Cambodja. Gedetineerde James Ricketson over zijn leven in de cel

De Hel van Dante komt in je op als je het verhaal leest dat de Australische filmmaker James Ricketson naar buiten heeft Cambodja, Bert Vos, Filmmaker, Spiongebracht. Ricketson zit al negen maanden vast sinds zijn arrestaties in juni vorig jaar. Hij wordt beschuldigd van spionage. Dit is een deel van zijn aangrijpende verslag van het dagelijks bestaan  in Cambodjaanse gevangenschap.

“Het is half vier. Ik zit op een omgedraaide emmer in een celbadkamer , de enige plaats op dit tijdstip van de dag waar er enig licht is. Mijn 146 celgenoten slapen meestal, maar om de paar minuten staat er wel iemand op om te gaan plassen in de smalle greppel die in de betegelde vloer achter me is ingesneden. Er is geen water in de tank om de drie squat-toiletten te spoelen die wij samen delen. De geur van urine is overweldigend. Ten minste vijftig procent van de tijd is er geen water in de tank, tussen ongeveer half negen ’s avonds en half zeven ‘s ochtends.

Plassen

De ‘badkamer’ is vier bij twee meter. De tegelvloer is bedekt met een eeuwige laag slijm die het glad en gevaarlijk maakt. Hier worden ook potten en pannen, borden en bestek afgewassen. Vooral ’s avonds is het niet ongebruikelijk tien mannen te zien die zichzelf wassen, terwijl anderen hun afwas doen, plassen in het ruwe loopgraaf-urinoir of gebruik maken van het ‘toilet’.

Er zijn twee dunne, beschimmelde stoffen gordijnen opgehangen om wat privacy te bieden aan degenen die gebruik maken van de toiletpotten, maar men moet de doek op zijn plaats houden tijdens het hurken. Mijn ‘leefruimte’ is een deel van de vloer dat naar de celdeur leidt. Het is ongeveer twaalf meter vanaf de badkamer, dus de geur van urine bestormt mij het grootste deel van de nacht.

Cambodja, Bert, Leven in een Cambodjaanse celSardines

Er zijn twee handdoeken en een dunne katoenen deken tussen mijn lichaam en het betonnen pad. Een andere gevouwen katoenen deken doet dienst als mijn kussen. De celdeur bevindt zich op slechts enkele centimeters van mijn hoofd. Het is alleen mijn plek tussen ongeveer zes en half zeven ’s ochtends. Toen ik een week ziek was wilde ik gewoon gaan liggen en slapen om te herstellen, maar ik kon nergens liggen. Gevangenen worden hier als sardines in een cel gepropt. Als je je drie mensen in een eenpersoonsbed kunt voorstellen, krijg je een beeld van hoe het is. We moeten met onze armen om elkaar heen slapen, net als geliefden, benen over torso’s, hoofden dicht van elkaar. Ik heb deze omstandigheden nu negen maanden moeten doorstaan.

Hoe lang kan deze onzin doorgaan voordat de Australische overheid het lef heeft om te protesteren, in het openbaar, ‘dit is niet acceptabel. Je kunt een Australische burger niet op deze manier behandelen, een Australiër die schuldig is bevonden aan geen enkele misdaad en toch al negen maanden in detentie zit?’ Zonder druk van de media op de regering en de publieke opinie vermoed ik dat de Australische regering niets zou doen.

Vuilnisbelt

Cambodja, Bert Vos, verhaal uit een Cambodjaanse gevangenis

Kinderen sloppenwijk op vuilnisbelt. Foto: Bert Vos

Voorafgaand aan mijn onwettige arrestatie op 3 juni was ik betrokken bij een project om 140.000 dollar bijeen te krijgen om huizen te kopen voor achttien gezinnen waarvan de familieleden op de vuilnisbelt werken. Gezien het voortduren van mijn gevangenisstraf, zonder einde in zicht, heb ik geen andere keuze dan deze mensen in de steek te laten, met uitzondering van één familie. Ik moet nu stoppen met het helpen van deze verarmde Cambodjanen die al een aantal jaren deel uitmaken van mijn leven.

Het leven van mijn zoon Jesse en zijn vriendin Alex is ontregeld als gevolg van hun komst naar Cambodja om mij te helpen in deze moeilijke tijd. De financiële en emotionele chaos en schade die mijn gevangenschap heeft aangericht, beperkt zich niet alleen tot mijzelf.
Verre van dat. Ik denk inderdaad dat er anderen zijn aan de andere kant van de gevangenismuur, wiens lijden groter is dan het mijne.

Geluk

Ondanks de vele problemen die voortvloeien uit mijn gevangenschap, heb ik veel geluk vergeleken met mijn celgenoten. Ze zijn voor het grootste deel erg arm en hebben geen familie (zoals ik) die het zich kan veroorloven om twee keer per week vers fruit te brengen, die geen netwerk van vrienden hebben die geld kunnen inzamelen om te helpen, die geen brief kunnen schrijven aan de overheid en waarover de media schrijven dat ze vrijgelaten moeten worden. Ik heb inderdaad veel geluk.”

Vrienden en familie van de 68-jarige Ricketson noemen  de beweringen dat hij een spion is ‘belachelijk’ en eisen zijn vrijlating.

Bron: VOA-news

Deze pagina delen

  • Delen op Facebook
  • Delen op Twitter
  • Delen op LinkedIn
  • Delen op Google+
 

Lees ookgerelateerde berichten

Eén reactie

  1. De Hel van Dante…. de hel op aarde!
    Wat een verschrikkingen, gearresteerd om nix.

    Berthy

Reageer

E-mail (wordt niet gepubliceerd)