Het verhaal van de Week: De tijgers van Phimai, Deel 2

In deel 1 van dit verhaal in drie delen loopt het stadje Phimai in de Isaan uit om het jaarlijkse Loy Krathong te vieren. “Honderden kaarsenbootjes dreven op de Lamjakarat, met wierook, een bloem en een muntje. Wie ze wegstuurde, had recht op geluk.” Maar: “De meeste lichtjes gaan al vlug uit, de bootjes zinken naar de bodem.” Een voorbode voor dat wat komen gaat? 

En nu staat het oude stadje Phimai sinds een week alweer in rep en roer. Van noord tot zuid, van oost tot west. Het heeft te maken met het suikerriet – het afzichten van het suikerriet!
Vooral met betrekking tot de oogst die voor de deur staat, lijkt het lot Phimai gunstig te zijn. Nog voor de oogstperiode hadden de calculaties al veelbelovende quotums voor de suikerrietopbrengst voorspeld. Nu bijna halfweg klimmen de leveringen al boven de schattingen uit. In het opgetogen communiqué voor de regionale tv spreekt het bestuur van KI Sugar Group, vestiging Phimai ervan, dat het dit seizoen op een recordvolume afstevent. Het is werken geblazen. De tempelhonden trekken zich van de heisa niks aan. Zij kijken niet op van wat er in de wereld gebeurt.
Alles moet nu wijken voor een koortsachtige naarstigheid. Het stadje zelf, zoals gezegd, is in rep en roer. Tot de laatste man staan rijstboeren met massa’s goedkope loonarbeiders op de velden in het getouw. Ze gaan op volle toeren, verstand op nul. Daarbij is er nog een invasie van illegale seizoensarbeiders uit Myanmar neergestreken. Door het drukke verkeer tijdens de feestdagen aan de controles van de grenspolitie ontsnapt.
Buiten de stad in de richting van Buriram staat de suikerfabriek, het al genoemde KI Sugar, die als enige de opbrengst van de hele regio mag verwerken. Tot onder de vleugels van de stad Nakhorn Ratchasima komen de boeren hun suikerriet in Phimai leveren. Torenhoog getaste bundels slordig door touwen samengehouden, vervaarlijk scheefhangende lastwagens, aanschuivende rijen. Zelfs verder tot aan de eerste huizen van Sikhiu omringen zwaaiende rijen de lage heuvels. Of naar het noorden en het oosten waar Khon Kaen te wuiven ligt en Buriram de hemel raakt. Eentonig uitgestrekt, doof en dood. De stengels zijn wel drie meter. Hectares en hectares worden afgemaaid.
Maar Phimai! Dag en nacht kreunen zwaarbeladen trucks in kolonnes over de wegen. Ze dringen van alle kanten de stad binnen en ze blokkeren het kruispunt van de Clock Tower. Een onvermoeibare stroom van komen en gaan. Zo sluipt een vage onrust de hoofdstraten binnen. Een koorts.
Die vrachtwagens zijn stokoud. Ieder jaar duwt men ze voor de oogst uit aftandse houten schuren. Afgedankte wagens, de laadbak van verweerde ruwe planken, druppend van de olie, een éénpersooncabine beschilderd met hindoeïstische taferelen, een versnellingspook van één meter hoog. De motor, van Vietnamese makelij, maakt een geluid van tek-tek-tek of de zuigerstangen drooglopen. Amechtige paardjes die hinniken van de dorst. Het is een vast ritueel.
De brede rubberbanden zijn verhard, ze staan vol barsten maar ze werpen nog altijd dezelfde kastelen van stof op, de uitlaatpijpen toveren zwarte wouden van roet tussen de huizen, roet dat zich als een dikke zwartselslak roerloos tussen de gevels wurmt.
In deze tijd waagt niet echt iemand zich buiten. De was hangt binnen uit.
Al vroeg op de middag gaan de eetkramen dicht.
En zo zijn de straten leeg als de maan haar licht laat schijnen.
Wat is ze hard met haar opgesteven starre witgekalkte gelaat, menselijke besognes en zorgen zijn aan haar niet besteed.
Het blijft wekenlang fameus druk in Phimai. Vanuit het centrum schuiven lange kronkelende rijen tot de ingangspoort van de suikerfabriek aan, bij de diepe bermen, dag en nacht. De boeren hebben de motor uitgezet, praten gedempt in het duister.
Kikkers kwaken om te paren en felle krekels hypnotiseren de nachtelijke stilte. Tot de file weer enkele meters opschuift. Het heeft iets spookachtigs. Geraas van startende motoren, voorlopige stilte, getemperde stemmen of een gesmoorde kreet als een voet achter een steen hapert en iemand in een berm tuimelt. Gevloek. Weer vallen de zuigerstangen van de aftandse motoren in een happend gereutel tot stilstand.
Maar dan!
Maar dan, op één van die dagen die na de andere komt, geraakt Phimai echt helemaal in rep en roer. Wezenloze opschudding, afgrijzen, men houdt de adem in!
Een huiveringwekkende golf van afwachten krijgt de stad in een greep.
Vandaag is een Birmese peuter door het suikerriet opgeslokt. Zijn papa, zusje, mama hebben hem uit het oog verloren. Hoe gaat het onafkeerbare fatum?
Het jongetje, het is twee jaar voorbij! Koolzwart stug haar, zachte bruine huid, grote zwarte open ogen met lange fijne wimpers en op blote voeten. Zo’n jongetje dat mama’s gelukkig maakt en later de meisjes – zo’n jongetje huppelt, wankelt tussen de stoppels, struikelt over de kluiten, zegt halfverstaanbare woorden.
Hijzelf heeft nog geen vragen.
De bries aait zijn wang, de geuren van de halmstelen, van de klamme, schimmelachtige aarde die – na maanden in schaduw sluimeren – murw en weerloos en uitgebleekt is. Geheimen komen aan het licht. De schaduwen veranderen van gedaante, vormen donkere geesten. Wispelturige, onvoorspelbare, onbetrouwbare, boosaardige phi!
Misschien volgt de peuter een vogel die verschrikt weer het bos van stengels inschiet… Misschien meent hij dat het geluid van de droge halmen hem roept… Misschien grijpt hij naar een snorrende kever… Er is de wereld. En de wereld is veelheid. Alles is ineen.
Waar is hij? Leeft hij nog? Is hij dood?
Angst en afgrijzen omvatten de ziel in beklemming. Het stadje Phimai is van het ene ogenblik op het andere doofstom. Totaal geluidloos. Niemand houdt nog bij de Clock Tower halt.

