De Vuurdoop: motortaxi

Motortaxi’s: een uitvinding die door velen bejubeld wordt, en door evenzovelen verguisd. Van die laatste groep maak ook ik deel uit. Luister en huiver.

Mijn ervaring met deze manier van vervoer in Thailand is namelijk gekleurd door die ene bloedstollende rit die ik ooit ondernam in Pattaya. Wat erin resulteerde nimmer meer gebruik te hebben gemaakt van hun diensten.

Teruggekeerd van een wezenloos lange vermoeiende busrit vanaf Mae Hong Son in het hoge Noorden, langs prachtige, doch bloedstollende afgronden, en ingeklemd tussen enthousiast kotsende Thaise medepassagiers die haarspeldbochten blijkbaar net zo goed verdroegen als de gemiddelde farang een bordje som-tam, arriveerden we in broeierig Bangkok.

Na kleine welkome tussenstop aldaar bracht de bus ons uiteindelijk in het felbegeerde Pattaya. Eenmaal aangekomen stapte ik vervolgens samen met vrouwlief ieder achterop een van deze motortaxi’s om ons naar het hotel te laten vervoeren. Niet het beste idee van die dag.

Breed lachend wees de brommer-boy op het zadel achter hem, alsof hij bang was dat ik anders het stuur van hem over zou nemen. Achteraf gezien misschien nog niet zo’n gek idee. Gewapend met zware rugzak, korte broek en belachelijk lila pothelmpje, aangereikt door de bestuurder, klampte ik me vast voor de rit van mijn leven.

Het duurde niet lang, zo groot is Pattaya tenslotte niet, maar het leek desondanks een eeuwigheid.

Mijn vrouw zwaaide vrolijk naar me

Transpirerend gelijk een otter, al na twintig seconden inwendig verwensingen uitend, probeerde ik met een hand de telkens verschuivende rugzak terug te duwen, die met behulp van de zwaartekracht slinks probeerde mijn toch al wankele evenwicht achterop te verstoren.

En met de andere bezwete knuist het afzakkende plastic helmpje van voor mijn ogen te schuiven, teneinde te zien of mijn knieën niet zover uitstaken dat ik twee à drie buitenspiegels van auto’s tegelijk versplinterde, of dan toch in ieder geval te kunnen aanschouwen onder welk merk betontruck ik mijn ooit zo veelbelovende, niet meer zo jonge farangleven ging eindigen.

Mijn vrouw zwaaide vrolijk naar me, vanaf de andere voor ons laverende motortaxi, en benijdde haar weer eens om het vermogen gewoon te genieten van het moment. Dat ging ditmaal echter sowieso niet lukken voor ondergetekende. Ik had alles nodig om simpelweg niet als artikeltje in het gemengd nieuws van de Pattaya Mail terecht te komen, verluchtigd met een bloedbesmeurde foto.

Mijn Thaise would-be Schumacher zwenkte toeterend om pick-ups heen, deed zijn best vers aangekomen, verwilderd kijkende farangs gewapend met trolley-koffertjes te ontwijken, daarbij in één beweging Thaise medebrompiloten inhalend waar het absoluut niet kon. Schurftige, de straat overstekende zwerfhonden bedelvend onder een stroom Thaise verwensingen (je leert nog eens wat op zo’ n rit) en bovenal een absolute doodsverachting ten toon spreidend waar het aankwam op het passeren van gigantische, wolken zwarte rook uitbrakende tourbussen.

Gevuld met hordes verveeld voor zich uit starende Chinezen, Koreanen, of andersoortige Aziaten op groepsreis. Getooid met vrolijk gekleurde hoedjes van het strand, en de rode badhanddoek van het hotel nog om de schouders. Uniform als immer racete men richting badkamer en gezamenlijk diner.

Zouden deze passagiers überhaupt opkijken van hun schermpje met videogame, als we zo dadelijk verpletterd werden onder hun airco-gekoelde bus, of slechts de schouders ophalen over die onverwachte hobbel op de weg, en weer een slokje ijskoffie nemen?

