Chart Korbjitti: Profiel & Een Oude Vriend


Profiel

Tino Kuis, Chart KorbjittiChart Korbjitti (Thais: ชาติ กอบจิตติ) is een bekende Thaise schrijver. In 1969 in Samut Sakhon provincie geboren schreef hij zijn eerste verhaal op zijn vijftiende. Hij stichtte zelf de uitgeverij ‘Howling Books” waar al zijn boeken zijn uitgegeven. ‘Ik verkoos het schrijverschap en wijdt er mijn hele leven aan’, zei hij eens.

In 1981 won hij met zijn boek ‘The Judgement’ de S.E.A Write Award en in 1994 nog eens met het boek ‘Time’. Zijn verhalen zijn vaak somber, ze beschrijven de tragiek van de condition humaine, zijn maatschappijkritisch en in heel verschillende stijlen geschreven.

Het korte verhaal ‘Een oude vriend’ is daar een voorbeeld van. Het is geschreven tegen de achtergrond van de gebeurtenissen op 6 oktober 1976 toen honderden studenten op het terrein van de Thammasaat Universiteit op gruwelijke wijze werden verkracht, gemarteld en vermoord door rechtse paramilitaire organisaties.

Duizenden studenten vluchtten daarna naar de al bestaande communistische basissen in het Noorden en het Noord-Ooosten. Velen keerden vroegtijdig bitter teleurgesteld terug en in 1981 zorgde een algemene amnestie er voor dat allen het oerwoud verlieten. Velen van deze ex-communisten vervullen nu functies op de universiteiten, in het zakenleven en aan beide kanten van het politieke spectrum.

Dit is een link naar een video die beelden laat zien van de slachting van ongewapende studenten op de Thammasaat Universiteit 6 oktober 1976. Niet voor de weekhartigen!

Het verhaal ‘Een oude vriend’ staat in:
Chart Korbjitti, An Ordinary Story (and others less so), Howling Books, 2010

Andere vertaalde boeken van zijn hand:

The Judgement
Time
Mad Dogs & Co
No Way Out
Carrion Floating By

De laatste twee heb ik ook gelezen en zijn zeer de moeite waard.

 

 

Tino Kuis, Chart Corbjitti. Profiel, Oude Vriend

Een oude vriend

Chart Korbjitti

San kan zijn ogen niet geloven. Hij kan niet geloven dat die man, leunend tegen een tamarinde temidden van een aantal toeschouwers, Tui is, zijn oude vriend Tui.
Maar het is waar, ontegenzeggelijk waar.

Het is moeilijk te zeggen of het nu het noodlot is of gewoon toeval, maar als San niet had besloten een wandeling te maken over de Rachadamneun had hij Tui nooit ontmoet, en hij kan niet besluiten of deze ontmoeting nu geluk of ongeluk zal brengen. Hij staat daar sprakeloos, alsof zijn hersenen elk moment kunnen onploffen.

Een uurtje geleden verliet hij de uitgeverij aan de Tha Phra Chan. Zijn ontwerp voor de omslag van een theetafelboek was juist goedgekeurd en hij had een cheque ontvangen voor zijn werk, die lag nu aangenaam in zijn tas. Zijn werk zat er op, hij hoefde zich niet meer te haasten. Hij haatte de verkeersopstoppingen rond deze tijd als iedereen tegelijkertijd naar huis wilde, en hij wilde niet als een hoopje ellende in een overvolle en voorkruipende bus gaan zitten. In plaats van een taxi aan te roepen besloot hij de tijd te doden totdat het verkeer afnam.
San dronk nooit in zijn eentje en hij zette de gedachte aan een koud biertje en gegrilde eend in de zaak om de hoek bij de boekwinkel van zich af. Terwijl hij moest wachten op de uitgeverij had hij al de ronde gemaakt langs alle boeken, en hij twijfelde nu wat te doen.

Opeens schoot het beeld van de Rachadamnoen door zijn hoofd, de kinderen die vliegers oplieten en de mensen die in de vroege avond ontspannen neerzaten, iets wat hij al jaren niet had gezien.
Toen hij de Rachadamnoen opliep zag hij een groep mensen kijken naar iets onder een tamarinde. Hij liep er langzaam naar toe om te kunnen zien wat er zich afspeelde.
Wat hij zag was Tui, zijn oude vriend.

