De expat betaalt en bepaalt

De zestiger draagt een ponytail en een kuitkorte lange broek. Aan zijn voeten sportschoenen die Usain Bolt geweldig zouden staan.

Deze kwiek ogende medemens is echter geen sprinter, maar een supernerveuze drentelaar. Een Duitser, aan zijn Germaans-Engels te horen. “I told you, tzee are tszjieting,” bast hij om de paar minuten in het oor van zijn minstens dertig jaar jongere Thaise vriendin. Zij acteert stoïcijns, streelt onophoudelijk een armpje van de op haar schoot slapende peuter.

Ik sla ponytail gade bij Immigratie in Jomtien bij Pattaya. Een vergaarbak van dit type ‘expat’.

fat-farang
Das war nicht geil.

Als ik even later op een nabijgelegen terrasje geniet van een excellente espresso laat het tragi-komische tweetal zich bij het tafeltje naast me neerploffen. “Das war nicht geil,” zegt hij tegen me en knoopt er een krachtig “nein” aan vast. Dat laatste is niet voor mij bedoeld, maar voor zijn Thaise partner, die wanhopig probeert haar peuter koest te houden.

Ze wil iets voor het dreinende mannetje kopen, neemt geen genoegen met zijn nee. “He also your child”, zegt ze zachtjes. Hij reageert met een litanie van verwijten: “you Thai alweez want ze money. And never say zenkjoe. Don’t forget, what would you be wizzout falang!” Ik reken schielijk af en vertrek. Zo’n tafereeltje geeft de geurigste espresso de nasmaak van gootwater.

De relativerende gedachte dat het optreden van Herr Ponytail niet model hoeft te staan voor de verhouding tussen ‘allochtoon’ en autochtoon helpt niet. Ik heb iets te vaak in conversaties en bij bezoeken van aan Thailand gewijde internetfora dat toontje beluisterd.

Slavinnetje

catchpole-chick-magnet-but-not-in-barnstaple-pattaya-thailand+1152_13600557308-tpfil02aw-9402
Het slavinnetje moet echt haast maken.

Het komt misschien wel overgewaaid van idyllische palmenstranden waar vriendelijk glimlachende autochtonen zich de benen uit het lijf lopen om het de buitenlandse gasten naar de zin te maken. Of uit de vermaakcentra, waar in bars of poolhallen een gebiedende tik met bierfles of keu op het houtwerk signaleert dat het dienstdoende slavinnetje echt haast moet maken.

De mensen hier, zo leerde ik van ervaren Thairotten, vinden dat prima. Ze worden er immers goed voor betaald. In vergelijking dan met de ongelukkigen die voor een grijpstuiver met gekromde rug op de rijstvelden zwoegen. Of eindeloze werkdagen maken op arbeidsplaatsen in de onvolprezen 24-uurseconomie.

“Kom daar in Nederland eens om,” vertelde een Thailand-enthousiast me eens over deze laatste categorie. “Ze staan altijd voor je klaar. Ze zijn ook vreselijk inventief. Een lekke band om elf uur ’s avonds? Geen nood. Tien tegen één komt een familie in zo’n motorfiets met zijspan voorbij. Pa en ma repareren de zaak in no time en voor een fooitje. De kindertjes liggen intussen heerlijk in het zijspan te slapen. En reken maar dat ze allemaal dankbaar zijn.”

Dankbaarheid, dienstbaarheid, sleutelbegrippen in het Grote Compromis dat een flink deel van het (blanke) vreemdelingenlegioen voor de lokale bevolking in gedachten heeft: wij trekken bij tijd en wijle de flappentap om jullie leven wat op te leuken. In ruil laten jullie ons zo onbezorgd mogelijk genieten. Liefst met gebruiksrecht op lijf en leden. Vanzelfsprekend houden wij ons aan jullie regels en tradities, maar laat die niet botsen met ons verlangen naar eigen Lebensraum. En wel iedere dag strandstoelen graag, anders verkassen we naar elders in de regio waar het nog wel ouderwets gerieflijk en profijtelijk toeven is.

Thaise zaak

Oh, werpt de lezer(es) tegen, je chargeert en je bezondigt je ook nog eens aan veralgemeniseren. Per slot van rekening gedragen wij Kaukasische types ons niet als de eerste de beste multinational die daar domicilie zoekt waar de loonkosten laag en de winstmarges navenant hoog zijn. Er zijn hier ook talloze buitenlanders, zelfs Nederlanders, die zich met hart en ziel inzetten voor de Thaise zaak, in hun beroeps- of privéleven.

