De Geheimschrijver, Deel 22

Wachtend op Judith, komt Nico een vriend tegen: Henk. Hij zegt, dat Nico beter niet met Roderick om kan gaan. Dat hij niet te vertrouwen is. Dat hij rare dingen met meisjes doet. Het raakt Nico als een mokerslag. Dat had hij niet verwacht. 
Als Henk is verdwenen, hoort hij een meisjes stem.

‘He Nico, gaat het wel goed met je? Je bent zo wit als een doek.’
Iemand, een meisje, trok aan zijn mouw.

Deel 22: Eindelijk Judith

Het was Yolanda. Ze keek hem aan, nieuwsgierig en bezorgd.
‘Je bent toch niet dronken?’

Ze ging zitten en keek hem nu onderzoekend aan. Hij schudde het hoofd. Hij wilde wat zeggen, maar kon geen enkele vrijblijvende, nietszeggende, geestige begroeting verzinnen. Hij grijnsde hulpeloos, wist dat dit bevestigde wat zij dacht, maar dat kon hem niet schelen. Ze legde een hand op zijn voorhoofd, trok een deskundig gezicht en zei geruststellend dat hij geen koorts had. Hij schudde opnieuw het hoofd, vermande zich en wist tenslotte uit te brengen dat er niets aan de hand was. Ze streelde zijn hand als om hem aan te moedigen.

‘Ik moet even in slaap zijn gesukkeld. Ik voelde me opeens erg moe, al weet ik niet hoe dat zou kunnen. Ik bedoel, ik heb vandaag niet veel gedaan.’

Hij keek om zich heen en zocht Oskar, die kennelijk was verdwenen. Hij trok zijn hand terug, voorzichtig, want hij wilde Yolanda niet voor het hoofd stoten, maar hij wilde ook niet zo door Judith aangetroffen worden.

‘Je was hier toch met Oskar?,’ hoorde hij zichzelf zeggen. ‘Ik bedoel, ik heb jullie daarnet daar zien zitten, aan dat tafeltje. Ja, toch? Zeg niet dat ik het heb gedroomd.’
Yolanda lachte en streelde hem even geruststellend door zijn haar. Tot zijn verrassing vond hij het prettig. Er ging iets troostrijks van uit.

‘Nee, dat had je goed gezien. Hij is even naar de plee en zal zo wel terugkomen. Ik had een weddenschap van hem gewonnen en nu neemt hij me mee uit eten. Naar het beste restaurant van de stad. Dus ik ben zeer benieuwd. Maar als je wil, zeg ik dat af, hoor. Dan zeg ik hem wel, dat jij je niet goed voelt en dat ik je naar huis breng. Dat zal hij wel begrijpen.’
Ze keek hem lachend aan.
‘En als hij het niet begrijpt, heeft hij pech.’

Hij schudde het hoofd. Het klonk verleidelijk, maar hij was weer zover tot zijn positieven gekomen dat hij wist dat hij er niet op in kon gaan. Hij was hier voor Judith die nu elk moment kon komen en hij voelde dat hij nog even tijd nodig had om zich daar op voor te bereiden. Hij moest zich tegenover Judith gedragen alsof er niets was voorgevallen. Alsof Henk hem niet een paar minuten geleden iets had verteld dat hem had getroffen als een vuistslag tussen zijn ogen. Hij prentte zich in dat dit de belangrijkste afspraak van zijn leven was. Hij mocht die niet verknallen, want hij wist dat er geen tweede kans zou komen. Er kwam nooit een tweede kans.

‘Hallo, hallo, Nico. Zei je iets? Ik kan je niet verstaan, man.Volgens mij ben je echt ziek. Zal ik je toch niet naar huis brengen?’
Hij dwong zich rechtop te gaan zitten.
‘Wel nee. Het gaat wel weer. Ik wil je avond niet versjteren Ga jij maar lekker eten met Oskar. Daar komt hij trouwens.’

Oskar meldde zich bij hun tafeltje en nam hem geringschattend op. Hij bleef demonstratief staan, terwijl Yolanda even demonstratief bleef zitten. Hij had zijn haar gekamd en trok zorgvuldig zijn das recht. Zijn gezicht was rood aangelopen, en zijn ogen… Nico had nooit gedacht dat ook een mens vetoogjes kon hebben. Hij zag een paar zwarte haren als kleine voelsprieten uit zijn neusgaten komen. Hij voelde dat hij ging giechelen. Hij keek naar Oskar en zag de voelsprieten steeds groter worden. Hij kneep een paar seconden zijn ogen dicht en zag Oskar door zijn wimpers veranderen in een reusachtige vette tor. Hij grinnikte, opende snel zijn ogen en rook de weeë dranklucht in Oskars adem.

