De Thaise leerschool van Cor Verhoef: De eerste keer.

Min of meer aangespoord door het mooie verhaal van Theo van der Schaaf over zijn ‘eerste keer Thailand‘ besloot ik ook in de pen te klimmen om mijn verslag te doen van mijn eerste bezoek aan Thailand, gefinancierd door een meer dan ruime opbrengst van de verkoop van topwiet, binnenshuis geteeld in een meer dan ruime kamer van mijn appartement in Delfshaven in de goede stad Rotterdam.

We schrijven 1986. Dat was de tijd dat ‘werken’ iets was waar je als anarchistische, Marxistische, Leninistische aartsagitator niet aan moest denken. Dus begaven Ab, een emotie genoot van mij, en ik ons op nachtelijke strooptochten om TL-buis armaturen uit huizen te halen die zich in het beginstadium van renovatie bevonden. Die armaturen hingen we later in ons eigen huis op, met roze en gele groei-TL’s en daaronder zetten we jerrycans, waarvan we de bovenkant afgesneden hadden, royaal gevuld met potaarde en wietzaden. Een tijdklok die de lampen aan en uit zette, bootste de seizoenen na, en na 5 maanden verkocht ik 2 kilo wiet aan de hoogste bieder.

Niet lang daarna zaten Ab en ik in een vliegtuigstoel van Biman Airlines, de nationale luchtvaartmaatschappij van Bangladesh, op weg naar Bangkok. We hadden besloten om een paar weken in Thailand te blijven en daarna door te reizen naar Siberut, een mysterieus eiland uit de kust van Sumatra. De tussenstop in Dhaka was voor ons een maanlanding. Er stonden massa’s mensen door de glazen pui te gluren die uitzicht gaf op de vertrekhal. (Op de terugweg, tien weken later, bleek dezelfde glazen pui wit te zijn geschilderd met muurverf zodat niemand meer naar binnen kon kijken). Een medereiziger vertrouwde me toe: “There’s one telephone, in the entire fucking building”.

Aangekomen in Bangkok namen Ab en ik onze intrek in de VS Guesthouse dat (nauwelijks) te vinden was in een ‘trawk’ van Kao San Road. We gooiden onze tassen in onze kamer die opgeluisterd was door twee matrassen, een ventilator en een lichtpeertje en begaven on naar de volgende maanlanding: Het Dakterras Van Da VS-Guesthouse.

Een Thaise meid zat op een versleten bank in kleermakerszit met griezelige vakkundigheid een buitenmaatse joint te draaien. Het was bijna nacht, dampend warm en de nacht rook naar allerlei zaken die ik nog nooit eerder geroken had. Er waren nog een paar leeftijdsgenoten aanwezig en al how are you-end en where are you from-end werd de joint aangestoken die al snel rond ging, en Ab en ik werden in record tempo zo stoned dat we na vijf minuten niet meer wisten wie we waren, waar we waren en wat we waren. Welcome to Thailand.

De VS was met recht een huis voor gasten. Het teakhouten huis werd bewoond door een omvangrijke Thaise familie en vier of vijf kamers werden verhuurd aan jonge gasten die liever niet als toeristen werden aangeduid. We hielpen de kinderen met hun Engelse huiswerk en er was een huis katoey, met twee pronte borsten die, aangemoedigd door de kinderen en de gasten tijdens het nieuwjaarsfeest – 31 december – halfnaakt op de tafel danste.

Buiten ons logeerde ook de Australische Paul in de VS. Hij gaf Engels op een school op een boogscheut van de VS. Dat leek mij ook wel wat, een beetje Engels geven, betaald krijgen en in de VS wonen. Verder herinner ik me nog een langharige hippie die naar eigen zeggen de gehele kustlijn van India bewandeld had. Op mijn vraag hoe dat geweest was, de hele kustlijn van India afwandelen, antwoordde hij: “weird”. Hij was elke dag op het dakterras te vinden, druk doende met het afvijlen van een grote zeeschelp. Wellicht was hij, na jaren van omzwervingen, toch ten prooi gevallen aan een aanval van arbeidsethos. 

Het dakterras van de VS Guesthouse.

