De Geheimschrijver, deel 64

Nico ‘betrapt’ Charlotte die Rodericks kleren in een koffer staat te proppen. Ze is gejaagd, wil niets zeggen. Roderick is een beetje ziek ja. Maar waarom dan neemt ze zijn hele garderobe mee? Nico voelt zich in de steek gelaten.

Hij stond in de keuken om koffie te zetten toen de telefoon ging. Dat zou Roderick zijn, dacht hij. Hij had waarschijnlijk ook de krant gelezen en zou nu het goede nieuws met hem willen bespreken. Hij nam op en hoorde aan de andere kant een meisjesstem. Yolanda. Zij was de laatste die hij had verwacht, de laatste die hij nu wilde spreken en het kostte hem moeite om zijn irritatie in te tomen. ‘Hallo Nico. Ik bel je toch niet uit je bed?’

Ze klonk ernstig en hij begreep dat het nu niet om een voorwendsel ging om een afspraak met hem te maken. ‘Ik heb daarnet met Charlotte gesproken en het gaat helemaal niet goed met Roderick.’ Hij wist niet wat hij moest zeggen. Hij probeerde te bedenken wat er gebeurd zou kunnen en opeens schoot het door hem heen dat hij gearresteerd was. Dat de politie hem weer had bezocht en dat hij tijdens het verhoor zo in het nauw was gedreven dat hij had bekend Hij kreeg het plotseling koud en dacht een auto te horen die voor zijn deur stopte. Ze konden elk ogenblik aanbellen en hem arresteren. Hij moest nu… Hij had geen idee wat hij moest doen.

‘Nico, Nico, ben je er nog?’ Hij slikte en bevestigde dat hij er nog was. Zijn stem had tot zijn eigen verbazing heel hees geklonken. ‘Wat is er met hem gebeurd?’

‘Hij is gisterochtend in elkaar gestort. Charlotte was er niet bij, maar hij schijnt een enorme scene te hebben geschopt. Hij was gillend door het huis gelopen, had met zijn stok op zijn broer in geslagen en zijn moeder bedreigd en is toen huilend in elkaar geklapt. Zijn moeder heeft de dokter geroepen en die heeft hem een kalmerende injectie gegeven. Maar hij vertrouwde het niet en gistermiddag is hij overgebracht naar een psychiatrische kliniek in België. Het moet verschrikkelijk zijn geweest. Charlot is er nog overstuur van, de arme meid.Wie had dat kunnen denken. Roderick die mataglap wordt… Ik had altijd gedacht dat hij de meest stabiele figuur was die ik ken.’

Hij hoorde haar niet meer. De gedachten verdrongen zich in zijn brein dat koortsachtig de reikwijdte probeerde te bepalen van wat hem zojuist was verteld. Het uitblijven van contact, het gedrag van Charlotte, dat werd nu verklaarbaar. Maar wat dit voor het politieonderzoek betekende, bleef vooralsnog duister. Hoe zou de inzinking door de politie worden uitgelegd. Als een schuldbekentenis? En wat zouden de gevolgen voor hemzelf zijn? Zou de politie nu haar onderzoek op hem concentreren? En hoe serieus was Rodericks zenuwinzinking? Stel dat hij het gesimuleerd had om zich aan het politieonderzoek te onttrekken? Hij achtte Roderick tot alles in staat, zeker als het erom ging zijn huid en de reputatie van zijn vader te redden. En waarom zat hij in een Belgische kliniek? Ook om uit de handen van de politie te blijven? Of de pers? Hadden zijn ouders hem uit voorzorg het land uit gebracht? Het was nu stil aan de andere kant van de lijn en hij bedankte Yolanda voor haar telefoontje. Hij beloofde contact met haar op te nemen zodra hij meer wist en vroeg haar Charlotte ook namens hem sterkte te wensen, als zij haar eerder mocht spreken dan hij.

Hij ging met de koffie in Rodericks fauteuil zitten en wist niet wat hij moest doen. De opeenvolging van gebeurtenissen, de verwarrende en vaak tegenstrijdige effecten daarvan op zijn gemoedstoestand, het constante heen en weer geslingerd worden tussen opluchting en vertwijfeling, het dreigde teveel te worden Als hij niet oppaste, ontsnapte de situatie aan zijn controle. Werd hij ook gek. Hij zou nu graag iemand in vertrouwen willen nemen, iemand die zin van onzin zou weten te scheiden en hem van advies kon dienen. De enige die daar tot nog toe voor in aanmerking was gekomen, was niet meer beschikbaar. Eylard had zich sinds hun terugkeer niet meer vertoond en wilde bovendien niets meer met hen te maken hebben. Judith was een mogelijk andere kandidaat, maar hij wilde of durfde haar niet te bij de zaak te betrekken. Hij wist niet of hun relatie een dergelijke belasting zou doorstaan en was bang dat hij alles zou verspelen.

