Drie dagen van Bezoeking

Tijdens vakanties in Thailand verblijven we standaard enkele weken in schoonmoeders huisje in de Isaan. Omringd door horizonten van rijst en cassave-velden komt de ietwat gestresste farang tot rust, en geniet weer van het levensritme zoals het bedoeld is. Vele van de Isaan-bewoners aldaar passeren dagelijks deze villa van schoonmama, soms om er aan te landen, soms om er voorbij te gaan gelijk schepen in de nacht.

Het genoemde paleisje is gesitueerd aan de rand van het dorp, aan een smalle doorgaande weg, waar overdag nogal eens wat langs reutelt op weg naar huis, school of akker. Van de tanige boer met ijzeren buffel, tot de in verblindend wit schooluniform gestoken toekomst van Thailand. Hoe men zo wit blijft, is mij overigens een compleet raadsel. Zelf vang ik iedere modderspat, of kleverig kinderijsje in de verre omtrek.

Allen passeren daarbij niet alleen ma’s optrekje, maar ook het op de nabije driesprong gelegen geestenhuisje, een bouwsel ter grootte van een hondenhok, samengesteld uit hout en golfplaat. Het wordt regelmatig bezocht door Jan en Allethai, waarbij men kleurige bloemslingers, glaasjes lao khao en soms wat voedsel achterlaat. Ook kaarsjes worden er veelvuldig gebrand, gezien de imposante gele druiper die het geestenhuisje bezit.

En ach, wie weet, heel misschien helpt het offeren van lokale spiritualiën en gortdroge Chinese koekjes ook wel tegen onverwachte bezoekers die zich ontpoppen als volle neef van de malariamug. Bloedzuigend, irritant, en bovenal niet weg te slaan.

Bier, som tam en gekeuvel

Familie weet namelijk ook schoonma te vinden, vooral als wij er zijn, en geef ze eens ongelijk. Ze hebben het meestal niet breed, werken lange dagen voor een hongerloontje, en kunnen een verzetje goed gebruiken. Dit verzetje bestaat dan meestal uit het drinken van vele glazen Chang-bier, het avondenlang keuvelen en wegwerken van blaartrekkende som tam en aanverwante zaken op de veranda. Dit alles uiteraard op onze kosten, maar dat boeit me niet. Is men vriendelijk, is men welkom.

Zo ook een tante van mijn vrouw, die ons samen met haar dochter en zoon, een beleefdheidsbezoek bracht. Vooral met het doel haar zoontje even los te weken van zijn foute vriendjes in het dorpje waar ze wonen, vlakbij Phimai. Dat laatste wist ik echter niet, tot mijn schade.

Dochter Ning is de hulpvaardigheid zelve, en eenmaal gearriveerd hele dagen in de weer met de moestuin bewerken, kleding wassen, eten bereiden , en bezems hanteren om de rondscharrelende kippen van de veranda te vegen. Kortom, een aanwinst met een gulle lach.

Broertje Noh het complete tegenovergestelde. Een luilebol, de ganse dag bedelend om drankgeld, rotzooiend met vechtkippen, en met een plaatselijke dorpsvriend comateus in de hangmat proberend het duurrecord doodliggen te verbeteren. Hoge ogen gooiend wat dit laatste betreft.

Tegen mij superbeleefd, maar ik voelde aan mijn water dat deze gozer niet deugde, dus nam zijn vriendelijke wai’ s met een grote zak JoZo.

Niet mijn favoriete Thai

Al de eerste dag van zijn verblijf wist ik dat dit niet mijn favoriete Thai ging worden. Die middag namelijk waren twee andere nichtjes van mijn vrouw (en Ning) bezig hun eigengebouwde champignon annex zwammenkwekerijtje op te starten. Ik begreep er niet veel van, maar men had een stellage gebouwd, omhuld met dik blauw plastic. Daarin bakken met compost, en dit paddenstoelenhuisje diende verhit te worden, om het groeiproces van de zwammen te bevorderen.

Dit opwarmen geschiedde door het stoken van een flink vuur onder drie oude olievaten, zwartgeblakerd, en vol water. Buizen voerden de kokende stoom richting het plastic optrekje. De scènes die middag achter het huis zouden niet misstaan hebben op het oppervlak van de zon zelf. De stomende, ongelooflijke hitte uitbrakende olievaten gaven golven trillende en bloedhete lucht af, de omgeving compleet verzengend, en daarmee ook de drie arme dametjes die met een soort blaasbalgje deze zelfgecreëerde zinderende hel van verse lucht voorzagen.

Ik zag het met met hernieuwd respect aan. En dat in deze toch al verpletterend hete maand. Om wat extra bahtjes in te brengen voor de familie. Farang-petje af.

Draaide ik mij echter om, kon ik iets verderop neefje ontwaren, op de veranda, Mekong-Coke drinkend met een dorpsvriendje, tegelijkertijd een vechthaan strelend. Toen ik de dames wat verfrissingen had gebracht, welke dankbaar aanvaard werden, wees ik mijn vrouw op neef Lamzak, en zei dat hij ook wel eens de handen uit de mouwen mocht steken. Zij sprak hem er voorzichtig op aan.

Commentaar van grijnzende Noh: ‘Dat is vrouwenwerk.’ Daarmee bij mij iedere sympathie, voor zover nog aanwezig, volledig verspelend.

