De Familie Le Deel 11

 

Het is zondagmiddag. De Familie Le zit bij elkaar thuis op de grond. Ieder met zijn eigen gedachten.

‘Amen,’ zegt Moeder en ze begint rijst in de kommen te scheppen. De eetstokjes aarzelen boven de garnalen en het rundvlees, de pompoen en de andere gerechten. Dan gaat de telefoon.

Deel 8 Rubber laarzen

‘Voor jou, Moeder,’ zegt Duc uit gewoonte. Moeder pakt de hoorn op. ‘Hallo?’

‘Ja, alles goed hier.’

‘Kevers?’

‘Goh.’

‘Wat heeft die ermee te maken?’

‘Kevers, het is wat.’

‘Ja, die is hier. Nou, sterkte ermee.’ Ze geeft de telefoon uit aan Duc. ‘Tu.’

‘Hallo, Tu,’ zegt Duc tegen zijn schoonzus. ‘Is dat een haan die ik hoor? Nee, wees even stil. Ik wil naar de haan luisteren. Net of ik bij jullie op het erf zit.’

‘Ja, geef hem maar.’

‘Hoi, broertje.’

‘Ja, alles goed. Hij zit naast me. Vader, de groeten van Hai en Tu.’

‘Dat was oom Hai,’ zegt Duc overbodig als hij de hoorn heeft neergelegd. ‘De geest in de mangobomen heeft weer toegeslagen. In de koffiestruiken zit een spintmijt die resistent is tegen alles wat ze spuiten. De helft van de bonen is aangeknaagd, zei Hai. De oude vrouwen beginnen weer te praten over de hongersnood van 1981 en de pastoor kan de kaarsen voor het offerblok niet aangesleept krijgen. Hai denkt dat het zo’n vaart niet zal lopen omdat we nu in een modern land leven. Hij doet iedereen de groeten.’

‘Achterlijke boeren met die geest van ze,’ zegt Moeder en haar ogen gaan naar Maria op het altaartje.

‘Ze hadden nooit van rijst over moeten gaan op koffie, als je mijn mening wilt horen,’ zegt Duc.

Phoenix zit met haar rug tegen een poot van opa’s stoel. Ze eet traag en staart tussen de half opengeklapte deuren door naar de straat zonder aan het gesprek deel te nemen. De dingen waaraan ze denkt kan ze niet delen, want niemand zou het begrijpen. Ze begrijpt het zelf ook niet. Sang gaat binnenkort trouwen en Thuy maakt goede vorderingen met een rijke Chinees. Straks is ze alleen. Het mooiste meisje van de karaokebars. Moederziel alleen. Ze denkt aan middelbare vrouwen. Het type met een rijke man. Haren geverfd en gepermanent, getatoeëerde wenkbrauwen boven harde ogen, rinkelende gouden armbanden om hun polsen, het vlees van hun armen slap en lillend. De toekomst lijkt haar leeg en zinloos. Ze wil haar kleren en make-up spullen wegdoen en alleen nog maar in pyjama lopen. Het huis niet meer uitgaan, voor opa zorgen en straks voor pa en Moeder als ze oud zijn. Deze melancholieke stemming drukt al een week op haar. Afgelopen maandag had ze op weg naar haar werk een paar rubber laarzen gekocht. Toen moeder de volgende morgen om zes uur haar Honda naar buiten duwde om naar de markt te gaan, kwam Phoenix haar kamer uit klossen en liet geeuwend weten dat ze meeging.

‘Waarom dat zo?’ vroeg moeder.

‘Om te helpen.’

Moeder keek naar de laarzen en naar het slaperige, maar vastbesloten gezichtje en besloot dat het hier om een voldongen feit ging.

Achter de viskraam van de vrouw van neef Hai trok Phoenix haar jack uit en onthulde een verwaarloosbaar topje, want ze had bedacht dat het weleens warm kon worden onder het golfplaten dak van de markthal. De vrouw van neef Hai deed ‘tsk, tsk,’ maar gaf verder geen commentaar.

