De Geheimschrijver, deel 42

Na een vooral door toedoen van Roderick vervelend gesprek over Oskar gaat Charlotte naar bed. Ze is emotioneel, vermoedt dat Nico niet open is over Oskar. Roderick dronkemansdommelt in zijn fauteuil, schrikt wakker en besluit ook Nico de les te lezen.

De tien geboden

Roderick mompelt iets en gaat met haar de kamer uit. Hij komt even later terug met een grote linnen tas en een poetsmand. Hij gaat zitten, zet zijn leesbril op, opent de tas en stalt vijf paar schoenen naast zich uit. Vervolgens pakt hij een met donkere vlekken besmeurde poetsdoek en begint de eerste schoen schoon te wrijven. ‘Dat was een van de tien geboden van de Grote Staatsman, herinner jij je het nog?’

Ik schud mijn hoofd. Heb ze nooit eerder gehoord.
‘Ik uiteraard wel. De gevleugelde woorden van mijn vader moesten voor het nageslacht bewaard blijven, dat begrijp je. Fasten your seatbelt, want hier gaan we dan in willekeurige volgorde, want een vaste rangorde bestond niet. Het hing zoals zo vaak bij hem af van de luimen van de dag.

1: nooit een verhouding beginnen met je secretaresse; je vrouw nooit met haar beste vriendin bedriegen;
2: Liegen mag, betrapt worden nooit;
3: nooit het irrationele element in de politiek onderschatten;
4: altijd hoffelijk zijn tegen de tegenstander, maar wel zijn ballen afdraaien; Dat zei hij natuurlijk niet zo, maar bedoelde het wel.
5: je vrouw en kinderen nooit in de politiek laten gaan of voor politieke doeleinden misbruiken;
6: politiek is net groepseks en een goede politicus heeft nooit een vaste minnares, alleen gelegenheidspartners;
7: erkennen dat je grootste vijanden altijd je partijgenoten, nooit je tegenstanders zijn;
8: nooit kwaad worden, maar niets vergeten;
9: je werk altijd, maar jezelf nooit serieus nemen;
10: de aller, allerbelangrijkste, altijd zelf je schoenen poetsen.

‘Hij ging elke zondagmiddag de zolder op om zijn schoenen voor de komende week te poetsen. Mijn moeder vertelde me eens dat ze toen hij naar het verzorgingshuis moest meer dan 20 paar heeft opgeruimd. Ze zagen er nog als nieuw uit, zei ze. Hij was een schoenfetisjist, kocht altijd de duurste Engelse merken of liet ze speciaal maken in Wenen. ’

‘Heeft hij zich voor zover je weet altijd aan zijn eigen geboden gehouden?’
‘De meeste wel, geloof ik. Met die eerste was dat niet zo moeilijk want zijn secretaresse en de beste vriendin van mijn moeder waren niet de moeite van de zonde waard.. Ik heb hem er wel eens van verdacht dat hij ze om die reden had opgenomen. Die secretaresse, bedoel ik. Maar daarmee doe ik hem onrecht. Hij was geen rokkenjager. Politiek was voor hem opwindend genoeg, waarschijnlijk veel opwindender dan seks.’

Hij begint de schoenen, drie paar zwarte en twee paar donkerbruin, in te smeren.
‘Je bent gezegend als je met zo’n overzichtelijke levensvisie in de wereld staat, vind je niet. Daar ben ik altijd jaloers op geweest.’

Hij zwijgt en concentreert zich op zijn werk De schoenen worden met de grootst mogelijke zorgvuldigheid behandeld. Potentieel kwetsbare plekken als naden worden bestudeerd en extra ingesmeerd met een kindertandenborsteltje.
Ik heb die fascinatie voor schoenen nooit begrepen. Een heer herken je aan zijn schoenen, dat weet ik. En ik weet ook dat een heer conservatief gekleed gaat. Maar ik heb bijvoorbeeld nooit goed geleerd een das te knopen. Laat ik in de winkel doen, zodat ze altijd gebruiksklaar zijn. Erfenis van mijn opvoeding. Mijn vader droeg nooit een das. Was burgerlijk. Een heer is een burger.

