De eerste Vakantiedag

(Ergens jaren negentig, vorige eeuw.)

Ik weet niet hoe het u allen vergaat, maar voor mij is de eerste vakantiedag nog altijd de beste. Het begint al op Schiphol. Waar ik gezeten in de wachtruimte, omringd door zoetgevooisde Oosterse stemmen, slechts de ogen hoef te sluiten om mezelf al op plaats van bestemming te wanen. Ze brengen me in herinnering hoe ik ooit, al verbaal struikelend, probeerde de Thaise taal onder de knie te krijgen. Resultaat: onthutste Thai die me met tranen in de ogen vragen het eens in het Engels te proberen…

Eenmaal richting Bangkok zoevend denk ik opgetogen aan de komende weken. Eerst lekker een tijdje logeren bij schoonmoeder in de Isaan, daarna liters zonnebrandcrème laten verdampen in een beruchte badplaats. Wie doet me wat.

Nou, mijn vliegzenuwen misschien? Die reizen namelijk altijd ongevraagd en eersteklas met me mee. Waardoor ik de hele vlucht geen oog dichtdoe. Kwelling op grote hoogte. Liefhebbende echtgenote Oy ? Die laat nog net haar kruintje uit een KLM-deken steken, en slaapt de slaap der rechtvaardigen tot aan het Thaise ochtendgloren.

Jaloersmakend, want mijn vlucht bestaat geheel uit speelfilms kijken, claustrofobie opdoen in het toilet, en aankomsttijden loeren tot ik scheel zie. Dat laatste is trouwens wel handig als je, zoals ik, tijdens turbulentie beide vleugels tegelijkertijd in de gaten wil houden.

Eenmaal geland, in trots bezit van geldig paspoort en kopjesgevende economy-kater, wordt het anders. Dan slaan zelfs ellenlange wachtrijen en humorloze douaniers nog geen deuk in mijn aankomst-euforie.

In de aankomsthal staat een Thaise neef van mijn vrouw ons op te wachten. Hij zal vandaag als gids en chauffeur fungeren. Dat we in de stomende krochten van de luchthaven een stief half uurtje zoet zijn met het terugvinden van zijn Toyota kan de beste overkomen.
Zijn rijstijl is gelukkig stukken beter dan zijn richtingsgevoel. Wat me onderweg wanhopige schietgebedjes bespaart. Richting Onze Lieve Vrouwe van de Zalige Acceleratie (en de verkorte remwegen). Zoals u weet dé uitgelezen beschermheilige voor alle zelfoverschattende Thaise chauffeurs en hun nagelbijtende passagiers.

Aangekomen ten huize schoonma, gloort er voorzichtig iets van echte vakantie aan de horizon. Want na het hartelijk begroeten van de familie, en reisgravel uit de navel spoelen, wordt het tijd voor meer serieuze zaken.

Oftewel, lamzakken geblazen!

Oy, omringd door een kleine schare van kwebbelende nichten en belangstellende buurvrouwen, verhuist naar een naburig pand. Waar die middag een ware orgie zal plaatsvinden van oeverloze kaartspelletjes, uitwisselen van roddel en achterklap alsof het uit de mode zal raken, en het innemen van twee flessen Baileys. Wee degene die hen daarbij durft te storen. Die kan maar beter levensmoe of leeuwentemmer zijn. Zo is mijn ervaring.

Ikzelf word door oudste zwager Oth vriendelijk naar de beschaduwde zijkant van het huis gedirigeerd. Alwaar jongste zwager Oeth en neef reeds aanzitten rond een hoorn des overvloeds. In de vorm van een klein mickey mouse-dekentje, bezaaid met drank, sodaflesjes, en bergen etenswaar.
Ik schud de teenslippers van de voeten en voor het eerst sinds het betreden van Schiphol, voor mijn gevoel een kleine eeuwigheid geleden, ontspan ik me een beetje.

Zwager duwt in mijn ene hand een limonadeglas, tot de rand toe gevuld met whisky-soda. In de andere hand krijg ik een vork. Van het soort waar Uri Geller ooit patent op had. Waarmee ik in de Kai Nung dien te prikken. Gewone gekookte kip, met een al net zo gewoon sausje erbij. Dat zoiets simpels zo lekker kan zijn.

De volgende uren zijn een complete aanslag. Op mijn zintuigen, en pelotons hun congé gevende hersencellen. De ene na de andere heerlijkheid wordt opgediend, en mijn glas bijgevuld zodra ik het durf los te laten. Ik bedank in mijn kluk-kluk Thais, en probeer intussen vergeefs mijn benen net zo in kleermakerszit onder me te vouwen als de rest.
Krampscheuten geven al na twee minuten aan dat ik maar gewoon moet doen, en hier niet de gymnast uithangen.

Krokant gebakken kip, geurige kleefrijst, en speciaal voor de vuurvaste verhemeltes, een flinke schaal som-tam salade. Ik waag me, overmoedig door vele weken vrijheid in het verschiet, weer eens aan dit zo bedrieglijk fris uitziende afbijtmiddel van Thaise makelij.