Misschien. Maar waarom bepalen zij dan niet het beeld van het contingent buitenlanders hier? Zij zijn helaas niet maatgevend voor het imago van de farang-expat of de farang-toerist. Dat zijn de lieden die graag genieten van het ‘bruisende nachtleven’, hele handleidingen schrijven over hoe om te gaan met dames die je uit de bar trekt maar de bar niet uit de dame.

In die kringen geldt ook het hoort-zegt-het-voort over vooral Thaise mannen als onnadenkend, inhalig, lui, roekeloos (oh dat weggedrag), schijnheilig (oh, die niets om het lijf hebbende glimlach) of anderszins onbetrouwbaar. Volg een weekje ThaiVisa.com of soortgelijke fora en je begrijpt precies wat ik bedoel.

In geen van de landen waar ik in het verleden langdurig mocht verblijven werd de buitenlandse borreltafel zo intensief ingezet voor het ontleden van locals en hun cultuurbepaalde afwijkende gedrag als in Thailand. Dat ligt, zo weet ik zeker, niet aan de Thai, maar aan ons.

Vleesgeworden contradictie

De buitenlander in Thailand is de vleesgeworden contradictie. Hij, laat ik hem gemakshalve ‘hij’ noemen, vindt hier een paradijs met overvloed aan geneugten en opvallend gebrek aan regels of, als die er zijn, controle op naleving ervan. Dat is thuis wel even anders! “Hier kan een mens nog pionieren”, zei een Nederlandse veertiger eens tegen me.

“Een Thaise vrouw laat een man zich weer man voelen,” vertaalde een gepensioneerde Engelsman zijn geluksgevoel in dit land.

ThailandFarang1
Een Thaise vrouw laat een man zich weer man voelen.

Dat was ruim vijf jaar geleden. Inmiddels hebben beiden ontgoocheld het paradijs weer verlaten. Zoals zovelen. Omdat de tijd nu eenmaal niet stil blijft staan en de presentie van miljoenen buitenlanders ook gevolgen heeft voor hun acceptatie door de Thai.

De vriendelijkheid van weleer krijgt vooral in de steden en toeristen-hotspots een steeds zakelijker karakter. Wie sociale media volgt en een antenne (of belangstelling) heeft voor maatschappelijke veranderingen beseft dat in liefdesrelaties ook een Thaise partner zich niet laat beperken tot vertoon van dankbaarheid aan de weldoener.

Dat is de paradox van het Land of Smiles. Overal waar buitenlanders voet aan wal zetten doen zij dat teniet wat zij meenden aan te treffen: de puurheid van de eenvoud. Ik vergelijk het met het bountystrand dat ik lang geleden op een van de eilanden aantrof. Nog niet aangetast door het massatoerisme.

Enthousiast lichtte ik het thuisfront in. Ik was niet de enige. Massamedia, traditioneel en online, kwamen op hetzelfde idee. In een paar jaar tijd veranderde het paradijsje in een hel van bars en resorts. Mijn vriendelijke restaurantbaas was getransformeerd in een gestreste uitbuiter. Logisch, van het geld dat die paar geluksvinders destijds inbrachten werden hij en familie niet echt wijzer.

Jacht op consumptie

Helaas is het zo dat veel buitenlanders de Thaise zucht naar meer, naar luxe, naar consumptie, naar een beter leven voor hun kinderen, zelden vergelijken met hun eigen jacht naar meer. Het beeld dat Thai van een blanke buitenlander krijgen is niet dat van de jeugdige idealist, maar dat van de autoritaire op leeftijd geraakte ponytailman.

ThailandFarang79
Driekwart heeft een oudelullenvisum.

Ik heb de statistieken niet bij de hand, maar durf die wel in het vuur te steken met de bewering dat driekwart van de hier verblijvende buitenlanders vijftigplusser is, bezitter van het Ouwe Lullen Visum.

Die leeftijdsgroep is doorgaans niet gezegend met grote lenigheid van geest maar vastgeroest in opgedane zekerheden en wijsheden.

Mijn waarneming is dat juist die groep zich fantastisch thuis voelt bij het autoritaire, hiërarchische karakter van de Thaise samenleving. „Ik ben niet voor niks uit Nederland weg! En zielsgelukkig dat er voor de Thai nauwelijks sociale voorzieningen zijn.

