Chao Phraya, de rivier die nooit verveelt


Door Henry in ’t Zandt

foto’s Brendan Boots

Is er een mooiere manier om kennis te maken met Bangkok dan varend over de Chao Phraya rivier? Ik vind van niet. Mensen die voor het eerst in de Thaise hoofdstad zijn, raad ik aan eerst een tochtje over de rivier te maken. Van Kao San Road, het Grand Palace of Wat Pho naar Silom, Sathon of Asiatique. Of als het zo uitkomt, andersom. Eventueel een heel kort tochtje van Yannawa naar Phra Pradaeng, de groene longen van Bangkok, om te gaan fietsen of de dwarse oversteek van Tha Thien naar Wat Arun, om de fantastische tempel van de dageraad van dichtbij te bewonderen. Het is een kleurrijke manier om Bangkok te ondergaan. Alleen al vanwege de boten, de blauwe, oranje, gele en groene vaartuigen en vlaggen van de express- en toeristenboten en de versierde en veelkleurige typisch Thaise longtails.

Er is ook nog eens vrachtverkeer en er zijn boten van hotels. In de buurt van de centrale aanlegsteiger is het dan ook een drukte van belang. Het leven op en rond de Chao Phraya is altijd in beweging, de rivier heeft grandeur, leidt de wijde wereld in, is voedselbron en afvalput en verfrist desondanks als onverwachte golven het water naast je boot omhoog slaan.

IMG_2785 copy

Ik ben op weg naar het eiland Kret, Ko Kret. Het is geen doel, het gaat om het varen, op het water zijn. Kret is een klein eiland, niet meer dan 2 bij 1 kilometer, in de achttiende eeuw ontstaan bij afgravingen om een bocht in de rivier te bekorten.
Het langste deel van de reis gaat over de Chao Phraya, de rivier die zo veel van deze stad laat zien.

De geschiedenis: het oorspronkelijke Oriental Hotel dat nu bijna verscholen gaat achter haar eigen bomen en nieuwbouw. Of het vrijstaande koloniale pand van de East Asiatic Company. Al varend zie je veel Thaise en Chinese tempels, een moskee, een Birmese Stupa en de Holy Rosary kerk. Ook de moderne tijd drukt zijn stempel op het uitzicht. Met het glazen gedrocht CAT Tower bijvoorbeeld. En wat denk je van Aurum, iets verder op. Een kopie van een Franse straat, grappig, maar hier totaal misplaatst.

De oude gebouwen van de bloemenmarkt zijn gerestaureerd en vormen nu een winkelcentrum zoals Bangkok er vele heeft. Aan de bouw van Icon Siam, een complex met luxe woningen, is men nog maar net begonnen. En het is een kwestie van tijd of de 77 verdiepingen van de imposante MahaNakhon wolkenkrabber werpen, figuurlijk gesproken, hun schaduw over de rivier.

Het contrast tussen oud en nieuw is groot. En ook het verschil tussen arm en rijk. De duurste hotels en appartementengebouwen van Bangkok staan aan de rivier, net als de oude gammele houten huisjes op al even kwetsbare houten palen. Ze zien er uit of ze elk moment in elkaar kunnen zakken. De bewoners leven er hun leven en wij, op de rivier, vangen een glimp op van hoe ze dat doen. Een vrouw hangt de was op, een man probeert wat vis te vangen. Ergens anders zitten mensen aan de waterkant hun lunch op te eten, werklui doen een dutje.

water FOTO BRENDAN BOOTSDenken aan Ajax

Op de boot, een expressboot van de centrale pier naar aanlegsteiger 30 in Nonthaburi, scheurt een jongen met maar één oog de kaartjes. Achter zijn oor zijn drie sterretjes getatoeëerd. Het herinnert me aan Amsterdam. Toen Ajax voor de dertigste keer landskampioen was geworden, lieten sommige fans drie sterren tatoeëren. Een sterretje voor elke tiende keer. De jongen houdt nauwlettend zijn klandizie in de gaten. Veel toeristen, een paar monniken, Thai op weg naar hun werk. Die eerste groep kijkt om zich heen en fotografeert, de laatste groep houdt de blik strak gericht op de mobiele telefoon. Een paar schoolmeisjes naast me kletsen me de oren van het hoofd.

