De Familie Le, deel 14 (slot)

Deel 14 Vader Duc

 ‘Hai heeft gisteren gebeld,’ gaat Duc verder. Dat was ik je vergeten te vertellen. Er gebeuren rare dingen thuis. Rare dingen. Het spookt er geweldig, zei Hai, en er zijn steeds meer gevallen van bezetenheid. Wees maar blij dat je hier bent, vader. Tho van tegenover oom Vinh heeft zakken cement laten komen. En bakstenen. Een vrachtwagen vol. Hij is in zijn eentje begonnen een huis te bouwen, tussen zijn bananenbomen. Als Noach die zijn ark bouwt, zei Hai. Waarom doe je dat, Tho, vraagt iedereen. Voor wanneer de Verlosser komt, zegt Tho. Dat hij een plek heeft om te wonen. En dan kijkt hij je aan alsof je een kind bent dat domme vragen stelt. De muren zijn al anderhalve meter hoog. Maar er gebeuren nog gekkere dingen, vader. Vi, de oudste van Hoa – haar man zit in het leger, hoe heet hij ook weer – ze heeft twee dochtertjes, vier en zes jaar oud, dat dacht Tu tenminste, je weet wie ik bedoel, hè? Die twee meisjes, die praten Engels met elkaar. Niet tegen anderen, alleen met elkaar. Engels! Kinderen die nog te jong zijn om hun eigen taal fatsoenlijk te spreken. Er zijn massa’s getuigen, waaronder oom Thanh die nog Engels kent uit de oorlog. De pastoor is erbij geroepen en die heeft gezegd: ja, het is Engels. Een pastoor, die liegt niet over dat soort dingen.’

Een man tuurt door de beslagen ruit naar binnen. Duc staat op om de deur te openen.

‘Elektriciteit,’ zegt de man. Hij steekt Duc een rekening toe.

‘Daar gaat Moeder over,’ zegt Duc. ‘Probeer het na zessen nog eens.’

‘Geld,’ zegt hij als hij weer voor opa zit. ‘Daar belde Hai voor. De koffie is helemaal mislukt. De bonen die de spintmijt heeft laten zitten, zijn onder de maat en ze hebben een vreemde vorm. Alsof het een nieuwe soort is. Geen koffiebonen zoals iedereen kent. Ze weten niet hoe ze het moeten redden tot de volgende oogst. Ze eten nog maar een keer in de week vlees en Tu is mager van de zorgen. En jij zelf? vroeg ik. Ik sla me er wel doorheen, zei Hai, maar het zou helpen als we wat geld konden lenen tot de volgende oogst. Iedereen is bezig nieuwe struiken te planten waarvan ze zeggen dat ze resistent zijn tegen alle mogelijke ziektes. Maar zijn ze ook resistent tegen een geest, vroeg ik. Dat is onze grootste zorg, zei Hai. Er zijn twee partijen in het dorp. De heethoofden willen de mangobomen omhakken om de geest uit zijn schuilplaats te drijven. De verstandige dorpelingen – daar reken ik mezelf ook onder – vinden dit te ver gaan. Nu de koffie onverkoopbaar is, zijn de mango’s onze enige bron van inkomsten. We zijn nog in de meerderheid, maar de gemoederen raken steeds meer verhit.

Ik heb Hai gezegd, ja natuurlijk helpen we. Maar ik heb het er nog niet met Moeder over gehad. Daar zie ik eerlijk gezegd een beetje tegenop. Niet dat ze geen geld zou willen geven. Moeder gaat uit bedelen voor de familie als het moet. Maar ze zal wel een tijdje sputteren. Het geld dat we opzij hebben gelegd is voor de bruiloft van de kinderen. Gelukkig zijn er nog geen gegadigden.’

Duc bestudeert een tijdje zijn handen die op zijn knieën liggen. Dan grinnikt hij.

‘Ik zie die twee nog niet zo gauw getrouwd. Misschien moet Moeder maar eens rond gaan kijken voor Tommy. Hij is een genie, onze Tommy. Hij heeft een vrouw nodig die dat begrijpt. Niet noodzakelijk mooi, maar slim. Een beetje streng. Ik weet er alles van, vader. Ik ben al bijna dertig jaar met zo’n vrouw getrouwd. Je ziet hoe Moeder is. Zonder haar waren we geen familie. En je ziet hoe ik geworden ben. Niets bijzonders, maar genoeg. Heel wat beter dan ik was voordat jullie Moeder voor me vonden. Tegenwoordig lachen ze je uit als je zegt dat onze ouders onze bruid uitkozen. Maar ik weet niet wat beter is. Ik weet het niet. En Phoenix. Die is veel te mooi om los te lopen. Dat is vragen om problemen. Let op mijn woorden, vader: Phoenix wordt gelukkiger als ze ouder wordt en het mooie er een beetje afgaat. Misschien moet Moeder daar eerst maar eens werk van maken: een goede man voor Phoenix vinden. Die heeft genoeg met hufters te maken om ze te herkennen, zou je zeggen, maar op de een of andere manier…’

Duc krabt een tijdje aan een muggenbeet op zijn arm. Dan staat hij op. Hij drukt zijn vuisten in de holte van zijn rug als hij overeind komt. ‘Regen in deze tijd van het jaar. Die verdomde geest in de mangobomen is zelfs hier bezig.’

De oude man in de stoel opent zijn ogen.

‘Wil je al bier of is het daar nog te vroeg voor?’

In haar kamertje op het eind van de gang wordt Phoenix wakker. Ze heeft gedroomd dat ze een nonnetje was. In het begin van de avond wandelt er altijd een gezelschap zustertjes van het Heilig Hart klooster langs de karaokebar. Allemaal hetzelfde gekleed, in zwarte broeken en alles verhullende vaalblauwe shirts, hun haar op dezelfde lengte afgenipt en met een simpel elastiekje in een staart gebonden. Ze lachen en kakelen en kijken als kinderen om zich heen. Blij met hun halve uurtje vrijheid, verrukt over de straat, de mensen, de geuren, de kleuren. Zo onschuldig, zo puur.

Rob Verschuren
Over Rob Verschuren 47 Artikelen
Een half leven lang op weg naar het Zuiden, heeft Rob Verschuren via België, Frankrijk en India in 2009 Nha Trang, Vietnam bereikt. Nu hoeft hij niet meer verder. In zijn hangmat aan de Zuid-Chinese Zee schrijft hij reclame voor klanten en fictie voor zijn plezier.

1 Comment

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.