Demonen (3) e2 – e4


De sikhs kijken nu openlijk naar ons tafeltje. De grootste, die met zijn rug naar ons toe, heeft zich half omgedraaid. Ik zie hoe Babe haar aandacht op hem concentreert. Sebastien zet zijn pul met een klap op het tafelblad.|
‘Fucking sikhs,’ zegt Patrick.

Bobby op zijn eiland in de Indische Oceaan walst de rum in zijn glas, ogen half dichtgeknepen en bijna verdwenen boven dikke wallen. De lucht lijkt gestold tot iets dat niet gemaakt is om te ademen. Geen briesje, geen geluid dat betekenis heeft in onze enclave komt over de muur. Daarbuiten rijden kakelbonte goden en godinnen in wolken zwarte dieselrook en dansen tempeldanseressen op de muziek van duizend jaar oude enkelbelletjes. En naakte Baba’s schrijden langs de oever van de Grote Moederrivier, slechts gehuld in heiligheid.
Patrick gaat over op McDowell’s No.1. Hij giet zijn glas halfvol whisky, neemt een slok en rilt. ‘Indian made foreign liquor, há! Hersendood binnen een jaar, geven ze garantie op.’
‘Waarom drink je het dan?’ zegt Sebastien, die zichtbaar moeite zit te doen om zich in de hand te houden. Dat doet hij altijd, des te harder is de knal waarmee hij uiteindelijk ontploft.
No mind,’ zegt Swamiji, ‘dat is een staat van Nirwana.’
Een gehelmd hoofd kijkt over de muur. Cornelius zet zijn Honda op de standaard en komt het terras op. Onder het lopen doet hij zijn helm af. Dan draait hij zich om en verdwijnt weer door het poortje. Hij komt terug zonder helm en met een plastic zak. Ram staat al aan ons tafeltje met een flesje Kingfisher Small.
‘Hallo luitjes, nog iets gebeurd vandaag?’
Cornelius is van Australië, klein en rond, met een klein, rond en kaal hoofd. Een lachende kale chimpansee, daar doet hij aan denken. Hij was iets met cijfers, accountant, fiscalist, zoiets. Burn out, door zijn partners de zaak uit gewerkt, vrouw weg, enfin, het gewone liedje. Wat hij eraan over heeft gehouden is een manische vakantiestemming. Op zijn zwarte, altijd glanzend gepoetste scooter tuft hij van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat door stad en omstreken in een eindeloze toernee die elk risico op een moment van bezinning bij voorbaat uitsluit. Hij kent de goedkoopste barretjes en eetstalletjes tot een dagreis in de omtrek en kan je precies vertellen hoeveel een flesje Kingfisher of een massala chai in elk van deze uitheemse aanlegplaatsen kost. In ons gezelschap fungeert hij als eenmans organisatiebureau van kaartavondjes, barquizzen, uitstapjes naar schilderachtige tempelruïnes en andere groepsactiviteiten, die bij gebrek aan interesse nooit van de grond komen. Onze lauwe reacties en Patrick’s standaard ‘Fuck off mate’ tasten zijn enthousiasme niet aan. Nu heeft hij iets nieuws. Hij trekt het uit de plastic zak, zet het op tafel en klapt het open. Een klein schaakspel met de stukken erin. ‘Wie heeft er zin een een potje?’
Er is een tijd in mijn leven geweest dat ik graag schaakte, maar op het terras van Keshi’s Bar ben ik toeschouwer, geen deelnemer. Ik schud mijn hoofd. ‘Sebastien?’ ‘Oké,’ zegt Sebastien. Dappere Sebastien, vastbesloten het onvermijdelijke zo lang mogelijk uit te stellen. Er is wat discussie over de opstelling van de stukken, dan beginnen ze te spelen. Babe heeft zich omgedraaid, de sikhs voorlopig vergeten. Elke vorm van spel heeft een magische aantrekkingskracht voor haar. Ze zit voorovergebogen, bierpul tussen haar benen, en geeft advies. ‘Die moet je pakken.’
