Debat. Pas op voor combinatie passie en politiek

Passie en politiek zijn een gevaarlijke combinatie. Dat betekent niet dat politiek een bloedeloze aangelegenheid moet worden. Op school hebben we geleerd dat politiek gaat leven door stevige discussies, debatteren op het scherp van de snede en geestige, soms venijnige interrupties. Zonder die dingen is het dood in de pot, toneel zonder drama. In de schouwburg eiste het publiek dan vroeger zijn geld terug.

Maar die discussies, debatten en interrupties, hoe onmisbaar ook, maken niet het wezen uit van de politiek. Politiek is in de eerste plaats conflicten beslechten tussen partijen met strijdige belangen, waarvan arbeid tegen kapitaal de afgelopen eeuwen de belangrijkste was. Het is ook het vinden van oplossingen en compromissen. Die oplossingen en compromissen zijn vrijwel altijd ‘technocratisch’ van aard. Dat is voor veel mensen een afstotend begrip dat staat voor alles wat in hun ogen aan de politiek niet deugt. Het wordt het domein van ‘elites’, onzichtbare bureaucraten en ongrijpbare functionarissen verscholen achter de toetsen van de telefoon. Dat is niet zelden een terecht sentiment.

Om te voorkomen dat die anonieme figuren die dienst uitmaken staan ze onder controle. In een democratie zijn dat door de burgers gekozen volksvertegenwoordigers. Als ze hun werk goed doen, houden ze die apparatsjiks in toom en wijzen ze deze van tijd tot tijd op hun plaats. Die plaats is dat ze uitvoerders zijn, niet op de plek van de gekozen bestuurders moeten gaan zitten en geen te grote broek moeten aantrekken. Dat lukt niet altijd, zoals we bij het toeslagenschandaal bij de belastingdienst hebben gezien. Uiteindelijk wordt er ingegrepen maar de gedupeerden staat het water inmiddels tot aan de lippen en in de ergste gevallen gaan ze kopje onder. Als je nog wil weten waarom veel burgers de overheid niet vertrouwen, voila. Dat is iets wat we bij de huidige modieuze roep om ‘meer staat’ niet over het hoofd moeten zien. Meer is zeker niet altijd beter.

Bij dit type politiek horen kwalificaties als ‘voortmodderen’, ‘pappen en nathouden’ en ‘op de winkel passen’. Voor ‘visie’, waar ook steeds om geroepen wordt, is nauwelijks plaats. Het is polderen. Je krijgt er de handen zelden voor op elkaar. Een zeven min, hoog uit. Maar het werkt. Niet voor niets behoren landen met een vergelijkbaar ‘systeem’ als het onze, in Scandinavië en Duitsland, tot de meest stabiele en welvarende.

Peter van Nuijsenburg, Passie en Politiek, Populisme, Polarisatie
Schermafbeelding op Twitter

Passie en politiek geeft spektakel

Feit blijft dat ze qua spektakel meestal matig scoren. Dat is soms bedrieglijk omdat er achter de schermen, in de wandelgangen en in de achterkamertjes vaak genoeg drama overblijft. Ook in deze zo op het oog weinig opwindende biotoop wordt er bij het leven gekonkeld, geïntrigeerd en aan stoelpoten gezaagd. Meestal binnen de eigen partij waar de rivaliteit tot uitdrukking komt in de in de overtreffende trap: vijand, aartsvijand, partijgenoot. Maar zoals gezegd, dat is iets voor de insiders en de junks in de pers en de partij-afdelingen. Het grote publiek zal het worst zijn.

Van tijd tot tijd worden er keien gegooid in dit op het eerste gezicht vrijwel stilstaande water. De gezapigheid wordt opeens verstoord door ideologische erupties. De tegenstellingen worden aangescherpt, het compromis wordt iets om het achterwerk mee af te vegen, de tegenstander wordt vijand, het wordt ‘wij’ tegen ‘hun’.

Die polarisatie heeft soms een heilzaam effect. De boel wordt opgeschud, de politiek schrikt op uit zijn middagdutje, en de adrenaline spuit misschien niet door de aderen, maar er is soms wel sprake van een ‘nieuw elan’. Het moet alleen niet te lang duren, want dan wordt de zaak onwerkbaar. Het drama krijgt de overhand en de klussen blijven liggen. Bovendien krijgt de kiezer er op den duur genoeg van. Hij wil dat zijn (groot)moeder in het verpleeghuis op tijd een schone luier krijgt, de hypotheek betaalbaar blijft, en dat hij bij voorkeur een paar keer jaar met vakantie kan. De politiek moet hem niet voortdurend in zijn nek hijgen. Ze moet problemen oplossen. Als dat door technocraten gebeurd, soit.

Dat is ook een reden waarom protestpartijen hier nooit echt doorbreken. Populisme is de porstok dat het middagdutje van de gevestigde politiek verstoort. Dat is hun functie, zoals ze ook de uitlaatklep zijn voor maatschappelijk onbehagen. Maar de meeste burgers, en vermoedelijk ook de meesten van hun kiezers, weten dat ze zich voor oplossingen bij een ander loket moeten melden.

