De Familie Le, Deel 12

Phoenix is in gepeins verzonken. Ze wil stoppen met haar werk in de karaokebar. Ze wil voor opa zorgen en later voor papa en mama. Ze helpt de vrouw van een neef van de familie Le op de markt bij het schoonmaken van vis. Maar die zegt aan het eind van de dag, dat ze het voortaan alleen wel aan kan. Phoenix trekt met haar kniehoge rubberlaarzen te veel aandacht van de mannen. En die kopen geen vis.

Thuis keek ze met voldoening naar haar handen, die rood en rimpelig waren van het water en het ijs. Daarna was ze een half uur met verschillende crèmes en lotions in de weer om de schade te herstellen.

Deel 12 Hond uit de pot

Tegen het eind van de maaltijd schraapt Tommy luidruchtig zijn keel en de familie krijgt de indruk dat hij iets gaat zeggen. Maar in plaats daarvan trekt hij een envelop uit de achterzak van zijn verkommerde jeans en overhandigt hem zwijgend aan Duc, met zo’n onbeholpen nonchalance dat Phoenix zich schaamt voor haar tweelingbroer. Dan pakt hij de laatste garnaal van de schaal en begint hem te pellen. Duc trekt een pak bankbiljetten uit de envelop. Hij kijkt Tommy wantrouwig aan. ‘Hoe kom je daar aan?’

‘Van de bank, pa.’

‘Niet brutaal worden, jongen.’

Tommy glimlacht zijn meest arrogante glimlachje. ‘Kom straks mee, pa, dan zal ik het je laten zien.’

Het is maandag. De ochtend is half voorbij. Uit de egaal grijze hemel valt een fijne regen. De lucht in de kamer is zwaar en vochtig en het glas van de deuren beslagen. Duc schuift de ventilator dichterbij en denkt na hoe hij moet beginnen.

‘Ik zal het proberen uit te leggen vader. Wat ik er zelf van snap. Zit je goed? Niet te warm? Hier, ik draai de ventilator wat naar je toe. Dat is beter, hè. Ik weet natuurlijk wel het een en ander over het internet. Wie niet tegenwoordig. Maar dat het zo… dat het zo….’

Duc haalt zijn hand door zijn haar. Hij heeft hetzelfde stugge varkenshaar als zijn vader, alleen verft hij de grijze uitgroei om de drie weken zwart.

