Cambodja: Tempelmoe bij wereldwonder Angkor Wat

Bert Vos, Te gast in Cambodja
Angkor Wat

De hitte is intens en dringt door tot in al mijn vezels. Ik heb net het wereldwonder Angkor Wat bij Siem Reap bezocht. Ik loop de stenen trap af aan het begin van de brug die naar de tempel leidt en verlaat het terrein. Er zit echter een gat in mijn oververhitte brein. Geen idee wat ik heb afgesproken met mijn tuk-tuk-chauffeur waar hij op mij zou wachten. Ik knijp mijn ogen halfdicht tegen het scherpe zonlicht en probeer in de verte te kijken.

Een eind verderop staan plukjes tuktuks met hun berijders loom op de bank in de schaduw van een verzameling bomen gebroederlijk bij elkaar. Maar mijn ‘driver’, die Soewan heet, in zijn rood geblokte blouse is daar ook nergens te vinden. Ik baal van de meedogenloze zon, de drukte om mij heen van de logge stroom bezoekers die de toegangsweg naar de hoofdingang aflegt en verlang naar een koude douche. Mijn wijzer van mijn humeurklok slaat driftig naar negatief en ik wil terug naar de koelte van een terras. Terwijl ik nog een heel programma voor de kiezen heb.

Angkor Wat

Als je naar Cambodja gaat moet je haast wel naar Angkor Wat en andere belangrijke tempels in de buurt. Vond ik toen ik naar Cambodja afreisde. Net als de piramides in Egypte en de Boeroeboedoer in Indonesië. Van de vele ruïnes in dit deel van Cambodja was Angkor Wat het administratieve en bestuurlijke centrum van het Khmer rijk. Gebouwd  ter ere van de Hindoegod Vishnu tussen 1113 en 1145 door de God-Koning Suryawarman. Hiermee wilde hij zijn status als meest rijke en machtige heerser bevestigen.

Maar eerlijk gezegd geloof ik het op een gegeven moment wel: dat het de voornaamste tempel was, dat toentertijd Khmerkoningen heersten over grote delen van het huidige Vietnam, Laos, en Thailand en de zeldzame architectonische schoonheid volgens de Lonely Planetgids je fantasie te boven gaat. En dat het de grootste etagepiramide is in Zuidoost-Azië, met zijn maximale hoogte van 65 meter. Kortom, je wordt bijna verplicht om het een fantastische ervaring te vinden als je dit werelderfgoed betreedt.

Khmerrijk

De hoofdstad Angkor van het Khmerrijk schitterde van 802 tot 1432 met in zijn glorietijd een miljoen inwoners. De heersers besloten na herhaalde aanvallen en plunderingen van legers van het Koninkrijk Ayuthaya (Thailand), de hoofdstad te verplaatsen naar wat nu Phnom Penh is. De houten huizen en de tempels werden door de ondoordringbare jungle opgevreten en terugveroverd. Het rijk verdwaalde in de geschiedenis. De godshuizen werden leeggeplunderd, de stenen voor eigen gebruik meegenomen. In 1868 herontdekte een Franse expeditie de overgroeide ruïnes en gaf ze terug aan de wereld. Sindsdien worden de honderden tempels in het gebied gerestaureerd.

6000 olifanten

Foto: Bert Vos

Ik wandel met de massa richting tempel. De vele monniken in hun oranje pijen maken er een kleurrijk geheel van. Een fragiel vrouwtje, dat de Rode Khmer overleefd heeft, zit op de grond bij een muurtje. Ze draagt kleren die er zwart van het vuil uitzien, haar voeten zijn vies en ze is tandeloos. Ze verkoopt flesjes water aan dorstige toeristen maar heeft weinig klandizie. De ogen van de voorbijgangers zijn meer gericht op de majestueuze tempel die wenkt en steeds groter wordt naarmate ze dichterbij komen bij het indrukwekkende gebouw. Maar de reactie die ik had verwacht van mezelf, een ‘oh en ah’ en ‘oeps, wat schitterend’, blijft uit. Het enige wat ik denk is ‘hoe hebben ze dat nu geflikt?’ Maar met driehonderdduizend arbeiders, 6000 olifanten en 32 jaar de tijd kom je natuurlijk een heel eind is mijn nuchtere redenatie. Om nog maar te zwijgen van het aantal doden en hoe er met de dieren werd omgegaan.

