‘Dat zeggen ze allemaal (eikel)’

De deur van het balkon heb ik tot op een kiertje opengedaan waar mijn rechterarm precies doorheen past. Tussen twee vingers van diezelfde arm klemt een sigaret. Als ik een haal wil nemen schuif ik de deur ietsjes meer open zodat mijn hoofd er ook door past, zuig de nicotine naar binnen en blaas de rook naar buiten. Vlug sluit ik de schuifdeur weer tot op het punt dat mijn arm niet wordt afgeklemd. Geen lol aan, om zo te roken, maar het moet maar.

Bert van Balen, Verwijskaart, eikel
De Stiekeme Roker

Van wie? Van mijzelf als notoire verslaafde, en van een vriend waarbij ik logeer en die zelf het roken al jaren terug heeft opgegeven. Vaak zijn ex-rokers de meest fanatieke antirokers en in staat je het huis uit te sodemieteren als je het waagt jouw verwerpelijke gewoonte door te zetten in hun omgeving. En er uitgesodemieterd worden is nou niet bepaald iets waar ik op wacht.

Het zou mijn dakloze status bevestigen wat tot gevolg kan hebben dat ik een mooie doos moet zien te vinden om deze vervolgens te verslepen naar een plekje achter het Centraal Station.

Door de glazen schuifdeur kijk ik recht in de hotelkamers van het Holiday Inn. Er worden gordijnen opengeschoven zodat er in omgekeerde richting een “Room with a View” ontstaat en je precies kunt volgen wat zo de gewoontes zijn van de verschillende nationaliteiten bij het aankleden. Rotterdam is populair bij de Aziatisch getinte toerist waarbij ik vermoed dat het vooral om Chinezen gaat.

Zeker tachtig procent van de gasten die logeren in het hotel is Aziatisch. Het geeft mij een vertrouwd gevoel. Mijn ogen zijn er aan gewend. Minder aan het beeld dat als zij het hotel verlaten en op een stenen muurtje zittend tegenover de hoofdingang een sigaret opsteken terwijl zij gekleed gaan in een winterse outfit gelijk aan avontuurlijke waaghalzen op Antarctica.

Bert van Balen, Verwijskaart, eikel
Zo hoort het ….

Dit hoort niet. Het vrouwelijk gedeelte, veelal jong, hoort strakke korte broekjes te dragen en luchtige niemendalletjes op het bovenlichaam. Terwijl zij roken, zittend op de ijskoude marmeren tegels van een verhoogd grasperk waarop in het midden een beeld, ontworpen door een kunstenaar met in mijn ogen een wat vertekende visie op vrouwelijk schoon, is het wachten op de minibus die hen waarschijnlijk naar Schiphol gaat vervoeren.

Dat was Holland. Dat was Rotterdam. De stad die je gezien moet hebben om zijn gewaagde architectuur. De stad die volgeplempt wordt met terrassen om vooral die ene zomerse dag niet mis te lopen waarbij de terrassen overvol raken met rokende mensen, lurkend aan een waterpijp of gewoon met een sigaret tussen hun vingers. De traditionele rokers zijn in de minderheid. De Turkse en Marokkaanse gemeenschap heeft de waterpijp ingevoerd en al lurkend verspreiden zij de zoete lucht van pijptabak. Is het eigenlijk wel tabak?

Rotterdam moet weer tot leven komen, is het adagium van het gemeentebestuur. Zo lijkt het althans. Meer mensen die in de binnenstad willen wonen. Laten we eens beginnen met terrassen. Laten we van de Coolsingel een boulevard maken. De stad zoveel mogelijk afsluiten voor het autoverkeer. Milieuzone. Verboden voor diesels ouder dan . . . Verboden voor benzineauto’s ouder dan . . . en scooters mogen blijven ook al veroorzaken zij meer schadelijke uitstoot.

Zestigduizend mensen moeten de binnenstad gaan bevolken. Zo is het streven. 60.000 mensen die nergens hun auto kwijt kunnen, tenzij zij kapitaalkrachtig genoeg zijn om een parkeerplaats te kopen in een parkeergarage. En voor zo’n plek betaal je ongeveer hetzelfde als voor een huis in Thailand.

