Drijfzand in Vietnam

Van drijfzand tot stuur maar geld

In mijn werkzame leven hield ik me onder meer bezig met het organiseren van de Aids- en Buddyzorg in Limburg. Voor mensen die getroffen waren door deze ziekten werden vrijwilligers geworven, getraind en ingezet als buddy‘s. Ik mocht dat coördineren.

In het kader van mijn werk volgde ik een keer ’n symposium in Amsterdam over de hulp aan mensen met HIV en Aids in Zuidoost-Azië. Op die bijeenkomst ontmoette ik de vice-voorzitter van het Nationale Vietnamese Aids Comité, Ons contact was aangenaam en ik werd uitgenodigd om het land te komen bezoeken om ervaring op te doen en hen te vertellen over ervaringen in Nederland met betrekking tot buddyzorg.

De uitnodiging was ruimhartig in woorden maar ik werd geacht zelf voor de kosten op te draaien. Daarom besloot ik in te gaan op de uitnodiging tijdens een van mijn vakanties naar Thailand. Ik plande een vierdaagse trip naar Hanoi waar het Comité resideert. Ik trof een aardig maar simpel hotel aan alwaar iedere dag een auto met tolk mij ophaalde om diverse bezoeken af te leggen, met als uitvalsbasis het kantoor van het comité. Aan de Unesco, aan diverse ziekenhuizen en ook een eiland voor de kust van Halong Bai waar jongeren met HIV werden behandeld.

Het was opmerkelijk dat in veel van de Vietnamese kantoren die ik bezocht als wandversiering megagrote foto’s van de Keukenhof in bloei inclusief de molens op de achtergrond waren gekozen.

Het regende enorm op de ochtend dat we naar het eiland zouden varen vanuit Halong Bai. Ik zag vanuit mijn hotelkamer in het Provinciale Hotel nauwelijks de enorme karstrotsen die de baai zo toeristisch aantrekkelijk maken. Het had (en heeft) ook wel iets die vlagen koude regen in de altijd aangename warme temperatuur.

In een soort kajuitjacht voeren we met provinciale hoogwaardigheidsbekleders over open zee naar een eiland dat speciaal voor de opvang van jongeren met HIV en Aids was. Ik vroeg me al af waarom die hulp zo ver weg van de gewone wereld werd georganiseerd maar gaandeweg begon het te dagen.

Toen we aankwamen en het weer wat meer opgeknapt was stapten we aan wal op het strand. Onmiddellijk verdween mijn voet tot boven mijn enkel in drijfzand waarmee het hele eiland, naar men mij zei, omringd was. Met moeite kon ik mijn schoen terugtrekken uit het zuigende zand.Paul van der Hijden, Vietnam, drijfzand

Het eiland was zo geïsoleerd “om te vermijden dat mensen in contact kwamen met de geïnfecteerden”. In mijn geest vertaalde ik dit als een natuurlijke barrière tegen ontsnappen aan het eiland. “He toch! Waarom altijd zo negatief jongen?” zou een vriend van me nu opmerken…

Op het eiland troffen we een soort ziekenhuisbarakken aan waar de jongeren waren. Stuk voor stuk drugverslaafd, geïnfecteerd door vroegere onderlinge naaldenruil. Met de vreselijke ziektesymptomen die we HIV noemen. De jongeren maakten allen een uitgebluste indruk. Als een soort zombies liepen ze of lagen ze bij elkaar in de ruimtes.

Uiteraard vroeg ik aan mijn gastheren wat de therapie inhield maar verder dan het verstrekken van medicatie werd ik ondanks de tolk niet wijzer over de patiëntenhulp. Intentioneel zal het goed zijn, maar ik bleef toch zitten met die vraag van de afgelegenheid en onbereikbaarheid van het eiland. “Ter bescherming van de jongeren” was nu de verklaring…. ”Wanneer de jongeren op het vasteland zouden blijven dan zouden ze zo weer terugvallen in hun gebruik van drugs met alle gevolgen van dien”….

