De eerste ontmoeting

Het wordt steeds drukker in Chiang Kham provincie Phayao, steeds hectischer. Dat merk je ook aan de mensen.
Dat was toen anders. We schrijven november 1991 en het viel me vooral op hoe relaxt het er aan toe ging. Rustig aan, tijd zat, stress nooit van gehoord!  Die sfeer bedoel ik.

Nieuwsgierigheid had me uit mijn hotelkamer gedreven. Ik had me er opgefrist na de lange busreis vanuit Chiang Mai en moest nog een halfuurtje wachten. De tijd doden dan maar. Straks zou ik haar ontmoeten. Het grote moment naderde. Ik zou haar voor het eerst zien, voor het eerst haar stem horen.

Beneden keek de bediende aan de balie nauwelijks op. Hotelgasten zijn nu eenmaal passanten, ze komen, ze gaan. Daar hoef je niet uitgebreid contact mee te zoeken, is verloren energie. Ik wandelde een beetje heen en weer vlak voor het hotel. Niet te ver want in deze onbekende omgeving was mijn hotelkamer de enige vertrouwde plek. Ik keek naar de straat en de huizen, het sporadische verkeer, de mensen. In vergelijking met Chiang Mai was dit geen bruisend oord te noemen.

Er stonden zeven á acht samlors (fietstaxi’s) aan de overkant. Op klanten wachtend lagen een paar chauffeurs/samlor drivers languit op de passagierszit van hun vehikel. Enkelen rookten. Enkelen keuvelden wat voor zich heen zonder de ambitie dat er naar hen geluisterd zou worden. Het leek wel een tableau vivant (nou ja) van een slaperig stadje.

Dit was dus Ampuer (gemeente) Chiang Kham 56110 Phayao. De plek waar zij woonde en opgegroeid was. Siriwans verleden had zich in dit oord afgespeeld. Verwarrend vreemd was het. De jonge vrouw waarmee ik al enkele maanden correspondeerde en die ik straks in de ogen zou kunnen kijken… het sterke verlangen sloeg geleidelijk om in paniek en nervositeit. Paniek werd bijna angst zoals ik telkens als kind in de klas ervaren had wanneer ik moest spreken in het openbaar. Mezelf tot kalmte dwingen lukte toen niet. Zou het straks lukken?

De busrit van die ochtend naar hier was ook al memorabel te noemen. Het begon in het busstation in Chiang Mai. Stel je voor een grote overdekte hal met tientallen loketten voor de ticketverkoop. Boven elk loket kon je de bestemming lezen…weliswaar in het Thais. Nergens een melding in ons, in mijn alfabet. Hoe moest ik dit nu aanpakken? Knielen en de hulp van Christoffel, de patroonheilige der reizigers aanbidden was een optie. Ik koos voor het lukraak aanschuiven aan een loket om uiteindelijk de bediende ontkennend het hoofd te zien schudden wanneer ik naar Chiang Kham vroeg. Bij het volgende loket een herhaling van de feiten. Niemand sprak Engels en ik werd stilaan radeloos. Tot iemand op mijn schouder tikte en me met vragende ogen aankeek terwijl hij “Chiang Kham?” suggereerde en me daarna gebaarde hem te volgen. De brave man wachtte me op toen ik uiteindelijk mijn busticket had gekocht en bracht me vervolgens naar het juiste perron. Hijzelf moest er niet zijn en vertrok weer.

Roger Stassen, De eerste dag
De heilige Christoforus (Jeroen Bosch)

Soms heb je als reiziger geluk nodig. Ik denk wel eens dat die brave Thaise man de heilige Christoffel – die ooit Jezus op zijn rug nam en de rivier overdroeg – even nedergedaald was om dit groentje, deze onervaren wereldreiziger op weg te helpen.

Alles maar dan ook alles werd die dag uit de kast gehaald om hem niet gewoon of doordeweeks maar onvergetelijk te maken. De bus kreeg onderweg een lekke, een langzaam leeglopende band. De chauffeur reed het voertuig tot bij een Thaise variant van een bushokje en liet ons uitstappen. Daar verving hij samen met zijn bijrijder/bagageverantwoordelijke het wiel. Mijn medereizigers en ikzelf keken toe. Alles gebeurde bijzonder kalm en sereen. Niemand ergerde zich over eventueel opgelopen tijdverlies. Met mopperen of klagen krijg je geen enkele klus sneller geklaard. Die mentaliteit, die rustige relaxte sfeer was nieuw voor mij. Ik begon van dit volkje te houden.