Bert van Balen, Verwijskaart, eikel
Bouwput Rotterdam

Nog even en het oude vertrouwde beeld van Rotterdam als een grote bouwput is weer terug. Te beginnen met de Coolsingel die voor de zoveelste keer op de schop gaat nu men besloten heeft er een boulevard van te maken. Waar mensen in de toekomst kunnen flaneren over dit tochtgat, zoals elke winkelstraat in Rotterdam een tochtgat is, langs winkels die niks verkopen omdat de moderne mens zijn inkopen doet via internet en langs terrassen die op die paar zomerse dagen bevolkt zijn met waterpijp lurkende medelanders.

Vanwaar ik logeer kijk ik uit op de fontein op het Hofplein. Nog twee maanden en er wordt een groot podium op de fontein gebouwd. Ten behoeve van het zomercarnaval. Op het podium neemt dan een orkestje plaats dat sfeervolle zuid-Amerikaanse muziek ten gehore brengt. Zou je wensen tenminste. De ramen van de omliggende gebouwen zoals het Hilton zullen trillen vanwege de ongelooflijke tering herrie uit de vijfduizend watt speakers waaruit een monotone dreun wordt gekotst gelijk de heimachines die Rotterdam na de oorlog mee hebben helpen opbouwen.

Leuk wonen, in de binnenstad van Rotterdam. Ik moet er niet aan denken net zomin als dat ik er ook maar een moment over nadenk bij een eventuele terugkaar naar Chiang Mai, daar in de binnenstad te gaan huizen.

Een eventuele terugkeer. De vraag spookt door mijn hoofd. Naast nog een aantal andere vragen die om veel meer attentie vragen. Waar ga ik wonen? Hier in Nederland. Waar kan ik wonen. Dit is de meest prangende vraag. In een week tijd heb ik mij overal als woningzoekende laten inschrijven. Wachtlijsten, punten verzamelen, u moet veel geduld hebben meneer. En dat heb ik niet.

De kartonnen doos grijnst mij aan. De hele boel oprekken met ziekenhuisopname misschien. Per slot ben ik met ziekenhuizen aardig vertrouwd. In de eerste plaats met het RAM in Chiang Mai. Een plek waarin ik de halve winter heb doorgebracht en waar ik gek dacht te worden van het gestuntel van het personeel dat ik telkens moest onderwijzen over wat ik mankeerde.

Bert van Balen, Verwijskaart, eikel
Verwijskaart!

Terug in Nederland snel naar het Erasmus. Hier ben ik ook vertrouwd. Was ik, ontdekte ik. Liep ik vroeger gewoon naar binnen, vroeg een specialist te spreken en zat dan binnen een half uur bij hem in zijn kamer.

Nu? ‘Heeft u een verwijskaart van de dokter?’

‘Nee, ik verwijs mijzelf.’

‘U moet een verwijskaart hebben van uw huisarts.’

‘Mevrouw, ik weet wat ik mankeer, ik heb geen verwijzing nodig maar heel snel een infuus want ik zak door mijn benen.’

‘Ja, dat zeggen ze allemaal.’

‘Pardon.’

‘Ja, dat zeggen ze allemaal.’

‘Mevrouw ik ben niet allemaal. Ik vind uw opmerking tamelijk beledigend.’

‘Toch moet u een verwijzing hebben van uw huisarts.’

‘Mevrouw, als u mij niet wilt helpen strompel ik nu naar eerste hulp.’

‘Gaat uw gang meneer.’

Ineens vind ik het RAM in Chiang Mai met zijn schijnbaar eindeloze wachttijden voordat je een specialist te spreken krijgt, met altijd weer dezelfde vragen van een van de tien verpleegsters achter de balie waarbij de allerbelangrijkste vraag; ‘Do you have insurance,’ het beste hospitaal wat er bestaat. Ineens vind ik Chiang Mai de allerbeste plek om te wonen omdat hier geen wachtlijsten en punten systemen bestaan om een huis te huren. Je de auto overal kunt parkeren zonder dat je dat een Setang kost. Waar je je kritiek kunt uiten op altijd maar weer diezelfde vragen van het personeel in het RAM zonder dat zij boos worden en in plaats daarvan je alsmaar vriendelijk lachend blijven aankijken.

Wat doe ik toch in godsnaam hier in Holland waar de zomer zich afspeelde tussen zeven en dertien mei. Waar jonge meiden hier op straat, op de terrassen, in de restaurants er nu al uitzien als molenpaarden. Ouwe vieze man, een beetje naar jonge meiden kijken!? Ondanks de verlichting, het verworven recht op vrijheid van meningsuiting, het prat gaan op onze humanitaire betrokkenheid, het calvinisme is onuitroeibaar. Een soort kankergezwel wat van geen wijken weet.

