Boekbespreking. Ernst Wiechert en De Oost

“Geschichte eines Knaben”: meer dan een tropenvertelling

“De eerste woorden die zijn lippen vormden, waren Maleise woorden, en de eerste tonen die zijn handen zochten op de toetsen van de vleugel, waren de tonen van een Maleise melodie. Hij was een kind bij wie het zwijgen ontwaakte zoals de spraak bij andere kinderen. Hij dronk de melk van zijn Maleisische min, zijn huid was bruin als de kleur van de borst die hem voedde. Zijn haar was licht als de bast van rotan, zijn donkere ogen als van een dode, vervuld van een droefheid die niemand kon plaatsen. Het bijzondere dat uit de kelk van zijn ziel langzaam tot onthulling kwam, en dat zich bij zorgvuldige bescherming en opvoeding had laten buigen, sturen en leiden – dit bijzondere schoot onder de gloeiende zon van de tropen koortsig naar buiten en kreeg kleur en vorm zoals bloemen in het oerwoud en werd tot kiem van een nieuwe vlam…”

In deze poëtische stijl vertelt de Duitse schrijver Ernst Wiechert (1887-1950) het leven én beleven van de jonge Percy tussen Oost en West.

Alex Ouddiep, Eernst Wiechert, Java, De Oost
De slangenbezweerster van impressionist Henri Rousseau (La Charmeuse de serpents, Musée d’Orsay, Paris, 1907)

Percy wordt geboren in Weltevreden (1) op Java, aan het begin van de vorige eeuw een welgestelde voorstad van Batavia. Zijn vader is Duitser en handelsman; zijn moeder sterft bij de geboorte. De opvoeding wordt overgelaten aan personeel en huisleraren. De Maleise Sawah is de moederlijke begeleidster door wie Percy oog en hart ontwikkelt voor het lokale, voor natuur en cultuur. De aarde, de planten, de dieren worden zijn metgezel, hij voelt veel en zegt weinig. Zijn land is zo mooi, omdat de goden het zo gewild hebben, wordt hem voorgehouden.

Aan het eind van de Eerste Wereldoorlog gaat vader met zijn zoon verarmd en ontgoocheld terug naar Duitsland, naar Oost-Pruisen.  Alles is er lelijk, gebrekkig, somber. In het huis van de grootvader heerst strengheid naast cynisme. Percy is er diep ongelukkig. De omgeving, die op Java warmte bood, is hier koud en kil. Grootvader noemt hem met misplaatste humor de koppensneller. Percy trekt zich terug en probeert “nicht zu sein.”

Enige verwante ziel is een oudere graaf die de wereld bereisd heeft en in Percys houding zijn eigen levensinstelling meent te herkennen. Hij heeft in zijn park een grote tropische serre gebouwd waar hij zich soms terugtrekt; voor Percy wordt deze microkosmos een droomtuin waarin hij zijn Javaanse kindertijd en daarmee zijn evenwicht en zijn geluk enigszins terugvindt. Midden in de serre is een slangenkooi die angst inboezemt, maar Percy weet de slangen met zijn exotische fluitspel te betoveren, tot verbazing en bewondering van zijn omgeving.

Op het Oostpruisische gymnasium is Percy een buitenbeentje. Hij houdt afstand van zijn klasgenoten, en hij is soms “impertinent”: een leraar voegt hij bij de uiting van een gangbaar vooroordeel over het Maleise ras toe: “Het is geen mening die ik uit, ik wéét dat geen enkele Europeaan besef heeft van de noblesse van het Maleisische volk.”

Een nieuwkomer in zijn klas is Holger, een jongen van Baltische adel, en met hem knoopt Percy en diepe pubervriendschap aan. Ze herkennen elkaar in de verachting voor de wereld zoals die is, ze willen beiden “het betere” zonder dat ze zich daar al een helder beeld van vormen. “We zullen een nieuw geslacht beginnen, op Java of  Kamtschatka, geeft niet waar.”

Lida, “eine Fremde,” verschijnt dan op het landgoed, in de rol van pianolerares van Percy en later minnares van zijn vader. Percy valt ten offer aan “Verwirrung der Gefühle” maar hij wijkt terug als hij merkt dat Lida in  haar toenadering zo anders is dan zijn Javaanse Sawah. Lida wijst eerst de vader af en wordt later door de zoon afgewezen.

Bij Percy, sinds zijn geboorte omgeven door tekens van de dood, wordt een levensbedreigende ziekte vastgesteld. Hij wil dan terug naar Java, maar de arts roept uit: “Die Tropen? Mann Gottes, die Tropen sind der Tod!” Percy neemt dan het lot in eigen handen: een slangenbeet in de tropenserre maakt een einde aan zijn leven. De grafsteen tussen de varens laat zijn naam lezen en: Weltevreden.

Contrasten

Het is gemakkelijk dit verhaal te lezen als een vertelling over contrasten tussen oost en west. Deze worden schematisch weergegeven:
oost- west,
warm – koud,
kleurig – grauw,
gevoelig – zakelijk.