Na een paar weken besloten Ab en ik op te splitsen. Ab wilde perse via Maleisië naar Siberut en ik wilde liever in Thailand blijven om te zien wat er op de eilanden te beleven viel. Ik vertrok naar Koh Samui waar ik Wim T. Schippers en zijn vrouw Ellen Jens tegen het lijf liep. Of mijn idool – want dat was hij – erg onder de indruk was van mijn Sjef van Oekel imitatie kan ik me na 34 jaar niet meer herinneren. Ik ontmoette op Samui ook een beminnelijk Australisch stel uit Perth die mij introduceerden tot de wonderlijke wereld van magic mushrooms. “Ya gotta try ‘m mate. They’ll change your life perspective forevah”. Dat aanbod klonk zowel aantrekkelijk als angstaanjagend. Veel eettentjes aan het strand hingen een paar dagen nadat het geregend had borden op met de tekst “We serve magic mushrooms”. Zonder uitzondering werden ze verwerkt in omeletten van veertig, zestig en tachtig baht. Hoe duurder het omelet, hoe groter de portie mushrooms. Ik besloot de stoute teenslippers aan te trekken en bestelde op aanraden van het Australische stel een omelet van veertig baht. Wat er na de onvermijdelijke woorden ‘ik voel nog steeds niks’ allemaal gebeurd is weet ik niet precies meer en al had ik het nog wel geweten dan ga ik dat hier niet allemaal uit de doeken doen want Trefpunt Azië is en blijft een familie-site. Wat ik nog wel weet is dat er vaak een falang als een aap op handen en voeten over het strand liep. Bij navraag bleek het te gaan om Helmut, een bankmanager uit Hamburg die op een dieet leefde van twee 80-baht omeletten per dag.

Het werd na een paar weken tijd voor een ‘change of scenery’ en ik toog naar Railay Beach in de provincie Krabi. Het strand was alleen per longtailboot te bereiken. Toen mijn mede-bootpassagiers en ik uit de boot in het water sprongen werden we begroet door vissers en elk kregen we een enorme lading wiet verpakt in een krant en een bamboe bong in onze handen geduwd bij wijze van welkomstgeschenk. Het strand was van een adembenemende schoonheid en was omzoomd met overhellende kokospalmen en hier en daar konden we uiterst primitieve strandhutten ontwaren.

“So Klaus, you’re sure you want to stay here forever?” “Ja. Fuck Germany.” (Klaus en Dieter op de veranda van mijn bungalow).

De daaropvolgende vijf weken – ik wilde aanvankelijk maar een week blijven, maar na een week dacht ik: “ik wil helemaal niet weg” – ontvouwden zich als ‘paradijselijk’, om dat uitgewoonde woord maar eens te gebruiken. Er waren geen restaurants aan het strand. We aten bij de vissersfamilies thuis, family-style. Elke avond had je de keus vlees, vis of vegetarisch en het was elke avond verrukkelijk. We hadden de illusie in een geldvrije mini-maatschappij te leven vanwege het honour system dat gehanteerd werd. Elke maaltijd die je at turfde je in een schriftje met het nummer van de bungalow waar je verbleef. Wanneer je dorst had liep je naar de koelkast, pakte een biertje of iets anders en schreef je dat weer bij in je schriftje. Pas wanneer je vertrok rekende je af. Het was natuurlijk wel zaak om de streepjes in je schriftje goed in de gaten te houden. Niemand had geld in zijn zakken of zoiets idioots als een handtasje bij zich. We gingen elke dag vissen, zwemmen, rookten wiet, hielpen kinderen met hun huiswerk en schreven brieven naar pa en ma die drie weken later aankwamen. Alsof het allemaal nog niet paradijselijk genoeg was werd ik ook nog eens verliefd op een adembenemend mooi Chinees-Australisch meisje van negentien jaar, Jackie, die al heel snel bij mij ‘introk’. Een jaar later kwam zij over naar Nederland, we trouwden en zes jaar later scheidden we weer (ze woont nu in Singapore waar ze theater producties regisseert).

Ik herinner me een stel dat uit de longtail sprong en enigszins in paniek raakte toen ze hoorden dat er geen bungalow vrij was. De vissers bouwden na een paar ‘don’t worries’ in drie uur een bungalow voor hen. Zo ging dat.

De schrijver wil helemaal niet weg…

Nu, 34 jaren later, realiseer ik me dat ik een Thailand gezien heb dat nooit meer terugkomt en een manier van reizen die voorgoed verdwenen is: off the grid. De backpackers van toen, waaronder ik, hebben Thailand op de kaart gezet als vakantiebestemming die zijn gelijke nauwelijks kent. Thuisgekomen was ik na maanden nog steeds ziek van heimwee.

Onbegrijpelijk is dan ook de obsessie van de TAT-bollebozen met de ‘quality tourist’. Deze hersen melaatsen lijken maar niet te snappen dat het de jongere backpacker is die de gewone Thai laat meeprofiteren van het toerisme. Niet de Chinezen of Japanners die hooguit twee weken verblijven in dure hotels die vaak in handen zijn van internationale ketens. En wie geeft er meer geld uit, Andrew, die in zijn gap year wellicht maandenlang door Thailand reist of Ruyiki Yamamoto tijdens zijn polsband vakantie van een week?