‘Zo, zo. Dat is, als ik het wel heb, onze begenadigde danseur. Hoe was je naam ook al weer?’
Voor hij kon antwoorden, hoorde hij Yolanda zeggen dat hij Nico heette, dat hij zich even niet goed had gevoeld, maar dat hij dankzij haar deskundige behandeling weer zover hersteld was, dat hij zelf de weg naar huis zou kunnen vinden. Ze stond op en aaide hem over zijn hoofd. Oskar keek ongeduldig op zijn horloge en maande haar op te schieten.

‘Ik geloof inderdaad dat we mogen aannemen dat de patiënt op eigen kracht het thuishonk zal kunnen bereiken. Kom schatje, er is reeds voor ons gedekt. Nico, het was me wederom een waar genoegen.’

Hij knikte kortaf en pakte Yolanda bij haar arm. Ze boog zich even naar Nico, zodat hij haar adem even lang zijn wang voelde strijken, en fluisterde dat ze tegen half elf wel thuis zou zijn. Ze haalde een pen uit haar tas en krabbelde haar adres op een bierviltje. Oskar deed of hij niets gemerkt had en hielp haar in haar jas. Hij wendde zich nog even met een korte, ironische buiging tot Nico.
‘Blijf dansen, mijn zoon. En breng de mensen geluk.’
Yolanda keek nog even om, trok een gek gezicht en zwaaide naar hem terwijl ze door Oskar naar de uitgang werd getroond.

Nico keek hen na en zuchtte diep. Hij zakte onderuit in zijn stoel, speelde afwezig met het bierviltje en probeerde zijn gedachten te ordenen. Voor Judith kwam, moest hij weer helder in zijn hoofd worden. Als ze kwam. Hij was daar opeens niet meer zeker van. Hij keek zenuwachtig op zijn horloge. Hij had nog een kleine vijf minuten. Hij voelde opeens dat hij moest pissen en ging naar de wc.

Een jongen met vettig lang haar stond vloekend en scheldend op een condoomautomaat te beuken. Hij stopte, keek Nico aan, zei dat hij niet verneukt wilde worden, en hervatte de aanval. Nico zei dat hij gelijk had en ging naar de pissoir. Het stonk er naar chloor en verschaalde pis en hij voelde zich licht duizelig worden. Hij vermande zich, leegde zijn blaas, waste zijn handen en plensde water op zijn wangen, vergetend dat hij daarmee Eylards aftershave weg waste. In de met viltstift bekladde spiegel bestudeerde hij zijn gezicht en voorzover mogelijk zag hij geen uiterlijke sporen van zijn verwarring. Enigszins gerustgesteld ging hij langs de nog altijd tierende jongen de wc uit en zag Judith spiedend het café rondkijken.

Hij zwaaide naar haar en toen ze hem zag stak ze ter begroeting even haar paraplu in de hoogte. Hij ging naar haar toe, gaf haar een hand en begeleidde haar naar zijn tafeltje. Hij hielp haar uit haar jas en legde deze zorgvuldig op een lege stoel. Hij schoof een stoel voor haar aan en voor hijzelf ging zitten, pakte hij snel het bierviltje met het adres van Yolanda, vouwde het dubbel en stak het in zijn achterzak. Hij stond gelijk weer op en vroeg wat ze wilde drinken. Hij ging naar de bar en bestelde een glas droge rode wijn voor haar en een pils voor hem zelf. Dat was voorlopig zijn laatste, want hij kon zich nu niet veroorloven ook maar een druppel teveel te drinken. Hij had zich nadrukkelijk voorgenomen een goede, hoffelijke indruk te maken. Hij had het advies van Eylard goed in zijn oren geknoopt en recapituleerde het, terwijl hij op zijn bestelling wachtte.

Het was een advies dat hij goed beschouwd niet nodig had. Hij had geen idee hoe hij een vrouw moest versieren. Hij was onhandig en verlegen en hoewel hij uit reacties van meisjes kon opmaken dat ze hem aardig en wie weet aantrekkelijk vonden, miste hij de ervaring om daar zijn voordeel mee te doen. Was hij maar zoals Roderick. Roderick was de geboren versierder. Hij vond tegenover vrouwen altijd het juiste woord, wist ze aan het lachen te maken en het gevoel te geven dat zij op dat moment de belangrijkste personen in zijn leven waren. Hij had hem willen vragen hoe hij dat deed en de trucs met hem te delen, maar besloten dat je dat talent had of niet en dat je het niet van iemand anders of uit een handleiding kon leren. Hij kon alleen maar hopen dat ze hem leuk en aardig vond. Haar aanwezigheid was in elk geval een bemoedigend teken, dacht hij. Judith was geen vrouw die haar tijd verdeed met iemand die ze niet de moeite waard vond. Toen hij met zijn bestelling terugliep naar zijn tafeltje, botste hij bijna tegen de jongen op die in de wc geprobeerd had de condoomautomaat te slopen. Hij maakte de weg vrij voor Nico en floot bewonderend tussen zijn tanden toen Nico naast Judith ging zitten. Nico dacht ook dat hij hem ‘mazzelaar’ had horen zeggen.

