De dwaas doet wat hij wil (2, slot). Nachtvlinders.

Alphonse Wijnants, Dwaas doet wat hij wilAlphonse Wijnants, coauteur van Trefpunt Thailand, is zuinig met zijn verhalen. Hij belijdt dat hij ze moeilijk los kan laten en maar blijft bijschaven. Hier toch eentje, versie G ! De beroemde en beruchte Thanon Sukhuvit – Sukhumvit Boulevard speelt de hoofdrol. De ik-persoon in ‘De dwaas doet wat hij wil’ legt midden in het nachtelijke Bangkok op die beruchte Sukhumvit zijn wang op de weke borsten van een negermeisje te rusten. Heeft hij het met Thaise schoonheid gehad? Of dook er een hinderpaal op?
(Met verklarende woordenlijst)

 

De dwaas doet wat hij wil

Maar er liggen zoveel achteloze verhalen op die eindeloos kronkelende Thanon Sukhumvit voor je Klong Yai bij de grensovergang met Cambodja bereikt. Vandaar kun je naar Angkor Vat trekken. Onwerelds schoon maar waanzin! Alles wat de moderne toerist najaagt, al de wereldwonderen, zijn vrucht van de waanzin van enkelingen. En de dood van velen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
Een eigen fabuleus leven

In Bangkok heeft de Sukhumvit een eigen fabuleus leven.
Nu heb ik echt honger. Ik maai met mijn lange benen over de scheve stoeptegels, stap over de brokkelige trottoirranden. Wel, wel, wel, ik wrijf me de ogen uit! Miraculeus. Het is ochtend, de nacht is vluchten. De zon staat er als een schoolmeisje met blonde vlechten.
Niets kraampjes, genagelde bardesks met doorhangend zeil, tuintafeltjes, klapstoelen. Geen tjokvolle afvalzakken, volgepropte verpakkingsdozen met groenterestanten. Geen smeltende kluiten van weggekieperde ijsblokken. Geen geuren achtergebleven. Zelfs het zuur van de uitgeperste limoenen in tom yam kung is vervluchtigd.
Er is weer orde op zaken. Geen glimp van kale rattenstaarten uit de roosters van de riolering waar iedere avond een Birmese baby in een gescheurd stuk verkleurd deken blootgewoeld ligt. Op de tip van het blauwige katoen prijkt een rood plastic bekertje met de gele M van Mcdonalds. Op de bodem glimmen enkele koperen munten. Het loopt vol volk, hakken van schoenen komen rakelings langs de baby neer. Het loopt vol volk – en toch is er een verstommende leegte op die Thanon Sukhumvit.
Nu, in de ochtend met die blonde zon, zijn de stoepen vreedzaam en leeg. Ik kom uit een droom. Dan breng ik mij de laatste gebruikers van de nachtelijke Sukhumvit te binnen. De pimpelaars, de slampampers, de zatte kadullen. De mannen die tot de laatste snik doorgaan, de filosofen, de koorddansers van het leven. De kerels die het leven als een ononderbroken feest zien.