Zes blikken Singha opgezopen; videospeler verhuisd
Nog diezelfde avond, samen voor het huis, gezellig drinkend en lachend. De enige dissonant was Noh, apart zittend, en wat fiedelend met een oude wrakke fiets. Wat milder gestemd door drankgebruik besloot ik hem er toch bij te roepen, om een biertje te drinken. Maar hij bedankte met een grote smile, en bleef fiedelen.

Om er dan ‘s ochtends achter te komen dat meneer zes blikken Singha bier had opgezopen, nadat we ons ter ruste hadden begeven. Dit bier word in Khorat aangeschaft en apart bewaard, omdat het enige verkrijgbare bier ter dorpe het eeuwige Chang is, en men (ik dus) wel eens wat anders wil.

Dus nog stiekem ook. Had hij erom gevraagd, had de schijnheilige er zo enkele van me gekregen. Maar dat probleem was hij zorgvuldig uit de weg gegaan.

De andere dag had neefje Noh de videospeler van schoonma verhuisd naar het naastgelegen huis van schoonzusje, aldaar Thaise actiefilms bekijkend, gelegen op de vloer en met de volumeknop op gehoor beschadigende decibels. Weg, de zo begeerde rust en stilte van de omgeving.

Aan zijn zijde een groot glas whisky soda. Losgepeuterd uit het meegaande gemoed van mijn vrouw, die vindt dat iedereen het naar zijn of haar zin moet hebben, als wij er zijn. Ikzelf begon echter uitzonderingen te maken.

Luie Free-loader, bloedzuiger

Noh begon me tegen te staan, en flink ook. En besloot daarop dat het jongmens moest wieberen, ook al omdat mijn bloeddruk zo ongeveer het ventiel kopjes begon te geven. Hier was ik niet voor gekomen.

Dit bleek echter beslist niet eenvoudig te zijn, want ik stuitte op mijn vrouw, en de zo belangrijke Thaise harmonie die bewaard diende te worden. Het was ‘not done’ om botweg Noh de toegang te ontzeggen. Gezichtsverlies zou de familierelatie ernstig schaden, en meer van dergelijke obstakels in het wegwerken van notoire nietsdoende neefjes. Mijn Farang-aanpak van ‘opzouten’ zou averechts werken. Het Mai Pen Rai vierde weer eens hoogtij.

Wat nu gedaan? Want begreep dat ik me alleen maar meer zou gaan ergeren aan de luie Free-loader. Wie kon me helpen dit parasitair levende wezen te verwijderen uit mijn omgeving? En afdoende, want had geen behoefte aan weerkerende bezoekjes van Noh. Ik zat met mijn handen in het haar, (voorzover aanwezig) want had absoluut geen macht in dezen.

Ondanks mijn getrouwd zijn met haar dochter, was het huisje van schoonma, en kon ik niet beslissen wie er wel of niet verbleef. En wilde ook geen ruzie tussen mijn vrouw en haar moeder over deze bloedzuiger met verkeerde attitude. Frustrerend en moemakend, want Noh gaf begrijpelijk nog geen enkele blijk van het weg willen uit dit fijne resort, waar hij zo gepamperd werd.

Lumineus moment van inzicht

Kreeg de volgende dag echter een lumineus moment van inzicht in de te hanteren strategie, en besloot tussen neus en lippen door mijn schoonma te laten weten verder te willen reizen door Thailand, de enige en echte reden daarvoor echter zorgvuldig niet benoemend (ik werd al een heel klein beetje Thais). Mijn steenkolen-Thaise gebrabbel werd zowaar begrepen.

Daarmee de raderen van parasiet-verwijdering in werking stellend. Het werkte sneller dan ik had durven dromen. Inlichtingen over mijn globetrotter-aspiraties werden ingewonnen bij vrouwlief, en ziedaar: verlossing was aanstaande.

Schoonma is een gerespecteerde vrouw in het dorp, en men haalt geen geintjes met haar uit. En blijkbaar ook niet met haar farang-schoonzoon. Zo begreep nederig-ogend neefje Nong, die de volgende morgen op een brommer-taxi afgevoerd werd, richting Phimai, en het huis van zijn moeder. Gewapend met rugzakje, en een grote smile waide hij me gedag. Net zo vriendelijk en gemaakt zwaaide ik hem uit.

Zijn visum voor ongebreideld consumeren en de hedonist uithangen was verlopen, met een groot stempel persona non grata van schoonma eroverheen.

Wat hem er niet van weerhield de laatste volle fles fles SangSom whisky mee te jatten, een fikse bult veroorzakend in zijn kleine rugzakje. Een kleine prijs echter voor mijn gemoedsrust. Had een zwembad voor de geveinsde gevuld, indien nodig.

Sindsdien Noh nimmer meer waargenomen, en verblijf weer met volle tevredenheid in de Isaan.

Nog een laatste opmerking wat deze Parel van Thailand betreft, die zit op dit moment namelijk een jarenlange gevangenisstraf uit voor medeplichtigheid aan een zwaar geweldsmisdrijf. Volgens mijn vrouw zal hij daar in de bajes wel niet veel goeds leren. Ben bang dat ze gelijk heeft, en Noh voor de verandering eens een vlijtige leerling zal blijken te zijn.

Gerelateerde berichten