Bert van Balen, Verwijskaart, eikel
Bert’s Ideale Vrouw

Waar komt u vandaan?’ Ik vermijd Thailand te zeggen. Het Verre Oosten moet als antwoord volstaan.

 

Foto personeel gezondheidszorg niet gerelateerd aan verhaal

Bert van Balen
Over Bert van Balen 453 Artikelen
†Bert van Balen (20 juni 1945 - 26 oktober 2018) verbleef een decennium lang regelmatig in Thailand, vooral in Chiang Mai. Bert leerde als autodidact van zijn hobby fotografie zijn beroep te maken. HIj was ook chauffeur, magazijnbediende, semi beroepszeiler, redacteur en journalist voor Kidsweek en flierefluiter. De reden tot zijn regelmatig langdurig verblijf in Thailand is terug te vinden in zijn boek: Hoera, ik heb kanker. Te bestellen via Bol.com

3 Comments

  1. En dan zij het mij vergeven toch nog even een klein commentaar op hetgeen Dick Otto zegt. In allereerste instantie heeft hij gelijk door de stellen dat hij met plezier in de flat naast het Hotel woont, zijn goed recht en goed dat het zo gevonden wordt ook al moet soms de werkelijkheid geweld ervoor worden aangedaan. Immers kritisch zijn – bijvoorbeeld op hetgeen waar je woont – is een houding die doorgaans nadelig zal uitpakken tenzij je voortijdig vertrekt. Maar ja, niet iedereen heeft daarin voortdurend zin en niet iedereen is ook in staat dat zo maar te doen los gezien van het financiële plaatje. Wat de Nederlanders in Thailand betreft (op een enkele na) zit hij er faliekant naast, het is niet het niks deugen doch de afstand die de dingen groter maakt en daardoor beter zichtbaar. Laat ik me beperken tot de Nederlandse architectuur zoals bedreven na het einde van de tweede wereldoorlog. Polderarchitecture zoals ik het noem: vlak en kaal, net zo veel water bij de wijn doen dat het nog wel die kleur draagt doch absoluut niet langer de smaak. Compromissen naar het schijnt om de massa van een dak boven het hoofd te voorzien. Een enkele buitenwijk maakt het verschil – Amersfoort is een lichtend voorbeeld – doch ook daar is er geen nieuw centrum van de grond gekomen zoals de oude binnensteden die kennen die hun aantrekkingskracht verre van hebben verloren. Rotterdam kent de pech dat zij haar oude binnenstad in een keer in vlammen zag opgaan en men er zonder enige vorm van sentiment iets moderns ervan heeft gemaakt; tochtgaten, een verwaaid het moet mooi zijn. Nu valt over smaak niet te twisten, maar wat men (doorgaans) in de oude binnenstad van Rotterdam heeft neergezet was als kind al een doorn in mijn oog. Dat het stadhuis in oude luister werd gerestaureerd is een kleine troost. Dat men de stad op de schop na de oorlog heeft aangetroffen is één. Wat men er toen van maakte zal nooit meer kunnen worden teruggedraaid hoe vaak en vervelend ook de zaak weer op de schop wordt genomen.

  2. Beste Bert,

    Ik leef met je mee, zeker nu ook ik ben getroffen door laten we het voorlopig een vervelende kwaal noemen, maar dat het RAM een superziekenhuis is moet ik een klein puntje aan zuigen. Ja, wanneer je een verzekering hebt, wellicht, anders wordt er werkelijk een vel over je oren getrokken voor weinig zoals mij in het Lanna is overkomen (onderdeel RAM). Hoe dan ook, ik ben nu onder behandeling in het Suan Dok, een zelfde instituut waarvoor ik ruim zevenentwintig jaar heb mogen werken (UMC). Nee, helaas niet als arts, dan ware ik mijn eigen geneesheer geweest en had van de chaos voor je aan de beurt bent geen hinder ondervonden. Het hoort er bij en nu ik weet dat het zo is moet je het gelaten ondergaan, een dagje ziekenhuis wordt bijna een dagje uit: patiënten kijken….

  3. is wel een heel negatief beeld van Rotterdam maar dat ik bekend van Nederlanders die in thailand wonen ineens deugt er niks meer van ik woon ik woon in de flat naast het hotel 31 jaar al weer met veel plezier

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.