Het Verhaal van de Week. Christmas Down Under

De thermometer in de auto gaf 380 Celsius aan, een ongebruikelijk hoge temperatuur voor Wales. We hadden er genoeg van en zochten een plek voor onze tent. Ik stuurde onze bolide langs een platgereden konijntje, zijn oor rechtop, alsof het uit het wegdek groeide. Bij het passeren wapperde het heen en weer, alsof het ons een goede reis wenste.

‘Camping,’ riepen we allebei tegelijk bij het zien van het verweerde bordje. Ik reed de talud af en stopte op het erf van een boerderij. Op de grond lag een kettinghond in de brandende zon, van enige waakzaamheid geen spoor. In zijn hok schuilden een drietal forse legkippen en een haan, die ons met scheve kop arrogant aankeek.

Uit de stal kwam de boer, een kleine man met grijs haar, gekleed in een zwarte broek en een kiel met opgerolde mouwen. ‘Of we konden kamperen,’ vroegen wij. Hij knikte en gebaarde, dat wij achter hem aan moesten rijden. Hij floot schril op zijn vingers waarna zijn sheepdog kwam aanrennen, een plakkerig beest onder een zuil vliegen, die zich synchroon met hem mee verplaatsen.

Op het kampeerterrein graasde een twintigtal schapen, die de boer verweidde naar een belendend perceel. Met een royaal gebaar verleende hij ons doorgang. Ik parkeerde de auto langs de beek, stapte uit en voelde mijn slipper glibberen. Een schapenkeutel krulde zich sierlijk om mijn tenen. ‘Shit,’ riep ik,’ moet je zien,’ maar Annie, mijn vrouw, dochter van een leraar veeteelt, pakte een vuilniszak en met de haar zo kenmerkende vaardigheid ruimde zij de keutels van het veld.

Langs het kabbelende water, in de schaduw van een oude boom waar ’s morgens in de vroegte een kolonie mussen tsjilpend en kwetterend ruzieden, was het goed toeven. We wandelden door de velden over public footpaths, bezochten de sheepdog trial en dronken een pint in de plaatselijke pub.

De vakantie liep ten einde. We braken de tent op en klopten aan bij de boerderij. De boer kwam naar buiten met zijn vrouw.
‘Hoeveel dagen hebben jullie hier gestaan?’ vroeg hij.
‘Eenentwintig,’ antwoordden wij na enig nadenken.

Hij knikte naar zijn vrouw en wreef heimelijk zijn duim langs zijn wijsvinger, alsof hij geld aan het tellen was. Wij vreesden het ergste, maar de verrassing kon niet groter zijn.
‘Dat is dan eenentwintig pond,’ zei de boer in zijn nopjes.
Beduusd gaven wij hem het geld.
Thank you,’ zei hij en vervolgde ‘ik heb een vraag: vieren jullie in Holland net als wij het kerstfeest in december?’
We do,’ antwoordden wij.
Hij staarde peinzend voor zich uit en zei: ‘Wisten jullie, dat ze down under in Australië kerstmis in de zomer vieren?’

Chris Ebbe, Het verhaal van de Week, Christmas down under
Bron: WallpaperMania.eu

 

Chris Ebbe
Over Chris Ebbe 204 Artikelen
Chris Ebbe, vader van twee dochters, grootvader van drie kleinkinderen. Chris is begonnen als onderwijzer, werd daarna leraar biologie en decaan aan een middelbare school in Spijkenisse. Heeft evenals zijn vrouw, kunsthistorica, een brede belangstelling voor alles wat te maken heeft met stad en platteland, mens en natuur, kunst en architectuur. Werkt, gewapend met familieverhalen en na genealogisch onderzoek, aan een roman.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*