Roger Stassen, De eerste dag, Samlor

Ter hoogte van mijn hotel waar ik wat stond te ijsberen stak een samlor driver de straat over en kwam recht op me af. Hij brabbelde wat in onverstaanbaar Engels, wilde hoogstwaarschijnlijk weten waar ik naartoe wilde. Begrijpelijk want hij zag een potentiële klant in mij. Maar dat was het nu juist, ik wilde nergens heen. Ik liep hier gewoon wat heen en weer tot zij zou komen opdagen. Voor hem en later voor al zijn collega’s die ook de straat over staken moet het een niet-alledaags tafereel geweest zijn. Een toerist uit het rijke Westen die hier in Chiang Kham op straat rondliep en nergens heen wilde… vreemd! Nog nooit hadden ze zoiets meegemaakt! Er werd druk gelachen en gepalaverd waar ik vanzelfsprekend geen woord van begreep. Ze vormden een kring rond mij en ik voelde me langzaam een beetje in het nauw gedreven. Plots werd de kring geopend en kwam een kleine jonge vrouw naar me toe. Ze trok me bij de arm en vroeg: “You are mister Roger?”, waarop ik waarschijnlijk (dit ben ik vreemd genoeg inmiddels vergeten) bevestigend knikte. “I am Siriwan”. Daarna sloegen we samen linksaf en wandelden de straat in waar zij woonde.

Soms (ja zelfs na 26 jaar huwelijk) sluit ik mijn ogen en zie ik haar naast mij lopen net als toen. Ik weet nog precies welke kleren ze die dag droeg.

 

Gerelateerde berichten

Roger Stassen
Over Roger Stassen 77 Artikelen
Roger Stassen werd in 1954 geboren te Genk, Belgisch Limburg. Als kind al een fantasierijke dromer en boekenwurm. Na een bijzonder gevarieerd beroepsleven als o.a. verpleger, sjouwer bij een verhuisfirma, matroos op de binnenvaart, fabrieksarbeider, stratenmaker, jeugdauteur en archiefbediende nu met pensioen, eindelijk! Want de heerlijke mogelijkheid hebbend voor langere periodes in Thailand te verblijven, het vaderland van zijn echtgenote Siriwan. Sinds 1993 met deze Noord-Thaise uit Chiang Kham gehuwd, lief, leed en de bankrekening delend. Heeft bij regelmaat onbedwingbare schrijfkriebels, is hondsdol (dol op honden), fotografeert bijzonder graag en interesseert zich voor tropische flora. Thailand is een gigantisch vat vol verhalen die enkel nog geschreven moeten worden. Wat al wel geschreven is kan ook worden gelezen op <a href="https://mijnazieblog.wordpress.com

4 Comments

  1. Bij je nieuwe verhaal wil ik schrijven:
    Zo mooi en gevoelig en doordrenkt met de melancholie van twintig jaar geleden.
    En vooral schets je zo goed het klimaat van de verliefde man,
    die wat hulpeloos, wat verweesd, en bevangen door het hele gamma van gevoelens
    die een verliefde man stormenderhand in twijfel brengen, ondersteboven wordt gezet.

  2. Het is fraai als liefde voor een land en zijn levenswijze en de liefde voor een persoon kunnen samenvallen.
    Maar vanzelfsprekend is het niet.
    Gangbaarder is dat die twee niet in elkaars verlengde liggen.

    • Ja kijk Alex (trouwens heel erg bedankt voor je reactie), mijn liefde voor het land is er nog steeds maar heeft menige kritische fase doorlopen want uitsluitend rozegeur en maneschijn is er nergens. Zoöok met mijn geliefde. Mocht die nog even intens zijn dan vroeger dan had mijn hart het nooit gehouden al die jaren 🙂 Ze hield echter mooi stand en ik ben nog steeds blij dat mijn leven destijds die wending nam. De dag dat de eerste ontmoeting plaatsvond was een mijlpaal in “mijn” persoonlijk leven. Iedereen van ons heeft wel dergelijke bijzonder belangrijke dagen veronderstel ik.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*