Bos, boeren, bezit en bedrog

Boer Khàjàn is nu 67 jaar. Hij is de vierde zoon van een gezin met zeven kinderen, rijstverbouwers in de Centrale Vlakte. Niet in staat daar zelf in zijn levensonderhoud te voorzien trok hij vijfenveertig jaar geleden, net als miljoenen anderen in die periode, de nabijgelegen heuvels in, rooide 30 rai bos en ging verbouwen.

Hij was een illegale landkraker. In 1985 kreeg hij, met vele anderen, een gebruiksdocument waardoor zijn boerenarbeid legaal werd. Maar het gaf geen eigendomsrechten en het land kon alleen toevallen aan zijn erfgenamen.

Hij is nu niet meer in staat zware arbeid te verrichten en zijn twee dochters in Bangkok zien een boerenbestaan niet zitten. Op een dag komt een man langs die zijn land wel wil kopen voor 1 miljoen baht. Khàjàn protesteert: hij kan zijn land immers niet verkopen, hij heeft alleen gebruiksrecht.

Maar de man zegt dat hij al een overeenstemming heeft bereikt met het kadaster (Land Office, thîe din in het Thais). Khàjàn accepeert de koopsom. De man blijkt een afgevaardigde te zijn van een papierbedrijf: niet veel jaren later is Khàjàn’s land, en veel omgevend land, één grote eucalyptusplantage.

Inleiding

Sommige mensen denken nog steeds dat Thailand een landbouwnatie is. De beelden van een gelukkige boerenfamilie die rijst plant en oogst, en zich verder nergens druk over maakt, beheerst niet alleen het beeld van veel buitenlanders maar is ook een onderdeel van het mystieke ‘Thainess’ gevoel, opgelegd door de Thaise heersende klasse.

Nog maar 10 procent van het Bruto Nationaal Product in Thailand komt uit de landbouw, de rest is industrie, diensten en toerisme, om de belangrijkste te noemen hoewel 30 procent van de Thais als beroep ‘boer’ opgeeft.

De landbouw is ook al lang niet meer die zelf-voorzienende boerenactiviteit zoals gepropageerd onder de ‘sufficiency-economy’. De Thaise landbouweconomie is onverbrekelijk verbonden met de wereldeconomie. Daarnaast kan maar een klein gedeelte van de boeren leven van hun land, de meerderheid voorziet ook op andere wijze in hun primaire levensbehoeften.

Een paar nieuwsberichten deden mij besluiten om het onderwerp ‘boer en bos’ nader te beschouwen. In de afgelopen maanden zijn duizenden boeren verdreven van land waar zij al tientallen jaren verbleven, vooral in het Zuiden en in de Isaan.

Een paar weken geleden gaf Prayut gebruiksdocumenten aan een paar duizend dankbare families in het Noorden die tot dan toe illegaal het land bewerkten, per familie 6 rai (1 rai is 40×40 meter). Een heel complex, Bonanza genoemd en liggend in de buurt van nationaal park Khao Yai, blijkbaar aangelegd door een roodhemdleider in zeer waarschijnlijk publiek gebied, wordt nu terdege op wettelijkheid doorgelicht.

De achtergrond

Dat Thailand tussen 1940 en 2000 op velerlei gebied drastisch veranderde hoeft geen betoog. Dat geldt in sterke mate voor het grondgebruik: het oppervlakte bos verminderde dramatisch en werd vervangen door landbouwgrond.

Percentage bosbedekking Thailand  1938-1988

jaar 1938 1954 1961 1973 1976 1982 1985 1988
percentage 72 60 53 43 39 31 29 28

We zien het bosareaal geleidelijk afnemen met zo’n 1 procent per jaar. In 1989 was er een ramp in Zuid-Thailand waar een pas gerooide berghelling tijdens een regenbui naar beneden kwam en een dorp wegvaagde met 300 doden als gevolg. Sindsdien geldt er een algemeen, publiek en privé, kapverbod in Thailand.

In principe moet nu voor iedere te kappen boom een vergunning worden aangevraagd. Sindsdien is het verlies aan bos sterk gedaald, men schat dat Thailand nu voor een 24 procent met bos is bedekt maar daar zijn ook de plantages van rubber etc. in mee gerekend.

Oorzaken

Wat zijn nu de oorzaken voor deze massale ontbossing en volksverhuizing die mij doet denken aan de Amerikaanse trek naar het Westen (de ‘American Frontier’)? Bevolkingsdruk was een belangrijke factor. Tussen 1950 en 2000 nam de bevolking toe van 20 miljoen tot 65 miljoen met de grootste stijging tussen 1960 en 1990. Men schat dat 30 procent van de bevolking verhuisde van de rijst verbouwende laagvlakte naar de hoger geleden bosgebieden.

Verder waren er vóór 1980, toen de industrialisatie doorzette, weinig andere banen. Tussen 1960 en 1980 waren de prijzen van landbouwproducten als cassave, suiker, rubber en palmolie relatief hoog. Verder wilde de regering de agro-industrie bevorderen.

Tussen 1960 en 1975 werd er door de militairen onder het mom van de ‘nationale veiligheid” (de bestrijding van communistische haarden) veel bos gekapt. Mede onder invloed van de Amerikaanse aanwezigheid werden er ook veel nieuwe wegen aangelegd, mat name in de Isaan waar zich grote bases bevonden.

