De Heilige Waringin

‘Nee ik ga niet mee’, zei zijn moeder beslist. ‘Ik ben te oud, ik kan niet meer goed tegen de warmte. Je zoekt maar een ander, Bennie.’

Dat was nou net het probleem, hij had geen ander, geen vriend, geen vrouw, geen vriendin. Achter in de veertig was hij en hij woonde nog bij zijn moeder in de galerijflat. Samen hadden ze heel wat afgereisd: langs de Rijn met een boot, geheel verzorgd, met leuke live muziek van Corrie en de Rekels en Willeke Alberti, naar Benidorm in een luxe hotel met een zwembad, zodat je niet naar het strand hoefde te sjokken en waar ’s avond gezellige karaoke- en bingoavonden werden georganiseerd en waar ze samen hadden gedanst, terwijl Imca Marina Viva España zong.

Bij het reisbureau had hij toch maar een geheel verzorgde groepsreis met Nederlands sprekende reisleiding naar Indonesië geboekt. De vliegreis had langer geduurd dan hij had verwacht en de transfer naar het hotel in de bus waarvan de airco was uitgevallen, was bloed verziekend heet geweest.

‘Morgen hebben we een andere bus’, had de reisleidster verzoenend gezegd.
‘Daar hebben we nou niks aan’, had hij geroepen en was mokkend onderuit gezakt.

Op zoek naar een koud biertje

Op zijn kamer in het viersterren hotel stak hij een sjekkie op en zocht vergeefs in het koelkastje naar een koud biertje. Boos beende hij zijn kamer uit. In de lounge deed hij zijn beklag bij de reisleidster, die bij de balie een andere bus aan het regelen was.

‘Er is geen bier op de kamer’, zei hij plompverloren.
‘Ik kom zo bij u meneer’, antwoordde de reisleidster, zodra ik hier klaar ben.
‘Ik wil nu bier’, eiste hij.
De reisleidster maakte een wuivend gebaar naar een van de rotan stoelen.
‘Wacht u daar, ik ben bijna klaar.’
‘U bent hier in een islamitisch land en bier is niet altijd te krijgen’, maakte de reisleidster duidelijk, toen zij tijd voor hem had en vervolgde: ‘Vanavond in de bar is er Bintang, maar wel een beetje discreet graag.’

Zijn bezoek aan de bar ’s avonds werd een gênante vertoning. Hij dronk te veel, viel het personeel lastig, zong luid een dronkenmanslied, kortom was een en al Hollandse lawaaierigheid en werd met zachte drang naar zijn kamer verwezen.

Bennie was de enige die alleen zat

De volgende morgen stond er een mooie bus met een werkende airconditioning voor het hotel. Zij reden langs de sawa’s die met de prille padi trapsgewijs op de hellingen lagen, bezochten een school waar de kinderen liedjes zongen waarbij zij zichzelf begeleidden met zelfgemaakte muziekinstrumenten, zij moesten lachen om de apen die handig over de daken van de schamele huizen in de desa’s klauterden.

In de namiddag bezochten zij een pasar waar Bennie na lang afdingen een dure Rolex van ongeveer tien euro kocht. In de bus showde hij trots zijn nieuwe bezit en loog dat hij er wel duizend euro voor had betaald.

‘Ja als je zo’n bedrag betaalt, dan heb je ook wat’, zei hij erbij.
‘Zo’n mooi horloge heb ik nog nooit gezien, goeie koop’, zei een medereiziger spottend, terwijl hij met dedain naar het stuk glimmende kitsch keek.
Bennie merkte niet dat hij in de maling werd genomen en ging weer op zijn plaats zitten, een beetje midden in de bus. Hij was de enige die alleen zat.

Bijgeloof, mij maak je niet bang

Na een uur of wat stopte de bus voor het nieuwe hotel. De reisleidster wees de reizigers op de machtige boom die opzij van het hotel groeide. Er hingen lange slierten aan de takken en de stam was een en al knoestig gekronkel. De groene bladeren glommen in het licht en een nauwelijks waarneembare wind veroorzaakte een ijl en geheimzinnig gesuis.

