De Geheimschrijver, Deel 14

Na een strandwandeling zijn Nico en Roderick neergestreken in een strandpaviljoen. De serveerster doet Nico denken aan een meisje van vroeger. Ellie heette ze. Opeens  voelt Nico zich niet goed worden.

‘Misschien moet je dan toch eens je bloeddruk laten controleren. Dat is op onze leeftijd en met ons alcoholtechnische consumptiepatroon niet zelden de Achilleshiel. Als je wil bellen we thuis gelijk Herr Doctor Pill voor een spoedconsult.’
Ik verzeker hem opnieuw dat het weer beter gaat.

Deel14 Het Strandpaviljoen

Er komen twee jonge vrouwen met een hond binnen en gaan aan het tafeltje naast ons zitten. De hond, een golden retriever, krijgt een bak water dat hij met een grote roze lap zo gulzig oplebbert dat het over de bak klotst. Daarna strekt hij zich met een diepe zucht uit in het looppad. Roderick staat op en haalt hem aan.

‘Tja, braaf beest. Vanochtend heel vroeg op, voor dag en dauw, in de stromende regen de krant bezorgd op de fiets omdat je van de baas geen brommer krijgt. En dan moet je nog met de vrouw wandelen op het strand, terwijl je eigenlijk je huiswerk voor de avondulo had moeten maken. Dan vind ik wel dat je nu even mag uitrusten..’

De vrouwen kijken hem verbijsterd aan.
‘U moet niet op mij letten dames. En wees niet bevreesd. Ik ben inderdaad niet goed bij mijn hoofd, maar niet gevaarlijk. Ik ben net als doctor Dolittle, u ongetwijfeld wel bekend. Ik verkeer bij voorkeur met dieren. Die mijnheer is mijn oppasser. Hij is heel sterk en grijpt gelijk in als er maar de geringste aanwijzing is dat ik me zou kunnen misdragen. Niet waar, Nico?’

Ik knik de vrouwen geruststellend toe. Een van hen kijkt Roderick wat langer, onderzoekend aan.
‘Ik ken u. Uit de krant. Was u niet de zakenman van het jaar?’
‘Niets blijft verborgen in deze wereld. Helaas, helaas. Ik had gehoopt op een goed gesprek met uw hond, maar zie, de dekmantel wordt onmiddellijk ruw van mijn schouders gerukt. Dames, vergeef mij de verstoring van uw rust. Ik wens u nog een prettige dag.’

De vrouwen kijken elkaar aan en beginnen als op een teken tegelijk besmuikt te giechelen.
‘Het leven is mooi als je het de medemensch naar de zin kan maken.’
Hij gaat weer zitten.

Een jongen in een smoezelig kelnerjasje, godzijdank niet het meisje, brengt onze consumpties.
Roderick valt als uitgehongerd aan op uitsmijter.
‘Er gaat niets boven smakelijk toebereid volksvoedsel. Ik eet dan wel in restaurants met sterren, maar heb veel liever boerenkool of zuurkool met worst of hutspot met een sudderlap. Maar dat wordt excentriek gevonden. Je bent dus een man naar mijn hart, Nicolai. Het broodje wijdbeens gaat er ook bij mij altijd in. De kroket is onbestreden het culinaire meesterwerk van vaderlandse bodem. Moet je eens proberen met sambal badjak in plaats van mosterd. Ik geef toe, gewaagd, maar een openbaring.’
‘Zakenman van het jaar?’
‘Manager van het jaar, maar dat mag je dames niet kwalijk nemen. Het onderscheid is ook voor mij te subtiel. Jazeker, jongen. Ik ben nu officieel een zeer succesvol ondernemer. Compleet met oorkonde in krulletters, een receptie met alle hotemetoten van ondernemend Nederland, zogenaamd geestige toespraakjes en een stuk met foto’s in de societyrubriek van het organiserende ochtendblad. Het stelt niets voor, dat weet iedereen, maar het is goede pr. Het was mooi geweest als de vader van Charlotte de eer te beurt was gevallen. Die hunkerde naar dat soort erkenning. En dat mag je hem ook niet kwalijk nemen. Hij heeft per slot van rekening het fundament van het huidige imperium gelegd. Ik heb de zaak alleen maar uitgebouwd.’
‘Het zal wel niet zo simpel zijn.’

