorspelling en de neerslagradar. Vanmorgen gaf ik niet om zon of regen, want ik zou binnen werken. Een etage hoger op de administratie zou ik alvast mijn spullen in orde maken voor het komend schooljaar.

Ik zucht. Hoe dan ook: morgen gelukkig geen school.

Deze pagina delen

  • Delen op Facebook
  • Delen op Twitter
  • Delen op LinkedIn
  • Delen op Google+
 

Lees ookgerelateerde berichten

2 Reacties

  1. eh…. ik denk wel dat ze op tijd wordt gevonden.
    Dank je voor het compliment.

  2. Prachtig ! maar hoe loopt het nu verder af ?

    Lode Engelen

Reageer

E-mail (wordt niet gepubliceerd)