Bos en grondbezit

Aanvankelijk waren al die boeren die zich vestigden is de hoger gelegen bosgebieden illegale boskrakers. Er was eigenlijk niemand die zich daar in de vijftiger-en zestiger jaren om bekommerde. Geleidelijk echter ontstonden er meer conflicten rondom landbezit.

Na het vertrek van de ‘Drie Tirannen’, Thanom, Praphat en Narong, de opstand van oktober 1973, brak er een democratische periode aan waarin meer naar de problemen van de boeren werd geluisterd. Dat resulteerde in de ‘Land Reform Act’ van 1975 waarin vrij revolutionaire plannen werden ontvouwd.

Land zou worden onteigend en verdeeld onder de boeren, niemand mocht meer dan 50 rai bezitten. Alle boeren zouden documenten krijgen (daarover hierna), en er werd paal en perk gesteld aan pachten.

Het probleem was dat de uitvoering van de wet grote gebreken vertoonde omdat die in handen was gelegd van plaatselijke machthebbers.

Thailand heeft een verwarrend grote hoeveelheid aan documenten die eigendom of gebruiksrecht betreffen. Je kunt echter drie groepen onderscheiden:

  1. Een chanoot (landtitel) met groene garuda geeft volledige eigendomsrechten;
  2. een chanoot met rode garuda geeft gebruiksrecht maar met uitzicht op eigendom na meestal 10 jaar (Mijn zoon heeft daar drie van);
  3. een document dat alleen gebruiksrecht geeft, zoals dat van boer Khàjàn en dat nimmer omgezet kan worden in volledig eigendom (tenzij…….vult u maar in).

Na de ‘Land Reform Act’ van 1975 zijn er op verschillende momenten pogingen gedaan landbouwers gedegen documentatie te verschaffen over land waar ze soms al hun hele leven ploegden. Een belangrijke uitgifte van documenten was het zogenaamde Sor Por Kor 4-01 programma, eind tachtiger- begin negentiger jaren. Dat strandde toen de regering Chuan Leekpai viel over de beschuldiging dat veel documenten, bedoeld voor arme boeren, naar rijke ondernemers gingen.

Suthep Thaugsuban was daar intensief bij betrokken. Ook Abhisit deed in 2009 een poging tot grootscheepse landhervorming; die ging niet door vanwege de vele protesten ertegen. Land zou weer in handen vallen van rijke lui, zei men.

Nog steeds zijn er vrij veel landloze boeren. Er zijn bovendien veel boeren zonder documentatie (Vooral onder de niet-etnische Thais zoals de bergvolkeren die steeds worden verjaagd). En er zijn nog veel boeren die alleen gebruiksrecht hebben (Ik kon geen goede cijfers vinden over boeren met onvoldoende documentatie maar 20-30 procent is een goede schatting). Dat zoiets gemakkelijk tot conflicten kan leiden, vooral tussen de boeren en de staat (die vaak bedrijven voordelen verschafte) laat zich raden.

Oplossing?

Vraag mij niet naar een goede oplossing van deze chaotische toestanden. Zeker, er moet meer bos komen, het land moet beter worden verdeeld, er moet ruilverkaveling komen, het aantal boeren moet afnemen, de kwaliteit van de producten moet toenemen, er moet meer afstemming komen op de wereldmarkt en de meeste landbouwers zullen financieel moeten worden ondersteund, zoals in alle beschaafde landen.

Dat alles kan alleen gebeuren met medewerking en instemming van de boeren zelf onder een democratisch bewind. De enige zekerheid is dat het hapsnap beleid van de junta, hoe goed bedoeld ook,  zal leiden tot grotere problemen en niet zal bijdragen aan een wezenlijke oplossing.

Illustratie: De aardappeleters, Vincent van Gogh, 1885.

Tino Kuis
Over Tino Kuis 121 Artikelen
Tino Kuis. gepensioneerde huisarts, woont in Zutphen. Na zijn opleiding werkte hij drie jaar als tropenarts in Tanzania en daarna vijfentwintig jaar als huisarts in Vlaardingen. Hij heeft in Nederland drie volwassen kinderen. Tino verbleef van 1999 tot 2017 in Thailand. Zijn 18-jarige Thaise zoon studeert in Chiang Mai. Tino heeft zich gespecialiseerd in Thaise taal, cultuur en geschiedenis.

2 Comments

  1. Nee hoor, Cor, die redenatie is geheel juist. Naast de bejaarden zijn het vooral de boeren die onder de armoedegrens van 4.000 (!) baht per maand zitten, in de Isaan geldt dat voor zo’n 20 procent van alle inwoners. Dat betekent ook dat heel veel boeren er iets anders bij moeten doen: een paar jaar naar het buitenland, een tijdelijke baan in de stad, vaak Bangkok enz. met gebroken gezinnen als gevolg. Dat maakt het contrast tussen de officiele propaganda over het mooie leven van de boeren (‘de ruggegraad van de natie’) en hun werkelijk leven zo schrijnend.
    Thailand kan, als hoger-midden inkomen land, niet zonder landbouwsubsidies.

  2. Wanneer 30 procent van de beroepsbevolking slechts 10 procent van het BNP bij elkaar zwoegt, geeft dat al aan dat het in de agrarische sector bepaald geen vetpot is. Of is die redenatie te simpel?

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.