Het boek ‘Koloniale oorlogen in Indonesië’ door Piet Hagen, een bespreking

Dit lijvige boekwerk van duizend bladzijden geeft een boeiend en volledig verslag van de koloniale oorlogen in Indonesië. Het begint met een overzicht van de bloeiende Aziatische handel voordat de Europeanen  arriveerden, en het vervolgt met de pogingen van eerst Portugezen en Spanjaarden, en later van Hollanders en Engelsen een deel van die handel over te nemen. De nadruk ligt echter op het Hollandse koloniale verleden: de rol van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) tot 1799 en die van de Nederlandse staat daarna waarbij een heel lang hoofdstuk wordt gewijd aan ‘de Indonesische Republiek in wording: de strijd voor onafhankelijkheid tussen 1945 en 1949’. De titel van dit hoofdstuk, in andere literatuur meestal ‘de politionele acties’ genoemd verwijst al naar de wijze waarop Piet Hagen zijn verslag wil doen: meer aandacht voor de Indonesische kant.

Tino Kuis, Koloniale oorlogen, Cover

Het boek, met schitterende illustraties, is een uiterst gedetailleerd en volledig verslag van hoe dat alles in zijn werk ging, een aanpak die zeker voortkomt uit de journalistieke achtergrond van Piet Hagen. Ik vond het zelf soms vermoeiend om duidelijkheid te krijgen uit de vele namen van personen en plaatsen en de  jaartallen. Het gaat vooral over feiten, wie, wat, waar, wanneer en hoe, het is daarom een uiterst nuttig naslagwerk en minder een theoretische verhandeling. Met een zekere achtergrondkennis is het heel wel mogelijk alleen delen van het boek te lezen. Ik heb er veel van geleerd.

Tino Kuis, Koloniale oorlogen, Piet Hagen
Piet Hagen

Drie belangrijke vragen

Toen ik het boek zag liggen in de bibliotheek en het reserveerde deed ik het vooral om een antwoord te vinden op drie vragen die mij al langer bezighielden: 1 Hoe zijn de VOC en later de Nederlandse Staat er met betrekkelijk beperkte hulpmiddelen in geslaagd een zeer groot en divers gebied als de Indonesische Archipel te veroveren en te beheersen? 2 Waarom kwamen de ‘inlanders’ zoals de inwoners werden genoemd, niet vaker in opstand om de overheersers te verjagen? En 3 waarom werden er in het thuisland niet meer vragen gesteld over het dikwijls zeer wrede optreden van de Nederlanders?

Jan Pieterszoon Coen (1587-1629):
 ‘…dat den handel sonder d’oorloge noch den oorloge sonder den handel nyet gemainteert connen worden…..’

 Handel is oorlog en oorlog is handel.

 Hoe konden de VOC en de Nederlandse Staat hun gezag in Indonesië vestigen en handhaven?

Het korte antwoord is: met list, bedrog, verdeel en heers, en (de dreiging met) geweld. De verdragen die de VOC sloot met vorsten waren vaak oneerlijk en vol loze beloften, en werden even gemakkelijk afgesloten als terzijde gelegd. Overigens kan hetzelfde worden gezegd van de Indonesische vorsten zelf die de VOC van alles beloofden maar er zich vaak niet aan hielden. Zij waren medeplichtig aan de koloniale overheersing. Hun doel was vaak om andere vorsten de voet dwars te zetten. Ook zij hadden niet veel op met de ‘gewone inlanders’.

Tino Kuis, Koloniale oorlogen, VOC

Piet Hagen beschrijft meer dan 500 militaire acties, oorlogen en ‘vrede’ expedities, waarvan de duur uiteenliep van een aantal dagen tot vele jaren, zoals de Java-oorlog (1825-1830, daar vielen naar schatting 200.000 doden onder de Javanen en 15.000 onder de Nederlanderse troepen en hun huurlingen)), de Batak-oorlog (1872-1907), de Aceh-oorlog  ( (1873-1913) en de strijd voor onafhankelijkheid (1945-1949).  Indonesië was in een voortdurende staat van oorlog, gevoerd met een ‘multicultureel’ leger, voornamelijk bestaande uit Indonesische huurlingen, dwangarbeiders, slaven en daarnaast een handjevol Nederlandse en wat buitenlandse soldaten.

