Een volk en zijn muziek

chiang mai doi suthep
foto Gerard Vonk: Doi Suthep

Het was november 1991 en ik logeerde in een guesthouse dichtbij Tapei Gate in Chiang Mai.

Ik had mijn reis maandenlang voorbereid, een rist reisgidsen gelezen: Trotter Thailand, Lonely Planet Thailand, ANWB Reisgids Thailand, you name it. Ik ging voor het eerst intercontinentaal en wilde terdege voorbereid zijn.

Azië was voor mij even onbekend als Mars of Jupiter (Jupiler kende ik wel). Ik las de hoofdstukken handelend over hun geschiedenis; bestudeerde nauwgezet uitvouwbladzijden met de indeling van boeddhistische tempels en de betekenis van de handposities van Boeddhabeelden. Ik keek naar de kleurrijke plaatjes en vond het allemaal erg boeiend en exotisch.

Eenmaal ter plekke begreep ik dat je je onmogelijk kan voorbereiden op Thailand. Mooie foto’s in reisgidsen zijn als de garnituur van het eten op je bord. Het prikkelt slechts één van je zintuigen voordat je er je tanden inzet.

Chang Mai lag aan mijn voeten en ik was overdonderd. Ik kuierde door haar straten binnen en buiten de stadsmuren en de beelden stroomden gestaag mijn hoofd binnen. Langzaam raakte ik gefrustreerd. Hoe kon ik dit vasthouden? Hoe kon ik dit ooit delen met mijn familie en mijn vrienden thuis?

Oké, hier een foto nemen! Prachtige heldere felle kleuren, de sfeer van Azië gehuld in tropenzon omkaderd door laanbomen in volle bloei, schitterend. Drie stappen verder, verdorie hier is het nog mooier, nog maar eentje. Ik kreeg er maar niet genoeg van en bezocht tal van tempels en geloof me daar is in Chiang Mai absoluut geen gebrek aan. Hun mooie daken, de versieringen, ornamenten, beelden, schilderingen, de ommuurde tuinen en nergens was het eender.

Help!!! Zoveel dia-filmrolletjes had ik niet bij. De rust die je er ondervond, uniek. Ik vond trouwens alles uniek. De markten in de binnenstad, de bedrijvigheid, de geuren. Daar heb je nog zo een zintuig dat op zijn honger blijft in reisgidsen. De unieke geur van Aziatische markten.

In de late namiddag slenterde ik terug naar mijn guesthouse. Hoeveel kan een mens aan? Het rode lichtje flikkerde, het verzadigingspunt van indrukken was allang bereikt. In de onthaalruimte klonk muziek, Thaise luk thung, zo bleek later. Hierover had ik me thuis in Vlaanderen al vragen gesteld. Hoe klinkt Thaise muziek?

Ging je met vakantie in Alpenlanden dan werd er op dijen gekletst en gejodeld. In Portugal hoorde je fado, in Spanje castagnetten en flamenco, in Nederland kwelde men je oren met smartlappen, Duitsers hebben hun schlagers en Thailand… ? Welke muziek mijn oorschelpen ginds zouden binnendringen was voor mij een grote onbekende.

Het was een mooie frêle stem en ik plofte in een knusse zetel om ten volle te genieten. De onthaalbediende kreeg me in de gaten. ‘Luk Thung’, zei hij breed glimlachend terwijl hij wees naar het radiotoestel.’Thai countrymusic, luk thung, luk thung’, herhaalde hij zodat ik het beter zou kunnen onthouden. ‘Her name is Pumpuang, you like it?’

Natuurlijk hield ik ervan. Ik hield er dusdanig veel van dat ik besloot deze muziek mee naar huis te nemen. De volgende winters in Vlaanderen zouden veel draaglijker worden wist ik. Hij was graag bereid om enkele cassettes voor mij te kopen. Pumpuang moest er zeker bij zijn en… en je ziet maar zei ik tegen hem.’When you like it, I will like it too.’

De dag later had ik ze. Pumpuang’s grootste hits, verder nog eentje van Asanee-Wasan (die broers werden later mijn favoriete Thaise band). De derde cassette was een compilatie van Greatest Hits. Bird Thongchai stond erop kan ik me herinneren.

Knoop het in je oren

Nou en?, zal u denken. Er liggen miljoenen dergelijke vakantiecassettes ergens op zolders onder het stof te verkommeren. Ze worden nauwelijks gedraaid en het vakantiesfeertje dat ze konden oproepen, staat niet meer op het verlanglijstje.

Nee hoor, niet bij mij. Mijn cassettes zijn destijds stuk gedraaid. Ik kan nu nog elk melodietje mee neuriën en ken flarden van de refreintjes uit het hoofd. In de zomer nam ik mijn cassetterecorder mee naar buiten. In de tuin klussen op de tonen van Luk Thung. Het grasperk was in een mum van tijd gemaaid, de beukenhaag perfect geschoren, het onkruid gewied en dat alles zonder een greintje tegenzin. Ook de buren konden gratis meegenieten, want de volumeknop stond op maximum.

Als extraatje en bijkomend effect kreeg ik, zonder dat ik het zelf goed besefte, een Thais taalbad. Ik begreep er aanvankelijk geen snars van maar de klanken kropen via mijn oren in mijn hoofd. Tijdens elk daaropvolgend verblijf kocht ik cassettes en later cd’s. Nu ben ik ervan overtuigd dat ik via deze muziek een mondje Thais ben gaan praten.  Leren terwijl je geniet, een aanrader.

Roger Stassen
Over Roger Stassen 123 Artikelen
Roger Stassen werd in 1954 geboren te Genk, Belgisch Limburg. Als kind al een fantasierijke dromer en boekenwurm. Na een bijzonder gevarieerd beroepsleven als o.a. verpleger, sjouwer bij een verhuisfirma, matroos op de binnenvaart, fabrieksarbeider, stratenmaker, jeugdauteur en archiefbediende nu met pensioen, eindelijk! Want de heerlijke mogelijkheid hebbend voor langere periodes in Thailand te verblijven, het vaderland van zijn echtgenote Siriwan. Sinds 1993 met deze Noord-Thaise uit Chiang Kham gehuwd, lief, leed en de bankrekening delend. Heeft bij regelmaat onbedwingbare schrijfkriebels, is hondsdol (dol op honden), fotografeert bijzonder graag en interesseert zich voor tropische flora. Thailand is een gigantisch vat vol verhalen die enkel nog geschreven moeten worden. Wat al wel geschreven is kan ook worden gelezen op https://mijnazieblog.wordpress.com