‘Jij rotzak! Hoe kan je dat nou doen!’ schreeuwde een woedende Tui tegen San toen hij hoorde dat San van gedachten was veranderd en niet mee het oerwoud wilde invluchten, zoals afgesproken.
‘Ik kan echt niet gaan. Mijn moeder voelt zich niet goed. Ik moet naar huis’, loog San tegen zijn vriend hoewel hij voelde dat Tui die leugen ook begreep, en hij zelf wist dat hij smoesjes bedacht omdat hij bang was.
‘Succes, het beste!’ San gaf zijn vriend een stevige handdruk toen hij de trein instapte.
‘Er komt zeker een razzia, weet je. Dat heb ik uit een goede bron. Geloof me. Loop niet in een val, blijf buiten die betogingen’. Tui drukt San’s hand voor de laatste keer.
San ziet Tui verdwijnen in de treinwaggon, zijn rugzak over zijn schouder.

Tui verdween in het oerwoud op 1 oktober 1976.

Gewaarschuwd voegde San zich de volgende dagen niet bij de betogingen. Hij koos er voor alles gade te slaan vanaf de Rachadamneun. Ongelukkig genoeg is hij op 6 oktober getuige van verschrikkelijke misdaden, gepleegd op klaarlichte dag onder het oog van vele toeschouwers, wreeedheden zelfs begaan aan lijken die werden geschopt en geslagen en tot moes verwerkt. Deze beelden blijven hem achtervolgen tot de dag van vandaag.
Op die dag werden verschillende van San’s kameraden gearresteerd; sommigen werden vermoord. San had het geluk niet zelf te worden opgepakt.

Hij was Tui dankbaar voor de waarschuwing. Als hij die dag op de besloten binnenplaats van de Thannasaat Universiteit was geweest was hij ook in moeilijkheden gekomen en misschien had hij wel zijn leven verloren.
San kon de vraag niet van zich afzetten hoe Tui had geweten dat die dag de vrijheid zou worden neergeslagen . Dat betekent dat er mensen waren die het wisten. Maar niemand op die binnenplaats wist het tot het te laat was.
Pionnen blijven altijd pionnen. En pionnen worden altijd het eerst opgeofferd.

Tui verdween in het oerwoud voor zo lang dat San’s herinnering aan hem begon te vervagen. In die tijd maakte San zijn studie af, vond werk en nieuwe vrienden waarmee hij een prettige tijd doorbracht.

Op een dag kwam Tui weer te voorschijn. Omdat ze elkaar al zo lang niet hadden gezien nodigde San Tui uit om ergens wat te gaan drinken maar Tui weigerde. San begreep het niet want toen ze nog samen studeerden pakten ze samen vaak een biertje, maar nu weigerde Tui hoezeer San ook aandrong. Tui had het drinken opgegeven. Hij was nu een model partijlid. Hij zag er anders uit, praatte voorzichtig en indrukwekkend, op zijn woorden lettend alsof hij bang was geheimen te verklappen aan zijn vriend.

Terwijl de guerrilla in het oerwoud voortduurde kwam Tui San af en toe opzoeken en iedere keer gaf San Tui wat zakgeld.
De brand in het oerwoud doofde uit en liet alleen wat as en rook na, en iedereen daalde af uit het oerwoud. Maar Tui kwam San niet opzoeken zodat San zich soms afvroeg op het model partijlid misschien dood was.

Op een dag dook Tui toch weer op bij San’s huurwoning. Tui was dronken, hij stonk naar bier en was versloft alsof hij zich al dagen niet had gewassen. Nu was het Tui’s beurt om San uit te nodigen voor een drankje. Die nacht stortte Tui zijn hart uit. Hij was totaal teleurgesteld in de Partij en in het Volk. Het leek alsof het flonkerend paleis van zijn verbeelding voor zijn eigen ogen in scherven was gevallen.