De hele dag trok Phoenix vissen uit teiltjes, sloeg ze met een knuppeltje op de kop, knipte kieuwen af en sneed buiken open. Haar gezicht was warm en blij en ze streek met een arm het haar uit haar ogen. Er was maar één incident. Tegen het eind van de ochtend weefde zich in het krakeel van de markt een lied dat klonk alsof het over aanhoudende motregen ging. Het werd langzaam luider, tot het zo schel was dat het pijn deed. Tussen de benen van de marktbezoekers door kwam een plank op wieltjes aanrollen, met daarop een metalen luidspreker en een man, vrouw, kind of wezen waarvoor nog geen woord is gevonden. Het was niet veel langer dan een meter en het lag op zijn buik, een wang tegen het hout van de plank. Uit vormloze shorts staken beentjes die op een onmogelijke manier gebogen waren. De romp van het schepsel, al even verwrongen, ging schuil onder een T-shirt en om het hoofd was een doek gewikkeld. Alleen de armen leken te leven. De handen staken in peutersandaaltjes en hiermee duwde het zich voort over het asfalt. De sandaaltjes waren versierd met Mickey Mousjes. De luidspreker was tussen de blote voetjes in de plank geschroefd en naast het hoofd stond een emmer waarin sommige voorbijgangers een bankbiljet lieten vallen. Anderen deden een stapje opzij, alsof de plank een vast obstakel op de markt was. Phoenix zocht in de zakken van haar jeans en vond het bankbiljet dat ze bij zich had gestoken voor de lunch. Ze kwam achter de toonbank uit en stopte het in de emmer. Het wezen tilde zijn hoofd een handbreedte van de plank en Phoenix keek neer in het gezicht van een jonge vrouw van haar leeftijd, ongeschonden en oneindig sereen. In haar eigen nek en schouders kon ze de pijn voelen die het de vrouw kostte om haar hoofd geheven te houden.

Een grote blonde toerist begon foto’s te nemen. Links en rechts mensen uit de weg stotend, liep hij met het rollende plankje mee en boog zich over vrouw alsof het gewicht van zijn camera hem neertrok. Toen hij terugkwam had hij een voldane glimlach op zijn gezicht. Hij liet de foto’s zien aan zijn vrouw, die met een uitdrukking van afgrijzen had staan te kijken hoe Phoenix een vis zo lang als haar onderarm op de kop sloeg tot hij ophield met spartelen.

‘Hé you,’ riep Phoenix.

De man keek op van zijn camera.

‘Ja jij. Waarom geef je haar niks?’

De man zei iets tegen zijn vrouw. Die haalde haar schouders op en samen liepen ze weg.

‘Fuck you,’ schreeuwde Phoenix de verdwijnende ruggen achterna en ze stak haar bloedende fileermes zo heftig in de lucht dat iedereen naar haar keek. De kraam van de vrouw van neef Hai trok die dag doorlopend veel toeschouwers. Met haar minieme topje en kniehoge rubber laarzen was Phoenix een schouwspel dat je niet iedere dag op de markt tegenkwam. Omdat het voornamelijk mannen waren die in de buurt bleven hangen, deed deze ongewone aandacht de vrouw van neef Hai weinig plezier, want het zijn niet de mannen die vis kopen. Om vijf uur bedankte ze Phoenix voor haar hulp en liet weten dat ze het voorlopig alleen met Moeder afkon. Phoenix was teleurgesteld en opgelucht tegelijk. Thuis keek ze met voldoening naar haar handen, die rood en rimpelig waren van het water en het ijs. Daarna was ze een half uur met verschillende crèmes en lotions in de weer om de schade te herstellen.

Rob Verschuren
Over Rob Verschuren 47 Artikelen
Een half leven lang op weg naar het Zuiden, heeft Rob Verschuren via België, Frankrijk en India in 2009 Nha Trang, Vietnam bereikt. Nu hoeft hij niet meer verder. In zijn hangmat aan de Zuid-Chinese Zee schrijft hij reclame voor klanten en fictie voor zijn plezier.