Descartes in Kyoto

Hotel Hokke Club Kyoto ligt recht tegenover het treinstation van Kyoto. Zodra ik mijn voet op de eerste trede zet van de roltrap begint hij te lopen. Mijn vrouw en ik glijden langzaam omhoog. De balie komt in zicht. Daarachter drie receptionisten. Ongeveer twee meter uit elkaar. Een jonge vrouw in het midden. Mantelpakje. Links van haar een kalende man. Herenkostuum met streepje. Rechts een jongeman. Ook herenkostuum met streepje.

Alle drie hebben ze een stropdas. Alledrie lachen ze naar ons. Drie mensen die zomaar naar ons  lachen. Een supernormale prikkel. Zoals mannetjeskikkers in koren zingen om de vrouwtjes te verleiden. We zijn zeer gewaardeerde gasten, helemaal uit Europa.

Ik lach terug. Het drietal slaat de ogen neer en maakt gelijktijdig een buiging. Ik schat minimaal 21 graden. Dat is van belang, dat aantal graden. Elke situatie vraagt om een andere buigingshoek. Hoe groter de hoek, hoe meer respect. Voor een monnik dien je maar liefst 90 graden te buigen. Grotere hoeken gaan de fysieke mogelijkheden van het menselijk lichaam te boven of het moeten acrobaten zijn.

Ik geef een hoofdknikje terug. Het komt vanuit de nekspieren, niet vanuit de rugspieren. Er wordt weer gelachen. Ik vraag om de sleutel van onze kamer.

‘Welk nummer?’
‘Kamer 612.’
‘Wat was uw naam ook al weer?’
Ik noem mijn naam.
Er wordt gekoekeloerd op een scherm.
‘Ah, mister André.’
Ik krijg de sleutel. Er wordt gebogen. Gelachen. En nog eens gebogen. 21 graden. Zeker 21 graden.

De riedel herhaalt zich een paar keer per dag: lachen-buigen-sleutelvragen-naamvragen-koekeloeren-‘Ah mister André’-sleutelgeven-buigen-lachen-buigen. Het ritueel wordt in werking gezet, zodra ik mijn voet op de eerste trede van de roltrap zet. En het houdt pas op, als we verdwenen zijn achter de liftdeuren.

Een ritueel. Net als die verkeersagent, die ‘s morgens geposteerd wordt op een kruispunt hier vlakbij bij het Kyotostation. Die vervolgens de witgehandschoende handen  horizontaal uitspreidt ten teken dat de auto’s moeten wachten en de voetgangers over mogen steken. Of er nu verkeer is of niet. Die na twee minuten 90 graden draait, zodat de voetgangers moeten wachten en de auto’s kunnen doorrijden. Die twee minuten later weer terugdraait. Enzovoort. Het gaat de hele dag zo door. Tot hij aan het eind van de dag wordt opgehaald.

DescartesHet menselijk handelen gereduceerd tot een vaststaande opeenvolging van dezelfde voorgeschreven gedragselementen. Het kan in Japan. Menselijke automaten zijn het. De ‘automata’ van René Descartes, die meende, dat organismen door God in elkaar geknutselde machientjes waren.

Japanners koesteren nu eenmaal hun rituelen. Hun begroetingsrituelen, hun verkeersrituelen, maar ook hun theeceremonieën, hun geisha’s, hun  maikodansen. Hun memen zullen sommige biologen zeggen. Misschien omdat de mensen bepaalde handelingen eindeloos herhaald willen zien, eenvoudigweg omdat ze zo ontzettend mooi zijn. Zoals er destijds ook mensen waren, die honderden keren ‘Westside Story’ gingen zien.

Speelgoedbeestjes die je met een sleutel moet opdraaien

Het Kaburen-jō theater is dé plek waar Japanners zich al ruim 140 jaar laven aan hun rituelen. Het staat in de Ponto-chō wijk. Het gebouw kraakt van ouderdom. Sinds 1872 worden hier elk jaar in mei de Kamogawa Odori gehouden, de Kamo Rivier Dansen. We dalen af in de krochten van de Japanse geschiedenis.

De zaal zit vol Japanners. Op het toneel dansen maiko’s in kleurrijke kimono’s. Danspassen tot in het oneindige vertraagd als bij t’ai chi, zodat het tenslotte alleen nog maar gaat om bewegingen van de ogen. Elke stand van de hand, elke knik van het hoofd, elke draai van de ogen is voorgeschreven en heeft een eigen betekenis. Speelgoedbeestjes die je met een sleutel moet opdraaien. Automata van Descartes.

Op het zijtoneel zit een vrouwenorkest. De keelgeluiden van een oude vrouw worden afgewisseld met het gesjilp van jonge maiko’s. Pas geboren kraanvogels in hun nest. Het is tenslotte lente. Vlijmscherpe tokkels op de driesnarige shamisens kaatsen terug tegen honderden Japanse oren. Drie vrouwen bespelen de ko-tsuzumi, een kleine trommel, die ze in een gelijktijdige beweging op hun schouder zetten en die ze met één hand bespelen en die daarna weer gelijktijdig worden neergezet.