Hij neemt een paar enorme happen en veegt zijn lippen af met een papieren servetje.
‘Zo simpel is het, maar dat moet je natuurlijk niet in de krant zetten. Ik kan als het moet hele ingewikkelde verhalen ophangen over managementstijl , corporate strategy, productinnovatie en wat ze nog meer op Nijenrode mogen leren, buiten zuipen en neuken, maar het is voornamelijk gelul. Je moet goede mensen hebben, de juiste mensen kennen en de kansen grijpen. Dat is de sleutel tot het succes. Dat had de oude Dingelman goed gezien. Waarom dacht jij dat hij er zo op gevlast was dat Charlotte met mij trouwde? Omdat ik zo’n leuke jongen was? Nou, als dat zo was, was dat voor haar mooi meegenomen, maar hem ging het om mijn vader. Diens netwerk. Hij was keihard, ging over lijken. Het was papa’s kleine meid voor en papa’s kleine meid na, maar hij had veel liever een zoon gehad die het bedrijf kon overnemen. Bij ontstentenis van een eigen troonopvolger, de kleine Fred kon het niet, mocht ik het worden. Maar alleen nadat ik me bewezen had. Ik kreeg niet gelijk de sleutel voor de directieplee, zoals hij dat noemde.
Daarmee zijn we bij punt twee. Hij wist de juiste mensen aan te trekken. Het werd een eer om voor hem te mogen werken. En hij was uitgekookt, jongen. Alles was op prestatie gericht, het hele beloningssysteem. Hij was zijn tijd ver vooruit. Hij deed al aan teambuilding lang voordat de concurrentie in de vakpers las wat het was. En hij kon ook de menselijke baas uithangen. Hij wist alle verjaardagen, van de partners tot de loopjongens. Kende de namen van de vrouwen en de kinderen uit zijn hoofd. Daar word je erg populair mee in de kantoortuin. Dat paternalisme gaat natuurlijk niet meer, met al die mensen, is niet meer van deze tijd, maar dat heeft wel de bedrijfscultuur bepaald. Het enige wat ik heb gedaan is dat ik tijdig heb onderkend waar het naartoe ging. Filiaal in Brussel voor de EU, enzovoorts. Maar in wezen doe ik nog altijd wat hij heeft gedaan. Ik houd ze scherp, laat ze op hun tenen lopen, bied uitstekende carrièrekansen en betaal altijd beter dan de concurrentie. Ik kan nu alles delegeren. Het is een poen genererend perpetuüm mobile geworden. Het is dat ik de eindverantwoordelijkheid heb, maar in feite ben ik overbodig.’

Hij schuift het bord waarop nog een paar resten uitsmijter liggen van zich af.
‘Dat krijg je van het geouwehoer. Dan wordt de hap koud. Koffie?’
‘Hoelang wil je dit dan nog doen? Ik neem aan dat het voor het geld niet meer hoeft.’
‘Ik weet het niet. Kijk, ik heb dus geen last van de hoogmoed dat het zonder mij niet zou gaan. Ik maak me geen zorgen over het vinden van een goeie opvolger. Keus genoeg. Er zijn goeie mensen genoeg binnen het bedrijf en ook daarbuiten die dolgraag voor me zouden willen werken. En er zijn constructies denkbaar waarbij ik langzaam maar zeker uit beeld verdwijn en tenslotte net als de stichter van het imperium eindig als de Grand Old Man op wiens wijsheid te allen tijde een beroep kan worden gedaan. Het orakelmodel, zeg maar. Dat is erg in trek tegenwoordig. Ik heb er alleen nog geen zin in. Ik word 57, dat is bij de huidige levensverwachting nog redelijk jong. En wat moet ik doen? Ik heb geen hobby’s. Hier en daar een commissariaat aannemen? Ben je gek, is te veel trammelant en je komt teveel types tegen die je niet wil tegenkomen. Nee, ik doe dit nog een paar jaar en dan neemt deze jongen een hond.’