Het gesprek verliep soepeler dan hij had gehoopt. In het begin schuifelden ze onwennig voort, behoedzaam als schaatsers die niet weten of ze het nieuwe ijs kunnen vertrouwen. Maar al gauw merkten ze dat dit niet nodig was en hoewel het hun eerste ontmoeting was, bleek Judith niet zo gereserveerd als Roderick hem had voorgespiegeld.

Ze was ontspannen, lachte om zijn speciaal voor haar aangedikte verhalen over zijn ruzies met buurvrouw Van der Linden en begon bij haar tweede glas wijn ten slotte ook over zichzelf te vertellen. Ze was 23, bijna 24, enig kind, vierdejaars Frans en hoopte volgend jaar klaar te zijn. Haar moeder was overleden aan kanker toen zij vijf was. Ze had nog een paar vage herinneringen aan haar maar wist niet zeker of ze authentiek waren of, waarschijnlijker, weergaven waren van wat haar vader en grootouders ooit over haar verteld hadden. Ze was opgevoed door haar vader die geschiedenis gaf aan een gymnasium in Rotterdam en haar grootmoeder die haar altijd had opgevangen als ze van school kwam.

Haar vader was nooit meer hertrouwd, en ofschoon hij daarover nooit iets had losgelaten, wist ze dat hij jarenlang een relatie had gehad met een collega. Ze had beseft dat hij voor haar had afgezien van een duurzamere verhouding en dat had hun band nog hechter gemaakt. Ze vertelde dat ze nog geen vastomlijnde toekomstplannen had. Misschien ging ze als ze klaar was nog een jaar in Frankrijk studeren, maar misschien bleef ze hier om te promoveren als ze een geschikt onderwerp kon vinden.

Hij stelde vast dat ze niets zei over een Franse vriend. Hij overwoog even daar naar te vragen, maar besloot daarvan af te zien. Hij was bang dat het de ontluikende vertrouwelijkheid tussen hen zou schaden en dat ze dicht zou slaan. Het kon altijd later, als de tijd er voor rijp bleek, aan de orde worden gesteld. Maar dat ze nu op geen enkele manier melding van hem maakte, beschouwde hij opnieuw als een goed teken.

Hij had honger gekregen en vroeg Judith of ze iets wilde eten. Hij wilde het café niet verlaten uit angst dat de nog tere intimiteit niet bestand zou zijn tegen de ontnuchterende buitenlucht en zei dat de tosti’s heel goed waren. Hij had hier nog nooit een tosti gegeten, maar ging ervan uit dat er met zoiets simpels weinig fout kon gaan. Tot zijn opluchting vond ze een tosti een ‘heel goed idee’. En ze wilde er ook nog wel een ‘allerlaatste’ glas wijn bij. Hij bestelde voor zichzelf een nieuwe pils. Hij had zijn tempo inderdaad weten te matigen en net zo lang over een glas intussen dood bier gedaan als Judith over twee glazen wijn, maar stond zich nu weer een vers glas toe. De ontmoeting kende tot nog toe een volmaakt verloop en dat mocht gevierd worden. Bovendien wilde hij haar nog iets vragen.

‘Ken jij Oskar goed?’, vroeg hij, nadat hij de eerste hap van zijn tosti had genomen. ‘Ik zag jullie samen op het feest.’

Wordt vervolgd.

Peter van Nuijsenburg
Over Peter van Nuijsenburg 194 Artikelen
Journalist en publicist Peter van Nuijsenburg (64) werkte in het verleden bij De Telegraaf, Elsevier en persbureau GPD. Voor deze laatste organisatie was hij correspondent in Johannesburg, Berlijn en Tokio. Peter was voorheen ook parlementair en economisch redacteur. Hij is liefhebber en kenner van kunst en cultuur. Bij dagblad Trouw publiceerde hij boekbesprekingen. Beroepsmatig en (meer recentelijk) als toerist was hij in Thailand en andere Asean–landen.