Brugwachter van Balen weer tnuis. Zonder deurbel. God is naar de kerk


Als iemand mij wil zien zal er stevig tegen het raam getikt moeten worden. Een bel aan de voordeur ontbreekt.

Ben ook niet van zins er een aan te schaffen. Hiermee voorkom ik het nieuw leven inblazen van het aloude spelletje belletje trekken. Een alleraardigste bezigheid die ik mij herinner vanuit de tijd dat ik zelf nog een kind was.

Geen deurbel. Dagenlang wacht ik nu totdat er iemand op mijn raam tikt, wat niet gebeurt, en zit ik in mijn zestien vierkante meter woonkamer- annex keuken op betere tijden te wachten terwijl de donkere dagen zich in een stompzinnige regelmaat aaneen rijgen. Het is bepaald geen energie verbranden wat ik doe. Gevolg; korte nachtrust, ’s morgens om vijf uur al klaar wakker, wat betekent trek in koffie met een sigaret.

Ik strompel de wenteltrap af. Direct naar het aanrecht. Nespresso apparaat aan, cupje, kopje, een espresso, een Marlboro. Zucht. Twee minuten over vijf.

En wat doet een gepensioneerde om tweeminuten over vijf in de ochtend? Zonder haast om ergens op tijd te zijn? Zonder dwang om als eerste in de file te staan? Zonder enkel plan hoe de dag een zinvolle invulling te geven? Hij zet de televisie aan. Laat een ander mij maar amuseren.

Bert van Balen, Deurbel, Brugwachter zonder God
God is naar de kerk, altijd
Foto SGP-site Goeree Overflakkee

Mijn fantasie is op, vergaan onder loodzware luchten grijs, in een loodzware buurt met op steenworp afstand de loodzware kerk der gereformeerde gemeente, en loodzware armen en benen. De televisie brengt geen uitkomst met licht amusement omdat op dit tijdstip er niet veel meer te zien valt dan het nieuws weergegeven als een soort rolkrant waarop dan te lezen valt dat Trump de nieuwe president van Amerika wordt, de wereld geschokt heeft gereageerd, behalve dan, net als Trump, andere populisten, en dat er weer zoveel doden en gewonden zijn in Mosul of Aleppo, een bomaanslag hier of daar, kortom; ellende alom.

Bert van Balen, Deurbel, Brugwachter
De ene ramp na de andere
Schermafbeelding You Tube

Het is vijf over vijf. Nog maar een espresso. Tien over vijf. Nog een Marlboro. Ik zet de televisie maar weer uit. Pak mijn laptop. Check mijn e-mail. Geen berichten. Scroll door Facebook. Wie zijn er jarig? Ken ik niet. Ken ik ook niet. En die niet, en die niet.

De eerste tien nieuwe berichten. Ha, foto’s van dieren. Kijk nou toch, die hond. Hoe schattig. En dan die poes. Of zou het een kater zijn. In mijn goeie jaren keek ik naar mijn eigen kater. ’s Morgens vroeg. In de spiegel. Man, wat zie je er weer lekker uit vandaag. Nou zit ik naar geliefde huisdieren te kijken en moet maar meegenieten van wat de bezitter van zoiets als zijn grootste liefde beschouwd.

Als ik wat verder scroll door Facebook krijg ik vanzelf te zien hoe je dieren het best bereid. Op een hoog vuur, of juist een paar uur op een laag vuur laten sudderen. Hier tussendoor staan allerlei meningen over de verkiezing van Trump, meningen over zwarte Piet moet wel of niet blijven, of dat Wilders Trump 2.0 is en dat asielzoekers zielig dan wel terroristen zijn, of gewoon gajes dat hier onze welvaart komt verzieken.

Half zes. Mijn derde espresso, mijn derde Marlboro. Vandaag geen bezoek aan het Erasmus. Het hoogtepunt van driemaal per week lijkt voorbij nadat ik gisteren hoorde dat mijn kanker zich gedraagt als een stabiele ziekte, ik over een halfjaar maar weer eens terug moest komen, wat natuurlijk mij in een feeststemming had moeten brengen en dat dit wonderwel niet gebeurde omdat ik nou eenmaal een enorme fatalist ben zoals ik al eerder heb bedacht. Ga ik dood, ik vind het best, ga ik niet dood, mij om het even.

Bert van Balen, Deurbel, Brugwachter zonder God
Kanker…. ik ben een fatalist…. ga ik dood, ik vind het best
Illustratie Fanpop

Met het voorlopig nog niet dood gaan, tenminste blijkbaar niet aan kanker, vraagt om actie, bedenk ik na een kwartier navelstaren en start de actie met het eens informeren bij het Bangkok Hospital in Chiang Mai of zij mij tijdens een periode van overwintering van zeg drie maanden kunnen voorzien van een tweewekelijks infuus IVIg. En vooral wat zoiets kost. Dit moet ik overleggen met de ziektekostenverzekering willen zij mij terugbetalen want ik heb allang begrepen dat je een behandeling financieel eerst zelf op moet hoesten voordat zij binnen vijftien werkdagen je declaratie honoreren. En hierover wil ik wel zekerheid of ik zoiets kan voorschieten waarbij de vraag hoeveel er in Thailand voor zoiets gerekend wordt.