De koffie was koud geworden en hij merkte dat hij honger had. Hij wilde eieren bakken en bedacht zich dat hij zijn boodschappen bij Yolanda had laten staan. Hij had geen zin om haar op te bellen en de boodschappen op te halen en besloot weer havermoutpap te maken met de melk die hij gisteren had overgehouden. Hij had net de pap op toen er gebeld werd. Hij wist zeker dat de politie nu
voor de deur stond en vroeg zich af hoe ze hem zouden wegvoeren. Zouden ze hem in de boeien slaan? Of zouden ze genoegen nemen met zijn verzekering dat hij rustig mee zou gaan en hem deze vernedering besparen? Zouden ze vriendelijk zijn of hem behandelen als een stuk vuil, een crimineel die hard en meedogenloos aangepakt diende te worden? Hij deed open en voelde zijn hart woest in zijn borstkas springen. Voor hem stond een lange man met een diep over zijn ogen getrokken hoed. Een rechercheur in burger, dacht hij. Van moordzaken. Net als in de film.

Ritsaert schudde het water van zijn paraplu en vroeg hem of hij binnen kon komen. Dat was zo’n ridicule vraag dat Nico zijn angst vergat en begon te lachen. ‘Het is jullie eigen huis, man.’
Ritsaert zette zijn paraplu in de paraplubak, hing zijn jas zorgvuldig aan een klerenhanger aan de kapstok en zijn hoed aan een haak. Hij zette zijn bril af, ademde op de glazen, poetste ze met een grote witte zakdoek en zette hem weer op. Zijn gezicht toonde een ernstige uitdrukking en hij zuchtte diep toen hij in Rodericks fauteuil ging zitten. Nico vroeg of hij koffie wilde, maar hij bedankte. Hij kon niet lang blijven en kwam onmiddellijk ter zake.

‘Ik weet niet of je het al hebt gehoord, maar Roderick heeft gisterochtend een zenuwtoeval gehad. Ik zal je niet vermoeien met de bijzonderheden, maar ik kan je verzekeren dat het niet aangenaam was. We vermoeden dat de verdwijning van het meisje hem te zeer heeft aangegrepen. We weten niet precies wat er gebeurd is en zolang hij in deze toestand verkeert, zullen we het waarschijnlijk ook niet te weten komen, maar we hebben wel begrepen dat jij hem erg hebt geholpen. Mijn ouders laten weten dat ze dit zeer op prijs stellen en niet zullen vergeten. Je hoeft je geen zorgen te maken over de financiering van je studie en je woonruimte. Als je wil, kun je hier blijven wonen tot je afgestudeerd bent. Wel lijkt het ons beter dat je in elk geval voorlopig geen contact meer opneemt met Roderick. We denken dat dit niet goed is voor zijn labiele geestesgesteldheid. Je moet dit niet als een verwijt of kritiek aan jouw adres beschouwen. Het is louter een medische voorzorgsmaatregel. Wat betreft de actuele situatie: de politie zal je niet langer lastig vallen. En we hebben ook namens jou een grote fruitmand naar de ouders van het meisje gestuurd. Ook voor hen zal worden gezorgd.’

Hij stond op en glimlachte meewarig. Hij had zijn boodschap afgeleverd en verwachtte duidelijk geen vragen en weerwoord meer. Hij gaf Nico een hand en zei dat hij voor de praktische afhandeling van de afspraken nog eens langs zou komen. Nico volgde hem in de gang en vroeg hem, terwijl hij zijn jas aantrok en hoed opzette waarom Roderick naar een Belgische kliniek was gebracht. Ritsaert keek hem even verrast aan maar een seconde laterwas zijn gezicht weer in de plooi. ‘Hij is daar in de beste handen. Het is de privé-kliniek van een goede vriend van mijn vader.’ Hij drukte Nico nogmaals de hand, klapte de paraplu open en verdween behoedzaam de plassen mijdend in de regen.

