De Familie Le Deel 10

Tommy heeft foto’s gemaakt van Phoenix samen met omaatje. Brieven geschreven naar rijke mannen uit het Westen. Uiteraard met Phoenix’ naam eronder. Een aantal mannen heeft gehapt en teruggeschreven. Nu het geld nog.

Iedereen slaapt in het huis van de Familie Le. Alleen vader Duc is nog wakker.

In zijn eigen slaapkamer laat Duc zijn broek en shirt op het deksel van de wasmand vallen en zoekt op de tast zijn pyjama aan het voeteneinde van het bed. Moeder mompelt geïrriteerd als zijn gewicht neerkomt en haar helft van de matras, die nog van hun trouwen is, omhoog duwt. Dat doet ze altijd. Met precies hetzelfde boze geluidje, of ze nu slaapt of wakker is. Duc is er zo aan gewend dat hij opstaat en opnieuw gaat liggen als hij haar een keer niet hoort mopperen. Welterusten Moeder, denkt hij, zoals elke avond zonder het te zeggen en kruipt tegen haar aan.

Deel 10 Zondagmiddag

‘En daar hebben we Phoenix.’

‘Ja, morgen. Waar is pa?’

‘Die wordt van de straat gehaald zodat we kunnen gaan eten.’

‘Waar is Tommy?’

‘Die haalt pa van de straat.’

‘O. Nieuwe jurk?’

‘Deze?’

‘Die ja.’

‘Ja. Mooi?’

‘Strak.’

‘Te strak?’

‘Gewoon, strak.’

Op zondag werkt niemand in de familie Le. Rond het middaguur zit iedereen op de vloer rond de schalen en kommen, behalve opa die in zijn stoel zit en Moeder die heen en weer draaft tussen de kamer en de keuken, al zegt Duc nog zo vaak dat ze moet blijven zitten en dat ze daar kinderen voor hebben. Ze bespreken de voorbije week en maken plannen voor de komende. Het gezamenlijke inkomen wordt opgeteld en verdeeld in geld voor de markt, geld voor rekeningen en geld dat opzij kan worden gelegd voor grote uitgaven.

Moeder trekt driedubbel gevouwen bankbiljetten uit haar beursje. Ze vouwt ze open en legt ze naast haar rijstkom. ‘Veel is het niet,’ zegt ze.

‘En ze ruiken naar vis,’ zegt Tommy.

Duc heft zijn hand voor een oorvijg, maar Tommy zit buiten bereik. ‘Een beetje respect, lummel, daar heeft je moeder een week voor gewerkt.’

‘Sorry, pa.’

‘Terwijl jij op je luie kont zat.’

‘Ik zei sorry, pa.’

‘Met die camera van je.’

‘Ik was ook aan het werk.’

‘O ja? Is dát zo? En waar is jouw bijdrage dan? Voor het eten dat Moeder je elke avond voorzet? Na een dag zwoegen op de markt?’

Tommy zegt niets terug. Hij buigt zijn hoofd om een glimlach te verbergen.

Duc kijkt hem nog even fronsend aan, dan slaat hij een kruisteken omdat Moeder dat ook doet. In de minuut stilte die volgt, vraagt hij zich af of Tommy ooit iets bij zal dragen aan de familiekas. Niet dat hij duur is in het onderhoud, zoals Phoenix. Hij lijkt altijd dezelfde afhangende spijkerbroek te dragen, maar Duc vermoedt dat hij er twee heeft want hij ziet hem wel eens in de wasmand. Foto’s maken, jawel.

Als Duc hem eerder in de week bij deze bezigheid had kunnen gadeslaan, was het kleine sprankje hoop dat hij nog voor zijn enige zoon koestert voor altijd uitgedoofd. Dagenlang slofte Tommy door de straten van de stad met zijn Sony Cybershot in de aanslag. Hij kwam in wijken waar hij nooit eerder was geweest. Armoedige woonwijken die in alles hetzelfde waren als zijn eigen wijk. Bedrijventerreinen waar halfverharde wegen tussen schemerige werkplaatsen kronkelden en schimmige figuren dingen aan het doen waren. Als hij een hond zag nam hij een foto. Meestal meer dan een. Hij zakte op een knie en praatte en siste en legde een opklimmende reeks dierlijke emoties vast. De honden op de bedrijventerreinen zaten aan kettingen of in kooien. De huishonden sprongen tegen de hekken van kleine tuintjes. Tommy fotografeerde ze tussen de spijlen door. Een Duitse herder met drieëneenhalve poot, een kruising tussen een rat en een Dobermann, hyperactieve huftertjes en katatone lobbessen die met hangende tong over de terrastegels lagen uitgespreid. Als hij puppies zag knipte hij dubbel enthousiast. In een kooi op de markt zat een heel nest, dat zo druk bewoog dat het onmogelijk was om ze te tellen. Hij nam van alle kanten foto’s tot de eigenaar hem voorstelde even vlug op te sodemieteren en wat hij wel dacht dat hij aan het doen was om zijn handel zo wild te maken dat horen en zien zijn klanten verging. Al die tijd had hij een glimlach op zijn gezicht, onberoerd door het gegrauw en geblaf en de achterdochtige blikken die hem volgden van wijk naar wijk.

‘Amen,’ zegt Moeder en ze begint rijst in de kommen te scheppen. De eetstokjes aarzelen boven de garnalen en het rundvlees, de pompoen en de andere gerechten. Dan gaat de telefoon.

Rob Verschuren
Over Rob Verschuren 47 Artikelen
Een half leven lang op weg naar het Zuiden, heeft Rob Verschuren via België, Frankrijk en India in 2009 Nha Trang, Vietnam bereikt. Nu hoeft hij niet meer verder. In zijn hangmat aan de Zuid-Chinese Zee schrijft hij reclame voor klanten en fictie voor zijn plezier.

1 Comment

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.