De teflon-president van Indonesië zit de pandemie uit


Door Liam Gammon

Hoe doet hij het, de teflon-president van Indonesië? Hoe houd je toezicht op een van ’s werelds ergste uitbraken van COVID-19, ram je er impopulaire economische hervormingen door tijdens een recessie en geniet daarvoor brede publiekelijke instemming, waarvoor de meeste democratische leiders bereid zijn over gloeiende sintels te lopen? Vraag het de Indonesische president Joko ‘Jokowi’ Widodo, die volgens alle politieke spelregels in 2020 een moeilijk jaar moest hebben.

Er werd voorspeld dat Indonesië, met haar gedecentraliseerde regering, met haar grote informele economie, het hoge aantal rokers en niet-overdraagbare ziekten en het ondermaatse gezondheidszorgsysteem, zeer kwetsbaar zou zijn voor COVID-19. En dat ongeacht wie de leiding had. Duidelijk werd dat Indonesië slechter presteerde dan veel landen met een vergelijkbaar ontwikkelingsniveau. Niet op de laatste plaats doordat de regering zich meer bezig hield met politiek dan met volksgezondheid.

Zich wentelend in zelfgenoegzaamheid bagatelliseerde de nationale regering het gevaar van Covid-19 voor Indonesië. Toen het aantal coronagevallen in maart en april begon te stijgen, zagen regionale politici vooruitblikkend op de presidentsverkiezingen van 2024 mogelijkheden voor een confrontatie met Jokowi. De meest opvallende was de ambitieuze gouverneur van Jakarta, Anies Baswedan, die een preventieve lockdown voor de hoofdstad wilde, wat door de nationale regering werden tegengewerkt.

Anies Baswedan, gouverneur van Jakarta

Toen de regering zich eindelijk de ernst van de situatie realiseerde, was haar eerste reactie erop gericht de politieke schade te beperken. Ze beschouwde de pandemie allereerst als een politiek en veiligheidsprobleem. Aan het militaire apparaat werd daarom een grote rol toebedeeld om critici van het regeringsbeleid de mond te snoeren. Tegelijkertijd wilde de regering geen maatregelen nemen zoals lockdowns die economische activiteit konden schaden, uit vrees voor verlies aan populariteit. Wat ze wel deed was een pakket aan maatregelen doordrukken, die de economie moesten stimuleren.

Deze strategie heeft heel wat slachtoffers gemaakt. Tijdens de jaarwisseling registreerde Indonesië meer dan 8000 infecties per dag  en dat terwijl er maar weinig getest werd. Minstens negen ministers zijn naar verluidt besmet met COVID-19, en de meesten hielden dat geheim voor de bevolking. Een grimmiger teken van de verwoesting die COVID-19 heeft aangericht zijn de begraafplaatsen in grote steden. Daar is nu te weinig ruimte door de hoge pieken in sterftecijfers.

Toch is het ondergeschikt maken van gezondheidskwesties aan de economie best populair. Uit een landelijk onderzoek eind december, bleek dat twee op de drie Indonesiërs het eens waren met de strategie van de regering, ondanks hun verslechterde  economische omstandigheden. De economische schade toegebracht door de pandemie is niet te ontkennen. Maar door zo weinig mogelijk gebruik te maken van de lockdown-strategie, lijkt de regering er heelhuids vanaf te komen. Veel kiezers lijken de schuld van de economische neergang aan het virus te wijten, en aan de samenleving als geheel omdat deze zich niet wilde houden aan de regels van social distancing.

Blakend van politiek zelfvertrouwen, voerde de regering in oktober controversiële micro-economische hervormingen door. De z.g. Omnibuswet die werkgelegenheid moet scheppen.  De snelheid waarmee deze wet werd aangenomen roept vraagtekens op over het  functioneren van democratische processen in Indonesië.  Na de verkiezingen van 2019, maken haast alle politieke partijen deel uit van de regeringscoalitie van Jokowi. Het wetsvoorstel werd zonder veel debat overhaastig aangenomen, waarbij de bestaande richtlijnen voor parlementaire zittingen grotendeels genegeerd werden.

Het Indonesisch parlement in vergadering

Vakbonden en het maatschappelijk middenveld, die buitenspel werden gezet, waren verontwaardigd over deze handelswijze. Bij het opstellen van de Omnibuswet was echter wel de zakenlobby van meet af aan betrokken. Deze had zich na zijn verkiezingsoverwinning eensgezind achter Jokowi geschaard. De liberalisering van arbeidsverhoudingen en de ‘vereenvoudiging’ van milieumaatregelen van deze wet zijn moeilijk anders te zien dan een cadeautje voor binnenlandse bedrijven. Meer in het bijzonder voor de grote bedrijven en de grondstoffensector. Er wordt geen serieuze poging gedaan voor het aantrekken van hoogwaardige buitenlandse investeringen, die voor Indonesië van levensbelang zijn.

De Omnibuswet gaat allerlei belangrijke kwesties uit de weg, waardoor buitenlandse bedrijven op hun hoede zijn in Indonesië te investeren: ongecontroleerde corruptie, een nationalistisch politiek klimaat en bevoordeling van  staatsbedrijven. Niets dat in 2020 gebeurde, wekt de indruk dat de regering deze problemen gaat aanpakken. Corruptie trad heel even voor het voetlicht tegen het einde van 2020, toen de Corruptie Bestrijding Commissie de beweringen dat ze afgedaan was weerlegde door twee ministers van het kabinet te beschuldigen van omkoping.

Minister van sociale zaken Juliari P. Batubara

Uiteindelijk heeft de pandemie weinig gedaan om de politieke koers van Indonesië te veranderen. Al aanwezige trends werden eerder versterkt.

Niettegenstaande zijn riante herverkiezing in 2019 blijft Jokowi zich bewust van zijn potentiële politieke kwetsbaarheid. Opererend buiten het partij systeem is hij zich terdege bewust van zijn afhankelijkheid van de publieke opinie. In de praktijk betekende dit dat 2020 opnieuw een jaar was van naar de pijpen dansen van zijn populaire en elitaire supporters, het vermijden van enkele harde maar noodzakelijke maatregelen en het veroordelen van de oppositie als radicaal of ontrouw.

Hoe langer de pandemie voortduurt en van invloed is op de gezondheid en het levenspeil van de Indonesische bevolking, hoe minder vertrouwen de regering kan hebben in haar politieke dominantie. Daarom staat er veel op het spel bij een snelle start van een vaccinatieprogramma. Een complex en duur programma maar wel een noodzakelijke voorwaarde om Indonesië weer normaal te laten functioneren.

Liam Gammon is een promovendus bij de afdeling politieke en sociale verandering aan de Coral Bell School of Asia Pacific Affairs, de Australian National University. Dit artikel maakt deel uit van een serie over de gevolgen van de corona crisis op het East Asia Forum.
Eerder op Trefpunt Azië in dezelfde serie Het trage economische herstel in Thailand


Redactie
Over Redactie 663 Artikelen
De auteursnaam van de redactie van Trefpunt Azië. Wij publiceren onder deze naam berichten van de redactie en bijdragen die niet onder naam van de bron kunnen worden geplaatst.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*