Apenklauwtjes met diepgang

Everybody got something to hide except me and my monkey

Wat mij opeens opviel, na jaren eigenlijk, haar handjes zijn net apenklauwtjes. Wel sterk moet ik zeggen, want zij kan tenminste wel een pot Appelmoes opendraaien en ik niet, of het dopje van een fles water, gekocht bij de Seven Eleven, zonder eerst het plastic zegeltje te verwijderen. Het zijn net apenklauwtjes van haar, zag ik opeens waarmee zij zich van tijd tot tijd aan mij vastklampt, alsof ik haar laatste redding ben die haar van de verdrinkingsdood kan redden.

Vroeger had ik in Holland een vriendinnetje, half Indisch half Nederlands, die mij op haar eigen handen attendeerde. Net apenklauwtjes, zei zij ontevreden. Liever had zij slanke lange vingers waarin de kootjes nauwelijks te zien waren en vingers die er erg breekbaar uitzagen. Zo, dacht ik toen, maar je hebt dan wel apenklauwtjes van een prettige soort, want ook zij kon iets met haar handen wat ik niet kan.

Zij speelde niet alleen zeer verdienstelijk piano, terwijl het bij mij ophoudt bij “Jan daar ligt een kip in het water,” of een ander eenvingerig concert, maar daarnaast waren haar door haarzelf genoemde apenklauwtjes in staat mij op een liefdevolle manier aan te raken, in elk geval op zo’n manier die het vriendschappelijk samengaan deed overstijgen naar een erotisch avontuur voor twee en waardoor er al snel sprake was van Quatre-mains.

En dit was not done, want zij was getrouwd en zoiets hoort een getrouwde vrouw niet te doen. Een getrouwde man natuurlijk ook niet, maar ik was vrijgezel dus onschuldig. Een paar maal heb ik het onderwerp getrouwd zijn en buitenechtelijk geslachtsverkeer bij haar aangekaart, waarop zij reageerde dat we in een nieuw tijdperk waren beland en we die ouderwetse gedachtes over seksuele moraal maar eens overboord moesten zetten.

Jawel, 1969. Een warme lange zomer in Holland, love and peace everywhere, Abbey Road was nu echt de laatste LP, “Here Comes The Sun” en “Come Together”. En nou moest het maar eens afgelopen zijn want iets beters zouden ze toch nooit meer kunnen maken.

Ik heb tenminste apenklauwtjes

Ik kijk eens bewust naar mijn eigen handen en wat zie ik; het lijken net apenklauwtjes. Hiermee wordt onmiddellijk mijn vermoeden bevestigd dat mijn roots in het Verre Oosten liggen en bepaald niet in Holland. Een zucht van verlichting.

Ik neem mijn allang overleden vader nog eens in gedachte en zie dat hij net als een oosterling op zijn hurken kon zitten, de voeten plat op de grond. Dit mis ik, zoiets kan ik niet. Maar ik heb tenminste wel apenklauwtjes en dat is toch ook iets om over na te denken.

Zo langzamerhand begin ik ook te begrijpen waarom ik vrouwelijke donker getinte types altijd veel aantrekkelijker heb gevonden dan hun blonde blanke evenknieën. Verder blijft het bij een gezonde acceptatie van het geheel, want om nou net als mijn vriend in Rotterdam aan een uitgebreid familieonderzoek te beginnen, gaat mij wat te ver, m.a.w. daar ben ik te lui voor. En hem voor mijn karretje spannen lukt niet, hij is wel goed maar niet gek.

Mijn Thais vriendinnetje heeft dus ook apenklauwtjes, zoals mij op een gegeven moment opviel, en ik kon een vergelijking trekken met mijn vriendinnetje van jaren geleden. En met die vergelijking kwamen er een hoop herinneringen waarvan sommige erg lollig en andere weer wat minder.

Het lollige was de geheimhouding van zo’n soort relatie en dat je je als een soort geheimagent door het leven gaat bewegen. Altijd alert, altijd oppassend wat je wel en niet kon zeggen binnen een gezelschap, steeds het mes in je rug voelend of dan toch wel de uitnodiging verwachtend om zes uur in de ochtend te verschijnen op een open veld om daar een duel aan te gaan met de bedrogen echtgenoot. Het is er nooit van gekomen.

Minder lollig was de duurzaamheid van zo’n soort relatie die, zoals je op je vingers kunt natellen, geen basis vormt voor een veel grotere diepgang dan wat in bed te bereiken valt.

Met mijn huidige Thaise vriendin zit ik zo’n beetje op hetzelfde niveau waarbij er eveneens, door het onoverbrugbare cultuurverschil ditmaal, geen sprake kan zijn van enige diepgang. Nou is het geluk van mijn kant bezien, dat ik allang niet meer uit ben op diepgang in een relatie met een Thaise vrouw, omdat ik allang begrepen heb dat diepgang met een Thaise vrouw niet te bereiken valt, tenzij je graag wilt laten weten hoe je pensioen eruit ziet en wat je nou precies nog achter de hand hebt op de bank in Holland. Cynisme? Ervaring is een betere benaming.

Tot de tanden toe bewapend heb ik een soort van omgang met haar die er zuiver en alleen is voor mijn genoegen en vind ik het verder prima als zij in mijn genoegen deelt, maar daar houdt het dan wel bij op.

Triest hoor, zeggen enkele van mijn expat-vriendjes, om zo je laatste levensjaren te slijten, maar ik weet tegelijk dat er in hun oordeel een zekere afgunst ligt, want hoe leuk en bevredigend is het nou eigenlijk om met een vrouw samen te leven die een totaal andere agenda heeft, wat je verdomd goed weet maar aan jezelf niet kan toegeven om je droomwereld niet te laten verstoren. Dus verberg je je eigen teleurstelling in dat semi-tevredengevoel en noem je haar je allesie of kies je voor een ander vreselijk koosnaampje.

Haar naam uitspreken wordt een langdurige kwestie

Mijn vriendinnetje hier heeft geen koosnaampje. Wel een nick name natuurlijk, wat erg handig is want om een kopje koffie vragen waarbij je eerst haar volledige naam uit zou moeten spreken, wordt een langdurige kwestie en heb je in die tijd allang zelf een kop koffie gemaakt.

Nog een aardige bijkomstigheid in deze relatie is dat wij niets geheim hoeven te houden, ik mij niet hoef te bewegen als James Bond en ook niet bang hoef te zijn uitgenodigd te worden voor een duel ergens op een braakliggend stuk land. Saai? Op mijn leeftijd is bijna alles saai, dus waarom dit niet. Per slot, alles heb ik al meegemaakt, in mijn opinie dan, en diepgang zoek ik wel ergens anders. Bijvoorbeeld als ik voor een wijle in Holland verkeer tussen mensen met dezelfde cultuur en min of meer dezelfde denkwijze.

 

Bert van Balen
Over Bert van Balen 453 Artikelen
†Bert van Balen (20 juni 1945 - 26 oktober 2018) verbleef een decennium lang regelmatig in Thailand, vooral in Chiang Mai. Bert leerde als autodidact van zijn hobby fotografie zijn beroep te maken. HIj was ook chauffeur, magazijnbediende, semi beroepszeiler, redacteur en journalist voor Kidsweek en flierefluiter. De reden tot zijn regelmatig langdurig verblijf in Thailand is terug te vinden in zijn boek: Hoera, ik heb kanker. Te bestellen via Bol.com