Dromen van Lumpini


In de early days, nog blakend van tenderfoot farang-ijver, en soepelheid van knieschijf, heb ik eens een poging gedaan mijn pensje weg te werken. En dan doel ik op mijn almaar uitdijende voorkant, vooral veroorzaakt door inname van Thai Food en ijskoude Thaise bieren.

In die periode, op bezoek in Thailand, had ik het na een week of wat in de Isaan bij schoonma wel weer een beetje gezien. Een overdosis Dolce Far Niente, temidden van rijstveld en scharrelkip. De verveling dreigde.

Om dat laatste voor te zijn opperde ik een kort verblijf tussendoor in bruischend Pattaya, als welkome afwisseling van hanengekraai in de morgen en bultrunderen met jingle-bells bij avond.

Wat vrouwliefs goedkeuring niet kon wegdragen. Zij had het namelijk wel naar haar zin, prima zelfs. Heerlijk kwekken met ma, roerend in stomende pot en pan, som-tam husselend, en kaartend en lachend de Isaan-dagen laten verglijden onder de Thaise zon. Ziedaar het ultieme paradijsje voor iemand die altijd een kind van het platteland zal blijven.

Weg fijne dromen

Het zou onmogelijk zijn haar los te rukken van deze plaats, dus werd ik gedwongen naar iets anders uit te zien. Weg fijne dromen van Pizza-Hut, strandstoel en airco-gekoelde massagesalon.

Enfin, misschien was er nog een andere mogelijkheid de ledigheid te verdrijven. En deze mogelijkheid werd aangedragen door madam zelf, ziende dat ik me begon te ergeren aan kleine Isaanse dingen, en vrezende dat ik haar idylle zou gaan verstoren. Wat uiteraard voorkomen moest worden.

En welk uniek plan bracht zij te berde? Een combi-plan. En wel mijn eigen interesse in het Thaise boksgebeuren en het aloude voornemen om nu eindelijk eens wat af te vallen.

Ik verveelde me toch? Waarom dan niet deze twee dingen samenvoegen en er een doe-vakantie van maken? Dit plan werd door mij omhelsd als ware het een jarenlang afwezige boezemvriend. Het gezegde Fools rush in.. was hier echter geheel van toepassing, zo zou blijken. Het plan werd verder uitgewerkt.

Rondvragend in het dorp kwam ze al gauw op de proppen met mijn nieuwe boks- en fitness-trainer, Bo genaamd. Deze jongeman, mager en gespierd, had jaren het beroep van professioneel bokser uitgeoefend en ettelijke keren het strijdtoneel in Lumpini-stadium betreden, een kenner bij uitstek dus.

Hij zat momenteel zonder werk, dat kwam goed uit. Na wat overleg over de financiën en de werktijden nam mijn training een aanvang.

Menselijk wrakhout

Onboeddhistisch vroeg uur. Onder begeleiding van uiterst schor hanengekraai en schemerlicht, wachtend op Bo. Die niet veel later arriveerde op zijn reutelende brommertje.

Eerste ronde. Vier kilometer hardlopen, met de Thaise zon goedkeurend op ons neerkijkend. Die eerste meters, met de nog ietwat frisse ochtendlucht, waren de beste. Daarna was het gewoon afzien, zweten en proberen weer thuis te komen. Bo met zijn viertakt-pruttelaar op mijn hielen.

Eenmaal terug, zwetend als een otter, geen rust. Stoten en trappen tegen de inderhaast aangeschafte bokszak, touwtje springen, sparren, etc. Kapot was ik, na die eerste Muay-Thai ervaring. De rest van die dag mijn spieren proberen te ontzien, om dan rond vieren s’ middags dit hele gebeuren nog eens te herhalen. Gelukkig zonder joggen. Met ter afsluiting een hardhandige massage van Bo voelde mijn lijf zo mogelijk nog pijnlijker aan.

Die avond zat ik als een soort menselijk wrakhout aan het buitentafeltje, alwaar mijn lieve schoonmoeder al snel met een ijskoud blikje Singha bier kwam aanzetten. Het was het moeilijkste moment van die dag om hier manmoedig nee tegen te zeggen. Zelden zag een blik bier er beter uit dan dit condensdruipende gebeuren, elke prijswinnende gerstenat-reclame tot broddelwerk degraderend.

En zo regen de hete Isaan-dagen zich aaneen.