Nico wist niet wat hij moest denken. Toen hij Ritsaert voor het eerst had gezien, had hij hem leren kennen als vriendelijk, ironisch en soft spoken. Nu had hij hem kort en bondig als een deurwaarder een beschikking meegedeeld waartegen geen beroep mogelijk was. Hij ging zitten en dwong zichzelf na te denken. De berichten over Ellie’s verdwijning hadden de familie kennelijk tot handelen genoodzaakt. Roderick had of zelf verteld wat er gebeurd was of ze waren op eigen kracht tot de conclusie gekomen dat Ellie niet zomaar in het niets was opgelost. Hoe dan ook, ze wisten naar alle waarschijnlijkheid dat Ellie dood was en ook dat er nu geen zwakbegaafde tuinman was die ze daarvoor, als destijds bij Emma, konden laten opdraaien. Roderick moest daarom buiten bereik van justitie blijven. Een verblijf in een buitenlandse kliniek voor psychiatrische patiënten zou dat nagenoeg garanderen. Of Roderick daadwerkelijk een inzinking had gekregen of deze gefingeerd was, zou hij nooit te weten komen. Alleen de familie was er bij geweest. Zelfs Charlotte had het slechts van horen zeggen en het was nog maar de vraag of zij achter de waarheid zou komen.

Met Roderick veilig in de Belgische kliniek bleef alleen hij over als mogelijke risicofactor. Ze rekenden op zijn loyaliteit tegenover Roderick maar hadden voor alle zekerheid besloten hem dit aanbod te doen. Iedereen was te koop en zeker een student met een niet te ruim maandgeld. De familie Broekhuizen was sowieso geen probleem. De Van Haeftens waren altijd voorbeeldige werkgevers geweest en zouden zich ook nu weer van hun ruimhartige kant laten zien. In deze moeilijke tijd stonden zij voor de Broekhuizens klaar. En de rest was een kwestie van de juiste relaties op de juiste niveaus..

Dit leek hem een plausibele reconstructie en hij kon in elk geval nu geen andere, betere bedenken. Maar belangrijker was: wat moest hij doen? Moest hij op hun aanbod ingaan? Het was ook in zijn belang dat de ware toedracht nooit ontdekt werd. En het was waar dat hij het niet breed had. Was het accepteren van hun voorstel verwerpelijk? Zijn ouders hadden hem geleerd dat hij altijd, onder alle omstandigheden de rug recht moest houden, zoals zijn vader dat had uitgedrukt. Zij hadden makkelijk praten. Hun leven had altijd uit rotsvaste zekerheden bestaan en die had hij niet. Hij had altijd geweten dat het leven zich niet voegde naar principes die buiten het klaslokaal weinig waard waren. Hij was op zichzelf aangewezen. Dat was tot nog toe weinig meer geweest dan een instinctieve overtuiging, die hij tot drie dagen geleden niet aan de werkelijkheid had hoeven toetsen. Dat was nu op grote schaal gebeurd. Maar wat schoot hij op met die wetenschap? Opnieuw bekroop hem het gevoel dat de situatie aan zijn regie dreigde te ontglippen. En opnieuw wilde hij dat er iemand was die hij in vertrouwen kon nemen en om raad kon vragen.

De rest van de dag bracht hij door in een rusteloze doelloosheid. Hij stofzuigde nu het hele huis, deed de kleine afwas, dweilde de keukenvloer, boende de badkamer, maar het heilzame effect van de vorige dag bleef uit. Hij spelde de krant, zat achter zijn studieboeken en begon in ‘Lolita’. Hij kon er zijn gedachten niet bij houden. Hij luisterde naar het eerste Rasumovsky-kwartet maar zelfs Beethoven miste deze keer zijn gebruikelijke weldadige werking. Hij ging nog een keer onder de douche en waste zijn haar, alsof dat tot helderder inzichten kon leiden. Tegen vijf uur hield hij het niet meer uit en ging naar het café.

Peter van Nuijsenburg
Over Peter van Nuijsenburg 196 Artikelen
Journalist en publicist Peter van Nuijsenburg (64) werkte in het verleden bij De Telegraaf, Elsevier en persbureau GPD. Voor deze laatste organisatie was hij correspondent in Johannesburg, Berlijn en Tokio. Peter was voorheen ook parlementair en economisch redacteur. Hij is liefhebber en kenner van kunst en cultuur. Bij dagblad Trouw publiceerde hij boekbesprekingen. Beroepsmatig en (meer recentelijk) als toerist was hij in Thailand en andere Asean–landen.