‘Je moet het zien als de markt, zei Tommy. Een heel grote markt, waar miljoenen mensen en bedrijven hun kraampje hebben. Miljoenen? zei ik. ‘Honderden miljoenen, zei Tommy, en ze laten allemaal zien wat ze te koop hebben. En hij klikte op de muis en het ene na het andere kraampje kwam op het scherm, geen miljoenen, maar ik kreeg het plaatje. Dat zijn websites, zei Tommy. De baas van het spul kwam bij ons staan en gaf me een hand. Tommy weet er alles van, zei hij. Dat schijnt zo, zei ik. Ik zat me nog steeds af te vragen hoe hij aan die nieuwe bankbiljetten kwam. Kijk nu goed, pa, zei Tommy. Ik keek goed. Wat ik zag, vader, dat was een kooi met jonge hondjes. Daarboven stond RED EEN HOND UIT DE POT. In hoofdletters. Tommy zei niets. Hij keek me aan alsof ik het was die iets moest zeggen, maar ik kon niks bedenken. Dit kraampje was anders dan de andere kraampjes. Dat zei ik dus maar: deze is anders. Deze is van mij, zei Tommy. Ik keek nog eens goed, maar ik zag nergens Hoc Le staan, zoals Moeder haar naam op dat bord boven haar groentenafval had. Kim. Tommy bleef maar schuiven en klikken met de muis en ik zag meer honden en Engelse tekst, maar het ging te vlug om te lezen. Wat is dit, Tommy? vroeg ik na een poosje, want ik kreeg de indruk dat hij vergeten was dat ik naast hem zat. Hij keek me aan en zijn ogen, je weet hoe slaperig hij altijd uit zijn ogen kijkt, zijn ogen straalden achter die bril. Dit is waar het geld vandaan komt, zei hij. En hij bleef me aankijken met dat vervelende slimme lachje van hem. Toen hij doorkreeg dat ik niets ging vragen, begon hij het uit te leggen. Daarom had hij me meegesleept naar dat speelhol natuurlijk. Zijn moment van glorie. Pa, zei hij, jij zegt altijd dat internationale samenwerking de toekomst is. En je hebt gelijk. Dit hier, en hij stak zijn vinger in het scherm en maakte een klein putje, als een druppel die in het water valt, dit is de toekomst van die toekomst. Honden? vroeg ik. Het internet, zei Tommy. Maar het idee komt van jou. Van mij? Van jou, pa. Je weet zelf niet hoe vaak je dezelfde dingen zegt, maar een ervan is dat je buitenlanders moet begrijpen om aan ze te kunnen verdienen. Dat heeft me aan het denken gezet. Ik dacht: wat maakt buitenlanders anders? Er zijn een hoop dingen te bedenken natuurlijk, maar in wezen zijn we allemaal hetzelfde. We willen onszelf graag geweldig vinden en iets voor anderen betekenen. Buitenlanders hebben dat ook. Maar ze hebben geen families zoals wij en wat ze aan familie hebben, dat zijn ook mensen met geld. Daarom geven ze aan goede doelen. Als je daar een beetje induikt, dat is een handel, pa, dat is een miljardenbusiness. Dus ik ben mijn eigen goede doel begonnen. Honden? vroeg ik weer. Je moet klein beginnen, zei Tommy. Ik zal het je laten zien, kijk. Hij klikte terug naar de eerste afbeelding, die van het nest puppies. Dit is de homepage. Hondenliefhebbers vinden het afschuwelijk dat in ons land honden worden gegeten. Ik hou er ook niet van, zei ik. Ik heb het een paar keer geprobeerd, maar het haalt het niet bij varken. Daar gaat het niet om, pa en hij liet me een stuk tekst zien dat begon met: Honden worden gegeten in ons land. Ik kan het me niet woordelijk herinneren natuurlijk, maar het ging over onschuldige puppies die in een kooi worden vetgemest en geslacht voor de hondenvleesrestaurants en nog meer droevigs dat je inderdaad het idee om in zo’n restaurant een vorkje te prikken tegen deed staan. Onder die tekst stond in het blauw: Hoe kunt u helpen? Tommy wees ernaar met dat pijltje dat in alle computers zit en klikte op de muis en, ploef, daar keken we naar een nieuw beeld. HET PUPPY PARENT PLAN stond er in grote letters boven een foto van een puppy achter tralies. Het beest keek je aan met het soort ogen dat puppies hebben en als je ooit een meisje tegen zou komen met zulke ogen dan werd je ter plekke dodelijk verliefd. Het kwam erop neer dat de stichting Red een hond uit de pot puppies vrijkoopt van puppymesterijen, een activiteit waar geld voor nodig is. Wie een bijdrage levert wordt adoptiefouder van een of meerdere hondjes en mag zijn kinderen zelf een naam geven. Foto’s en wetenswaardigheden over de verdere levensloop van de uit de pan geredde mensenvrienden zullen met regelmaat via e-mail worden toegestuurd. Ik verzin het niet, vader, dit soort woorden zat onze Tommy hardop voor te lezen in een hoekje van dat internetcafé. Hoe kunt u nog meer helpen? stond onder dit epos en Tommy klikte en we kwamen op een pagina – pagina, zo heet dat – met huidziekten, psychopaten en seriemoordenaars. Dit waren waakhonden aan kettingen en in kooien. Ribbenkasten met schurft, een en al tanden, dat soort spul. S.O.S. HONDENDORP stond hierboven. En je raadt het al. Stichting Red een hond uit de pot koopt deze wrakken vrij van hun criminele bazen en voor deze activiteit is geld nodig. Wie een bijdrage levert, wordt regelmatig op de hoogte gehouden van het wel en wee van deze voor de drempel van de dood weggesleepte stakkers in het vrolijke hondendorp van stichting Red een hond uit de pot, waar ze genieten van een gelukkige oude dag. Daar is vanzelfsprekend ook geld voor nodig. En dat werkt, vroeg ik en daar had Tommy me, want ik hoorde zelf hoe verbijsterd het eruit kwam. Er kwam een grijns op zijn gezicht zo breed als ik er nog nooit een heb gezien en zijn oren bewogen ervan en zijn bril bewoog mee en hij zei: kijk maar – hij was ondertussen weer naar een andere kraam geklikt – mijn bankrekening. En jawel, daar stond de naam van dat grote glazen gebouw tegenover het station. En er stond Stichting Red een hond uit de pot en een geldbedrag en dat bedrag was hetzelfde als het geld dat in de envelop zat, tot op de cent. Voor het Puppy Parent Plan, zei Tommy. Het Puppy Parent Plan, zei ik, waar haal je het vandaan? Van het internet, pa. S.O.S. Hondendorp ook. Ik heb gekeken welke organisaties het meeste geld ophalen en hoe ze zichzelf verkopen. Ik heb de namen een beetje aangepast, dat is alles. Hij liet het klinken alsof het simpel was.’

Opa heeft zijn ogen gesloten. Duc veegt wat vocht van zijn kin. Dan gaat hij verder. ‘Ik zat een tijdje stil te zwijgen en dat allemaal op me in te laten werken. Tommy was weer in zijn eigen wereld verdwenen. Hij draafde van kraampje naar kraampje als een huisvrouw op betaaldag. Soms grinnikte hij, al kon ik op het scherm niks zien dat komisch was. Hij is ons allemaal ver vooruit dacht ik. En die honden, vroeg ik na een tijdje, ga je daar nog wat voor doen? Wat zeg jij altijd over familie, pa? Familie gaat voor, zei ik. Familie gaat voor, zei Tommy.’

Rob Verschuren
Over Rob Verschuren 47 Artikelen
Een half leven lang op weg naar het Zuiden, heeft Rob Verschuren via België, Frankrijk en India in 2009 Nha Trang, Vietnam bereikt. Nu hoeft hij niet meer verder. In zijn hangmat aan de Zuid-Chinese Zee schrijft hij reclame voor klanten en fictie voor zijn plezier.