Het nablussen vergt het uiterste van de toch al slinkende biervoorraad.

Pittige tom yam soep, Isaan worstjes, en heerlijke doch afvallige glasnoedels die van mijn vork rollen, iedere keer als ik wil toehappen. Een salade van rode wevermieren, door schoonma vanmorgen persoonlijk uit de boom gesjord. Daarna vakkundig verzopen en nu een kleine rode piramide vormend op een dienblad. Voor de liefhebber. Ik ben nog niet teut genoeg en bedank ervoor.

De disgenoten laten zich intussen ook niet onbetuigd, wat resulteert in het vroegtijdig in zicht komen van de bodem des koelbox. Een buurjongetje wordt, met de belofte van een waterijsje, op zijn wrakke Chinese fietsje om verse waar gestuurd. Het duurt even want hij zal bij de dorpswinkel eerst uitgebreid zijn ijsje opeten alvorens ons het gerstenat en de smeltende ijsblokjes te brengen.

De prijzige, uit Nederland meegebrachte sigaren worden door de mede-eters vriendelijk aanvaard, aangestoken en even vriendelijk weer neergelegd. Men rookt bij nader inzien toch liever het kanthooi van de plaatselijke markt.

Neef zegt, na twee halen, dat de sigaar hem een beetje misselijk heeft gemaakt. Gezien zijn inname van andere, al dan niet vloeibare versnaperingen zou ik zelf de dader in een andere hoek zoeken.

Mijn drie metgezellen vertellen elkaar in dit Isaanse onderonsje intussen doorlopend grappige verhalen en anekdotes. Later die middag betrap ik mezelf erop steeds vaker hardop met hen mee te kunnen lachen. Zou het drinken van Chang bier mijn taalvaardigheid soms opkrikken? Ik wil het graag geloven.

Een langsbrommerende buurvrouw heeft een bosje versgevangen hagedisjes aan het stuur hangen. En informeert of ze de feestvreugde misschien nog wat kan verhogen door het aanbieden van deze plaatselijke delicatesse. Wat later zet ik voor het eerst van mijn leven de tanden in een gebakken mini-varaan.
Beter dan kip, is mijn lichthoofdige conclusie.

Deze lange, lange Thaise middag dobbert zo verder. Opboerend en uitbuikend ben ik tenslotte blij dat de muur me ondersteunt. Want ik krijg het idee in een LSD-trip rond te zwemmen. Niet dat ik dat spul ooit gebruikt heb, maar zo moet het wel aanvoelen.
Ik kan namelijk nauwelijks geloven dat dit echt gebeurt. Dat ik al hier ben.

Hier, in Thailand. Heerlijk loom geleund tegen schoonma’s optrekje. De inwendige mens voor jaren voorzien van voedsel, roezig van de drank en het Nederlandse hoofd heerlijk gekoeld door een inderhaast door bezorgde disgenoten aangerukte ventilator. Om me heen is het verder al platteland wat de klok slaat.
Ik zie: dorre rijstvelden, vervellende palmbomen, en wat scharrelkippen met anorexia. Ook een kleine kudde naar de stal terugkerende bultrunderen met klingelende nekbelletjes.

Deze stoppen even bij ons erf, doen net of ze willen poseren voor een schilderij van Paulus Potter, en plegen vervolgens een stille aanslag op de moestuin van schoonma. Nooit eerder heb ik me ergens zo ongelooflijk op mijn gemak gevoeld.

De ontspanningsmeter staat al uren voorbij het punt van ‘ zalig en kánniebeter ‘, maar mijn geest vertelt me dat dit onzin is. Dat ik dit droom. Dat we nog steeds onderweg zijn, hoog daarboven in die zilveren vogel.

Later die avond struikel ik dan als een overvoede en met alcohol gelardeerde Hollandse zombie het bed in. Om vervolgens in een soort coma een gat in de volgende dag te slapen.
Vreemd genoeg heb ik die volgende dag geen enkel probleem met uit bed komen, of ook maar een schaduw van een kater. Zou het dan toch waar zijn dat je meer kunt hebben als je het ergens zo ongekend naar je zin hebt?

De volgende weken zijn ook prima. Wel anders, dat wel.
Namelijk vol rust, regelmaat en reinheid.

Tenminste, als je strandstoelen bezet houden, gebarentaal maken naar barpersoneel, en chloorhappen in het hotelzwembad zo wilt noemen. Maar het wordt nooit meer zo intens als die eerste vakantiedag.

Over Lieven Kattestaart 104 Artikelen
Lieven Kattestaart (1963) werd geboren in Middelharnis. Hij werkte van 1991 tot 2016 bij de Gemeente Goeree-Overflakkee. Sinds 1993 bezoekt hij Thailand en raakte zoals zovelen verslaafd aan het land en de bevolking. In Isaan, het noordoostelijk deel van Thailand, ontmoette hij zijn vrouw Pranom (Ooy).

1 Comment

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*