Cultuurprikkels. F-mens achteraan aansluiten graag, we willen geen boze gezichten

Hans Geleijnse, Farang, Cultuurprikkels, Rij

Buitenlander in een vreemd land. Noem het maar Thailand. Die status blijft een bron van inspiratie voor veel F(arang)-mensen. Ook voor mij, want het is een leerzame ervaring. Niets is helemaal vergelijkbaar, maar in zekere zin kunnen blanke huidjes in Thailand tegen dezelfde vooroordelen oplopen als niet-blanke huidjes in onze Europese geboortelanden. Een vreemde eend in de bijt, opvallend door huidskleur en ander gedrag.

Wie zoals ik vaak met het openbaar vervoer reist dan wel te gast is op publieke plaatsen als staatsziekenhuizen, banken en scholen heeft dit misschien ook wel eens gedacht: waarom komt er niemand op de lege plek of stoel naast me zitten terwijl het toch zo druk is. Het is mij geregeld overkomen, in de metro, de bus, de skytrain, de song taaw, de wachtkamer, het schoolfeestje. Aan toeval geloof ik niet meer. Zou ik stinken of er werkelijk zo afzichtelijk uitzien als ik denk, overpeinsde ik, als ik weer een dame (vooral vrouwen ja) zag loeren naar een andere zitplaats en indien niet aanwezig zich staande houden tussen de soortgenoten.

Laten we een paar zaken uitsluiten. Als ik me in een hoerige bar in Pattaya op een barkruk plant, blijft er geen zitplaats naast me onbezet. Maar ook onder ‘gewone mensen’ gedraag ik me niet vreemd, arrogant, onbeschoft, ben slecht gekleed of het onwelriekende bewijs dat ik maar één keer per week onder de douche stap. Ik lach doorgaans vriendelijk naar mijn Thaise medemens, laat dames altijd voorgaan, speciaal op de trap, en staar naar niemand. En dan gaat er plotseling weer weer een tipje van de cultuursluier.

Hans Geleijnse, Farang, Cultuurprikkels, Rij

Gezellig onder elkaar kan natuurlijk ook,,,
Foto van Fivestar Vagabond

Ik maak met een mij behandelend specialist een afspraak voor onderzoek en een bijbehorende scan. De specialist werkt zowel in een staats- als in een privé-ziekenhuis in mijn omgeving. De beide ziekenhuizen liggen ongeveer 50 km uit elkaar. De enige reden dat wij een afspraak maken in het privé-ziekenhuis is dat men daar de apparatuur heeft waarover het staatsziekenhuis niet beschikt. (Terzijde: op zichzelf is dat al een schande, want in dat staatsziekenhuis worden dagelijks misschien wel tien keer zoveel mensen behandeld als in het privé-hospitaal. En dus niet onderzocht met adequate apparatuur.) Ik meld me op de afgesproken tijd in de privé-domeinen en wacht een uur. Het wordt later en later, uiteindelijk ben ik nog de enige klant, dus er moet iets mis zijn.

Ik ga naar de balie, waar ik eerder ben ‘ingecheckt’, en de formaliteiten als bloeddruk opmeten en nog wat andere zaken heb ondergaan. Maar u hebt helemaal geen afspraak, zegt een van de zes baliedames. Na wat heen en weer gepraat blijkt de dokter met wie ik een afspraak heb nog in haar andere werkomgeving te zijn. U moet een nieuwe afspraak maken, zegt een van het zestal beslist. Daar voel ik niks voor en ik stel voor dat we de scan doen en dat ik me met het resultaat wel in het staatsziekenhuis zal melden.  Stilte. Dan zegt een andere van het zestal dat dit misschien wel een goed idee is en ze belt de arts. Die stond net op het punt in haar auto te stappen om haar enige patiënt vijftig kilometer verderop te gaan bezoeken. Prima idee, laat hem morgen maar om 2 uur bij me langskomen, vertelt ze het baliepersoneel.

De volgende dag ben ik, toegegeven een beetje uit m’n hum door een lekke band onderweg, op de afgesproken tijd in het staatsziekenhuis. Het is er zoals gewoonlijk loeidruk. Ik trek de aandacht van de arts die net een gesprek afrondt met een patiënt. Aha, zegt ze en neemt de enveloppe met de scanpapieren in ontvangst. Dan zegt ze: het is zeer druk, u moet nu wel wachten, ik schat een uur of twee. Geen ‘sorry’ voor gisteren, evenmin ‘ik help u zo snel mogelijk, neemt u even plaats’, nee achteraan aansluiten en twee uur wachten. Ik voel woede in mij opstijgen en zeg zo beheerst mogelijk dat ik hier helemaal niet had moeten zijn als zij zich aan de afspraak van gisteren had gehouden. Ze kijkt me met grote ogen aan en zegt, ok, ok, gaat u maar, ik bel u nog wel.

Tot mijn grote verrassing word ik diezelfde avond inderdaad door haar gebeld. Ze is nog steeds in het ziekenhuis aan het werk. ‘Sorry sorry, het was mijn fout’, klinkt het. ‘Maar u moet begrijpen, als ik u voor had laten gaan had ik boze gezichten gekregen. Dan zouden de mensen denken, ah, zie je wel, die farangs krijgen weer een voorkeursbehandeling. Omdat ze geld hebben. En misschien zouden er wel mensen een klacht indienen.’

Ik zwijg verbijsterd en zeg dan dat ik het helemaal begrijp. En bedank haar voor het telefoontje. Volgende week nieuwe afspraak zegt ze, want die scan is niet helemaal ok en dan behandel ik u meteen. Moordwijf denk ik, en bedank haar nogmaals hartelijk.

Je kunt dit, toegegeven, wegzetten als peanuts. Maar dit komt van een hoogopgeleide Thaise, die weet hoe andere Thai (kunnen) denken. Ik heb er een eerdere ‘cultuurprikkel’ en de reacties eronder nog eens op nageslagen. Als het geen Engels was zou ik zeggen, food for thought.

Deze pagina delen

  • Delen op Facebook
  • Delen op Twitter
  • Delen op LinkedIn
  • Delen op Google+
 

Lees ookgerelateerde berichten

Eén reactie

  1. Zou het door het stereotype komen? Oudere farang (mag ik nog bejaarde zeggen?) , iets wat overgewicht. Tja dat past dan heel goed in het straatje barkruk zittende *vul zelf maar in*. Zit er nog een Aziatische dame naast dan moet dat wel zijn teerak of speeltje van de dag zijn.

    Ik zie ze dat zomaar denken. Er zit een vreemde vogel, daar kun je maar beter minstens een halve meter van dan blijven. Mijd die bejaarde buitenlander, dat hoofddoekje, chocolads bruin persoon of die tulbanddrager.

    Fout? Zeker want dan scheer je mensen over 1 kam. Zonder enig bewijs of objectief denken. Rationeel is het het niet, plezier of goed te praten evenmin. Maar dat ontwijken van mensen die in een gestigmatiseerd hokje te plaatsen zijn, het gebeurd. Als jongeling heb ik nog geen laat gehad dat er geen Thai naast mij plaats wou nemen in het OV, maar wie weet als ik later een grijze kop heb of op een andere manier ga lijken op iemand uit een gestigmatiseerd hokje.

Reageer

E-mail (wordt niet gepubliceerd)