Een boemel in de Oriënt, Deel 2

Door: Robert von Hirschhorn

Andere tijden, andere zeden

De tweede morgen is al flink gevorderd wanneer de trein het spoor van Kedah berijdt, een der sultanaten waaruit Maleisië is opgebouwd. Butterworth, het einde van de Thaise trein, is niet veel meer dan een slaperige plaats aan zee, de aanlegsteiger voor de boot naar het eiland Penang.

Hua Lamphong-stationstafereel 1Het zijn vooral de gewezen patriotten die hollend het perron verlaten om het veer te halen en tijdig hun paspoort bij de ambassade te krijgen, zodat anderdaags ze snel weer kunnen vluchten naar de door hen verkozen pleisterplaats. Bureaucratie vergt vindingrijkheid maar kent zo haar offers.

Mijn prijs is de andere kant van het perron, de middagboemel naar Kuala Lumpur. Weer verzinken in het landschap, oog in oog met weleer en bedenken dat haast de grootste plaag geworden is. Haast is als hitte, een warme steen, alleen een ezel zal zich daaraan tweemaal stoten.

Zo moet het ook geweest zijn aan het begin van de vorige eeuw, een trein, maar dan vol kolonialen. Heren in ’t apart, omringd door koelies die comfort aandroegen, per spoor naar hun post.

Van standsverschil dorstte men in die dagen nog te praten, maar het land werd ontdaan van blank gezag (1957) om zichzelf te meten aan eigen waarden, eigen benen, om de last tot in lengte van dagen te dragen.

Moorse invloeden en mahoniehout

MA 23.55.563
Het oude station van Kuala Lumpur

Terug naar de jaren tachtig. Minaretten vormen een grimmig schimmenspel in de schemer rond het station van Kuala Lumpur, het oude station wel te verstaan want de nieuwe kolos die verrees heeft minder uitstraling. Een monument in Moorse bouwstijl dat van binnen grondig werd vernieuwd. Alleen het hotel bleef bij het oude, de sleet in kamers als balzalen, verbleekte romantiek uit de tijd waarin de Britse vlag nog wapperde en een geaffecteerd ‘good morning’ door de lobby schalde.

Vannacht zal ik er niet slapen, nog eenmaal het gerief van een bewegend bed, ditmaal in een ouderwetse coupé, wagon lits zonder airconditioning, alleen een fan die langzaam draaiend steeds een vlaag verfrissing verspreidt. Fraai mahoniehouten beschot, een ladder voor het haaks staande bovenbed, verschoten pluche, zelfs een porseleinen fonteintje om de laatste nacht te verwassen.

Ik heb geen begrip voor klagende mensen, de fitters en zifters die overal een belem­mering zien. Kennen zij geen poëzie misschien of is hun beeld vertroebeld door de schijn van welvaart waarin zij zich graag wentelen? Poëzie is niet alleen dichten, bijna alles wat niet al te zeer eigen is. Pas als je dat ziet mag je jezelf dichter noemen ofschoon je nooit een vers zult schrijven, nou ja, één dan om te bewijzen dat je het ook zag.

Aan het perron van Singapore

In het milde licht van de derde morgen onderweg rijdt de trein over de dam naar het einde van de lijn. Singapore en haar station aan de Keppel Road, nu gesloten. Gebouwd in Jugendstil en de droom droomt door. Stijlvol arriveren als in dagen van weleer, maar ook weer vertrekken. Gesoigneerde heer die met aristocratische flair uit het mobiel stijgt terwijl een stramme chauffeur hem het valies overhandigt na een rit van het Raffles hotel, mondain genoe­gen bij een uitje aan de evenaar.

Singapore; hoe het was en verwerd tot moderne stadstaat op het puntje van ’t Maleisische schiereiland en niets, maar dan ook helemaal niets meer van een derde wereldstatus draagt, zelfs menig westerse ontwikkeling is voorbij gestreefd. Een glanzend voorbeeld hoe het kan of beter gezegd ook kan. Mijn doel blijft de trein. Omdat de volgende klaar staat voor vertrek, ik nog even wacht haar te delen, een snelle blik, gebaarloos strelen en dan weer rijden op het spoor dat de vreugde van vroeger nog niet heeft verloren. Perrongeluk in de keer naar Thailand.

 

© 2015 RMB-literair Chiang Mai Thailand

 

Avatar
Over Robert von Hirschhorn 34 Artikelen
Robert von Hirschhorn 27-04-1947 -- 07-12-2016 “Zo jongen, wat wil je later worden?” “Schrijver, mam, schrijver.” Een moeder zweeg en dacht: ‘is dit mijn kind, een beetje vreemd…’ Niets werd vreemd, Robert von Hirschhorn (1947) sinds begin 1974 bezig met schrijven in allerlei vormen doch ook de voordracht mede gevoed door een opleiding aan de Academie voor Expressie door Woord en Gebaar. De speciale belangstelling voor alles wat met Openbaar Vervoer heeft te maken voornamelijk de spoorwegen, zat er al veel vroeger in. De eerste reis naar Thailand vond plaats in 1985 daarna een jaarlijks weerkeren tot aan een vervroegde pensionering in 2006, sindsdien permanent woonachtig te Chiang Mai waar dagelijks wordt geschreven en af en toe iets gepubliceerd. “Kijk, mam, het is gelukt.” Jammer, dat uitgerekend zij het niet meer lezen kan.