De Tweede Wereldoorlog in Noord-Thailand


In Nederland is het vandaag bevrijdingsdag. In Thailand wordt 5 mei niet gevierd, de oorlog is voor Thailand qua timing anders gelopen. Thailand werd op 8 december 1941 de Tweede Wereldoorlog in gesleurd toen de Japanse marine een aanval uitvoerde op de zuidkust van Thailand. Dit gebeurde rond dezelfde tijd als de aanval op Pearl Harbor. Thaise troepen gingen in de verdediging in Prachuab Khiri Khan, Chumphon, Songkhla, Pattani en Had Yai. Veldmaarschalk Plaek Phibunsongkhram, de premier van Thailand, had op voorhand gezegd dat Thailand zich zou verdedigen tot de laatste man. Maar enkele uren nadat de aanval was gestart besprak het Thaise kabinet al de overgave, binnen 12 uur werd een staakt-het-vuren afgekondigd. Thailand gaf de Japanners toegang tot het land hoewel de Thaise soevereiniteit en onafhankelijkheid overeind bleef. Thailand was hierdoor zijn neutraliteit kwijt en had met het sluiten van deze overeenkomst de kant van de Japan gekozen. 

Plaek Phibunsongkhram

Vooral de noordelijke Thaise steden kregen al snel met de Japanners te maken omdat de invasie van Birma het volgende doel van Japan was. De Shan-staten werden als snel ingenomen en de Japanners droegen het beheer over aan Thailand. Een geschenk van de ‘overheersers’ om op goede voet te blijven met Thailand.

Oorlogsverklaring

Dertien dagen na de invasie, op 21 december 1941, ging Thailand een stapje verder en sloot een pact met Japan voor gezamenlijke militaire acties. In totaal werd zo’n 70.000 leger- en luchtmacht personeel overgebracht naar Lampang in het noorden van Thailand. Lampang diende als het Japanse hoofdkwartier in Thailand. Inmiddels is het Thaise kabinet ervan overtuigd dat Japan de oorlog gaat winnen en stuurt telegrammen naar de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk om ze de oorlog te verklaren. De Thaise ambassadeur in Washington, Seni Pramoj die later premier wordt, verwerpt publiekelijk deze verklaring en weigert de boodschap over te brengen aan de Amerikaanse president. In tegenstelling tot Londen, waar de oorlogsverklaring officieel wordt afgegeven aan Churchill. Thailand werd daarmee het laatste land dat Groot-Brittannië de oorlog verklaarde.

Japanse en Thaise officieren tijdens de Tweede Wereldoorlog.

De Verenigde Staten beschouwden Thailand als een bezet land tijdens de oorlog. Dit mede dankzij de Thaise ambassadeur, die weigerde de oorlogsverklaring te overhandigen, maar ook door de toenmalige minister van Financiën en toekomstige regent van Thailand. Deze keerde aan het begin van de oorlog terug naar Thailand en richtte de ondergrondse beweging Vrij Thailand (Seri Thai) op. Seri Thai werkte jarenlang ondergronds, deed spionagewerk voor de geallieerden en trainde verzetsstrijders om de Japanners aan te vallen als de tijd daar was. Zover is het nooit gekomen. De oorlog eindigde door de atoombommen op de Japanse steden Hiroshima en Nagasaki in 1945. 

Pridi Banomyong kreeg na de oorlog van de Amerikanen de Medal of Freedom

Wat het Westen weet van Thailand tijdens de Tweede Wereldoorlog is vaak beperkt tot de Birma Spoorlijn en het hoge dodental dat de aanleg ervan kostte onder Aziatische arbeiders en krijgsgevangen. Noord-Thailand speelde echter ook een grote rol in het Japanse Birma offensief. Chiang Mai, door zijn vooruitgeschoven positie en treinverbinding, fungeerde tijdens dit offensief als hoofdkwartier van de Japanners. Het werd uiteindelijk ook de begraafplaats van veel vluchtende Japanse soldaten na het tegenoffensief van het Britse leger. Hierover is weinig bekend in het Westen, er zijn maar weinig documenten bewaard gebleven die er gewag van maken. De meeste lichamen van de overleden soldaten zijn na de oorlog gerepatrieerd.  

Luchtmacht

Vergeleken met de rest van Oost-Azië bleef het in Thailand relatief rustig. Ondanks het feit dat Thailand het Japanse hoofdkwartier in de regio was, waren er in Thailand zelf weinig militaire acties. De geallieerde aanvallen werden vooral vanuit de lucht gevoerd, aangezien het bergachtige gebied in het noorden en westen een te grote uitdaging vormde voor grondgevechten. 

Squadron Flying Tigers op missie boven China. Beeld: Robert T. Smith

Tijdens de Tweede Chinees-Japanse Oorlog (1937-1945) had rond 1940 Japan meer dan twee-derde van China in handen. De Amerikaanse president Roosevelt besloot om luchtsteun aan China te verlenen. De American Volunteer Group, bijgenaamd de Flying Tigers, werd opgericht en zij kregen de opdracht om China en de Birma (handels)route te verdedigen. Na de Japanse invasie van Thailand en Birma werd de opdracht van de Flying Tigers uitgebreid. Nadat in maart 1942 de geallieerde luchtmacht in Birma was verslagen trokken de Amerikanen zich terug in China. Het Britse leger werd gedwongen terug te vallen op India. Het zette de commandant van de Flying Tigers aan om de belangrijkste steunpunten van het Japanse leger, Lampang en Chiangmai, te bombarderen.  