Vanaf die nacht zocht een dronken Tui San op als hij in de buurt was en hij praatte alleen over het verleden. Toen hij het oerwoud verliet was alles anders geworden, zelfs zijn vrienden waren niet meer dezelfden als voorheen.
San dacht dat Tui nog steeds niet in staat was zich aan te passen aan het gewone stadsleven. Hij had te lang in het oerwoud doorgebracht, zoals zo veel anderen, en hij had meer tijd nodig.

Iedere keer als Tui genoeg had gedronken begon hij te keer te gaan tegen de partij en vervloekte hij allelei kameraden en leiders. San begreep hoe bitter Tui was over wat er was gebeurd maar hij kon niets voor zijn vriend doen behalve hem aanmoedigen werk te vinden. Tui echter was niet afgestudeerd.

San herinnerde zich dat de laatste keer dat Tui hem dronken opzocht hij niet doorzeurde over de guerilla strijders en de partij zoals anders. Die nacht bleef hij maar zijn oude kameraden uitschelden die teruggekeerd waren in de schoot van de maatschappij en die zich vervolgens nog erger gedroegen dan bonafide kapitalisten. Hij was volledig teleurgeteld in zijn oude kameraden die zijn laatste toevlucht waren. Hij was als een man die telkens weer hoop had moeten opgeven en nu alles had verloren.

De volgende morgen ontdekte San Tui liggend op de mat voor de badkamer.

Daarna zag San Tui niet meer terug. Af en toe hoorde hij iets over hem: Tui dronk nog steeds en zwierf wat rond zonder werk.
Het laatste wat San vernam was dat Tui teruggekeerd was naar zijn geboortedorp en gestopt was met drinken. San wist niet of het waar was maar hij was toch blij voor zijn vriend.
Maar dat was ruim tien jaar geleden.

San baant zich een weg door de toeschouwers om meer zekerheid te hebben.
Maar er is geen twijfel: het is inderdaad Tui.

Tui zit huilend tegen de stam van de tamarinde geleund. Soms staat hij op en kijkt naar boven terwijl hij in een soort gemompel de namen van zijn vroegere kameraden vervloekt. Hij draagt een wit overhemd netjes in zijn broek gestopt en leren schoenen en ziet er uit net als u en ik. Als je hem zo ziet zou je niet geloven dat hij gek is. San denkt dat er daarom zoveel mensen het schouwspel gadeslaan.
San staat daar te luisteren naar de mensen naast hem. Een vrouw die flessen drinkwater verkoopt zag hem al ‘s morgens daar rondhangen, afwisselend huilend en lachend.
San staat daar een lange tijd toe te kijken voordat hij moet erkennen dat het werkelijk zijn oude vriend Tui is.
San denkt dat, als Tui zou kunnen begrijpen wat hij gaat zeggen, hij Tui mee zou kunnen nemen naar zijn huis om de volgende dag een ziekenhuis te bezoeken. Maar dan ziet hij zijn vrouw en zoon voor zich. Waar moet Tui slapen? Hun huis is nogal krap bemeten. En wat als Tui het ‘s nachts op een schreeuwen zou zetten, de buren zouden er niet blij mee zijn. San is even het spoor bijster. Hij vraagt zich af wat te doen met Tui. Hij besluit eerst eens te zien hoe gek Tui is voordat hij andere stappen onderneemt.

Hij wil naar Tui toegaan om hem te begroeten maar durft niet goed, hij geneert zich met al die blikken op hem gericht.

San kijkt op zijn horloge, al na negenen. Het verkeer zal al wel zijn afgenoemen maar San gaat nog niet naar huis. Er staan nu nog een vijftal mensen naar Tui te kijken die maar blijft schelden, lachen en huilen.
‘Zou iemand me willen helpen hem naar een ziekenhuis te brengen?’ vraagt San aan een paar omstanders waarmee hij net had gesproken over Tui’s toestand.

Een man draait zich om en staart San aan alsog hij niet kan geloven dat er een dergelijke vraag wordt gesteld.
‘Ik ben niet vrij. Ik heb nog wat verplichtingen’, zegt hij en wandelt weg. Ook de anderen sluipen weg zodat San alleen achterblijft met Tui onder de tamarinde.
San besluit naar Tui toe te gaan. Tui kijkt omhoog langs de stam de boom in terwijl hij verwensingen mompelt naar zijn oude kameraden die terug gekeerd zijn in het gewone leven; hij noemt de namen van zakenmensen en politici, scheldt ze overvloedig uit en verklapt wat biografische gegevens over hen.