De kelner brengt de koffie. Roderick laat een klontje suiker in zijn koffie plonzen en een ander in zijn mond.
‘Nooit meer dan een klontje in de koffie. Voorschrift van de dokter,’ grijnst hij.
‘En jij, wat zijn jouw plannen?’
Ik heb geen plannen, sinds toen nooit meer gehad.
‘Ik blijf in de dienst tot mijn pensioen. Ik kan er ongetwijfeld eerder uit met een redelijke afvloeiïngsregeling, maar ik heb besloten dat niet te doen. Nog twee posten, de laatste bij voorkeur op een mooie uitbolpost en daarna zie ik wel wat ik doe. Of ik terug ga naar Nederland of ergens anders ga wonen. Maar ik heb eigenlijk niets meer dat me hier houdt. Mijn moeder en zuster redden het heel goed zonder mij.’

‘Waar zou je dan willen wonen? Huisje in Frankrijk, Italië?’
‘Ik ben daar nog niet over uit. Aan de ene kant, ik ken dit land niet meer. Het is me vreemd. Dat is een gewaarwording die bij elk bezoek sterker lijkt te worden. Aan de andere kant weet ik onderhand natuurlijk wel dat je het leven in het buitenland niet moet romantiseren.’
‘Dat wou ik net zeggen. Je kent de verhalen. Hun hele leven hebben ze er naar toegeleefd. Aardig maar uiteraard te duur landbouwershuisje in de Dordogne of de Provence gekocht. Leuk jeu de boules spelen onder de platanen op het dorpsplein met de autochtonen met wie ze in de vakantie altijd zo’n leuk contact hadden, wijntjes drinken, genieten, nou ja, van de viagra enzovoorts, et cetera. Maar na een paar maanden is het geen vakantie meer en blijkt dat ze veel moeilijker kunnen aarden dan ze hadden gedacht. De autochtonen blijken vooral aardig als ze je kunnen oplichten. Ze kunnen toch niet meer zo goed tegen de hitte. Zij krijgt heimwee en mist de kleinkinderen. Hij krijgt het aan zijn prostaat en wil daar niet geholpen worden. En zo kunnen we blijven doorgaan. Eind van het liedje is dat ze vaker in het flatje in Nederland zitten dat ze voor alle zekerheid hebben aangehouden dan in hun Franse paradijsje. Nooit aan beginnen, kortom. En zeker niet in je eentje. Waarom koop je hier niet een mooie flat aan zee? Ik ken genoeg makelaars die je daarbij kunnen helpen.’
‘Ik weet niet of ik dat kan betalen. Maar ik zal er in elk geval over nadenken.’

Als we gaan ligt de hond nog steeds uitgeteld op de vloer. Hij slaat lodderig een oog op, als Roderick zich bukt om hem even in zijn nek te kroelen.
‘Dag ouwe jongen, goed op de vrouw letten. Beloof je me dat? En altijd waakzaam blijven, want buiten loert het GGBM.’

Hij zet zijn zuidwester op en groet de vrouwen die hem aankijken alsof hij inderdaad niet goed bij zijn hoofd is.
‘Het geweldig gevaarlijke blauwe monster. Hij slaapt nooit en slaat altijd toe als je het niet verwacht.’
Hij tikt aan zijn zuidwester en knoopt zijn jas dicht.
‘Kom, Nicolai, wij treden weer onvervaard de elementen tegemoet.’

Wordt vervolgd.

 

Peter van Nuijsenburg
Over Peter van Nuijsenburg 194 Artikelen
Journalist en publicist Peter van Nuijsenburg (64) werkte in het verleden bij De Telegraaf, Elsevier en persbureau GPD. Voor deze laatste organisatie was hij correspondent in Johannesburg, Berlijn en Tokio. Peter was voorheen ook parlementair en economisch redacteur. Hij is liefhebber en kenner van kunst en cultuur. Bij dagblad Trouw publiceerde hij boekbesprekingen. Beroepsmatig en (meer recentelijk) als toerist was hij in Thailand en andere Asean–landen.