Per omgaande antwoord van het Bangkok Hospital dat mijn vraag in behandeling wordt genomen en ik zo spoedig mogelijk een offerte krijg. Fijn. Zes uur. Twaalf uur in Chiang Mai. Ik bel mijn speeltje via Line. Kunnen we mekaar zien. ‘O, it’s hot over there? Well, it’s verry cold over here.’ Nou ja, zo kaatst het gesprek een beetje heen en weer. Daar regent het en is het warm, hier regent het maar is het verrekte koud. ‘I miss you, Yes I miss you too.’

Diepzinniger gaat het niet, maar we zien mekaar weer even waarbij zij weigert iets uit te trekken waaraan ik mijzelf kan verlustigen, zodat ik al snel verveeld ben en beloof haar binnenkort weer te bellen.

Het is kwart over zes. Nog een espresso, nog een Marlboro om trek in een ontbijt te onderdrukken want dan moet ik opstaan, de koelkast opendoen en kijken naar iets eetbaars wat er meestal op neer komt dat ik daar geen trek in heb.

Waar zijn toch de tijden dat er eieren met spek voor mij gebakken werden, verse Jus d’orange in een glaasje geschonken, een kopje koffie, uitzicht over een met lelies bedekt watertje en het vooruitzicht straks achttien holes te spelen. Omstreeks in dezelfde tijd van het jaar nu ik hier zit te rillen van de kou in mijn onderbroek en de thermostaat op tweeëntwintig graden waar de verwarming ongeveer een dag over doet om die temperatuur ook daadwerkelijk te bereiken.

Bert van Balen, Deurbel, Brugwachter zonder God
0630: nog maar een espresso
foto Kennisbank Nespresso

Half zeven. Eerst nog maar een espresso, een Marlboro en dan een warme douche. Ik begin weer hartkloppingen te krijgen. Koffie, sigaretten. Zou dat een trigger zijn? Ik beklim de wenteltrap, draai de kraan in de douchecel open en wacht een ogenblik totdat er echt warm water uit de douchekop komt, stap naar binnen, sluit de glazen deuren en laat het warme water op mij neerkletteren. Hierbij zeep ik mij in met Nivea douchegel for men en boen het vuil van mijn lijf wat er natuurlijk niet zit, maar gewoontes zijn nou eenmaal moeilijk te doorbreken. O ja, zeep is slecht voor je huid, schiet mij te binnen en zo snel mogelijk spoel ik het schuim weer af.

De keuze hoe mij vandaag te kleden is niet zo moeilijk. Het komt gewoon neer op een warme trui met daarover een warm vest, liefst een lange onderbroek maar die heb ik niet, dan maar gewoon een spijkerbroek, dikke sokken . . . ik ben klaar. De dag kan beginnen.

Zeven uur. Ik zit weer op de bank, zet de televisie weer aan, en daar is het nieuws. Weet ik al, denk ik. Weet ik ook al. Allemaal al gelezen. “Goedemorgen Nederland.” Twee presentatrices, twee gasten, een weerman, file informatie, actuele zaken, achtergronden, weet ik al, wist ik allang, files elke dag op dezelfde plek, Trump als boeman, Poetin wrijft in zijn handen, en kinderen moeten straks door een detectiepoortjes om Sinterklaas te begroeten.

Bert van Balen, Deurbel, Brugwachter
Welkom in Nederland, gastarbeiders. Met detectiepoortjes voor de kinderen
Beeld NOS

Er wordt tegen het raam getikt. Ik kijk op mijn horloge. Kwart over zeven. Wie in Godsnaam tikt tegen mijn raam? Er wordt nooit tegen mijn raam getikt. Waarom nu wel en dan ook nog op dit vroege ochtenduur? Ik zal het wel verkeerd gehoord hebben. Misschien kwam het gewoon uit de TV. Was ik er even met mijn gedachten niet bij.

Er wordt weer getikt. Nu iets luider zelfs. Ik sta op en trek het rolgordijn omhoog. En jawel hoor. Twee asielzoekers. De één zo zwart als roet, de ander met een lange grijze baard en een mijter op z’n kop. Snel open ik de deur en laat hen binnen. ‘Kunnen wij hier even schuilen,’ wordt gevraagd. ‘Wat een pokkenweer.’

Eerst door het detectiepoortje wil ik nog zeggen, maar ben al te laat. De roe van Piet dreunt op mijn kop. Als ik mijn ogen weer opendoe zie ik een zwart-witbeeld op televisie hoe het Sinterklaas vroeger werd gevierd.

Een nostalgisch beeld uit lang vervlogen tijden. Opgediept uit het archief van de NOS. Een aardig item bij “Goedemorgen Nederland’.


Bert van Balen
Over Bert van Balen 453 Artikelen
†Bert van Balen (20 juni 1945 - 26 oktober 2018) verbleef een decennium lang regelmatig in Thailand, vooral in Chiang Mai. Bert leerde als autodidact van zijn hobby fotografie zijn beroep te maken. HIj was ook chauffeur, magazijnbediende, semi beroepszeiler, redacteur en journalist voor Kidsweek en flierefluiter. De reden tot zijn regelmatig langdurig verblijf in Thailand is terug te vinden in zijn boek: Hoera, ik heb kanker. Te bestellen via Bol.com