Alphonse Wijnants, Sukhumvit, Dwaas
Altijd op weg, nooit je doel bereiken

Een groter contrast is er niet! Terwijl het duister zich uit de voeten maakt, schuifelen ze nog om half zeven onzeker weifelend maar al met nieuwe plannen over het trottoir voort. Ze hebben doorheen de nevelen van de alcohol een wiebelende hangbrug over het dodenrijk over te steken. Een geheim kompas zorgt ervoor dat ze toch aan de oneven kant van de Sukhumvit blijven rondhangen. Graag schaar ik me soms onder hen.
Nacht na nacht zullen ze hun logies niet bereiken. Ze komen nooit thuis. Het is een addictie, een hunker. Het veroorzaakt een gulle ontembare weemoed. Ten prooi aan de handvol negermeisjes met vruchtbare heupen en kogelronde billen die op dit uur de doortocht op de stoep belemmeren en een tol eisen – een cocktail. Hoe zijn ze in Bangkok verzeild? Ze versperren de doorgang voor iedereen die nu nog over de Sukhumvit slentert. Heerschappen, snoeshanen, kwasten, snuiters, zonderlingen – halthouden, staanblijven!
Hier, bijna aan Soi 5, troepen ze samen, de Afrikaanse schoonheden. Ze zitten op blauwe vouwstoeltjes, ze pronken met zichzelf, meer hebben ze niet te bieden. Maar dat is al genoeg. Ze staan in een waaier op de stoep. Ze hebben mededogen met de zwalpende falang. Spectrum van zwarte schoonheden.
Verleidelijk, smekend, dwingend – met een ondefinieerbare zwaarte laten ze hun handen op je huid rusten, glijden hun vingers onder je oksels, in je lies, ze flemen je met zoete woorden van vuurrode pluche.
Hun geknoopte dreadlocks hangen om hun hoofd als lianen. Hun armen van velours chiffon hechten zich als stengelranken om je heen. Ze weven een net om je heen. Het zijn feeksen in de huid van een bovenaardse apsonsee. Bovenaan half gelukzalige vrouw, onderaan halfwilde leeuwin van de woestijn. Hun tenen zijn puntige klauwen, hun weke blote buik is een curve, zacht en bruin als een golvende verwaaiende windduin. Bol puilen boven de overdadig gebloemde dunne kleedjes weke satijnen borsten uit hun beha, zwart en wiegend als donkere maanhelften in een hemel over de savanne.
De achtergebleven meisjes van het diepe zwarte continent, de donkerhuidige meisjes, de meisjes met het ebben vel, sinds enkele jaren op de Sukhumvit verdwaald. Op de loopbrug geklommen, over het meertouw geklauterd, in de stad verspreid zoals ratten uit het ruim van een aangemeerd schip ontsnappen. De laatste nomaden in de broeierige woestijn van Bangkok bij nacht. Vannacht weinig in trek, helaas.
Hier tussen Soi 5 en Soi 7 scholen ze samen en blijven op iets wachten tot het licht over de daken is geklommen. Ik ben eerste getuige. Grootmoedig ontfermen ze zich over de laatste dorstige zielen, de nachtbrakers, de schuinsmarcheerders. Ik ben de sausneger. Ik laat het me welgevallen.
Ze slepen grote groene flessen Chang voor iedereen bij en ijs en SangSom-rum of Mekhong-whisky, en ronde klare flesjes soda. Het is één grote familie hier op de boulevard, één groot feest. We drijven als op Pangea, omsloten door één oceaan – het enige continent vòòr de wereld verdeeld geraakte. En er heerst onder ons een filosofische overeenstemming. Het gaat om niets. Om een pad dat voor enkele meters tezamen loopt.
Ik, laatste dwalende falang, laat me bedwelmen en benevelen. De gelegenheid maakt de genegenheid. En zij hebben een meevaller: een piemel van alcohol doordrenkt geeft weinig ongemak.
Zacht overhaalt een negermeisje mijn redelijkheid, het zijn alleen haar vingers in mijn haar. Met een onweerstaanbare hardnekkige zoete dwang haalt ze mijn nek naar haar over. Ze luistert helemaal niet naar mijn onbruikbare woorden, mijn zoekgeraakte zinnen. Ze haalt me aan. Ten einde raad besluit ik mijn hoofd op haar brede trillende boezem te leggen, naar haar hart te luisteren, haar warmte te koesteren, me in haar geduld van woestijnbewoner te wikkelen. De wijze wil iets doen, de dwaze doet wat hij wil.

Een certificaat van echtheid Foto Adrian Callan: Bangkok Nana contrasten.
.…. een certificaat van echtheid….
Foto Adrian Callan: Bangkok Nana contrasten.