Polarisatie troef

In landen als de VS en het VK is die polarisatie door hun bestel de natuurlijke staat van de politiek. Het zijn in feite twee-partijen-stelsels. In de VS gaat het tussen de Democraten en Republikeinen. In het VK tussen de Conservatieven en Labour.
Dat zorgt ontegenzeggelijk voor meer drama en spektakel dan bij ons in de polder. Maar het kan ook helemaal uit de hand lopen. In de VS dreigt de polarisatie te ontaarden in een stammenoorlog. Het centrum wordt onder de voet gelopen, en het compromis verdwijnt uit zicht. Politiek is niet langer het vreedzaam beslechten van conflicten. Het is bloed aan de paal. De medeburger met een andere politieke kleur wordt De Vijand. Je trekt in de eigen bubbel alleen nog maar op met gelijkgezinden. Het contact met andersdenkenden wordt taboe. De Ander is een verderfelijke verschijning die gehaat mag, nee moet, worden. Het is een toestand die het best beschreven kan worden als een ‘koude burgeroorlog’. Probeer in zo’n situatie maar eens de ‘boel bij elkaar te houden’. En dan hebben we het nog niet over ‘verbinden’.

Over Donald J. Trump is al te veel gezegd en geschreven, psychopaat, narcist, racist pathologische leugenaar, incompetent, kortom totaal ongeschikt voor het belangrijkste politieke ambt ter wereld. Allemaal waar, geen speld tussen te krijgen. Maar hij is ook een symptoom van het systeem, in zijn meest extreme vorm weliswaar, maar het is een feit dat we niet uit het oog mogen verliezen. Dat hij president kon worden is voor een belangrijk deel toe te schrijven aan de polarisatie die ingebakken zit in het systeem.

Die polarisatie heeft haar wortels in de mentale, culturele, economische en raciale tegenstellingen de VS sinds jaar en dag beheersen en die op hun beurt vrijwel dagelijks nieuw voedsel krijgen van wat er in de actuele politiek in het Congress en, niet te vergeten, op straat gebeurt. Trump was naar alle waarschijnlijkheid niet mogelijk geweest zonder de kortzichtigheid van de Democraten die vier jaar geleden met een van de meest gehate figuren van het toch al gehate establishment, Hillary Clinton, de verkiezingen dachten te winnen. Dat Clinton, anders dan echtgenoot Bill een slecht politicus was, hielp evenmin.

Politieke ironie meestal wrang

Geen politiek zonder ironie en die ironie is meestal van de wrange soort. In dit oververhitte klimaat met elke dag wel een uitslaande brand gaan de Democraten het in november proberen met een kandidaat die qua naturel het best zou gedijen in de West-Europese consensuscultuur. Het politieke leven van Joe Biden stond altijd in het teken van het compromis, het overbruggen van tegenstellingen, het met de andere partij zoeken naar de gemeenschappelijke deler, hoe miezerig en moeilijk verkoopbaar ook. Politiek als de kunst van het haalbare, het is het Leitmotiv van zijn loopbaan. Het zou mooi geweest zijn als die lofwaardige eigenschappen aangevuld waren met enig charisma, maar daar is de kandidaat niet rijkelijk mee bedeeld. Het is een teken aan de wand dat men in zijn eigen partij niet overloopt van enthousiasme voor zijn kandidatuur.

Niettemin, Biden maakt alleen een kans als hij erin slaagt zijn kiezers en masse weet te mobiliseren. En dan nog moet hij hopen dat teleurgestelde Trump-kiezers hun buik vol hebben van vier jaar incompetentie, corruptie en haatzaaien. Normaal gesproken zijn presidentsverkiezingen vooral een referendum over de staat van dienst van de man in het Witte Huis met als centrale vraag: gaat het nu beter met mij en mijn gezin dan vier jaar geleden? Maar dat is politiek oude stijl waar het buikgevoel de rationele afweging niet helemaal heeft verdrongen. Op dat buikgevoel van zijn bloedfanatieke aanhang kan Trump kan altijd met succes een beroep doen. Helemaal als de campagne een van de smerigste ooit wordt en waarin Trump in zijn element is.

Hoe dat moet aflopen bezorgt veel Amerikanen nu al nachtmerries. Er doen allerlei horrorscenario’s de ronde waarin Trump zijn eventuele nederlaag niet accepteert en zijn zwaar bewapende achterban de straat op stuurt. Dat zou weer voor extreem-links, anarchisten en de ultra-radicale vleugel van de Black Lives Matter-beweging, het sein zijn om ook naar de wapens te grijpen. De ‘koude’ burgeroorlog wordt een ‘hete’. In de binnensteden van New York, Chicago en Lo Angeles woedt een stadsguerrilla, wordt geplunderd en drijven wolken traangas. Het is ‘Apocalypse Now’.

Teveel Hollywood en Netflix, zeg u? Laten we het hopen. Maar het is eerder gebeurd. Vijftig jaar geleden dreigde het land ook richting afgrond te glijden toen het verzet tegen de oorlog in Vietnam, de culturele revolutie, de zwarte strijd voor gelijke burgerrechten en het generatieconflict, tot ontbranding kwamen. Destijds ging het nog net goed, ook omdat toonaangevende politici in beide partijen uiteindelijk het hoofd koel hielden. Of dat met Trump dit keer ook lukt? Passie en poitiek vormen nu misschien nog meer dan toen een explosief mengsel.

 

Eerder op Trefpunt: Beeldenstorm en redelijkheid

 

Peter van Nuijsenburg
Over Peter van Nuijsenburg 223 Artikelen
Journalist en publicist Peter van Nuijsenburg (1951) werkte in het verleden bij De Telegraaf, Elsevier en persbureau GPD, het Financieele Dagblad en diverse omroepen. Hij was correspondent in Johannesburg, Berlijn, Tokio en Rome. Peter was voorheen ook parlementair en economisch redacteur. Hij is liefhebber en kenner van kunst en cultuur. Bij dagblad Trouw publiceerde hij boekbesprekingen. Beroepsmatig en (meer recentelijk) als toerist was hij in Thailand en andere Asean–landen.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*