Roderick is klaar en staat op.  ‘Zo, even laten intrekken. Intussen hebben wij wel een slokje verdiend.’
Hij gaat naar de keuken en komt terug met een nog bijna volle fles Zuid-Afrikaanse witte wijn. Hij schenkt ons in en heft zijn glas. Hij neemt een slok, pakt de eerste schoen op en begint hem met een zachte borstel uit te poetsen. Van tijd ademt hij op het leer, poetst, houdt de schoen onder de lamp, bestudeert en poetst opnieuw.

Mijn eigen schoenen kunnen ook een beurt gebruiken. Wel zo netjes om morgen met gepoetste schoenen aan Eylards graf te staan. Ik vis een poetsdoek van de grond en veeg snel de vlekken van mijn schoenen.
‘Zo, wordt je er ook door besmet? Trek ze maar uit, dan doe ik het wel voor je, want jij kan dat niet. Jij mist de gedrevenheid van de ware liefhebber.’ Hij bestudeert mijn schoenen. ‘Niet slecht, Koreaans?’

Opeens, bij mijn tweede schoen, zegt hij: ‘Zei Oskar nog iets over Eylard?’
‘Nee, hoezo?
‘Het poetsen zet bij mij de grijze cellen aan het werk. De motor van mijn denken, als het ware. Dat wist je niet, he. Zonder flauwe kul, zei hij nog iets behalve dat hij eigenlijk een lieve jongen was.’
‘Nee, niet dat me is bijgebleven. Ik kreeg niet de indruk dat hij Eylard goed heeft gekend.’
‘Tja, wie wel.’

Hij is klaar met mijn schoenen en bekijkt tevreden het resultaat.
‘Je moet spanners kopen, dan blijven ze beter in model.’

‘Ik dacht dat ik je vanavond heb horen zeggen, dat jij hem het beste hebt gekend.’‘Dat is natuurlijk relatief. Hoe goed kun je iemand kennen. Enfin, daar hebben het gisteren uitputtend over gehad en dat hoeven we niet nog een keer over te doen. Maar ik heb me vanmiddag toen ik bij mijn moeder zat en haar gekakel over een bridgedame die niets van biedsystemen begreep, aanhoorde, afgevraagd hoeveel ik nog van hem weet. In hoeverre ik me nog concrete gebeurtenissen met hem kan herinneren. Wat we toen en toen deden en wie toen en toen wat zei. Dat soort dingen, begrijp je. Bijna alles is vervaagd.’

Hij tikt met zijn wijsvinger tegen zijn slaap.  ‘Het is nagenoeg tabula rasa. Wat is dat, Alzheimer, Korzakov? Of betreft dat alleen het korte geheugen?’
‘Dat geloof ik wel, maar ik ben geen arts. Maar je zei over Eylard ook dat hij keihard en onbuigzaam kon zijn, of woorden van gelijke strekking. Zo heb ik hem helemaal niet in herinnering. Hij was vooral vriendelijk en behulpzaam. Goed, hij had zijn principes, maar daarin was hij volgens mij ook niet fanatiek.’
‘Zo zie je maar weer hoe individueel de herinnering is en hoe selectief het geheugen werkt. Ik ken hem natuurlijk ook wel als een buitengewoon aardige jongen, maar vond jij niet dat hij toen wel erg principieel en onwrikbaar was. Hij heeft ons toen heel behulpzaam en vriendelijk laten barsten. Ik neem aan dat je niet zo vergeetachtig bent dat je niet weet waar ik het over heb.’

Ik kan niet zeggen dat ik verrast ben door het sarcasme dat bijna onmerkbaar in zijn toon is geslopen, maar was er toch niet goed op voorbereid. Ik weet dat het nu oppassen geblazen is, dat hij elk moment kan ontploffen. Maar ik heb geen zin om hem gelijk te geven, omdat hij anders boos kan worden. Zoals zijn vrouw meestal doet. Om wille van de lieve vrede.

‘Hij was niet zo principieel en onwrikbaar dat hij gedaan heeft wat hij vermoedelijk volgens zijn geweten had moeten doen. En daar mag jij hem nog steeds dankbaar voor zijn.’
Roderick kijkt me van over zijn leesbril fronsend aan.  ‘Vind je dat?’