Van dit moment in een gelukzalige nacht ben ik de eerste getuige. Ik – dwaas! Op mijn gezag geef ik dit moment een certificaat van echtheid. Maakt me niet uit wat jij wil!
Maar nu, nu jij dit leest, steven ik op Soi 4 af voor een stevig falang-ontbijt met spek en eieren. Een gemiste kans dat je er niet bij bent. Je had de rekening voor me kunnen betalen.

Woordverklaring

– Afrikaanse schoonheden: Sinds enkele jaren zijn meisjes uit het Afrikaanse continent in Bangkok beland. Je vindt ze in de nacht vooral in de Nana-buurt. Het zou tegemoetkomen aan de verzuchting naar dikke borsten en billen. Niet zozeer door Thaise mannen gewild, maar in hoofdzaak door de toeristen die van over de hele wereld aanbelanden. In Pattaya is er zo ook een stevige implant van Oost-Europese vrouwen door de imput van wit te wassen Russische roebels.
Mondialisering en uniformisering van de smaak en wensen van mannen is een universeel economisch gegeven geworden zoals de Franse auteur Michel Houellebecq in een van zijn romans uit de doeken doet: het aanbod volgt de vraag over de hele wereld heen. Een aloud mercantiel principe. Toerisme, wereldhandel, politiek, multinationaal ondernemen en seks zijn onlosmakelijk en een economisch gegeven dat in alle delen van de wereld meer en meer homogeniteit vertoont. De consument kan overal ter wereld steeds meer gelijkvormige eisen stelt, inzake een hamburger maar ook inzake seks. Klassiek links, feministen, grote reisorganisaties nemen aanstoot aan zijn analyses, vooral als het om Azië of Thailand gaat. Schijnheilig gewauwel. Tijdens de voorbije Olympische Spelen zijn meer dan 200 000 meisjes naar Rio afgezakt. Tevens werden 48 condooms per atleet ter beschikking gesteld. Dan spreekt de garde niet over uitbuiting. Tegen het aura van atleten inkomen is niet sympathiek; tegen vermeende geilheid van oudere mannen wel.
– Apsonsee: Met het torso van een vrouw en het onderlijf van een leeuw hoort deze hemelse nimf en danseres thuis in de Thaise mythologie. Ook apsonsingh, singha is het woord voor leeuw. Er zijn enkele beelden in de Wat Phrae Kaew, Bangkok te vinden.
– Pangea: Oercontinent met alle werelddelen in één. Tezamen als één landmassa omgeven door één oceaan. Van 250 tot 210 miljoen jaar geleden en door de platentektoniek weer uit elkaar gedreven tot de huidige continenten. Door de aard was Pangea voor het grootste gedeelte een superwoestijn. Geologisch dus van heel recente tijd. Onze aarde bestaat al 4,6 miljard jaar. Huidig onderzoek leert dat er nog een ander supercontinent vòòr Pangea was, nl. Rodinia. Van ca. 1 miljard jaar geleden tot 750 miljoen jaar, toen het weer uit elkaar dreef. Alles dus nog niet zo gek lang geleden als je meet in een aarde-tijd.

Alphonse Wijnants
Over Alphonse Wijnants 26 Artikelen
Alphonse Wijnants is gewezen leraar en directeur van middelbare scholen. Voormalig copywriter. Heden: Ronddwalen in Zuidoost-Azië en kortverhalen schrijven over mensen en voorvallen aldaar.

2 Comments

  1. Dit lezen fascineert.
    De korte zinnen zijn elk heldere gebeurtenissen.
    Dit boeit, leert en maakt nieuwsgierig.
    Laat maar komen !
    Jaak Vliegen
    29 december 2016

  2. Ik begin te begrijpen waarom het zoveel tijd vergt voor je een verhaal als af beschouwt. Elke zin is een kunstwerkje, beeldrijk en doordacht, hoogzwanger van literaire spitsvondigheden. Vanaf de eerste twee zinnen dacht ik: “hoe bedenkt hij het?” en dat ging maar door zonder enige pauze tot het eind.

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.