De Vergeten Weg naar de Shan Staat


Geruchten hebben het, dat Ringo Starr na zijn extatische Beatle periode recepties afliep. Nooit zou hij een uitnodiging hebben afgeslagen. Al ging het maar om de uitgave van een nieuwe postzegel, op Ringo kon gerekend worden. Elk excuus was hem goed genoeg eens stevig te borrelen.

Ik grijp ook elk excuus aan. Niet om een pot bier te gaan drinken, maar om er op uit te trekken. Tussen de wielen van mijn Chevy pick-up, die ik Afrimele heb gedoopt, kom ik pas echt tot leven. Maar er moet wel iets te onderzoeken, te bekijken of te ontdekken zijn. Elk voorwendsel is me goed genoeg al is het maar een pas aangelegd bospad.

Daar ergens boven Chiang Dao, waar de weg zich splitst

Dit keer was het toevalligerwijs ook op een receptie, dat ik een geldige reden vond om op pad te gaan. Het was ter gelegenheid van de ‘soft opening’ van een van de vele boutique hotels, die in Chiangmai als paddenstoelen na een bosbrand zijn opgeschoten. Ik ontmoette er een Ier, die zich plichtsgetrouw ophield op de plaats, waar de punch werd uitgeschonken. We roken aan elkaar, snuffelden, keken elkaar in de ogen en wisten het meteen: we hadden hetzelfde zwerversbloed.

Hij was net terug van een trip in Samakee, een streek boven Chiangmai tegen de grens met de Shan Staat in Birma. Ergens in een Lisu dorp had hij een Sino-Thai ontmoet, die in het gebied een agro project leidde. Een praatgrage kerel met wie hij was teruggereden naar Chiangmai. Onderweg had de man het terloops gehad over een weg, die zou zijn aangelegd door geallieerde krijgsgevangenen, tijdens de Tweede wereldoorlog. Ik spitste mijn oren.

Er waren tijdens de Japanse bezetting verschillende kampen in Chiangmai. De krijgsgevangenen, die er zaten – voor het merendeel Engelsen, maar ook wat Australiërs en Nederlanders – werkten als chauffeurs en monteurs . Dat ze ook een weg zouden hebben aangelegd naar de Shan Staat om de Birma Campagne te bevoorraden, had ik niet eerder gehoord. “Waar is die weg dan precies?”, vroeg ik. Dat wist mijn Ierse vriend ook niet zeggen. “Daar ergens boven Chiang Dao, waar de weg zich splitst. Rechts naar Fang en links rijd je naar grens.”

Argwanende tongen beweren dat hij het verzonnen heeft

Antonin Cee, Shan Staat, Lisu
Lisu jongen
©foto Jeroen van Aar

Behoorlijk vaag was het. Ik bekeek de kaart, maar daar werd ik niet veel wijzer van. Dan er maar op uit en in het veld verdere informatie zien te vinden. De volgende dag, toen het eerste rossige licht aan de hemel begon te likken, startte ik Afrimele en toog noordwaarts. Even voor Chiang Dao, luste de Ping rivier een tijd lang mee met de weg en trok daarna weer zijn eigen plan.

Ik rijd het stadje door, dat zich zonslaperig ligt uit te rekken tussen de kalkrotsen, die recht als gotische kerktorens in het land staan. De bomen hebben het merendeel van hun bladeren al afgeworpen. Er ligt een sluier overheen als gevolg van het afbranden van de bossen en rijstvelden, dat elk jaar in deze tijd plaatsvindt.

Even later kom ik bij de splitsing. Karl Bock, een Zweedse ontdekkingreiziger, trok in de 19de eeuw, waarschijnlijk als een van de eerste Europeanen, ook door dit gebied. En in de dertiger jaren van de vorige eeuw reisde Sommerset Maugham op een pony door de Shan Staat en kwam hier ergens de grens over. Hij verhaalt erover in “The Gentleman in the Parlour”, al zijn er argwanende tongen, die beweren dat hij het allemaal verzonnen heeft.

En ik zit airconditioned in Afrimele, bekijk nogmaals de kaart en denk na. Links voert regelrecht naar Arunothai aan de grens. Maar deze weg is pas recentelijk aangelegd. Iets zegt me dat ik naar rechts moet en hogerop naar een andere weg moet uitkijken, alhoewel er op mijn kaart niets staat aangegeven. Ik ben geen koppig ventje en luister naar dat instinct.

De berg zet zich in spreidstand en creëert een opening

De weg begint weer te lussen langs de bergkammen. Onophoudelijk loer ik naar links of er ergens een opening is te ontdekken. Af en toe is er een onverhard paadje dat de bergen invoert, maar dat kan het niet zijn. Te smal, denk ik. Om de Engelsen weg te krijgen uit Birma, was meer dan wat voetvolk nodig. De Japanners hebben er zwaarder materieel voor moeten aanvoeren.