‘Dat mag niet als een verrassing voor je komen. Ook hij heeft je gered. Dat weet je donders goed en daar hoeven we nu al helemaal niet meer om heen te draaien. Dat heeft geen zin. Hij is dood, Roderick. Morgen gaan we hem begraven.’
‘Daar hoef jij me niet aan te herinneren. Maar het was niet alleen Eylard die me destijds uit de nesten heeft gehaald. Jij was er ook bij, weet je nog wel Ik heb me wel eens afgevraagd, niet vaak geef ik toe, je was niet iemand over wie ik vaak nadacht, waarom jij me geholpen hebt. En ik moet toegeven dat ik het antwoord op die vraag niet heb kunnen vinden. Misschien omdat het zo simpel was dat ik hem over het hoofd heb gezien?’

Ik besluit geen krimp te geven. ‘Ik was je vriend. Ik geloof dat je dat vergeet.’

‘Is dat zo? Daar ben ik niet zo van overtuigd. Vriendschap is onbaatzuchtig. Volgens de definitie van mijn vader was een vriend iemand bij wie je in oorlogstijd kan onderduiken. Iemand die zijn leven op het spel zette om jou te redden. Dat was het enige criterium dat telde.En hij sprak uit ervaring. Begrijp me goed, ik vond je best een aardige jongen. En je kon mensen op jouw, misschien wat onbeholpen manier voor je innemen. Vooral vrouwen waren bijna allemaal gecharmeerd van je. Inclusief mijn eigen moeder en mijn eigen vrouw. Mijn moeder wilde zelfs vandaag nog weten hoe het met je ging. Maar goed, ik dwaal af. Wat ik wil zeggen is, dat ik nooit bij jou zou onderduiken. Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik je honderd procent kan vertrouwen. Ik had altijd het donkerbruine vermoeden dat je bevriend met me was omdat je er beter van werd. Ik heb het verschil in milieu nooit willen aanvoeren, je socialistische achtergrond en de afgunst die dat met zich mee schijnt te moeten brengen, maar dat moet natuurlijk een rol hebben gespeeld. Misschien doe ik je tekort, maar dat geloof ik niet.’

Hij houdt een schoen voor zijn gezicht, inspecteert de zool, zet hem neer en pakt een ander. Ik ben er niet meer of liever, ik ben minder interessant dan een schoen. Maar ik weet ook dat die kille minachting in een oogwenk kan omslaan in een verzengende haat. Daar is niets voor nodig. Maakt ook niet uit wie het moet ontgelden. Charlotte is vermoedelijk vanmiddag al aan de beurt geweest. Waarom zou ze anders gehuild hebben?
Hij poetst onverstoorbaar verder. Ik luister naar het geschuier van de borstel over het leer, zijn licht suizende ademhaling. Ik sta op. Hij blijft poetsen en kijkt niet op.

‘Dat ben je niet verleerd, hé Nico? Weglopen als het te moeilijk wordt.’
‘Dat is soms voor alle betrokkenen beter. Maar dat hoef ik jou niet te vertellen. Daar weet jij alles van. Veel beter dan ik. Ik heb geen zin om hier verder op in te gaan. Ik ga morgen niet samen met jou naar de begrafenis, maar dat zul je wel begrepen hebben. Ik ga nu pakken en als je daarna een taxi voor me wilt bellen, graag.’

Ik trek mijn glimmend gepoetste schoenen aan. Ik weet dat ik woedend moet zijn maar ik ben het niet. Ik voel niets, behalve een grote leegte. Zijn ijzigheid heeft mijn woede gedoofd. Denk ik. Maar ik weet dat ik allang geleden vergeten ben hoe je woedend moet worden.

Peter van Nuijsenburg
Over Peter van Nuijsenburg 194 Artikelen
Journalist en publicist Peter van Nuijsenburg (64) werkte in het verleden bij De Telegraaf, Elsevier en persbureau GPD. Voor deze laatste organisatie was hij correspondent in Johannesburg, Berlijn en Tokio. Peter was voorheen ook parlementair en economisch redacteur. Hij is liefhebber en kenner van kunst en cultuur. Bij dagblad Trouw publiceerde hij boekbesprekingen. Beroepsmatig en (meer recentelijk) als toerist was hij in Thailand en andere Asean–landen.