De strijd werd gevoerd met een grote mate van wreedheid. Mensenafmakerij noemden de tijdgenoten het ook wel. Bekend is de volkerenmoord op Banda in 1621 waarbij 15.000 mensen het leven lieten. Maar ook bij kleinere expedities werden hele dorpen uitgemoord of tot slavernij gebracht en het dorp verbrand.  Afgehakte hoofden werden ter afschrikking op palen tentoongesteld. Overigens liet ook de andere kant zich niet onbetuigd.

Piet Hagen schat dat er in die eeuwen strijd aan de kant van de Indonesiër 3 tot 4 miljoen doden vielen en aan de kant van de Europeanen enige tienduizenden.

Tino Kuis, Koloniale oorlogen, Jan Pieterszoon Coen
Jan Pieterszoon Coen

Waarom kwamen de ‘inlanders’ niet vaker in opstand? Waren ze indolent en apathisch en schikten zij zich in de vreemde overheersing? 

Het onderhavige boek beantwoordt ook deze vraag op een heel duidelijke manier, en een groot deel van het boek gaat hierover. Er waren heel veel opstanden. Het verzet was even oud als de overheersing en laaide in grotere of kleinere omvang gedurende de hele koloniale periode op. In de eerste eeuwen kwam veel verzet van vorsten die hun handelsmonopolie kwijtraakten maar vanaf de 19e eeuw was er juist meer volksverzet op grote schaal zoals de Batak-, Java -en Aceh-oorlogen.  Deze grotere conflicten waren dikwijls gebaseerd op heilsverwachtingen en hadden een meer messiaans en religieus karakter.

Waarom waren er in het thuisland niet meer vragen en tegenstand over het bewind van de Nederlanders in Indonesië?

Dat was voor mij een zekere openbaring en ik bespreek het wat uitgebreider maar zeker niet volledig. Er was redelijk veel kritiek in het thuisland op de handelswijze van de Hollanders in Indonesië. Naast de politieke afkeuring van vooral socialisten en communisten voor de Tweede Wereldoorlog waren er eveneens al vanaf het begin van de kolonisatie veel kritische geluiden.

 Laat ik beginnen met wat de bewindhebbers van de VOC, die zich wel achter Coen opstelden, toch dit schreven over de slachting op Banda in 1621:

‘Laat het eens genoeg wezen. We hadden wel gewenst dat het met gematigder middelen had beslist kunnen worden…Het zal wel ontzag maar geen gunst baren. …..De geslagen wonden moet men met alle zachtheid zoeken te verbinden’.

De voorganger van Jan Pieterszoon Coen, Laurens Reael, uitte ook forse kritiek op Coens optreden. Hij verweet hem dat handelsbelangen zwaarder wogen dan mensenlevens. Hij noemde Holland ‘de allerwreedste natie van de gehele wereld’.

Joost van den Vondel, een vriend van Reael, schreef in zijn Lof der Zeevaart (1623) het volgende

Bezoekt vrijmoedelijk de veergelegen oorden
Maar pleegt oprechtigheid in handel en in woorden
Noch brandmerkt door geweld niet ‘t Christelijk geloof
Noch mest uzelven niet op ‘t vette van de roof.

De schrijfster Betje Wolff dichtte deze regels (1798):

…’t volk, door wetloze overmacht
meer dan het reedloos vee veracht,
door hebzucht en door dwingelandij
gedoemd tot harde slavernij.

Na de moord op de vrijwel de gehele Chinese gemeenschap in Batavia door de ‘inlanders’ (1740) maar met gedoogsteun van de VOC, schreef de Friese dichter-edelman Willem van Haren zijn treurzang Woest Batavia met o.a. deze regels:

 Zie hier hoe de Chinees, omringd door vrouw en kinderen,
Deemoedig geknield, zijn ramp niet kan verhinderen
Zie, hoe hij wordt ontzield, onmachtig neergestort,
Terwijl hem zelfs geen glimp van schuld verkondigd wordt.

 We kennen allemaal de Max Havelaar (1860) van Multatuli die, hoewel geen tegenstander van het koloniale stelsel, zich toch verzette tegen de ‘roofstaat’, de ‘gewapende kooplieden’, die ‘de bestolenen bedwelmden met opium, evangelie en jenever’.

Tino Kuis, Koloniale oorlogen, Max Havelaar

En tenslotte de Vloekzang van Sicco Roorda van Eysinga, civiel ingenieur op Java, vlak na het verschijnen van de Max Havelaar. Ik citeer de eerste van de vijf coupletten:

De laatste dag der Hollanders op Java

Zult gij nog langer ons vertrappen,
Uw hart vereelten door her geld,
En doof voor de eis van recht en rede,
De zachtheid tergen door geweld?