‘Daar ziet u de Waringinboom, of liever de Heilige Waringin’ zei de reisleidster. Benader hem met eerbied en heren, doe er zeker geen plasje tegenaan. U zult de geesten die erin wonen boos maken en onheil op u afroepen. Wee u als u gepakt wordt door Koentil Anak, de boze vrouwelijke geest met een gat in haar rug waar zij u met huid en haar en geest en ziel in zal stoppen.’

‘Bijgeloof’, riep Bennie, ‘mij maak je niet bang, ik heb van mijn moeder een goede roomse opvoeding gehad zonder zulke poespas, beter kan niet.’

Na de avondmaaltijd maakte hij een ommetje. De Waringin toonde zich glorieus in het zilveren schijnsel van de opkomende maan. Bennie kon het niet laten. Hij keek om zich heen, zag niemand en plaste met een ferme straal tegen de heilige boom. Plotseling, vlak bij, krijste een loeak, geschrokken haastte hij zich terug naar het hotel.

De volgende morgen had Bennie zijn bravoure weer terug en zei in zijn beste Engels tegen het meisje dat hem aan tafel bediende, dat hij de vorige avond een vrouw met lang haar onder de Waringin had gezien.
‘She stood there all alone in the moonlight, stepped forward, but suddenly she had disappeared, completely gone, dissolved.’
Grinnikend keek hij naar het meisje, dat wit wegtrok en trillend zijn ontbijt voor hem op tafel zette.
‘Tea’, beval hij en schoof zijn kopje naar voren.
Bevend schonk zij de thee in uit de porseleinen pot waarbij zij op het witte tafelkleed morste.
‘Stupid girl’, schold Bennie waardoor het arme kind nog banger werd dan zij al was.

Na een dag vol excursies liepen de gasten het hotel weer in. De bediendes, vrouwen zowel als mannen, kwamen naar Bennie toe, angst in hun ogen. Of hij echt een vrouw onder de Waringin had gezien en of zij echt opeens was verdwenen.

‘That’s what I saw, really’, zei hij waarna hij zich met ingehouden lach omdraaide. Na het diner liet hij zich niet meer zien, geen zin om bij de andere gasten te zitten, ze schonken hem nauwelijks aandacht en hij verdween naar zijn kamer

‘Met Moeder erbij was het veel leuker’, ging het door hem heen, toen hij zonder zich uit te kleden op het bed neerplofte.

Bennie… Bennie… klonk het zacht en daarna iets harder: Bennie… Bennie…
Bennie schrok wakker en keek op zijn horloge. Kwart voor twaalf. De maan scheen door het raam van zijn kamer.
Bennie…
Daar was het weer. Het kwam van buiten. Hij stond op, liep naar het raam. Onder de Heilige Waringin stond een beeldschone vrouw. Haar ravenzwarte haar viel op haar fraaie achterste, haar stevige borsten welfden verlokkelijk onder haar witte gewaad. Zij keek hem aan met haar donkere ogen, verleidelijk, uitnodigend, wenkte hem. De adem stokte hem in zijn keel. Verwonderd wees hij op zichzelf. De vrouw knikte, tuitte haar lippen.

De volgende morgen…

De volgende morgen zaten de reizigers in de bus te luisteren naar de reisleidster, die het programma van die dag besprak. Een van de bediendes van het hotel kwam naar de bus toe lopen. De chauffeur deed de deur open en de bediende overhandigde de reisleidster het voorwerp dat hij in zijn hand had.

‘Gevonden onder de Waringin’, zei hij.

Met een mengeling van schrik en angst in haar ogen keek zij van de imitatie Rolex in haar hand naar de lege zitplaats van Bennie…

Chris Ebbe
Over Chris Ebbe 204 Artikelen
Chris Ebbe, vader van twee dochters, grootvader van drie kleinkinderen. Chris is begonnen als onderwijzer, werd daarna leraar biologie en decaan aan een middelbare school in Spijkenisse. Heeft evenals zijn vrouw, kunsthistorica, een brede belangstelling voor alles wat te maken heeft met stad en platteland, mens en natuur, kunst en architectuur. Werkt, gewapend met familieverhalen en na genealogisch onderzoek, aan een roman.