Dit soort opwekkende gedachten schoot constant door me heen, en daarbij was deze peentjeszwetende passagier zich terdege bewust van het feit dat het roze pothelmpje alleen goed was om naderhand langs de weg een kaarsje in te branden, terwijl ik zieltogend de stoeprand rood kleurde. Vorm uzelf een beeld, ik heb ze zelf voor immer op de harde schijf van mijn Thaise fantasietjes.

Vers van het platteland

Het was niet alleen de nekhaar-rijzende rijstijl van de bestuurder, meer zijn complete incompetentie de brommer enigszins recht te houden, wat vooral veroorzaakt werd door zijn geringe gestalte (was klein, zelfs voor een Thai) mijn overgewicht, en het feit dat hij vandaag voor het eerst door Pattaya crosste, iets wat ik echter pas later vernam. Vers van het Thaise platteland was dit voor hem al net zo’n unieke ervaring als voor mij.

Ziedaar het recept voor een achtbaanritje zonder veiligheidsgordels.

Wat de gewichtsverdeling betrof was het sowieso een klein wonder dat het voorwiel niet constant richting het zwerk wilde. Het ergst was echter het moment toen hij de gids-brommer met mijn vrouw erop (geen centje pijn, zwierde door het verkeer als een vlinder in mei) uit het oog verloor, zijn collega en aldus de weg kwijtrakend, wat resulteerde in een beslist ongewenste zenuwen-zoektocht naar het hotel.

Na bizar bochtenwerk, zwierende afzwaaiers, remproeven zonder waarschuwing, afgewisseld met pitsstop op drukker-dan-druk kruispunt om de weg te vragen aan andere motorduivels, hervond deze volle neef van Niki Lauda tenslotte zijn richtingsgevoel. Of dacht het. Waarbij het hoogtepunt bereikt werd door op sommige plaatsen tegen het Pattayaanse verkeer in te rijden.

Dit deed alle andere kippevelmomenten beslist verbleken. Brr. Mijn testament lag in Nederland, en zag al voor me hoe de ernstig over zijn brilletje heenkijkende notaris wat later de grote envelop zou openen, nu een bepaald lichtzinnig familielid niet uit dat enge Verre Oosten was teruggekeerd. De familie had hem nog zo gewaarschuwd voor dat gedoe daar in dat land met al die dames van lichte zeden, zakkenrollers en andere foute types. Wat zocht hij daar ook?

Ik moest op dat moment ook even het antwoord schuldig blijven.

Uiteindelijk dan toch het langverwachte uithangbord. De ultieme verlossing. Verkrampt vasthoudend aan het zadel, compleet doorgezweet, visioenen van de Thaise Intensive Care voor de geest, en met het vaste voornemen dit alleen nog te doen als ik ooit suïcidaal mocht worden, stapte ik trillerig van de helse machine af.

Het lachende gezicht van mijn vrouw, die beslist genoten had van haar zorgeloze ritje maakte het er ook al niet beter op. Dat kon mijn geschokte zenuwgestel er eigenlijk niet meer bij hebben.

Heb op aandringen van eega de heren coureurs betaald, en nog een leuke tip gegeven. Met een zwaai ten afscheid laveerden ze zich daarna weer onbevreesd tussen het andere voorbijrazende verkeer, van de kermis die Pattaya heet.

Als enige Kop van Jut was ik hard aan een biertje toe…

Lieven Kattestaart
Over Lieven Kattestaart 103 Artikelen
Lieven Kattestaart (1963) werd geboren in Middelharnis. Hij werkte van 1991 tot 2016 bij de Gemeente Goeree-Overflakkee. Sinds 1993 bezoekt hij Thailand en raakte zoals zovelen verslaafd aan het land en de bevolking. In Isaan, het noordoostelijk deel van Thailand, ontmoette hij zijn vrouw Pranom (Ooy).