Ik opperde dat het organiseren van buddyhulp de jongeren langer in hun eigen omgeving zou kunnen helpen zodat ze de steun van die omgeving konden krijgen of houden. Ik had het idee dat ik uitgelachen werd om mijn suggestie. Een meer rigoureus en bestraffend beleid was blijkbaar de uitverkoren methode.

En voort gingen we weer na wat inleidende toespraken van de gastheren retour het vasteland. Na afloop van mijn bezoek schreef ik op verzoek van het Nationale Comité een voorstel voor het opzetten van Buddyzorg in Vietnam. Na maanden wachten op een reactie kwam het antwoord: “Mooi plan, stuur maar geld”.

Bier en badminton

Het hotel waar ik verbleef in Hanoi had geen wifi of internetverbinding maar het vriendelijk personeel kon me de richting wijzen van een internetcafe in de buurt. Daar hield ik contact met het thuisfront in Europa en bij het terugwandelen richting hotel zag ik een groepje drinkende mannen rond een boom gezeten.

Ik had ook wel trek in een pilsje en het werd me dan ook snel geserveerd: de uitbater zoog aan een slangetje dat met een ton verbonden was. De ton was aan een hoge boomtak vastgeklemd. Door de onderdruk klaterde het bier allengs in mijn glas. Gezondheid!

Verder lopend zag een een stel badminton spelen op de brede trottoirs in de straat van mijn hotel. De man van het stel bood mij zijn racket aan en op goed geluk sloeg en incasseerde ik twee, drie – tot mijn verbazing gelukte – slagen richting de dame, het racket daarna maar weer snel teruggevend. Pfoei!! Applaus van de omstanders was mijn deel.

Mijn hotel, ik zei het al, was eenvoudig, maar het personeel was aangenaam. Op een personeelslid na dan. Een dame van middelbare leeftijd, cheffin van de obers bleek later, kon er maar niet over uit dat ik, een man in mijn middelbare leeftijd, niet getrouwd was. En waarom dan wel niet? Iedereen moest toch trouwen! Dat is toch beter voor je ook voor je oude dag!! Aha waait de vlag zo?” dacht ik, dan zal ik hem voor je bewegen.

Kluts kwijt door overwegend single Nederland

Ik heb haar uit de doeken gedaan in mijn beste rustige Engels, dat in Nederland een belastingsysteem bestaat dat de overheid in staat stelt om vele zaken voor de bevolking te doen. Ik vertelde onder andere over ons goed onderwijs, wegenbouw, ziekenhuizen met goede zorg en ga zo maar door en dat wij ook een deel van onze belasting aan de overheid (vertelde ik gemakshalve) in bewaring gaven om ook het gedeeltelijk aan ons terug te geven wanneer we ziek zijn, of arbeidsongeschikt raken of gepensioneerd worden.

Dat we door dit systeem niet een relatie behoeven of kinderen die voor ons zorgen maar dat we dat (ik weet het scherpslijpers: wat kort door de bocht en zwart wit) met de overheid zelf oplossen. Ik vertelde nog dat er in Nederland meer alleenstaanden dan gehuwden wonen waarop ik dacht dat ze zich even aan de tafel moest vastgrijpen om niet flauw te vallen.

Maar het mooiste van het geheel was dat achter haar en uit haar gezichtsveld een van de obers die mee had staan luisteren bijna stond te juichen. Met zijn beide duimen omhoog omdat ik ‘madam de cheffin’ keurig netjes een kijkje buiten het vaderland had gegund. Of is dat nu weer mijn interpretatie…

“Jongen toch!”

 

Paul van der Hijden
Over Paul van der Hijden 27 Artikelen
Geboren Limburger Paul van der Hijden (1951) studeerde voor maatschappelijk werker en werkte jarenlang o.a in de crisisinterventie, psychiatrie, jeugdhulpverlening, ongehuwde moederzorg, zelfhulpondersteuning en buddyzorg. In 1992, bij toeval op vakantie in Thailand, besloot hij daar ooit zijn pensioenjaren door te gaan brengen. Na vervroegde uittreding maakte hij in oktober 2008 zijn droom waar. In Thailand is hij actief geweest in de Nederlandse Vereniging Thailand.

1 Comment

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.