“De vrouwtjes willen vastigheid. Dat kost je wel een cent, maar je krijgt er veel liefde en zorg voor terug,” verzekerde een bejaarde weldoener me na een uitgebreide uiteenzetting over zijn vrijgevigheid jegens echtgenote en haar familie.

De keerzijde van de medaille is dat hij thuis de lakens uitdeelt en de familie zich naar zijn levensstijl en opvattingen moet schikken. “Ik geef ze alle vrijheid, zolang ik maar mijn eigen gang kan gaan,” meent hij.

Van dit soort ‘verlichte despoten’ zijn er veel. Gelijkwaardigheid is een voor hen onbekend begrip. “We betalen, dus we bepalen,” het motto.

Ga naar een niet geheel willekeurige plek waar je dit soort lieden tegenkomt en je ziet het letterlijk voor je in praktijk gebracht: de grote liefde op hoge hakken wil iets kopen en hij trekt vanachter een pot bier met chagrijnig of onverschillig gezicht de geldbuidel om haar misschien wel tweehonderd baht mee te geven. ,,Met geld omgaan kunnen ‘ze’ nou eenmaal niet“, is de logische verklaring.

Neem me daarom niet kwalijk dat ik in de lach schiet bij klaagzangen van buitenlanders over Thai die hen in de baht hebben genomen. Je hebt zelf het deeg gebakken, slik dan ook het koekje maar, denk ik dan.

©Quanrithai Phansawat
©Quanrithai Phansawat

@Dit verhaal verscheen in enigszins afwijkende versie onder de kop ‘Keihard & Dankbaar in het april 2015-nummer van De Tegel, het magazine van de Nederlandse Vereniging Thailand (Bangkok)

Hans Geleijnse
Over Hans Geleijnse 318 Artikelen
Hans Geleijnse (1944, Zaandam). Voormalig beroepsmilitair en dienstweigeraar. Passie voor reizen, schrijven en muziek. Belandde in journalistiek, leerde het vak in de praktijk. Werkte twee decennia als buitenlands correspondent voor persbureau GPD en div. andere Nederlandse media. Woont sinds 2010 met partner en dochter in Thailand.

8 Comments

  1. De falang op de dissectietafel van Hans, groot gelijk. Tijdens lezing dacht ik aan Mistinguett, monstre sacrée van de Franse musical, die in 1936 scoorde met haar hit: ‘Je cherche un millionaire’. Misschien eens vanuit een andere optiek, zo was het Franse vrouwenleven in de jaren dertig.
    Het refrein luidt als volgt:
    ‘Je cherche un millionnaire,
    Un typ’ chic qui voudrait bien d’moi
    Au moins pour un mois.
    Car je cherche un millionnaire,
    Qui m’dirait froid’ment :
    “Mon or est à toi”
    Oui, je cherche un millionnaire.’

    Vrij letterlijk vertaald is het:
    Ik ben op zoek naar een miljonair,
    een sjieke tiep die wel met me wil,
    minstens voor een maand.
    Want ik ben op zoek naar een miljonair
    die me rechtuit zegt:
    “Al mijn geld is voor jou.”
    Ja, ik ben op zoek naar een miljonair.

    Geef de Thaise vrouwen nog twintig jaar en de dikbuikige zestigjarige falang zullen alleen maar misprijzende spottende blikken op hun botte avances krijgen, zoals ze dat nu in Europa over zich heen krijgen. Say ‘Thank you, thank you, Thai lady’, voor je milde gaven; hou verder je mond. Ik heb zoveel respect voor alle Thaise vrouwen en hoe ze erin slagen te overleven door veel op te offeren.
    PS Ik ben zelf zo’n falangse zestiger.

  2. Prachtig stukje, zelf maak ik altijd snel de benen als ik dat soort figuren zie. Ik ben ten slotte op vakantie en dan wil ik genieten van Thailand.

  3. “… ‘deernes tussen de 18 en 48 die thuis werkeloos zouden zijn’….”

    Is het probleem van dit land niet dat die thuis werkeloos zijn? De al eeuwen vergeten groep in de periferie van dit land die slechts in verkiezingstijd wordt aanhoord (nee, niet gehoord…) en een worst voorgehouden wordt.

    Dit aspect van Thailand kan m.i. niet genegeerd worden. De werkeloosheid en armoe is immens en dan blijft soms niets anders dan je overgeven aan een persoon die je anders nimmer als partner zou nemen. Ik woon iets te diep in de periferie om daar langs te kijken.