‘Kan niet,’ zegt Sebastien, ‘met een pion mag je alleen schuin slaan.’ Cornelius blaast zijn wangen op en schuift heen en weer op zijn stoel. Binnen tien zetten staat hij verloren. Ik kijk op van het spel, recht in de ogen van Bobby, die met een intense blik naar ons tafeltje staart. Alsof hij zich betrapt voelt pakt hij zijn glas op.
De sikhs hebben hun hoofden weer bij elkaar gestoken. Ram staat in de deuropening van de bar, een theedoek in zijn hand. Hij kijkt over de muur met verre ogen, misschien helemaal naar de onbevlekte bergen van zijn vaderland. Een flauwe stank van rotte groenten zweeft over het terras wanneer een vuilniscontainer langs wordt geduwd door een man in een khaki werkhemd. Het ratelen van de wieltjes overstemt een tijdje alle andere geluiden. Swamiji heeft zijn ogen gesloten, zijn lippen bewegen alsof hij een mantra opzegt. Patrick staart broedend in zijn glas. Ik denk na over Bobby. Ik vraag me af wat hij van ons vindt. We zijn allebei toeschouwer, Bobby en ik, maar voor hem ben ik een deelnemer, want hij is ook toeschouwer van de toeschouwers. We zijn van dezelfde leeftijd en dragen dezelfde naam. Bobby, Robert.
‘Shit,’ zegt Cornelius. De stukken worden opnieuw opgezet. Ook in dit potje veegt Sebastien de vloer met hem aan, achteloos, zijn aandacht op Babe gericht. ‘De stukken zijn te klein,’ zegt Cornelius. ‘Je kunt ze niet uit elkaar houden in dit licht, dan ga je vanzelf fouten maken, ja toch?’ Hij kijkt de tafel rond. Ik haal mijn schouders op. Swamiji opent zijn ogen en kijkt verbaasd om zich heen. ‘Fucking India,’ mompelt Patrick.
‘Ja toch?’ zegt Cornelius in de richting van Bobby.
Bobby haalt zijn hand door zijn golvende grijze haar dat altijd pas geknipt en geföhnd lijkt. Dan zegt hij: ‘Je hoeft de stukken niet te zien.’
‘Hoezo niet?’ zegt Cornelius.
‘Blind schaken,’ zegt Sebastien.
‘Wil je soms zeggen dat jij dat kunt?’ zegt Cornelius.
Babe bestudeert het kleine schaakbord tussen de flessen en de pullen en de plassen bier. Ze knijpt haar ogen een paar keer dicht. Haar lippen bewegen alsof ze aan hoofdrekenen doet. ‘Dat kan niet,’ is haar conclusie. Ze draait zich half om en kijkt Bobby aan. ‘Dat kan niet.’
Bobby geeft geen antwoord. Hij glimlacht. Het heeft iets superieurs, dat glimlachje van hem. Ik denk dat dit het is wat Cornelius prikkelt, na zijn twee verloren partijen en het uitblijven van begrip.
‘Laat maar eens zien dan. Dat jij dat kunt.’ Hij zet de stukken op en leunt achterover. Bobby kijkt hem een tijdje aan. Dan draait hij zijn stoel een kwartslag en zegt tegen de gevel van Keshi’s Bar: ‘e2 – e4.’

Dit is deel 3 van “Demonen”, een verhaal van Rob Verschuren. Deel 2 vindt u hier.

 


Rob Verschuren
Over Rob Verschuren 53 Artikelen
Een half leven lang op weg naar het Zuiden, heeft Rob Verschuren via België, Frankrijk en India in 2009 Nha Trang, Vietnam bereikt. Nu hoeft hij niet meer verder. In zijn hangmat aan de Zuid-Chinese Zee schrijft hij reclame voor klanten en fictie voor zijn plezier.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*