Antonin Cee, Shan Staat
Lisu dorp

Na een twintigtal kilometer zet de weg een elleboog en maakt een haakse bocht naar rechts. De bergflank zet zich in spreidstand en creëert een opening. Zou dit het zijn? Ik gooi het stuur om en draai een weggetje op. Een tijd lang is het nog verhard, al hebben de jaarlijkse slagregens en overal putten in geboord. Ik kom langs een Lisu dorpje, een handvol huisjes van gespleten bamboe. Daarna is het asfalt volledig weggespoeld en wordt de weg bultig als een kamelenrug. Afrimele springt en stuitert en zal binnenkort wel weer met nieuwe schokbrekers beslagen moeten worden.

Zwerfkeien weggeworpen als dobbelstenen op het pokerbord

Iets verderop kom ik de Ping rivier weer tegen; smalletjes en tenger ligt hij in zijn bedding te spinnen. Ergens hogerop moet hij zijn bronnen hebben. Ik rijd door een vallei bezaaid met zwerfkeien weggeworpen als dobbelstenen op het pokerbord. De maïsvelden liggen er droog en dor bij. De oogst is er al overheen gegaan. De bergen aan de horizon zijn tot halfweg hun nek opgeschoren. Dertig kilometer verder loopt de weg uit op de 1178, die rechtstreeks van Chiang Dao naar Arunothai aan de grens voert.

Ik besluit naar de grens te rijden om te kijken of ik ergens nog een andere weg kan ontdekken. Een twintigtal kilometers verder wordt de 1178 gehalveerd met een road block: controle. Het Thaise leger houdt een oogje in het zeil. Dit gebied leger staat tenslotte nog altijd te boek als een “sensitive area”. Bovendien liggen de fabriekjes waar de Ya Ba en de Heroin Grade Four gemaakt worden, hier hemelsbreed maar enkele tientallen kilometer vandaan aan de andere zijde van de grens. Ik kom verder geen andere wegen meer tegen, behalve dan de weg die naar Doi Ankhang voert, van waaruit de pony karavanen vertrekken naar Birma. Maar daar kan het niet zijn.

Hij kijkt me aan met troebelele ogen en zinkt terug in zijn binnenste

Kanchin vrouwen Foto Changrai Times
Kanchin vrouwen
Foto Changrai Times

En dan ben ik in Arunothai, waar veel Kachins en Chinezen wonen. Ik rijd het dorpje door naar de grens, die met een slagboom vergrendeld is. In een minibunker van opgestapelde zandzakken zit een eenzame militair, een jonge dienstplichtige zo te zien. Ik stap uit en ga naar hem toe. “Is die grens hier altijd dicht?”, vraag ik hem. Hij kijkt me aan met troebele ogen en ik vermoed dat hij zijn eenzame bestaan wat probeert op te vrolijken met een of ander euforistisch goedje. “Altijd”, zegt hij kortaf en zinkt weer terug in zijn eigen binnenste.

Ik rijd terug naar Arunothai en vind er een restaurantje, waar een ploeg mannen een kom bamisoep naar binnen zit te slurpen. Zelf bestel ik er ook een. Een vrouw van een jaar of dertig, waarschijnlijk ook van Kachin origine, zet de kom voor me neer en gebaart naar de bak met eetstokjes. “Ken jij een weg die aangelegd is door de Japanners?”, vraag ik haar. Vriendelijk genoeg is ze wel. Ze kijkt even naar het plafond om te laten weten dat ze er serieus over nadenkt. Maar van een dergelijke weg heeft ze nooit gehoord.

De groeven in haar gezicht lijken zich te verdiepen

Ik gooi het roer om en keer weer zuidwaarts, kom opnieuw bij de splitsing, waar ik de hoofdweg ben opgekomen en stop. Ik staar het weggetje af. Zou het dan toch hier zijn? Aan de overkant zit een oud vrouwtje onder een parasol met wat fruit. 0ud genoeg om er iets van te kunnen weten.
“Tjéh”, zeg ik tegen haar, “ben je hier geboren?” Ze haalt de cheroot uit haar tandeloze mond en lacht. Ja, ze is hier geboren.
“Weet jij dan van een weg die door de Japanners is aangelegd? Destijds, tijdens de Tweede Wereldoorlog.”
Antonin Cee, Shan StaatZe kijkt me aan en de groeven in haar gezicht lijken zich even te verdiepen. “Yippun”, kakelt ze. “Yippun?” Ze trekt haar lippen op tot haar neus en wendt zich van me af.

De tijd laat in dit land maar vage aritmetische sporen na

En dan uit het niets duikt er ineens een oud kereltje op. Hij legt een hand op mijn arm en kijkt me aan met pientere oogjes. “Thanon Yippun”, zegt hij. “De Japanse weg? Daar aan de overkant.”
Beet, denk ik opgewonden.