Dat deze contrasten tijdgebonden zijn, beseft de schrijver door het noemen van de verstorende werking van de Eerste Wereldoorlog: inflatie, verval van de Duits-Pruisische orde, de opkomst van massabewegingen. Ook Percy zelf relativeert: hij heeft Europa nog maar een enkele keer gezien. De Oost daarentegen baadt zich  in een eeuwig welbevinden.

De vertelling is verder een coming-of-age verhaal dat de weg van het paradijs der jeugd naar de arena van de volwassenheid schildert. Markeringen zijn de overgang naar Europa en het opdoemen van de sexualiteit.

Maar belangrijker voor het begrip van deze novelle is naar mijn mening de bijzondere aard van de hoofdpersoon, die op eenzame hoogte staat in zijn omgeving. Het is de geboren of verworven adeldom van geest en gevoel die van west noch oost is, maar “des Menschen”. In deze persoonsgebonden hoogheid treffen de Maleise Percy en de Baltische Holger elkaar. Het verhaal is meer dan een tropenvertelling, het is zoals de titel juist en beknopt aangeeft, een universele geschiedenis: Geschichte eines Knaben.

Ernst Wiechert is niet de enige die wordt aangetrokken door deze aristocratie van geest en gevoel waardoor traditionele veschillen van ras en afkomst in oost en west overwonnen worden. Ik noem in dit verband de Deense Isak Dinesen (Karen Blixen, Out of Africa), de Engelse ontdekkingsreiziger Wilfred Thesiger (A life of my choice)  de Engelse militair T.E.Lawrence (Lawrence of Arabia, Seven pillars of wisdom) en de Franse koloniale gouverneur Hubert Lyautey die in Marokko nog steeds wordt geëerd.

Conservatief en tegenstander van het nazisme

Foto van Ernst Wiechert Hause

Ernst Wiechert was conservatief, maar vanuit het hierboven aangeduide aristocratische humanisme was hij een fel tegenstander van het nazisme. Hij is vroeg na de machtsovername van Hitler al opgepakt en geeft jaren in een concentratiekamp doorgebracht, in “Der Totenwald” (1946) doet Wiechert hiervan verslag.

Ernst Wiecherts stijl is uiterst Duits. Lange zinnen, grote en gedateerde woorden, abstracte begrippen. Systematische uitwerking van ideeën. Doorwerking van hoofd- en neventhema’s het hele werk door.  Zuivere lang aangehouden beeldspraak. Thomas Mann had zijn leermeester kunnen zijn. Bij de passages over de pubervriendschap kon ik de overeenkomsten met het laatste hoofdstuk van de “Buddenbrooks” (1900) over Hanno en de jonge graaf Kai niet over het hoofd zien.

Ten slotte de keuze van het koude Oost Pruisen als contrast met het warme Java. Zeker speelt mee dat dit afgelegen deel van Duitsland Wiecherts geboorte- en woondistrict is geweest. Een verdere overeenkomst bij dit contrast kan zijn dat in Oost-Pruisen, zoals op Java, een eeuw geleden nog een traditioneel feodaal levens- en waardenpatroon bestond. (3)

Noten:

(1) Ik ben op deze novelle opmerkzaam gemaakt door wijlen Frederik Pattipilohy, die zijn jeugd doorbracht in Weltevreden en stierf in Amsterdam.
(2) De novelle is alleen tweedehands verkrijgbaar, er bestaat bij mijn weten geen vertaling in het Nederlands. De tekst staat op het internet:
https://www.yumpu.com/de/document/view/20752832/geschichte-eines-knaben-uber-ernst-wiechert
(3) Zie b.v. Marguerite Yourcenar: Coup de grâce, door Volkert Schlöndorff verfilmd als Der Fangschuss.

3 Comments

  1. Het Fries beheers ik helaas niet en het Duits van Wiechert is te moeilijk voor me. Ik moet me helaas beperken tot Nederlandse en Engelse bronnen in dit heel interessante verhaal.
    Laat ik een paar zaken er uit pikken. Ernst Wiechert werd in 1938 voor drie maanden opgesloten in Buchenwald omdat hij in een toespraak het Nazi regime verweet het ‘onderscheid tussen goed en kwaad te zijn kwijtgeraakt.’ Hij veroordeelde niet het ‘gewone’ Duitse volk maar de aristocratie, de kerken, het leger en de intellectuelen. Hij was van mening dat de Duitsers tot 1938 de ellende van de concentratiekampen niet kenden.
    Als laatste kan ik zijn uitspraak waarderen dat wanneer iemand onrechtvaardigheid bestrijdt het niet voortkomt uit zijn visie op de wereld, zijn ideologie, maar uit zijn hart.
    Voor Wiechert was het Oosten een mooie mystieke wereld, een verbeeld contrast met wat hij verafschuwde in het westen. Oriëntalisme denk ik dan.

    • Lezing van het verhaal leidt er eerder toe, de universele hoogheid van de mens geprojecteerd te zien in een wereld met twee polen, waarin het oosten IN DIT VERHAAL als concentratiepunt van het positieve wordt voorgesteld.
      Dit is heel iets anders dan “oriëntalisme”. Denk ook aan het motief van het hooggebergte in de lieratuur zonder dat we dit cultuur-geografisch plaatsen. Meer dan een vertelling over de tropen is deze novelle.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*