Zon op, brommergeluiden, joggen, sparren met Bo en naderhand wankelend van vermoeidheid proberen net te doen of dit leuk was. Bo zelf was graatmager, maar zo gespierd als als een panter en minstens zo kwiek. Zijn knieën en scheenbenen hadden nog lagen eelt van het jarenlang tegenstanders in een hoek schoppen.

Had het nog geen tien seconden tegen hem uitgehouden in een echt gevecht, daar kwam ik al snel achter. Ook al geen oppepper voor mijn per dag krimpende ego.

De weekenden had ik rust en dat was ook hard nodig. Eega sloeg mijn gezwoeg met plezier gade. Vooral natuurlijk omdat ik mijn Pattaya ideetjes niet meer te berde bracht. Had daar ook geen puf meer voor, zo simpel was het. En ieder brommertje dat ’s ochtends voorbij reed, had op mij ook nog eens een soort Pavlov-effect, doordat ik meteen aan de bokszak en afzien moest denken.

Abrupt einde

Twee lange, lange weken ‘genoten’ van de bezielende boksleiding van Bo. Toen kwam er een abrupt einde aan.

Die laatste vrijdagmiddag, omringd door dorpsjeugd die ook werd getraind door Bo, wat sparren en dollen. Dat trainen van de boys leverde overigens weinig op volgens mijn trainer, want velen gaven al gauw de pijp aan Maarten als men erachter kwam hoe zwaar het was en snelde weer terug naar huis, lolly en Game-boy. Wat ik meer en meer begon te begrijpen.

Ik schaduwbokste voor de gein wat met een klein jongetje, die me als kers op de taart per abuis een rechtse directe tegen mijn onbeschermde kroonjuwelen gaf.

Beiden zaten we een seconde later elkaar met open mond aan te staren. Het jongetje, omdat ik opeens op gelijke hoogte met hem op mijn knieën zat, en ikzelf omdat zoiets vanzelf gaat als er een paard tegen je edele delen trapt.

Een bezorgde Bo snelde naderbij, maar ik gebaarde zwakjes dat ik oké was. Het in deze situatie zo gepaste ‘Mai Pen Rai’ kreeg ik echter met geen mogelijkheid over de lippen. Ik zakte ter plekke kansloos voor dit zo belangrijke inburgerings-examen.

Inwendig nog kreunend besloot ik dat het zo wel genoeg was voor deze week. De jeugdige klokkenluider en zijn vriendjes zaten even later genietend aan een waterijsje voor hun betoonde ijver, geheel verdiend uiteraard. Al had de inzet van sommigen van mij wel wat minder gemogen.

Buikloop

En die avond werd ik wederom geveld, dit keer door een Thaise buikloop.Kotsend, kwijlend en halve en hele uren op het toilet doorbrengend, was ik de daaropvolgende ochtend geen schaduw van mijn vrolijke zelf. En het hele weekend was een herhaling van dit ziektebeeld.

Aldus keerde Bo die volgende maandagochtend onverrichter zake weer huiswaarts. Rammelend verdween zijn brommertje in de vroege ochtendschemering.

Zo ging mijn kortstondige boks ‘carrière’ als een Thaise nachtkaars uit. Eind van die week vertrokken we richting Pattaya, waar ik dan eindelijk de lambal kon gaan uithangen. Uitgezwaaid door schoonfamilie en Bo.

De laatste met de bahtjes voor die afgezegde week bokstraining in de knuistjes. Afspraak was afspraak volgens eeg en gelijk had ze. En eenmaal weer thuis kwam ik erachter maar liefst zeven kilo lichter te zijn dan voor de vakantie. Toch nog een kleine overwinning op de valreep.

Met trots werd dit gegeven overgebracht aan de vrouw, die het ook geweldig vond.

Niet dat het lang standhield. Binnen de kortste keren was ik weer op mijn oude gewicht. De oorzaak was mij trouwens overduidelijk, en wel de sublieme kookkunst van vrouwlief. Daar valt voor een Lumpini-dromer namelijk ook al niet tegenop te boksen.


Lieven Kattestaart
Over Lieven Kattestaart 103 Artikelen
Lieven Kattestaart (1963) werd geboren in Middelharnis. Hij werkte van 1991 tot 2016 bij de Gemeente Goeree-Overflakkee. Sinds 1993 bezoekt hij Thailand en raakte zoals zovelen verslaafd aan het land en de bevolking. In Isaan, het noordoostelijk deel van Thailand, ontmoette hij zijn vrouw Pranom (Ooy).