Daarnaast zit een vrouw die een grotere trommel bespeelt, die op de grond staat, een taiko. Net als de andere vrouwen zit ze kaars rechtop en kijkt strak voor zich uit. Ze heeft twee bachi in haar handen, tussen de wijsvinger en de duim. Stokken zo dik als honkbalknuppels. De handpalmen zijn naar beneden gekeerd. De armen zijn gestrekt. Ze bewegen vanuit de schouder. Mechanische  bewegingen als van de poppen van een draaiorgel.

Geconcentreerde schoonheid
Japonisme-205x300Alles, elke beweging, elke toon, wordt teruggebracht tot zijn essentie. Net zo lang ingekookt tot alle vluchtige bestanddelen van het leven zijn verdwenen.  Zoals bij de Japanse ukiyoes (blokdrukafbeeldingen) de wereld is gereduceerd tot twee dimensies. Wat overblijft is schoonheid.

Geconcentreerde schoonheid. Dezelfde schoonheid, die de Franse impressionisten heeft geïnspireerd. Die leidde tot het japonisme van van Gogh, Toulouse l’Autrec, Gauguin en Klimt. Schoonheid, die de wereld reduceert en die de mens tot een machine maakt.

In 1950 stak een monnik de zen-boeddhistische Kinkaku-ji tempel in brand, omdat de schoonheid ervan hem verstikte. Hem belemmerde om mens te zijn. Daarna pleegde hij seppuku, maar dat mislukte. Yukio Mishima beschrijft het in zijn ‘Het Gouden paviljoen’. Bloedmooi. Hem lukte het wel om de punt van zijn  zwaard even boven zijn navel neer te zetten en door te stoten.

Terwijl de Japanse mens gemachineerd wordt, worden hun machines steeds meer vermenselijkt. Japanners houden van denkende machines. Machines die rituelen uitvoeren. Zelfs een doortrektoilet, een model dat al twee eeuwen naar tevredenheid functioneert,  is uitgegroeid tot een gecompliceerde machine.

Koningin Elizabeth I weigerde gebruik te maken van een doortrektoilet
De high tech toiletmachine. We hebben er een in onze hotelkamer. Er hangt een uitgebreide gebruiksaanwijzing bij. Hoe je de gevoelstemperatuur van de bril kunt bijstellen, hoe je kunt kiezen voor een frontaal fonteintje  of een anaal fonteintje, hoe je de temperatuur  van het fonteintje kunt bijstellen, hoe je de kracht van het fonteintje kunt regelen (van strelend zacht tot klysmatisch), een knop voor een aangenaam geurtje…

Ja, er is zelfs een knop waarmee je het geluidsvolume van het doortrekken kunt regelen. We moeten daar niet te licht over denken. Wie herinnert zich niet koningin Elizabeth I, die weigerde gebruik te maken van een doortrektoilet, omdat hij te veel lawaai maakte?

Gebruiksaanwijzingen in het Japans, Chinees, Engels en in braille. Bepaald geen sinecure zo’n toilet.

Ik hoor een gil. Mijn vrouw.
‘Wat is er?’
Mijn vrouw is in paniek. Ze weet niet hoe ze het fonteintje uit moet zetten. En ze durft ook niet op te staan, omdat anders het hele toilet ondergespoten wordt.
‘Ik bel de receptie’, roep ik.
‘Nee, nee, nee!’
‘Gebruik dan de noodknop!’

Mens en machine gaan steeds meer op elkaar lijken in Japan. Vandaag las ik in de ‘Tokyo Times’, dat een groot bedrijf in Tokyo zijn receptioniste vervangen heeft door een robot. Er staat een foto bij van de robot. Een jonge vrouw in een mantelpakje. Ineens bekijk ik de drie achter de balie in Hotel Hokke Club Kyoto met andere ogen. Ze lachen naar me. Hoe weet ik of het geen robots zijn?

Mens of machine?
Alan Turing stelde in 1950 een test op, waarmee je kon nagaan of je te doen had met een mens of een machine. Je moet de juiste vragen stellen.

‘Als ik nu aan ze vraag “Waarom?”’, zeg ik tegen mijn vrouw.
‘Hoezo?’
‘Als ze beginnen te roken, dan zijn het machines.’
Mijn vrouw vindt het geen goed idee.
‘Misschien beginnen Japanners ook te roken, als je vraagt “waarom?”’

Het drietal slaat de ogen neer en buigt. Automata van Descartes.
Ik buig terug. Vanuit de nek.

André van Leijen
Over André van Leijen 170 Artikelen
André van Leijen (1947) is schrijver en bioloog. Hij heeft les gegeven aan de Hogeschool Rotterdam en aan een middelbare school in Spijkenisse en in Vlaardingen. Hij ontwikkelde er lesmateriaal voor de natuurwetenschappelijke vakken en publiceerde in diverse bladen. Na zijn pensionering reisde hij met zijn Slowaakse vrouw vijf jaar over de wereld. Inmiddels zijn ze terug in Schiedam, waar André een boek heeft geschreven over zijn belevenissen. Het is te bestellen via bol.com, via alle boekhandels in Nederland en via het redactieadres van Trefpunt Azië: post@trefpuntazie.com Titel: Beste Reizigers ISBN: 978-94-6345-888-7 Prijs: 14,95.