Lampang na de bombardementen.

Wraakactie

Twee squadrons P-40 Tomahawks, met de iconische haaientand tekeningen op de neus, voerden op 24 maart 1942 een aanval uit op Noord-Thailand. Een squadron had het vliegveld van Chiang Mai als aanvalsdoel. Na een succesvolle aanval op het vliegveld keerde het squadron huiswaarts. Een van de piloten, ‘Black Mac’ McGarry, werd getroffen door grondvuur en stortte neer in de jungle bij Mae Hong Son. Hij overleefde de crash, maar werd vervolgens gevangen genomen door de Thaise politie. Hij werd in Bangkok opgesloten en is uiteindelijk in 1944 bevrijdt door de Seri Thai.

‘Black Mac’ McGarry

Het tweede squadron was op weg naar Lampang, en als ze zover waren gekomen had de oorlog in deze regio er anders uitgezien. De Geallieerden wisten tot op dat moment nog steeds niet dat Lampang het Japanse legerhoofdkwartier in Thailand was. Aangenomen wordt dat het squadron Lamphun voor Lampang aanzag. Toen ze daar geen militaire activiteiten op de grond zagen, keerden ze om  en vlogen terug zonder een idee te hebben wat er na de volgende bergketen zichtbaar zou worden. Tijdens de route terug volgden ze de spoorlijn richting Chiang Mai en werden beschoten bij de Ban Tha Lo-spoorbrug over de Mae Kuang-rivier.

Ban Tha Lo-spoorbrug over de Mae Kuang-rivier. Beeld: Jack Eisner

In een poging dat te beantwoorden ging Squadron Leader Jack Newkirk in een duikvlucht om, zoals hij dacht, een pantserwagen aan te vallen. Tijdens zijn duikvlucht raakte zijn vleugel een boom waardoor hij neerstortte in een rijstveld. De pantserwagen bleek een ossenkar te zijn, de berijder kwam tijdens de aanval om. De lokale bevolking begroef het lichaam van de piloot in een rijstveld. Na de oorlog werden de restanten naar zijn familie gestuurd. In een nabijgelegen lokale tempel wordt een en ander nog steeds herdacht. De vliegtuigresten zijn te zien in het Tango Squadron Museum in de Wing 41 Airbase van het vliegveld van Chiang Mai, net zoals de vliegtuigresten van ‘Black Mac’ McGarry, die in 1991 in Mae Hong Son zijn gevonden.

Resten van het vliegtuig van ‘Black Mac’ McGarry in het Tango Squadron Museum.

Lampang

Lampang bleef een belangrijke steunpunt voor de Japanners, wat grote consequenties had voor de stad. De aanwezigheid van de Japanse soldaten en het Thaise leger veroorzaakte op alle fronten tekorten en stijgende prijzen voor de bewoners. Daarnaast waren er regelmatig bombardementen, waarbij overigens onder de burgerbevolking weinig slachtoffers vielen. Op 20 november 1943, vielen er 50 bommen op het vliegveld van Lampang, vier Thaise arbeiders kwamen daarbij om en twee raakten gewond. Een hangaar en een tweemotorig vliegtuig werden vernield. Op 31 december beschadigden 25 Amerikaanse bommenwerpers van het 14de luchtmacht-squadron de spoorbaan en de Kao Jao markt. Ook de  bunker bij  Na Kaum werd gebombardeerd met 16 doden tot gevolg. Op 3 januari 1944 bombardeerden 28 bommenwerpers van het hetzelfde squadron het treinstation en omliggende gebieden. De zwarte brug over de rivier de Wang werd beschadigd maar was nog steeds bruikbaar. Maar het Bor Heaw station werd met de grond gelijk gemaakt. Van deze bombardementen zijn filmbeelden bewaard. 

 

Beste lezer

Trefpunt Azië is een reclamevrije site geheel gemaakt door vrijwilligers. Al onze berichten zijn voor iedereen te lezen. Maar het in stand houden van een website als Trefpunt Azië kost geld; er zijn kosten voor software om de site te maken en de huur van serverruimte zodat hij te zien is. Die kosten worden gedragen door leden van de redactie en die kunnen daarbij wel wat hulp gebruiken. Als u wilt helpen met een (kleine) bijdrage klik dan op de rode knop rechtsonderdaan op de pagina en doneer, dat kan al vanaf 3 euro. Wilt u op een andere manier helpen? Mail dan even met de redactie: post@trefpuntazie.com

Dankzij uw bijdrage kan Trefpunt Azië elke dag nieuws en achtergronden uit uw favoriete werelddeel blijven brengen.

 

Redactie
Over Redactie 791 Artikelen
De auteursnaam van de redactie van Trefpunt Azië. Wij publiceren onder deze naam berichten van de redactie en bijdragen die niet onder naam van de bron kunnen worden geplaatst.

2 Comments

  1. Slordig. Vooral het laatste deel van dit artikel bevat een groot aantal taal- en typefouten. En gezien de inhoud van het artikel, is tijdsdruk om het alsnog zo snel mogelijk te plaatsen, geen excuus.
    Als historisch relaas is het een interessant verhaal, maar dit soort slordigheden leidt tot irritaties tijdens het lezen bij in ieder geval deze lezer.
    Probeer dit soort slordigheden in de toekomst te voorkomen a.u.b.

    • Dank voor de opmerkingen er is iets is misgegaan bij het plaatsen van dit artikel, we doen ons best dit in de toekomst te vermijden.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*