  4. Hans, of je nu wel of niet generaliseert, een interessant stukje om te lezen.
    En ben bang dat ikzelf ook een aantal jaren aan het beeld van de barhangende, geldsmijtende, ‘bij Pattaya houdt Thailand op’-toerist voldeed, zij het niet met ponytail. Al heb ik nimmer de Thaise medemens als slaaf of minderwaardig speeltje behandeld of ervaren dat dezen zich als zodanig opstelden. Gelukkig niet.
    Heb daar wel stuitende voorbeelden van gezien, zoals ik ooit eens heb beschreven in een van mijn stukjes.
    Ben nu een fervent Isaan-bezoeker, maar toch houdt Pattaya een speciale plaats in mijn hart, ook al omdat ik daar de eerste keer in Thailand aanlandde, en er ook vele vriendelijke Thais aantrof, voorkomend, behulpzaam en genereus.
    Ben het slechts met een zin oneens, nl met de bejaarde weldoener die je beschrijft, en die zegt voor het rondstrooien van geld, en zorgen voor vastigheid voor de vrouwtjes, ‘ flink wat zorg en liefde’ terug te krijgen.
    Wat die liefde betreft weet hij waarschijnlijk de betekenis van dat woord niet eens.

    • Beste Lieven,
      Ben het geheel met je eens. Ook ik heb in Pattaya mijn liefde gevonden en ik schaam me daar zeker niet voor. Bovendien. wie zonder zonden is werpe de eerste steen. Wat ik heb willen doen is afstand nemen van een vorm van expat-denken die ik in de loop der jaren ben gaan verafschuwen. Helaas leeft die breed en zeker niet alleen in Pattaya. Niet voor niets verwijs ik naar de vele discussies over Thaise vrouwen op blogs en andere internetfora over Thailand.
      @Erik verwijt mij generalisering en wil een muur om Pattaya heen bouwen. Pattaya is inderdaad een slecht etiket, maar als je met muren wil beginnen kun je in heel Thailand gaan metselen. Je opmerking over ‘het echte Thailand’ slaat de plank net zo mis als beweren dat je het echte Nederland alleen op het platteland van Oost-Groningen ervaart. En dit moet me van het hart: ik laat me liever corrigeren voor het hier populaire oneigenlijke gebruik van het woord expat, dan teruggefloten worden voor een generaliserende en paternalistische etikettering van Thaise vrouwen als ‘deernes tussen de 18 en 48 die thuis werkeloos zouden zijn’.

  5. Beste Erik, natuurlijk is het verhaal generaliserend. Maar wanneer je heel voorzichting een verhaal schrijft waarin het wemelt van de ‘mitsen’ en de ‘maaren’, dan heb je geen verhaal meer..

  6. Jammer dan, maar dit verhaal klopt niet in zijn algemeenheid. Er wordt weer eens gruwelijk gegeneraliseerd.

    En uitgerekend over Pattaya, alsof er geen Thailand bestaat want Pattaya is Thailand niet.

    Pattaya is de vleesgeworden wellust voor ouwe opa’s emigranten (een expat is een gedetacheerde!) en voor deernes tussen 18 en 48 die thuis werkeloos zouden zijn door gebrek aan opleiding, werkgelegenheid en aandacht van de centrale overheid, en die de koters achterlaten bij ma en oma om een grijpstuiver te verdienen.

    Ik woon 13 jaar in de Isaan en herken mij noch mijn mede-buitenlanders hier absoluut niet in het stempel dat er voor de zoveelste keer op ons wordt gedrukt.

    Cor Verhoef, jij leeft niet en ik leef niet in een Thaise cocon. Wij leven in Thailand vrij en tussen de gewone mensen. Wij doen ons best ons aan te passen; ik spreek de taal, Thais is bij mij thuis de voertaal.

    Pattaya is die cocon en helaas loopt dat in de kijker omdat er zoveel ouwe v@@zerikken alleen maar hun pielemuis achterna lopen en maling hebben aan alles wat Thais is. Ze mogen er van mij een muur omheen bouwen.

  7. Hans, mieterse overpeinzing en deksels goede beschouwing van het expat-leven. Even serieus, ik denk dat veel van dit verhaal klopt (helaas). Zelf kom ik de ponytailman zelden tegen, laat staan dat ik er een gesprek mee voer, maar dat komt door die Thaise cocon waarin ik leef…

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.