De gekleurde stukjes porselein van Wat Arun schitteren in het zonlicht. Dat porselein diende ooit als ballast voor de schepen die naar Bangkok kwamen. De pagode van het tempelcomplex is met z’n 82 meter niet erg hoog, maar straalt gezag uit. We passeren het deel van de rivier waar Bangkok ontstond. Een kleine handelspost aan de westoever van de rivier werd in 1768 door koning Taksin als hoofdstad aangewezen, in de hoop de Birmezen te kunnen weerstaan die Ayutthaya hadden vernietigd. Het tempelcomplex Wat Arun, dat al bestond, kwam binnen de paleismuren te liggen. Maar toen Rama I tot koning werd gekroond verplaatste hij de hoofdstad naar Rattanakosin, aan de andere kant van de rivier. Daar ontstond Krungthep, Stad der Engelen.

In het Thai staat er Krungthep Etcetera, want Krungthep is slechts het begin van de naam. De Nederlandse vertaling telt maar liefst 21 woorden. Het is wereldwijd de stad met de langste naam. Krungthep wordt gebruikt door de Thai, maar de rest van de wereld zegt Bangkok.

Binnen de muren en gracht om de nieuwe nederzetting werd ook het Grand Palace gebouwd. Vanaf de boot zijn alleen een paar daken en spitsen te zien. Thailand’s grote schat geeft aan de mensen op het water maar een glimp van haar schoonheid weg. Achter op de boot staat een jongen die elke keer als we een pier naderen op een fluitje blaast. Met een hoog snerpend geluid geeft hij aan hoe de kapitein moet manoeuvreren om goed te kunnen aanmeren. We zijn langzaam de drukte uit gevaren, weinig andere boten gaan nog deze kant op. Kleine sleepbootjes komen ons af en toe tegemoet, ze sleuren drie of vier reusachtige vrachtboten achter zich aan. De kaartjesscheurder met de sterretjes zit voor op de boot de opbrengst te tellen. Dat betekent dat dit deel van de reis er bijna op zit.

Import Thais maken het toch anders

De aankomst in Nonthaburi is een uur of anderhalf na vertrek vanaf de centrale pier in Bangkok. Kosten, ongeveer 1 euro. Vanaf hier naar Ko Kret is minder aanbod, de rest van de tocht is dus duurder. Het is nog een minuut of twintig varen. Een boot voor maximaal drie of vier personen kost ongeveer 27 euro. Je krijgt er dan, als je wilt, een rondtocht van twee uur om het eiland Kret gratis bij.

Ko Kret is klein, dat voel je als je er aan land gaat en er rond gaat lopen. Je bent altijd dicht bij het water. Toch zijn er zeven dorpjes en behoorlijk wat tempels, waarvan één met een fraaie liggende boeddha. IMG_2791 copyHet eiland wordt al eeuwenlang bevolkt door gevluchte Birmezen, de Mon. Zij geven het eiland kleur en smaak. Het is duidelijk Thai, maar wel anders. Je kunt er goed zien hoe de Mon wonen. Een pad dat de bezoekers allemaal één richting op duwt, leidt dicht langs de huisjes, soms er zo’n beetje dwars doorheen. De winkeltjes zijn aan huis, soms in huis en soms is het winkeltje het huis. De Mon zitten tv te kijken en te wachten tot er interesse is in hun handel. Snuisterijen, souvenirs, veel pottenbakkerswerk en natuurlijk eten.

Ik trakteer mezelf op een heerlijk bakje gefrituurde bloemen met zoete pruimensaus.

Een bezoek op een doordeweekse dag geeft betere toegang tot het dagelijkse leven op het eilandje. Het is er rustig, veel mensen hangen maar wat rond. In de tempels is het stil. Hoe vaak kun je eens rustig in je eentje in een tempel rondkijken? In het weekeinde gaat het er totaal anders aan toe. De aanloop uit Bangkok is dan enorm, veel Thai gaan er naar toe om te eten, een dagje uit. De kleine straatjes zijn dan overvol. Alle winkeltjes, restaurants en kraampjes zijn open, het aanbod ligt in volle glorie uitgestald, het eiland komt tot leven.

Ik ga terug. Terug naar de boot en naar de rivier die nooit verveelt.

 

Dit verhaal is eerder gepubliceerd in het oktober 2015-nummer van De Tegel.

Henry in ’t Zand is eindreacteur, Brendan Boots beeldredacteur van dit NVT(B)-magazine


Redactie
Over Redactie 595 Artikelen
De auteursnaam van de redactie van Trefpunt Azië. Wij publiceren onder deze naam berichten van de redactie en bijdragen die niet onder naam van de bron kunnen worden geplaatst.