“Wanneer is die weg verhard?”, vraag ik hem. Hij denkt na. De tijd laat in dit land maar vage aritmetische sporen na en hij weet het niet meer precies. Maar niet meer dan 15 tot 20 jaar. Daarvoor was het een gravel weg. En dan schiet me opeens te binnen ergens gelezen te hebben, dat de Japanners de oude stadsmuren van Chiangmai gesloopt hebben om er wegen mee op te vullen. Misschien hebben ze de stenen hier gebruikt.

Ook dat weet het mannetje niet te zeggen. Maar er zijn nog wel sporen te vinden van de telefoonverbinding, die ze in de bomen hadden opgehangen. Bij Ban Nam Roe, een Lisu dorpje verderop, is het nog te zien in de oudere bomen. En de werkkampen, waar waren de kampen? Weet hij daar iets van? Welke nationaliteiten werkten er hier? Maar het mannetje, weet niets meer. Hij heeft me alles verteld.

Hier hebben ze gebeuld en hun bloed gelaten

Langzaam rijd ik het weggetje weer af. Hier hebben ze dus gelopen, die krijgsgevangen, gebeuld, gepeesd en hun bloed gelaten. Wie waren het? Zijn er nog sporen?

Als ik bij Ban Nam Roe kom, speur ik langs de stammen van de dikste bomen. En dan zie ik het. Ergens op enkele meters boven de grond is een stuk betonijzer in de boom gedreven, waar de telefoonkabel gelopen moet hebben. Ik heb in de omgeving nog uren rondgeneusd, mensen ondervraagd. Maar ik heb verder niets kunnen ontdekken dat aan die tijd herinnert.

De mensen, die er aan gewerkt hebben, zijn opgelost in de tijd

Eenmaal terug in Chiangmai, bel ik al mijn geschiedenisvriendjes en collega’s. Is er iemand die wat meer van die weg af weet? Maar er is geen mens die me verder kan helpen. Ik ga wat zitten googelen, maar slaag er niet in wat over de aanleg van die weg te vinden. De mensen die er aan gewerkt hebben, zijn opgelost in de tijd.

Wel vind ik een filmpje; een compilatie van authentieke beelden van de Birma campagne: Japanse officieren te paard, Engelse commandanten, die door verrekijkers naar de vijand turen, soldaten die geschut voortslepen, in stelling brengen of jerrycans met benzine aan het laden zijn.

Ik staar naar de beelden. Het is allemaal nog niet zo lang geleden, denk ik bij mezelf. En toch, hoe zijn wij mensen inmiddels niet veranderd. Niet dat we veel beter zijn. Maar we hebben de ideologieën, die tot dit soort oorlogen voerden, bezetten, usurperen, koloniseren, inmiddels weten af te schudden.

Of vergis ik me hier?

 

©Antonin Cee

Dit verhaal werd eerder geplaatst op Thailandblog.nl. Oorspronkelijke publicatiedatum niet bekend.

 


Antonin Cee
Over Antonin Cee 185 Artikelen
Antonin Cee woont sinds eind jaren tachtig in Chiangmai en voerde themareizen uit. Hij studeerde filosofie aan de Universiteit van Montpellier in Frankrijk en werkte enige tijd als redacteur bij The Nation in Bangkok. Ook schreef hij artikelen voor verschillende Nederlandse, Belgische en Engelstalige magazines. Met zijn achttienjarige dochter vormt hij een eenoudergezin en brengt elk jaar enige tijd door in Zuid-Frankrijk. Hij publiceerde een verhalenbundel getiteld 'Inheems Kruid'. Onlangs bracht hij zijn tweede boek 'Thailand tegen het Licht' uit. Beide boeken zijn zonder verzendkosten te bestellen bij www.amazon.de.

2 Comments

  1. Hmm ga t straks lezen. Zeker nadat hé een foto van mij hier hebt geplaatst zonder mij te verwittigen.. Groet!

  2. Uw verhaal leest vlot, maar als we de vondst van een stuk ijzer aan een boom in Baan Naam Roe afzetten tegen de onderzoeksvraag is de ondersteuning wel erg mager.
    U gebruikt verder brede abstracties m b t het historisch gebeuren, en vermijdt concreet te vermelden dat de lokale bevolking daar pas sinds de vijftiger jaren vanuit China is komen wonen, de Shans sinds de jaren tachtig, vanuit Burma.
    En dan: een hele weg aanleggen, gebruik van westerse krijgsgevangenen kort na de komst van de Japanners in Thailand, en dat bij een mislukte expeditie die vooral de Pan-Thaise dromen van de toenmalige machthebbers diende – ik zet grote vraagtekens.

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.