Boekrecensie. Tyfoon van Rob Verschuren

Recensie Tyfoon Rob Verschuren

VLNR: schoonzus Hue, echtgenote Lan, nichtje Minh Chau, Rob Verschuren

Zo langzamerhand krijg ik het idee dat we voor het betere boek niet meer bij de grote uitgeverijen moeten zijn. Want steeds meer bepaalt de lezer wat de schrijver schrijft. Dat is commercieel verantwoord. Het zijn juist de kleine uitgeverijen waar het borrelt en waar de schrijver bepaalt wat de lezer te lezen krijgt. En als dat een goede schrijver is, neemt hij je mee en voert je naar gebieden waar je nog nooit bent geweest.

Eén zo’n schrijver is Rob Verschuren. Met zijn nieuwe roman “Tyfoon” voert hij je mee naar een onbepaald land, dat veel overeenkomsten heeft met Vietnam. Maar juist door de naam van het land niet te noemen, krijgt zijn verhaal een universele betekenis.

Nu kennen wij de schrijfstijl van Rob Verschuren. Op “Trefpunt Azië” heeft hij diverse verhalen gepubliceerd, waaronder “De familie Le”. Een verhaal waarbij de schrijver in de huid kruipt van zomaar een familie in een dorpje ergens in Vietnam. Dichterbij kan je als westerling niet komen.

En ook nu weer, in zijn roman “Tyfoon” weet Verschuren het alledaagse leven in een Aziatische gemeenschap met fijne penseelstreken op papier te zetten. Dat is een ongekend genoegen op zich, zeker ook door de oosterse wijsheden waarmee het verhaal doorspekt is. Neem bijvoorbeeld zinnen als ‘Spijt en hoop zijn dwaze emoties. Ze veranderen niets aan wat geweest is of komen gaat’. En: ‘Vrouwen en mannen zijn als de berg en de rivier. De rivier heeft zijn bron op de berg, maar de berg moet achterblijven en de rivier moet almaar verder gaan’.

Maar dit keer is er meer. Want in de wereld die de schrijver schept, ontmoeten we drie kinderen, twee jongens en een meisje, die een eeuwig verbond met elkaar sluiten. Dat verbond valt echter gaande het verhaal steeds meer uiteen en uiteindelijk komen de twee jongens, als ze volwassen zijn, tegen over elkaar te staan.

Recensie, Tyfoon, Robbert Verschuren

De een, Duc, is een in zichzelf gekeerde jongen, die genoeg heeft aan zichzelf en het kabbelende bestaan in zijn dorp, die ‘de gave van taal niet verspilde aan ijdele praat’. De ander, Vinh, is een prater, die verandering wil en die gegrepen is door de revolutie. ‘Het leek wel of hij gestoken was door een onbekend insect dat een nieuw soort koorts veroorzaakte.’ Waar Duc zijn leven slijt met het plukken van vogelnestjes, ontwikkelt de ander zich tot voorzitter van het Volkscomité.

Duc en Vinh begrijpen elkaars taal niet. Ze zijn voorbestemd om uiteen te groeien: ‘…maar in hun taal slopen nieuwe woorden die niet voor alle drie betekenis hadden’. En daar gaat het naar mijn idee om in deze roman. Telkens komt het gegeven van de taal terug: ‘Luister naar de vogels [de grotzwaluwen met hun sonar, AvL] wanneer ze in groepen jagen. Hun taal is hun niet gegeven om meningen en standpunten te verkondigen, maar om botsingen te vermijden. Als we de taal van de vogels leren verstaan, zullen oorlogen en agressie uit de wereld verdwijnen.’ Hoor ik hier C.P. Snow die in zijn “The two cultures” wijst op het gevaar van twee gescheiden culturen, louter omdat ze elkaars taal niet begrijpen?

Met lede ogen ziet Duc hoe zijn wereld overgenomen wordt door de revolutie. Een wereld waarin iedereen gelijk is, zoals Vinh predikt. En dat terwijl Duc en Vinh juist zo verschillend zijn. En wat verstaat Vinh eigenlijk onder gelijkheid? Politieke gelijkheid? Gelijkheid voor de wet? Of gelijkheid als persoon? Zijn dat niet verschillende dingen, zoals Hannah Arendt stelt in “De Revolutie”?

‘De vooruitgang hing als een donkere wolk boven de boulevard…’, schrijf Rob Verschuren. En Duc wil daarin zijn eigenheid bewaren: ‘Mannen zoals hijzelf, zonder betekenis voor de maatschappij, zonder plaats in de geschiedenis. Maar in hun tijd hadden ze grote daden verricht, zo groot als mogelijk is voor een man’.

Het loopt slecht af met Duc. De vooruitgang is niet te stuiten. Het Volkscomité heeft aan de Chinezen een licentie gegeven om de vogelnestjes te plukken. Zijn vogelnestjes.

Nog één keer gaat Duc de grot binnen: ‘Hij haalde het nestje tevoorschijn en hield het omhoog. Het was bloedrood. De enige kleur in een grijze wereld die snel werd opgeslokt door het zwart dat van de open zee kwam’.
Wat een symboliek!

Tyfoon is een wonderschoon boek waarin aan de hand van de levensgeschiedenis van drie kinderen, de agressie in de wereld verklaard wordt door het onvermogen elkaars taal te begrijpen. Een taal overigens, waarmee Rob Verschuren zich zo trefzeker bedient.

Titel: Tyfoon
Auteur: Rob Verschuren
ISBN: 978 90 6265 996 8
Uitgeverij: In de Knipscheer: http://www.indeknipscheer.com/ 
Aantal blz.: 172
Prijs: € 17,50

 

Deze pagina delen

  • Delen op Facebook
  • Delen op Twitter
  • Delen op LinkedIn
  • Delen op Google+
 

Lees ookgerelateerde berichten

2 Reacties

  1. Wat een prachtige recensie, de schrijver zal er trots op zijn en wellicht de verkoop ondersteunen.

    Groeten uit Chiang Mai,

    Berthy

  2. Een mooie recensie van een wondermooi boek.

    Bert Vos

Reageer

E-mail (wordt niet gepubliceerd)