‘Tui? Kalmeer alsjeblieft, wil je’. San heeft heeft besloten het geprevel van zijn vriend te onderbreken, maar Tui blijft vloeken zonder aandacht aan hem te besteden.
‘Ze zijn de rechtvaardigheid vergeten. Ze zijn de mensen vergeten waarvan ze zeiden dat ze zich er om zouden bekommeren. Vandaag de dag graaien ze ook mee. Jullie klootzakken zijn niet anders dan de klootzakken die jullie vroeger veroordeelden. Loop naar de bliksem en word niet herboren’.

‘Tui? Tui! Ik ben het, San. Kun je me voor de geest halen?’ San wil de arm van zijn vriend vast pakken om hem door elkaar te schudden maar hij durft niet.
Tui blijft in zichzelf mompelen zonder op San te letten. San denkt dat Tui waarschijnlijk niemand meer herkent, zich niemand herinnert, zelfs zichzelf niet.
‘Tui? Tui! Tui?’ San probeert het nog een keer zonder dat er iets gebeurt en San geeft het op.
Tui kijkt nog steeds al vloekend de boom in alsof San’s stem hem niets kan schelen.

Het zou erg moeilijk zijn Tui zelf helemaal alleen naar een ziekenhuis te brengen. San kijkt nog een tijdje naar zijn oude vriend die hem niet meer herkent.
Hij besluit terug te wandelen naar de Tha Phra Chan.
Terwijl hij wat slokjes neemt van zijn sinaasappelsap en wacht op de bestelde khaaw pat bedenkt hij opeens dat hij beter een taxi had kunnen nemen in plaats van te wandelen. Hij is bang dat Tui weg rent. Als hij dan terug komt en Tui is er niet meer dan heeft Tui niets te eten.

San stapt uit de taxi met zijn twee doosjes eten en twee flessen water en gaat meteen naar de tamarinde. Hij voelt zich wat beter als hij Tui ziet die met hangend hoofd tegen de tamarinde aanzit. Hij is blij dat hij nog op tijd is. Als hij naar Tui toe wandelt vraagt hij zich toch wat verslagen af of dat eten en dat water wel genoeg is om Tui te helpen.
‘Tui! Tui!’, roept hij naar zijn vriend.
Maar Tui heeft het te druk met huilen en snikken.
‘Hier Tui, ik heb wat eten voor je gekocht. Eet nou iets, misschien ben je dan minder kwaad en verdrietig’.

San zet het eten en het water aan de voet van de tamarinde, naast Tui, zijn oude vriend die maar blijft huilen.
‘Het ga je goed, mijn vriend’, zegt San op het laatst zachtjes tegen dat lichaam. Hij draait zich om en loopt weg. Is dit nu alles wat ik voor mijn vriend kan doen, denkt hij nog bij zichzelf.
Hij roept een taxi aan om naar huis te gaan, denkend aan zijn vrouw en kind. Als hij gaat zitten in de taxi draait hij zich nog even om en slaat een laatste blik op Tui.

Tui’s donkere schaduw zit er nog steeds, huilend onder de tamarine, helemaal alleen.

 

 

Eenmalige service-mededeling: Een Oude Vriend werd eerder door Tino Kuis gepubliceerd op Thailandblog. Deze link aanklikken geeft overzicht van totale produktie van Tino Kuis op dat blog, inclusief andere vertaalde verhalen van Thaise schrijvers.

 

 


Tino Kuis
Over Tino Kuis 135 Artikelen
Tino Kuis. gepensioneerde huisarts, woont in Zutphen. Na zijn opleiding werkte hij drie jaar als tropenarts in Tanzania en daarna vijfentwintig jaar als huisarts in Vlaardingen. Hij heeft in Nederland drie volwassen kinderen. Tino verbleef van 1999 tot 2017 in Thailand. Zijn 18-jarige Thaise zoon studeert in Chiang Mai. Tino heeft zich gespecialiseerd in Thaise taal, cultuur en geschiedenis.