Over Cor Verhoef 47 Artikelen
Geboren Rotterdammer Cor Verhoef werkt sinds 2004 als leraar Engels aan de Nairong middelbare school in Bangkok, de metropool waar met zijn echtgenote en docent Ning (‘Priceless woman’) woont. Na zijn opleiding aan de lerarenopleiding van de Hogeschool Rotterdam en Omstreken werkte hij in de horeca en als reisagent in Mexico en Guatemala. Via de NBBS belandde hij in najaar 2001 in Thailand. Inmiddels zijn Cor en Ning de trotse ouders van zoon Leon.

8 Comments

  1. Beste Cor, prachtverhaal.
    Met plezier gelezen omdat het zo herkenbaar is.
    Evenals jij heb ik goede herinneringen aan de eerste keer Thailand. Wel pas jaren later ( 93′) dan toen jij er rondliep. Heb er ooit ook eens een kort verhaaltje over geschreven, dus ga dat niet nog een keer doen. Wel altijd van de ‘geestverruimende’ middelen afgebleven, als het geen alcoholische waren. Dat gaf mij al genoeg pret. Mocht toentertijd wel enige malen behulpzaam zijn bij het draaien van een grote joint voor de Thaise buurmeisjes in het appartement, omdat ze zagen hoe handig ik was met vloei en Zware van de weduwe.
    En ja, je hebt zeker gelijk als je zegt niet meteen naar de dokter te rennen met diarrhee, want herinner mij ook nog wat eenzame sessies op een hurktoilet na stoerdoenerij met gepeperde of ongewassen etenswaar. Dan ziek je even uit en een dag of wat later ben je weer het mannetje. Wilde wel dat ik die eerste keer wat meer van Thailand verkend had, en ben best een beetje jaloers op jouw ervaringen op Koh Samui en bij Krabi. Dat is toch anders dan het afschuimen van de straten in Pattaya en Bangkok.

  2. Leuk verhaal. Het is natuurlijk wel zo dat de leuke dingen in het geheugen blijven hangen, de ongemakken niet: de verstopte wc’s, douchen met een emmer, overal muggen, overal zand tussen, ingewandsstoornissen door vaag voedsel, ontbreken van een arts in een nijpende situatie, alleen maar hitte, want geen a/c en wellicht zelfs geen fan…
    ‘De vrolijke ellende van de goede oude tijd’, zong Boudewijn de Groot.

    • Ik denk dat wanneer je jong bent, ik was toen 22, interesseren je al die ongemakken geen moer. ‘Vaag’ voedsel? McDonald’s, dat is vaag voedsel. Nee, jouw “je onhoudt alleen maar de goede dingen”, gaat voor mij niet op. Ik ben blij dat ik die tijd heb meegemaakt.

    • Bovendien noem je allerlei zaken die voor mij helemaal niet speelden; Hitte? Konstante zeebries. Verstopte wc’s? Niet meegemaakt. En die ontbrekende arts in nijpende situaties? Bel jij meteen een arts wanneer je aan de diarrhee bent? Wellicht ben jij niet uit het hout gesneden om zonder allerlei “back up’ op reis te gaan. Dus om dat de “ellende van vroeger” te noemen, lijkt me baarlijke nonsens.

      • Jij reageert toch wel erg chagrijnig op mij. Mijn toon was toch niet verkeerd? Ik begon met ‘Leuk verhaal’. En ik had het over ‘de vrolijke ellende’. Jij citeert selectief, vind ik.

        • Sorry waneer ik zo over kwam, maar wat ik bedoel is dit; muggen, verstopte wc’s, diarhee, heb je overal. Nog steeds, dus die zaken hebben niet louter en alleen te maken met het reizen in tropische landen gedurende de jaren ’80 van de vorige eeuw. Wat ik wilde vertellen in dit verhaal is dat het niet zo vreemd is dat Thailand destijds zo hoog op de lijst stond van de te bezoeken landen van veel jonge mensen. En het was allemaal “mouth to mouth”. Er kwam geen TAT aan te pas. Die club bestond destijds niet eens. De kans is vrij groot dat de gemiddelde 22-jarige knettergek wordt zonder wi-fi en Iphone, maar daar kan die 22-jarige ook niks aan doen. Het is een hele andere wereld vandaag de dag. Maar ik ben wel blij dat ik mijn hut destijds niet in NL heb kunnen boeken. Dat had de pret (de verrassing) volkomen teniet gedaan.

          • Ik (van 1960) heb in die tijd ook zo gereisd. Nergens wist ik van tevoren in welk hotelletje of guesthouse ik terecht zou komen en ik vond dat reuze spannend. Het wordt je tegenwoordig misschien wel iets te gemakkelijk gemaakt. Alhoewel, met vrouw en kind is het toch wat anders. Het is dan toch wel verleidelijk om met Tripadvisor alle mogelijkheden langs te lopen en de schijnbaar beste plek via internet te boeken. Maar ik verlang wel een beetje naar de tijd van vroeger, dat hippieachtige sfeertje vond ik ook wel leuk. Maar aan de drugs ging ik niet.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*