De familie Le, deel 1

Aflevering 1: Phoenix wordt wakker

Het huis van de familie Le is drieëneenhalve meter breed en zeventien meter diep. Het heeft geen ramen. De voorgevel bestaat uit deuren die volledig opengeklapt kunnen worden, met daarvoor een metalen hek dat zich naar twee kanten laat opvouwen. Een smalle gang leidt naar de keuken. Aan de gang liggen vier kamertjes, die naar achteren toe steeds kleiner en bedompter worden.

In het achterste kamertje wordt Phoenix wakker. Het is bijna middag, de zon heeft de golfplaten van het dak tot oventemperatuur opgewarmd en net als in een oven kan de hitte nergens heen behalve in de rondte, aangejaagd door de staande ventilator. Phoenix knipt het licht aan. Ze staart een tijdje naar haar kleren die op hangers aan waslijndraad hangen. Dan komt ze van de matras en loopt naar de keuken.

Ze poetst haar tanden lang en zorgvuldig en probeert niet in het spiegeltje boven de kraan te kijken. In haar pyjama gaat ze de huiskamer in. De deuren staan open maar het hek is dicht en op slot. Daarvoor zit opa. Hij is zo geplaatst dat hij door de tralies naar het straatleven kan kijken.

‘Morgen opa,’ zegt Phoenix.

Ze zet de tv aan, zapt langs 61 kanalen en zet de tv uit. In haar kamertje trekt ze haar haar in een staart en maakt het vast met een elastiekje. Ze pakt de rieten zonnehoed van de spijker. Zonnebril? Bovenop het stapeltje slipjes. Hij heeft enorme donkerbruine glazen en op de pootjes staat Dolce & Gabbana.

‘Ik ben een uurtje weg, opa.’ Ze maakt het hangslot aan de buitenkant vast en steekt de sleutel in het zakje van haar pyjamajas. Bij het stalletje op de hoek koopt ze rijst met varkensvlees in twee piepschuimen bakjes. Haar slippers klappen tegen haar voetzolen als ze door de steegjes loopt, de lucht lijkt tussen de huizen gestold.

Dan opent het windloze labyrint zich en ze staat aan de rand van de toeristenwijk. Op de breuklijn tussen Oost en West heeft Moeder haar groenten- en fruitstalletje. Phoenix gaat naast haar onder de parasol zitten en ze beginnen te eten uit de bakjes.

‘Goed verkocht?’

‘Zo, zo. De papaja’s zijn weg.’

Als ze klaar zijn, gooit Moeder de bakjes in de emmer met groentenafval. Ze spoelt de eetstokjes af en legt ze terug in het laatje onder de bananen. Dan zakt ze weer op haar krukje en begint zich koelte toe te wuiven met een waaier van palmblad. Phoenix geeuwt en rekt zich uit.

‘Je moet niet zo laat naar bed gaan. Dat is nergens goed voor.’

‘Ja Moeder.’

‘Denk je aan opa?’

‘Ja Moeder.’ Ze knijpt haar moeder in de bovenarm en flipflopt weg, een vermoeden van clandestiene schoonheid achterlatend in de fantasie van de weinige voorbijgangers die dit witte uur trotseren.

Bij een ander stalletje koopt ze een halve portie rijstepap in een plastic zakje met een elastiekje. Ze glimlacht naar opa als ze het hek opent. Hij zit zoals ze hem heeft achtergelaten en kijkt in de richting waarin hij sinds acht uur vanmorgen heeft gekeken, in alles hetzelfde als toen ze uitging.

Ze gaat naar de keuken en laat de pap in een kom glijden. Op haar hurken voor opa’s stoel blaast ze in de kom en voelt met haar pink of de pap genoeg is afgekoeld. Opa eet traag en zonder de richting of focus van zijn blik te veranderen. Phoenix vertelt hem dat Moeder al haar papaja’s heeft verkocht en dat ze tegen middernacht gegrilde inktvis heeft gegeten met twee vriendinnen. Dat sommige stukken inktvis zwart verbrand waren en de inktvisverkoper dronken en andere dingen.

Of opa luistert, weet ze niet. Sinds oma’s begrafenis heeft hij niet gesproken of bewogen en hij zit en ligt in de houding waarin hij na de tocht naar de stad van de brommer is geholpen.

Met het voeren gaat het grootste deel van een uur heen. Ze veegt opa’s mond en omstreken schoon met een washandje, dan draait ze de stoel een kwartslag zodat hij uitzicht heeft op het familiealtaartje, want na het middageten had opa altijd graag een poosje gebeden.

Het altaartje van de familie Le is een plankje op ooghoogte tegen de muur. Er staan twee ingelijste foto’s op – een van oma en een van Moeders ouders -, een beeldje van de Maagd Maria in een hemelsblauw gewaad dat in onbeholpen plooien over haar voeten valt, een schaaltje met zand waaruit de resten van opgebrande wierookstokjes steken en een vaasje met plastic rozen en een takje echt gedroogd gipskruid.

Phoenix blijft even achter opa staan en strijkt zijn piekerige  zwartgrijze haar glad. Dan gaat ze naar de ouderlijke slaapkamer, de eerste in de gang en pakt de wasmand op. In een hoek van de keuken is de douche. Ze schuift het gordijn open en zet een teil in de douchebak. Terwijl de teil volloopt, haalt ze het waspoeder en de harde borstel uit het aanrechtkastje.

Op haar hurken begint ze de kleren van de familie Le te wassen. Haar platte blote voeten en het puntje van haar paardenstaart rusten op de tegels. Het is warm in de keuken. Er is geen ventilator of raam, alleen een plastic golfplaat waardoor een vuil middaglicht naar binnen valt. Het water dat op haar pyjama spat geeft geen verkoeling.

Nu en dan komt door de gang de roep van een straatventer. Dan houdt ze de borstel stil en luistert. Een vrouw met kokosnoten. Een blikkerige boodschap uit een goedkoop luidsprekertje: ‘Ik koop kapotte tv’s, kapotte wasmachines, kapotte computers. Ik koop kapotte tv’s …’

Ze schrobt en spoelt en wringt en dan spoelt ze alle kledingstukken nog twee keer, tot de laatste zeepresten er uit zijn en schoon water achterblijft in de teil. Ze hangt de was in de deuropening en draait opa naar de straat, zodat hij tussen de jeans en T-shirts naar buiten kan kijken. Als hij al kijkt, wat niemand met zekerheid kan zeggen.

Wordt vervolgd.

Rob Verschuren
Over Rob Verschuren 47 Artikelen
Een half leven lang op weg naar het Zuiden, heeft Rob Verschuren via België, Frankrijk en India in 2009 Nha Trang, Vietnam bereikt. Nu hoeft hij niet meer verder. In zijn hangmat aan de Zuid-Chinese Zee schrijft hij reclame voor klanten en fictie voor zijn plezier.

6 Comments

  1. Terwijl ik aan ’t lezen was zag ik de beelden voor mij doorkomen, heel mooi geschreven.

  2. Indrukwekkend en groots. Zie uit naar deel twee tot en met ‘tig…

  3. De stijl doet me enigszins denken aan “Brieven uit Thailand” van Boran. Je stijl heeft een bepaalde staccato, een haast ritmische stijl van het vertellen van een verhaal. Prachtig…

  4. Prachtig geschreven. Ik zit me nu af te vragen waarom ik in godsnaam nog nooit in Viet Nam ben geweest. Ik wil meer van dergelijke stilistische parels. Dank Rob..

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.