Damestasje en de kunst van beledigen

Willem Hulscher, Damestasje

DAMESTASJE

Willem Hulscher

Vandaag kreeg ik een klap van een damestasje – en het deed me goed! Ik stond met een mij onbekende expatdame en nog wat mensen in de lift van Central. Die dame was duidelijk in de kracht van haar leven, maar ook ruim voorbij de bloei van haar leven.

Ze praatte luid in haar mobieltje, nee, praten is niet het goede woord, ze stond te roepen, te schreeuwen. Ze had haar telefoontje op haar borst hangen en dan moet je hard praten, maar zo’n kabaal als zij maakte had ik nog nooit meegemaakt. Het kwam niet bij haar op dat ze anderen stoorde. De Thais vluchtten op de eerstvolgende verdieping de lift uit en ik bleef alleen achter met die vrouw. Ze trok zich niets van mij aan. Dat zinde me niet.

Ik begon haar nadrukkelijk aan te kijken, maar dat leek niet tot haar door te dringen, ze bleef voor zich uit tetteren. Het knalde door de lift, misschien wel door het hele gebouw. Het was niet te verdragen. Ik ging recht voor haar staan en keek haar frontaal aan: geen enkel resultaat. Dan kruipt mijn adrenaline omhoog. Instinctief pakte ik tussen duim en wijsvinger een knoop van mijn bloesje en deed net alsof dat mijn mobieltje was.

Ik schreeuwde tegen mijn knoopje: “What? I cannot hear you. What, what? No in a lift, but there is a woman here shouting. What? No, not to me, I guess to her husband. What? What? Beautiful? Ha, ha, no way man! Think of an elephant with lipstick!”

Willem Hulscher, Damestasje

Op dat moment kreeg ik die klap van haar tasje. Auw! Nog een geluk dat het niet de klap van een olifant was.

Ja, zo had het kunnen zijn, zo had het moeten zijn! Ik had die klap graag verdiend. Maar ik, sukkel, heb geen woord gezegd. Ik ben stilletjes die lift uitgestapt en bedacht pas later wat ik had kunnen doen.

De kunst van het beledigen

Genoeg over dat damestasje, ik wil het nog even hebben over beledigen als kunst. Daar denkt u misschien niet zo vaak over na, maar ik wel. Bijvoorbeeld de kunst om subtiel te beledigen. Een mooi voorbeeld geeft Annie Romein-Verschoor in haar memoires. Zij zit met een andere moeder te kijken naar de balletles van hun dochtertjes, meisjes van dertien. Annie’s dochter is bepaald niet de mooiste van het groepje, veel te spichtig en te bonkig. De andere moeder buigt zich naar Annie en zegt: “Dat dochtertje van u, een en al geest hè?”

Er bestaat ook de vorm van ingekleed beledigen. Een mooi voorbeeld vind ik die voetballer die aan de scheidsrechter vraagt: “Scheids, kun je ook een gele kaart krijgen voor wat je denkt?” De scheidsrechter antwoordt: “Nee hoor, maak je daar maar geen zorgen over.” Dan zegt de voetballer: “Gelukkig, want ik dacht net wat bent u toch een hondenlul.”

Grof beledigen, daar zijn wij Hollanders goed in. Wij zeggen bijvoorbeeld ronduit: “Ik vind je achterbaks!” Maar je had je punt ook kunnen maken door te vragen: “Ben je niet bang dat mensen je achterbaks vinden?” Nee, wij zeggen het liever recht voor z’n raap.