De Familie Le, deel 2

De wonderschone Phoenix leeft in een klein Vietnamees dorp. Haar moeder heeft een fruitstalletje. Phoenix zorgt voor haar opa, die geen woord zegt en alleen maar naar buiten staart.

Ze hangt de was in de deuropening en draait opa naar de straat, zodat hij tussen de jeans en T-shirts naar buiten kan kijken. Als hij al kijkt, wat niemand met zekerheid kan zeggen.

 In haar natte pyjama, maar zonder hoed en zonnebril, gaat ze naar buiten, want over de doolhof liggen de schaduwen van de namiddag en hier kent iedereen haar zonder opsmuk of tooi. Aan de overkant van het steegje staat een laag tafeltje met vier plastic krukjes. Ze gaat zitten en een vrouw die ook in pyjama is zet een glas ijskoffie voor haar neer.

Ze drinkt met kleine slokjes en speelt met haar haar. Ze trekt het elastiekje los en maakt een knotje. Ze laat het losvallen en glijdt met haar vingers door de zwarte overvloed. Uit een deuropening wordt een karretje geduwd, dat knarsend en rammelend over de betonplaten in de richting van de toeristenwijk verdwijnt.

Een zwartgrijs vogeltje antwoordt met verrassend harde, lang aangehouden trillers. Phoenix voelt zich plotseling blij worden. Pa heeft een tijdje vogels gehouden, maar de een na de ander hadden ze de eerste de beste kans aangegrepen om te ontsnappen, haar achterlatend met een mengeling van verdriet en heimelijk plezier, want ze vindt dat geen enkel levend wezen in een kooitje hoort.

Ze geeft de vrouw een bankbiljet dat nat is geworden in het zakje van haar pyjama en stapt onder de druppende was door de huiskamer binnen. Opa slaapt. Ze trekt het hek langzaam dicht, zodat het alleen piept en niet kermt. In haar kamertje laat ze zich op de matras vallen. Ze duwt haar pyjamabroek en haar slipje omlaag, kruist haar enkels en buigt zich voorover.

Met een pincet begint ze de haartjes uit te trekken. Dit is de meest ontspannende bezigheid die ze kent. Ze wilde dat de haartjes sneller groeiden, zodat ze het vaker dan eens in de week kon doen. Haar gedachten gaan altijd alle kanten op als ze zich concentreert op die zwarte puntjes en ze laat ze gaan zonder dat ze er iets mee hoeft te doen, zoals soms als ze ergens aan denkt en dingen moet breken of tegen wildvreemden gaat schreeuwen of al haar geld aan een bedelaar geeft.

Nu denkt ze aan de iPhone. Het was een cadeau van een jonge Duitse NGO-er die ze in de Sailing Club had ontmoet en waarop ze onzinnig verliefd was geworden. Vanaf de eerste dag had hij haar overladen met cadeaus. Kleren die ze mocht uitkiezen in de boetieks van de toeristenwijk, eau de toilette die echt uit Parijs kwam, een gouden kettinkje met een kleine gouden feniks. En het grootste geschenk: een iPhone van Apple.

Een maand lang was ze zingend door het leven gegaan en de hele familie had grote sympathie opgevat voor de Duitser, die Harold heette, want ze waren van Phoenix ook andere gemoedsbewegingen gewend. Toen had hij het op een avond uitgemaakt en hij had de eerlijkheid of het onbenul gehad om te vertellen waarom. Zijn directrice keurde het af dat stafmedewerkers van een organisatie met idealen als de hunne omgang hadden met meisjes van het genre Phoenix. De directrice had ook beloofd hem in contact te brengen met dochters van relaties uit de betere kringen, die niet uit twijfelachtige motieven in buitenlanders geïnteresseerd waren.

Phoenix liet hem uitpraten en wenste hem nog een prettige avond verder. Toen ze thuiskwam begon ze met koude efficiency de kleren uit de boetieks aan reepjes te scheuren en de flesjes eau de toilette uit Parijs leeg te gieten in de gootsteen. In de keuken hing minutenlang een opwekkende bloemengeur. Als laatste legde ze de iPhone op het aanrecht en hief de metalen stamper waar Moeder de chillies en de knoflook mee plette, met dezelfde door tranen vertroebelde vastbeslotenheid als Abraham toen hij het trillende mes naar de keel van zijn zoon bracht.

Op het allerlaatste moment liet ze de stamper zakken. Waarom niet iemand een geweldig plezier doen? Ze dacht aan Tommy, maar dan zou ze het laffe geschenk van de laffe Duitser elke dag onder ogen hebben. Op dat ogenblik klonk de roep van een oude vrouw die krab verkocht en ze holde naar buiten en riep het grootmoedertje, dat inmiddels een paar huizen verder was, terug. Ze duwde haar de iPhone in de hand en holde weer naar binnen, het kromgegroeide besje verbijsterd achterlatend op het beton.

Er zat van alles op en aan die iPhone. Een camera, internet, games en een poesje dat je melk kon laten drinken en boertjes laten doen en klappen geven met je vinger, waarop het levensecht begon te piepen.

Ze glimlacht en trekt aan een haartje. Auw! dat was een velletje. Ze voelt met haar hand en oogst nog twee haartjes. Dan kan ze er geen meer vinden. Ze trekt haar slipje en haar broek omhoog.

 

Rob Verschuren
Over Rob Verschuren 47 Artikelen
Een half leven lang op weg naar het Zuiden, heeft Rob Verschuren via België, Frankrijk en India in 2009 Nha Trang, Vietnam bereikt. Nu hoeft hij niet meer verder. In zijn hangmat aan de Zuid-Chinese Zee schrijft hij reclame voor klanten en fictie voor zijn plezier.

1 Comment

  1. Fictie die zich voortbeweegt als de puurste realiteit, en zich onontkoombaar aan de lezer opdringt – daar steek ik mijn bewondering niet voor weg, Rob! Waarneming, waarneming, waarneming: feiten hebben hun eigen betekenis en hoeven geen interpretatie. Ze spreken voor zich. Dat doe je prachtig. Het waarheidsgehalte van je fictie is overtuigend. Het is een statement tegenover de literaire prijsbeesten van het moment, die het maar bladzijden lang moeten hebben over ‘wat had en was gekund, verlangd, gewenst, gedroomd…’ enz. Ik zie uit naar meer.

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.