Hindoe Mahabharata epos

Het zwarte monster staat al eeuwen te dreigen in het Cambodjaanse landschap.  Zelfs de Rode Khmer, goed in het verwoesten van alles dat maar enige cultuurhistorische waarde had, toonde ontzag voor het bouwwerk. De tempel moet de mythische hindoeïstische kosmos voorstellen. De vijf karakteristieke torens zijn de pieken van de Indiase berg Meru. De middelste toren is het huis van de goden, de omringende vier stellen de continenten en oceanen voor. Met ontelbare nationaliteiten loop ik de stenen trap op en scharrel mee langs reliëfschilderingen die legendes vertellen uit het Hindoe Mahabharata epos. Op de twee meter hoge muren staan afbeeldingen van 2000 godinnen en danseressen die minzaam op ons neerkijken. In de centrale toren stonden ooit eens een collectie Boeddhabeelden, die allang verdwenen zijn.

Passie

Foto: Bert Vos

Ik merk dat ik totaal geen passie kan opbrengen voor wat ik zie en ervaar. Ik verveel mij na een minuut of twintig en weer niet of ik mij nu moet schamen of niet. Denk het niet, want ik schaam mij nooit. De sociale etiquette schrijft voor dat ik het indrukwekkend moet vinden. Want dat vindt iedereen die ik spreek en er geweest is. Het is lekker koel binnen, dat weer wel. Ik werp nog een blik in de reisgids en besluit om de tuk-tuk maar op te gaan zoeken.

Teruglopend zie ik een meisje geld geven aan het oude Khmer-vrouwtje wier gerimpelde hand een flesje uit een kartonnen doos trekt. De moeder maakt een foto van het tafereel. Haar dochter huppelt richting uitgang. Met Angkor achter mij drink ik een ijskoude cola-light bij een van de stalletjes die allemaal hetzelfde verkopen. “Cola, Angkorbeer, one dollar sir”, zegt de verkoopster die mij ook een kipsaté wil aansmeren. Ik geef het flesje terug, nog steeds geen Soewan te bekennen. Ik loop de schaduwloze weg op, die stoffig langs het erfgoed glijdt. Tuk-tuks stuiven voorbij met hun passagiers. Op weg naar de volgende bezienswaardigheid.

De Tempels van Angkor

Een werkloze chauffeur wenkt mij. Vervoer nodig? Ik leg de situatie uit. Hij wil me wel terugbrengen. Ik schud mijn hoofd. Daar heb ik niet een hele dag voor betaald. We gaan hem zoeken, slechts twee dollar is zijn voorstel. Ik knik en we scheuren weg. Dan, in een kluwen van gekleurde voertuigen wuift een arm mijn kant op. Teruggevonden. De twee wisselen wat woorden uit, lachen besmuikt, ik neem plaats op de achterbank. Soewan put zich uit in verontschuldigingen, hij had me nog gezocht, verklaart hij.  “No problem,” zeg ik. “You quick. Only one hour. You like?” Hij werpt een blik in de achteruitkijkspiegel. “Yes, sure,” lieg ik half. “What’s next?”  Hij start de motor en trekt robuust op. We rijden weg en komen in een lange rij voertuigen terecht, allemaal op weg naar de ‘Tempels van Angkor’. Ik kan mijn lot niet ontlopen.

Bert Vos
Over Bert Vos 133 Artikelen
Bert Vos is journalist, tekstproducent, Azië-liefhebber, publicist en ZZP'er in Amersfoort.

2 Comments

  1. Ik herken het gevoel. Ik woon in Ubon Rachathani en fiets vaak, ook voor m’n paspstempel, naar SiemReap. 10 jr geleden kon je op je gemak, ook fietsend, elke tempel bekijken en je tijd ervoor nemen. Inmiddels ken ik binnenpaadjes zodat ik niet meer ‘n $50-pasje koop. Maar als ik nu die rijen Chinezen, Indieërs ect zie, ben ik blij dat dit in die tijd nog niet bestond. Inmiddels zijn er 3maal zoveel vluchten op SiemReap dan op Phnom Penh.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*