Balans

Piet Hagen vraagt zich dan in een laatste paragraaf Balans af of het koloniale verleden dan niets goeds tot stand heeft gebracht. Hij noemt de lovende bundel van W. H. van Helsdingen Daar werd wat groots verricht uit 1941 die wijst op de aanleg van (spoor)wegen, irrigatiewerken, bevordering van landbouw, mijnbouw en industrie, beter onderwijs en communicatie. En hij zegt dat al die koloniale oorlogen goed waren voor de politieke eenwording van de archipel. Hij draagt het boek echter op aan de nagedachtenis van al die miljoenen slachtoffers die de koloniale oorlogen met zich meebrachten.

Piet Hagen, Koloniale oorlogen in Indonesië, Vijf eeuwen verzet tegen vreemde overheersing, De Arbeiderspers, 2018, ISBN 978 90 295 0717/NUR 320

 

Meer op Trefpunt over koloniaal geweld: Maarten ’t Hart over Terug naar Bandung van Femmy Fijten en Chris Ebbe over Politieagent spelen in ‘ons’ Indië

 

Tino Kuis
Over Tino Kuis 121 Artikelen
Tino Kuis. gepensioneerde huisarts, woont in Zutphen. Na zijn opleiding werkte hij drie jaar als tropenarts in Tanzania en daarna vijfentwintig jaar als huisarts in Vlaardingen. Hij heeft in Nederland drie volwassen kinderen. Tino verbleef van 1999 tot 2017 in Thailand. Zijn 18-jarige Thaise zoon studeert in Chiang Mai. Tino heeft zich gespecialiseerd in Thaise taal, cultuur en geschiedenis.

4 Comments

  1. Vandaag staat er een artikel van Siep Stuurman in de NRC die iets soortgelijks zegt over de Spaanse kolonisatie in Amerika. In het begin van de 16e eeuw waren er een aantal Spaanse stemmen (geestelijke Antonio de Montesinos en Bartolomé de Las Casas) die de wrede gedragingen van de Spanjaarden in Hispaniola (Haïti en Dominicaanse Republiek) en Mexico op krachtige wijze veroordeelden. Je hoort nog al eens het excuus dat we ‘vroegere gebeurtenissen niet mogen beoordelen in het licht van hedendaagse opvattingen’. Dat excuus gaat dus niet op, net zo min als voor Indonesië.

    https://www.nrc.nl/nieuws/2019/03/29/spaans-debat-over-azteken-was-altijd-al-actueel-a3955111

  2. Klopt de ISBN wel? Alle bekende boekenwinkels hanteren ISBN 9789029507172. Via google meerdere hits op dit nummer. Het ISBN nummer van Tino geeft met googlen 1 resultaat (een review).

    • Rob V. Ik vond het ook een raar nummer. Maar zo staat ie wel op de uitgeverspagina van het boek zelf. O wacht, ik zie nu dat ik een ‘2’vergat aan het eind, mijn verontschuldigingen. Het is
      ISBN 978 90 295 0717 2/NUR 320. Ik vind die NUR 320 ook gek maar staat wel zo in het boek.

  3. Klinkt als een mooi boek. De samenvatting is eigenlijk heel logisch, natuurlijk is er verzet tegen een vreemde mogendheid, en natuurlijk zal de bezettende macht ook vriendjes willen maken en partijen tegen elkaar uit spelen om er zelf beter van te worden. Opvallender is de kritiek vanuit Nederland, dat we hier toch niet allemaal iets hadden van ‘inlanders luister, werk of krepeer anders maar’.

    Voor meer recente tijden moet Indonesië ook denken aan de jappen die het nationalisme aanwakkerde (wij tegen het westen). Familie van mij die daar woonde begreep daar logischer wijs niets van, de Nederlanders voor de oorlog waren immers geen bruten. De haat en geweld dat door sommige volksmenners werdt opgezweept viel dan ook moeilijk te begrijpen. Zelf ben ik ook niet bepaald fan van lieden die in volkeren denken en over onrecht jegens eerdere generaties beginnen om confrontatie en conflict op te zoeken.

    Uiteindelijk moeten we beseffen dat wij mensen elkaar zeer wrede dingen hebben aangedaan (de geschiedenis is niet glorieus) maar we het in het hier en nu samen moeten doen.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*