Phimai, december 2018 – juni 2019

———————————————————————————————-

 Noten

# Clock Tower: Wel meer Thaise steden hebben een Clock Tower. Die van Chiang Rai is de meest bekende vanwege zijn lichtspel na het invallen van de duisternis. Soort van baken in de stad, die het centrum aangeeft.

# De ‘phi’ zijn geesten. Ze behoren tot het religieuze universum van het animisme – voorouderverering. Nu nog steeds in heel Azië elementair en prominent aanwezig naast nieuwere religies als het confucianisme, hinayana- of theravadaboeddhisme, zen-boeddhisme, taoïsme enz. In de moderne westerse wereld spottend als bijgeloof bestempeld.
Tot een paar millennia geleden was het wereldwijd de godsdienst van homo sapiens. In feite polytheïsme. Sluit perfect aan bij het evolutionair proces. Wie moeten we anders dankbaar zijn voor ons bestaan dan onze voorouders… De drie woestijngodsdiensten (judaïsme, christendom, islam) hebben daar vanaf 3 000 jaar geleden de totalitaire monotheïstische ‘god’ (jahweh, god, allah) voor in de plaats gesteld – aan wie we ons leven te danken zouden hebben. Totaal geschift!

Wordt vervolgd.

 

Over Alphonse Wijnants 39 Artikelen
Alphonse Wijnants (België) is gewezen leraar en directeur van middelbare scholen. Voormalig copywriter. Heden: Ronddwalen in Zuidoost-Azië en kortverhalen schrijven over mensen en voorvallen aldaar.

3 Comments

  1. Kort maar niet minder super.
    Ik lees het graag. En als ge weet dat ik in se weinig lees, hooguit de grote titels van HLN of van BVL en iets op FB wil dat al iets zeggen.
    Goed gedaan. Kijk uit naar ‘t vervolg.

  2. Ja dat kind in het suikerriet, kan het nog goed herinneren. De lange rijen vrachtwagens bij de suikerfabriek zijn nu grotendeels opgelost. Er zijn enorme parkeerterreinen aangelegd.

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.